Maandag ging hier in Schiedam, na de neutralisatie in Rotterdam, de Tour de France Femmes 2024 van start. Het was Caspers eerste tourstart en dat hier praktisch een straat achter — heerlijk!
De officiële tourstart in Schiedam
Een dag ervoor vond de toerversie van de tour plaats en die reed ik met wat anderen van Rotterdam Atletiek. We reden de 150 kilometer, maar daar kwam, afgezien van 20 kilometer van en naar de start, nog 7 kilometer tijdrit bij.
Toerversie van de Tour de France Femmes 2024
Het was een zonovergoten, warme dag en de route was mooi, al was het wel duidelijk dat de organisatie niet uit deze streek komt — net te veel gekke wendingen en onnodige bochten door plaatsjes die niet berekend zijn op een flink peloton. Verder was de tocht goed georganiseerd en de drie stops, met croissants voor het Franse gevoel, waren goed gepland op zo’n 42, 90 en 125km.
Frans eten bij de verzorgingsposten
Qua fietsen ging het best goed. Het groepswerk was rommelig, maar dat kwam denk ik ook door de vele gelegenheidsgroepjes en soms onervaren fietsers. Qua groepsformatie schaar ik mezelf daar overigens ook maar onder, want ik fiets meestal alleen en iemands wiel pakken en seinen zijn toch gewoon vaardigheden die je kunt oefenen.
Zou ik ‘m nog eens doen? Op zich wel, al vond ik de tocht vrij prijzig. Dat gevoel komt waarschijnlijk ook doordat ik uit deze regio kom en 95 procent van de route al kende. Daar kan de organisatie natuurlijk niets aan doen en met veel anderen fietsen maakt het wel een extra leuke dag.
We hadden weer een hotelkamer vlak bij de start en het is heel fijn je spullen ergens te kunnen laten, gezamenlijk aan de marathondagvoorbereiding te kunnen beginnen en na afloop bij te praten en te douchen.
Samen starten in het hotel
Ik voelde al direct vanaf de start te veel vermoeidheid. Tot zo’n beetje de halve marathon kon ik het beoogde schema aanhouden, maar het voelde vanaf de start al te zwaar voor het tempo dat ik liep. Het weer met de koude wind hielp niet en het was de tweede helft zwoegen om onder de 2:45 te blijven. Tot de 36 kilometer ging dat nog redelijk met tempo’s rond de 3:50-3:55 (schema was 3:45), maar de laatste kilometers schoot ik soms boven de 4:10 en dat is toch wel flink verval. Het is uiteindelijk met 2:44:48 gelukt om onder de 2:45 te blijven, maar voor het eerst heb ik serieus overwogen uit te stappen. Ik had echter geen pijn of last last en ik vond dat ik vanwege vermoeidheid niet van mezelf mocht stoppen of wandelen. Achteraf ben ik daar trots op en gezien het verval in vooral de laatste zes kilometer is sub-2:45 geen verkeerde tijd, maar het ging, zoals gezegd, niet van harte en ik was er eigenlijk al bang voor. Ik raakte de vermoeidheid ook tijdens het taperen maar niet kwijt.
Technisch bleef ik netjes lopen, maar te geforceerd — soepelheid is toch wel vereist op een marathon, denk ik, maar ja, dat kun je niet forceren (…).
Ik heb, denk ik, te hard gewerkt, te rigide getraind en te weinig rust genomen en plezier gehad, ook mentaal. Nu is het tijd om uit te rusten en het plezier te hervinden. Hieronder een opsomming van wat ik denk dat goed en niet goed ging. Niet om nu iets mee te doen, maar voor na het herstellen. Zoals mijn trainer zei: even goed herstellen en weinig of even niets doen. Ook: even geen doelen. Behalve dan plezier en rust!
Met Patrick Kwist — ik weet niet op hoeveel kilometer dit ongeveer was
Wat ging goed?
Ik heb de laatste drie weken qua omvang gas terug genomen. Dat ging dus op zich goed, maar ik kwam toch nog steeds op 100 en 70 kilometer in voorlaatste weken. In de laatste week heb ik echt veel gerust, maar de vermoeidheid raakte ik niet kwijt.
Het koolhydraatstapelen ging goed, naar zie ook het punt ‘gewicht’ hieronder.
Vooral zaterdag heb ik echt een heel ontspannen dag thuis gehad.
De hele week heb ik eigenlijk best goed geslapen, zelfs de nacht van tevoren.
Het samen starten in de hotelkamer, elkaar moed inpraten en na afloop met elkaar de marathon vieren. Dat blijft geweldig en kan alleen in zo’n mooie groep! Er zijn veel mooie tijden en PR’s gelopen en onderdeel van zo’n groep zijn vraagt gewoon om een gezamenlijk feestje. We kunnen heel trots zijn op de groep en op onze trainer!
Na afloop de marathon vieren
Wat ging niet goed?
De Maurten-drinks en gels vielen niet goed en ik vermoed dat het vooral die bidon Maurten 320 in de ochtend was. Die viel, naast een normaal ontbijt, als een blok op de maag. Vanaf ongeveer 38km lichte steek in rechterzij. Geen groot probleem, maar normaal heb ik dat nooit
Te laag gewicht: na het stapelen en veel water drinken woog ik 55,5kg op wedstrijdochtend (BMI 16.9), maar dagen voor het stapelen bleef ik steken op 54,8kg en dat is een BMI van 16.7. In beide gevallen veel, veel te licht.
De wind en temperatuur: ik bleef het maar koud houden en dan helpt zo’n laag gewicht niet. Ik kreeg door koude, gevoelloze vingers de gelletjes niet goed open en heb er een minder dan beoogd genomen.
Ik heb te weinig gedronken tijdens de marathon. De bekertjes hadden geen sponsje en ik heb maar ongeveer 5 keer een slokje kunnen nemen. Het water was ook veel te koud. (Dit zijn allemaal geen excuses natuurlijk, maar gewoon dingen die me opvallen.)
Ik was extreem vermoeid, had direct al heel zware bovenbenen. Te weinig rust genomen, vermoed ik.
Door de vermoeidheid heb ik niet soepel gelopen. Op filmpjes zag ik dat ik, zoals ik ook voelde, wel netjes liep qua houding en en cadans, maar het was geforceerd. Dat voelde ik aan mijn linkerheup. Geen pijn, maar was ook eerder al teken van niet soepel lopen door vermoeidheid.
Ik vond het schema zwaar. Te veel omvang, ook opeens meer omvang in tempo en weinig herstel. Daar ben ik vooral zelfs schuldig aan, want in de voorlaatste herstelweek liep ik de trilmarathon van het Kroondomein (link), maar aan het einde van de tweede herstelweek hadden we het trainingsweekend. Doordeweeks heb ik toen veel te weinig gas terug genomen en met zo’n weekend erbij kwam er 150km op de teller. Dat is het tegenovergestelde van een rustweek.
Dit zijn, als iemand dit al leest, natuurlijk vooral notities voor mezelf om later nog eens door te nemen. Ik heb niet de illusie dat je de voorbereiding zo kunt doen dat je gegarandeerd je voorgenomen PR loopt. Zo werkt het lichaam niet, zo werken de omstandigheden niet en zo is de marathon niet.
Ik had het er nog met mijn groepsgenoten over, die dit overigens toch ook wel een zware editie vonden; het mooie, en dat is niet altijd leuke, van een marathon is en blijft dat je ‘m niet kunt voorspellen. Natuurlijk moet de voorbereiding goed zijn, maar je moet ook je dag hebben.
Vandaag lekker yoga, rekken, strekken en een flinke massage en voor de komende tijd: leren accepteren — dat was van tevoren sowieso een doel voor als het PR er niet inzat. Ik denk dat het me gaat lukken!
De laatste taper-week begon met een dag niet hardlopen — wel nodig na de leegloop op zaterdag en een hersteltrailtje op zondag. In plaats van hardlopen een goede yoga-sessie (wederom https://www.youtube.com/watch?v=-Nc55aCPKmE; die bevalt al jaren heel goed) en op dinsdag een tempotraining van 12 kilometer met als kern 5000m op marathontempo. Dat ging niet vanzelf, maar ook wat te hard en het voelde ook niet echt heel zwaar. Ik voelde al wel dat ik nog echt zware benen had.
Op woensdag een herstelloopje van 8 kilometer — niets geks, gewoon even lekker naar buiten en verder koken voor de komende drie dagen koolhydraatstapelen.
Control-freak?
Heerlijk, hoor — ontbijten met een warme bagel met banaan en appelstroop
Op donderdag volgde de traditionele marathonavond bij RA. We liepen op heel rustig tempo een rondje langs het marathonmonument, de vers gespoten start- en finishmarkeringen en er was voldoende tijd voor foto’s en gesprekken — heerlijk.
Hier komt straks de finish-lijn
Traditionele groepsfoto bij het marathon-monument in hartje Rotterdam
Na afloop bij RA aan Carla’s verse appeltaarten met een kop thee of een 0.0. Het was een mooie avond en hoewel ik me ertoe moest aanzetten te gaan — zelfs hier al geen zin meer in? — knapte ik er mentaal enorm van op. Het is heel mooi en waardevol om met een groep ergens naartoe te werken en dan op deze manier de voorbereiding gezamenlijk afsluiten.
Tijd voor taart!
Op vrijdag volgde weer een yoga-sessie en haalden Eva en ik de startnummers op — zij loopt de halve met haar werk.
Startnummers halen op de Expo in het Beurs-gebouw
Na de expo hebben we lekker bagels gegeten bij Bagels & Beans.
Op zaterdagochtend om 8.00 uur deed ik de finale wedstrijdvoorbereiding: een herstelloopje van 5km met aan het einde 5×100 meter sprints. Traditiegetrouw voelde dat loeizwaar. Dat was voor Berlijn ook het geval. Nu geloof ik niet dat dit dan zegt dat het zondag in Rotterdam ook goed zal gaan, maar het tegenovergestelde is ook niet het geval. Het zegt eigenlijk gewoon niet zo veel, maar het voelde wel goed om nog even wat gedaan te hebben, want de rest van de zaterdag bestond uit wat huishoudelijke taken, maar vooral ook in het zonnetje koffie en thee drinken, goed eten en rusten op de bank. Als laatste activiteit in de middag het outfit klaarleggen, startnummer opspelden en tas voor morgen pakken.
Het kan maar klaar liggen!
‘s Avonds hebben we heerlijk samen een film gekeken en we zijn netjes op de normale tijd naar bed gegaan. Gewoon niets geks doen, dus. De rest van de week sliep ik goed en die laatste nacht, tja, die loopt zoals ‘ie loopt. Klaar voor morgen!
Zo, ook mijn eigen racefiets, een Opera (Pinarello) met Dura-ace heeft een servicebeurtje gehad bij Pro Fietsen in Rotterdam. De fiets hangt inmiddels weer netjes aan de muur — klaar voor mooie ritten, maar pas na de marathon volgende week zondag.
Klaar voor het nieuwe seizoen!
Het was leuk de fiets af te halen, want er zit altijd een mooi gesprekje bij — ook nu weer over de marathon overigens, maar dat is niet zo gek bij een wieler- en triatlonzaak in hartje Rotterdam.
De eerste tapper week begon met twee trainingen op maandag: een heuveltraining met 14 kilometer op 5 procent helling en later nog een herstelloopje van 5 kilometer. Op de dinsdag volgde een zware training: 2x3km, 2x2km en 2x1km op marathontempo. Zwaar, maar het voelde goed en niet te moeilijk. Het zonnetje scheen, dus dat hielp ook. Sowieso vind ik het wel fijn als de intervallen in een training steeds korter worden; je kunt dan al redelijk snel denken dat het zwaarste erop zit en dat is gewoon lekker. Ik liep weer de Altra Escalante Racers in en die voelden, zeker in de tempoblokken, lekker. Na de training zag ik dat de munt in de tuin al flink gegroeid was, dus ik zette lekkere verse muntthee. Heerlijk!
Verse muntthee uit eigen tuin!
Of het een goede hersteldrank ik, weet ik niet, maar het is wel erg lekker en verfrissend.
Op woensdag een herstelloop van 10,5 kilometer met helaas heel harde wind en die was op donderdag tijdens de baantraining duidelijk nog niet gaan liggen. Ik was erg moe vooraf, maar de 6x800m, 6x400m en 5x200m gingen in de goede tempo’s. Nou ja, iets te hard vooral de 200m’s, maar niet té gek.
Vrijdag deed ik de laatste lange core-workout (45 minuten) en op zaterdag de laatste lange duurloop van de keer 30km. Op het schema stond, voor degenen die twee weken voor de marathon hun laatste lange duurloop wilden doen een 35-39km op het programma met een MT-blok van 10 kilometer. Ik doe de langste duurloop meestal drie weken van tevoren en dat was deze keer niet anders. De trainer adviseerde het tempoblok daarop aan te passen, dus dat werd een blok van 5 kilometer. Helaas was het weer zaterdag erg slecht, met wederom harde wind en buien. Daarnaast klopte de route niet, maar ik kende de omgeving enigszins en wist dat er niets anders opzat dan omdraaien.
30 kilometer door de polder
Het was dus niet de fijnste loop en door de opgebouwde vermoeidheid voelde het ook best zwaar. Overigens trof ik in Midden-Delfland nog een kuitenbijtende hond — echt zo’n klein keffertje — maar het beest beet niet door en ik kwam er met de schrik vanaf. De Maurten-test — een bidon Maurten-160 vooraf, een gelletje op 10 en op 20 kilometer — ging gelukkig wel goed. Ik droeg sinds lange tijd weer eens de Altra Escalante Racers. Fijne schoenen, maar weinig demping en geen drop, dus het is wel werken.
Altra Escalante Racer
Na afloop trakteerde ik mezelf op een espresso, een paasei en een Suske en, noem het kinderachtig, een Suske en Wiske. Daar had ik nou gewoon eens zin in.
Jezelf trakteren na de duurloop
Op zondag had ik een rustdag met wat korte krachtoefeningen en een halfuurtje yoga. Het weer werd ‘s middags heel mooi en ik ben in mijn eerste motorritje van het jaar naar een tenniswedstrijd van Eva gereden. Koud, maar heerlijk zonnig — een mooie afsluiting van toch nog een flinke trainingssessie.
Aangezien het weer nog niet echt meezit en wielrennen, zo vlak voor de marathon, sowieso op een heel laag pitje staat — ook binnen op de Wahoo — bracht ik Eva’s Bulls 105 voor het eerst naar Pro Fietsen in Rotterdam. Wat een leuke, kleine zaak, met bovendien fijne service.
Een paar klusjes moesten gebeuren, zoals de derailleur afstellen en de remkabel vervangen, maar verder was het ook wel eens tijd voor een algemene servicebeurt. De fiets is al op leeftijd, maar voor onze gezamenlijke ritjes is het nog een prima ding. Het huis-tuin-en-keukenonderhoud, zoals schoonmaken, smeren en bandjes vervangen doe ik zelf, maar het balhoofd controleren en de speling wegnemen, daar begin ik zelf nog maar niet aan.
De Bulls (tweede fiets, achter de Opera) is weer klaar voor het voorjaar
Vandaag haalde ik Eva’s fiets, die tweede, rode fiets op de foto, weer op en ik bracht gelijk mijn Opera Dura-ace voor zo’n zelfde beurt. Zo zijn we straks, na de marathon over dik twee weken, allebei weer klaar voor de hopelijke mooie voorjaarsritten!
Dit was de laatste week voor de taper-periode, zeg maar afbouwperiode voorafgaand aan de marathon. Sommige hardlopers nemen daar twee weken voor, sommige lopers drie en anderen doen weer iets anders. (Er is veel literatuur over te vinden, overigens.) Ik bouw vanaf drie weken voor de marathon al rustig wat af.
De weekomvang was 130 kilometer met de piek in de duurloop op zaterdag — 38 kilometer, maar eerst een dubbele training op maandag.
Duurloop Schiedam-Boskoop
Die dubbelaar op maandag voelde te zwaar, zo direct na het flinke trainingsweekend. ‘s Morgens een herstelloop van 11 kilometer een aan het einde van de middag/begin van de avond nog eentje van 15 kilometer. Dinsdag volgde de tempotraining van RA, die ik wegens mijn gemoedstoestand zelf deed. Die training bestond uit inlopen, dan 1, 1.5, 2, 3, 2, 1.5 en 1 kilometer op MT en uitlopen — dat alles goed voor 20 kilometer. Ik had geen zin, maar ben toch gegaan. Ook nu lonkte de loopband, maar ik mezelf ertoe aangezet buiten te trainen. Dat voelde, gelukkig, goed! Er stond, zoals wel vaker de laatste tijd, een flinke wind, maar er was ook nog wat zon en dat deed me goed.
Ik testte die dinsdag de Altra Vanish Carbon getest. Niet super ’snappy’, zoals de carbonschoenen van Nike, maar ze voelden wel goed. Training was zwaar, maar voelde minder erg dan twee weken geleden. De tempo’s gingen dan ook te hard (3:35-3:40), maar wel goed en schoenen voelden goed op/boven MT. Elektrolytendrank van Torq getest. Geen last van de maag en dat was met die (last-minute) Isostar wel anders.
Altra Vanish Carbon getest
Op woensdag deed ik een herstelloop van 15 kilometer en op donderdag de baantraining bij RA (4x(500m, 1000m, 500m)+4x200m). Ook nu weer geen zin en na een dag met zon begon het precies om 19.00 uur te regenen. Balen, maar de training viel mee. Ik knapte er mentaal een beetje van op. De training voelde niet heel zwaar en dat op een heel natte baan; niet ontevreden.
Op vrijdag deed ik cross-training (een core-workout) en op zaterdag volgde de lange duurloop van 38 kilometer met acht kilometer op marathontempo aan het einde. Ik had die duurloop bewaard om, met een mooie omweg, naar mijn zus in Boskoop te lopen. De kei-, keiharde wind stond daar op zich gunstig voor, precies totdat ik het tempoblok startte. Enorme tegenwind en na vijf kilometer merkte ik dat ik moest forceren om netjes en op MT te blijven lopen. Dat voelde niet goed, dus ik heb het MT-blok afgebroken en de duurloop netjes afgemaakt.
In Waddinxveen, net na het MT-blok
In mijn hoofd schoot, na die vijf kilometer MT, al gelijk: ‘dan morgen maar de rest’, waarbij ik wist dat de rest dan niet de overgebleven drie kilometers waren, maar dat ik waarschijnlijk het hele tempoblok opnieuw zou doen. En zo geschiedde… Niet slim, maar het voelde, zeker na zo’n duurloop, helemaal niet verkeerd op zondag. Ik had wel vermoeide benen, maar ja, dat is wel een beetje de bedoeling van zo’n tempoblok aan het einde van een duurloop.
Ik had van tevoren wel zin in de duurloop op zaterdag; het regende nauwelijks, het was de langste van dit schema — dus daarna taperen — en ik had een mooie route langs veel water en groen bedacht. Mijn zus weer zien en lekker bijkletsen als kers op de taart — dat is mooi.
Een belangrijk onderdeel van deze duurloop was overigens nog het testen van de Maurten-drank en -gels. Nu ben ik eigenlijk niet zo van gels en deze vind ik ook veel te duur, maar na een interessante informatieavond bij Runnersworld in Rotterdam wilde ik het toch proberen. Het voelde goed, maar daarover binnenkort meer.
Ontbijt en start van de Maurten-test
Koffiedrinken bij mijn zus was heel erg fijn en een mooie afsluiter van de duurloop. Het is daarna ook helemaal geen straf om met de trein naar huis te gaan en je klaar te maken voor een mooie avond uit eten en theater.
Wederom was het mentaal een zware week; veel somberheid en weinig zin in, nou ja, eigenlijk zo’n beetje alles. Het dieptepunt lag weer op de donderdag, de dag van de groepstraining, maar het dal leek minder diep dan vorige week.
Op maandag deed ik een dubbele training (herstelloop+heuveltraining) op de loopband.
Herstel+heuvels op de loopband
Op dinsdag deed ik thuis de tempotraining, bestaande uit 5×10 minuten op MT. Ik moest vroeg college geven en kon ook enigszins op tijd naar huis. Daardoor kon ik de training nog in de ondergaande zon doen, al merkte ik doorheen de hele week dat de loopband lonkte. Waarom? Ik weet het niet, maar ik denk dat het te maken heeft met precieze tempo’s kunnen lopen (tempo instellen en rücksichtslos de band volgen) en ook met het ontwijken van andere mensen. Ik heb daar, zeker na een werkdag, geen zin meer in. Dinsdag scheen echter het zonnetje en ik vind de bovenstaande neiging niet goed, dus toch naar buiten gegaan. Dat voelde de eerste tien minuten niet fijn, maar toen ik het uitgezette rondje eenmaal een keer had gedaan, ging het steeds makkelijker en fijner. De tempo’s gingen goed en het zonnetje laadde me op.
Woensdagochtend voor mijn colleges deed ik een VO2Max-training op de Wahoo (met, het kan nooit kwaad, een flinke bak UV-licht om de stemming wat op te vijzelen) en donderdag volgde de avondtraining bij RA op de baan — 9x1000m in rondjes 86’. Dat was het plan, maar het ging wat beter dan gedacht, dus de rondjes gingen vaker naar de 83’-84’, maar dat is marge, vind ik. Het voelde beter dan verwacht, maar die tegenzin van tevoren is wel heel erg vervelend.
Wahoo, koffie en UV-licht…
Vrijdag een herstelloopje van 12km dat te zwaar voelde en zaterdag een core-workout, maar niet hardlopen. Lekker een dag met Eva en een wandeling met mijn zus. Ik voelde me moe, dus de workout in de ochtend was wellicht niet zo’n goed idee. Niet lopen was dat wel, want op zondag stond een lange trail op het programma.
Het plan voor zondag, dat al maanden geleden met mede RA-leden was gesmeed, was een trail van 43km. Mijn trainer vond dat, gezien mijn mentale staat, geen goed idee, maar 35 ‘mocht’ wel. De eerste 15 tot 20 kilometer had ik helemaal geen zin, ondanks leuk gezelschap van Marco en Ton en een schitterende route. Daarna ging het steeds gemakkelijker en kreeg ik er ook meer plezier in.
Mooie trail rond de bossen van Oosterhout
Vanaf 26-27km ging het praktisch vanzelf. Raar, niet? Ik appte dat ook aan mijn trainer en zij reageerde met ‘Zin die kwam is niet gek. Als je in je ritme en ontspanning komt + focus ( niet denken maar doen) wordt het leuk.’ Ik denk dat daar heel veel waarheid in zit; ik leef veel in mijn hoofd en gevoel laten spreken blijft lastig. De laatste drie kilometer waren overigens wat zwaarder, maar gingen ook in een hoger tempo; nog even lekker een stukje harder. Dat voelde dan wel weer goed, maar laatste km vrij zwaar.
Na afloop hebben we lekker koffie gedronken bij pannenkoekenhuis De Hannebroeck en natuurlijk met z’n drieën lekker een pannenkoek gegeten. Erg lekker en, vanaf dus een kilometer of 15 en achteraf, een heel mooie dag en de afsluiting van een week met flinke omvang.
Heerlijke pannenkoeken!
Nu de rest van de dag rustig aan doen en herstellen.
De achtste week in het marathonschema voor Rotterdam 2023
Het was een flinke week; druk met werk, mentaal helaas niet fit en toch flink wat kilometers en trainingen voor de boeg. Eva was dinsdag jarig, dus een etentje bracht wel een welkome afleiding. Héroine in Rotterdam bleek een aanrader — leuke bediening en aankleding en heerlijke, originele gerechten waar duidelijk veel aandacht aan was besteed.
Dinsdag zat qua werk en dus een etentje propvol. Daarom heb ik maandag maar een dubbele training gedaan. ‘s Morgens een rustig loopje van 9km en aan het einde van de middag een heuvelloop met 12 kilometer op 5% — loopbandwerk dus, maar daar heb ik helemaal geen hekel aan. Die tweede training voelde lekker en ik had geen last van het herstelloopje ‘s morgens. Ik voelde de wedstrijd van de dag ervoor nog wel wat in de benen.
Op woensdag deed ik de marathontraining van RA. Die bestond uit 3000m+1500m+3000m+1500m+3000m op marathontempo (3:40-3:45). Het eerste blokje voelde wat zwaar, maar dat is vaak vooral de gedachte dat ik pas aan de eerste interval bezig ben. Daarna ging het steeds gemakkelijker. Op donderdag volgde de baantraining en ik had er echt helemaal geen zin in. Het gaat mentaal weer wat slechter en hoewel ik me bewuster ben van mijn gevoel en wat ik daarmee kan (en niet kan of hoef), beleefde ik geen lol aan de training, ondanks een begripvolle trainer en een leuke groep. De koude en wind hielpen niet, maar daar had ik vroeger nooit zo’n moeite mee. De harde baantempo’s voelden oké, dus daar lag het ook niet aan. Ik houd het op een sombere dag en soms is dan het beste gewoon te accepteren dat het niet leuker wordt. Morgen weer een dag.
Vrijdagochtend liep ik, tussen werkafspraken door, een herstelloopje van 12 kilometer. Dat voelde zwaarder dan het hoorde. Normaliter hecht ik niet echt waarde aan de suggesties van Garmin, maar deze week kreeg ik steeds meldingen van ‘overtraining’ op basis van een verlaagde hartritmevariabiliteit (HRV). Helemaal toevallig lijkt me dat niet.
Overbelasting volgens Garmin…
Op zaterdagochtend voelden mijn benen, wellicht door de planning en algehele drukte, nog flink zwaar. Op vrijdagavond was ik ook nog naar de Motorbeurs in Utrecht, dus het was allemaal wat veel. Ik probeer zo’n volle agenda sinds een jaar te voorkomen, maar soms loopt het gewoon zo. Ik had zaterdagochtend weinig zin in het lopen — een 33km-duurloop met 6000m op marathontempo aan het einde, maar ik ontbeet goed en na wat huishoudelijke taken (en de noodzakelijke koffie) ben ik toch met wat zin gaan lopen. Er woei een loeiharde wind, maar ik had een rondje bedacht dat begon in Schiedam en dan door Vlaardingen naar Maasland, Gaag, Schipluiden en langs Abtswoude terug naar Schiedam liep. Daarbij had ik de eerste helft (keiharde) tegenwind — altijd lekkerder dan andersom. (Toevallig lees ik nu de biografie van Lieuwe Westra en hij plande zijn wielerrondjes ook altijd expres met tegenwind in het begin.)
Mooie, winderige route
De fikse hagelbui waarin ik belandde was minder fijn, maar ik zat er niet zo mee en ik heb flink van de soms goed schijnende zon kunnen genieten. Fietsers met tegenwind inhalen, hoewel het een beetje flauw klinkt, geeft natuurlijk ook gewoon een lekker gevoel. Het rondje gaf ook mooie, oer-Hollandse uitzichten — schitterend!
Nabij Schipluiden; hoe Hollands wil je het hebben?
De duurloop van 33 kilometer voelde ‘normaal zwaar’, maar wel op een fijne manier — ik had er ook gewoon plezier in. Het zonnetje hielp daarbij erg. Het tempoblok van 6000m op marathontempo aan het winde was pittig, maar ging goed. Het overheersende gevoel was dat ik er best voor moest werken, maar dat het ook goed en leuk voelde. Dat noem ik winst aan het einde van deze week. Soms betrap ik mezelf erop dat ik voel dat alles zonder moeite zou moeten gaan, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Een training mag best zwaar voelen, zolang het maar niet té zwaar is.
Morgen herstellen — misschien een herstelritje op de Wahoo, maar misschien ook gewoon niks. Na een week van 115 kilometer zie ik het wel.
Het plan voor de Bruggenloop was weggaan op circa 3:40. Je loopt dan een tijd van 55:00 minuten — net een paar seconden eronder zou natuurlijk mooi zijn. Toch was het hoofddoel voor vandaag, in deze herstelperiode, vooral lekker te lopen. Proberen te genieten van het lopen en de mensen en liever netjes en constant lopen dan te hard gaan. Lukt het tempo? Mooi. Lukt het niet? Ook goed. Tijd is nu enigszins ondergeschikt aan plezier.
Gezamenlijk inlopen voor de Bruggenloop
Na het gezamenlijk inlopen met RA klink het startschot. Het was flink koud, maar de korte broek en het thermoshirt bleken een goede keus. Tijdens de wedstrijd hield ik me goed aan het plan en ik ging weg op 3:40. In het begin ging het wel iets sneller, maar netjes vlak gelopen. 3:39 gemiddeld, maar iets langer dan 15km en dus helaas net geen sub-55. Officiële eindtijd was 55:03.
Net een paar seconden boven de 55 minuten is natuurlijk stom, maar ik ben toch blij dat ik me gehouden heb aan het tempo en ook dat het niet zo zwaar voelde. Ik ben totaal ook niet diep gegaan en heb vrij ontspannen en vooral lekker gelopen. Dat is de winst vandaag — echt genoten van de wedstrijd en het was leuk met een grote groep te zijn.
Na afloop van de Bruggenloop
Eva heeft helemaal super gelopen; ze wilde sub-1:20 lopen en liep 1:18:43. Heel mooi!