Al met al vond ik de voorbereiding op De Zestig van Texel, en dat is toch het grootste deel van de tijd die je besteedt aan zo’n doel, minder leuk dan ik had gedacht. Toegegeven, niet elke duurloop hoeft ‘leuk’ te zijn of helemaal goed te voelen, maar er moet wel een zekere balans zijn tussen leuk en (relatief) lijden. Deze keer waren
er eigenlijk te veel trainingen waarna ik dacht ‘Pff, die zit erop, nu al geen zin in de volgende’. Ik doe dit uiteindelijk toch voor de lol en dat plezier ‘moet’ je dan tijdens of op zijn minst achteraf toch wel ervaren. Het gaat terugkijkend overigens vooral om de lange duurlopen en sommige daarvan waren gek, maar echt leuk, zoals de loopbandmarathon en een marathon in 400’tjes rond mijn huis, maar andere ronduit verschrikkelijk, zoals de 46 kilometer op de baan in megaslecht weer. Dat was, zonder twijfel, de naarste en zwaarste training die ik ooit heb ‘afgewerkt’, want zo voelde het. Dat ik net ziek was geweest zal overigens niet hebben geholpen.
Het hele eiland rond
Ik kijk op De Zestig van Texel niet, maar op de weg ernaartoe wel dus met gemengde gevoelens terug. Zou ik het nog eens doen? Geen idee, want ik maak bewust nog even geen nieuwe plannen. Niet dat die niet direct de dag na de wedstrijd door mijn hoofd spookten, hoor, maar ik laat die gedachten even voor wat ze zijn.
De Zestig volbracht
Nu eerst rust, hopelijk wat meer wielrennen in mooi voorjaarsweer en dan maar eens verder zien.
Hoewel de laatste paar kilometers de zwaarste waren, vond ik de training voorafgaand aan De Zestig van Texel eigenlijk het zwaarst. Ik heb echt genoten van de wedstrijd, de aardige mensen die ik heb ontmoet en gesproken, het publiek en van de inspanning en prestatie zelf. Het maken van een schema, puzzelen omdat er weinig trainingsschema’s voor deze ultra-afstand zijn, oude bekenden contacten die ultra- en/of Texel-ervaring hebben, daadwerkelijk beginnen met trainen — dat was eigenlijk allemaal leuk en spannend.
De Zestig van Texel was naast een inspannende wedstrijd ook een gezellige dag
Wat minder leuk was, maar kan gebeuren, is dat ik zowel eind december, toen de trainingen al waren begonnen, flink de griepgolf meepakte. In februari surfde ik er, helaas, nog een keer op mee — tijdens de wintersportvakantie, nota bene, die ik daardoor bijna volledig met koorts in bed doorbracht. Daarnaast had ik, door de mij niet gewone hoogtemeters en zachte ondergrond op de Sallandtrail, een (achteraf bezien kleine) peesontsteking in de linkertibialis anterior, en tegelijkertijd een kies die na een fikse wortelkanaalbehandeling getrokken moest worden en nu, weken na dato, nog steeds pijnlijk is. Voor de kies moest ik eigenlijk ontstekingsremmers slikken, maar dat zou de genezing van de peesontsteking uitstellen. Zoals al eerder geschreven – een vervelende catch 22. Maar dat zijn incidenten.
Zeker naarmate het schema vorderde, werden de duurlopen me eigenlijk te lang. Misschien heb ik er ook gewoon te veel gedaan — in principe elke week, met elke vierde week een herstelweek – maar zodra de duurlopen de marathonafstand en verder bereikten, vond ik het vervelend worden. Ik vind de marathon, dik 42 kilometer, een magische afstand en een prestatie. Het gaat me niet om een medaille of waardering, maar een duurloop van 42, 46 of zelfs dik vijftig kilometer doen en dan gewoon de sleutel in het voordeurslot steken, omdraaien en… niets, dat is toch wat anders dan over de finishlijn komen, toegejuicht worden en je moe, maar voldaan en trots voelen.
Mijn trainingsschema voor De Zestig van Texel
Ik denk dat ik, zoals ik al eerder schreef, de voorbereiding (weer) té serieus heb aangepakt en De Zestig van Texel te veel als ‘marathon-plus’ heb beschouwd, met een schema dat veel, waarschijnlijk vrij onnodige, tempo- en intervaltrainingen bevatte en, zo leerde ik later van andere lopers, waarschijnlijk toch wel wat veel echt lange duurlopen. Gelukkig was zeker niet alles kommer en kwel, hoor; zo was mijn eerste ervaring met een back-to-back-duurloop erg goed.
Vandaag, tijdens een kort herstelloopje na gisteren, dacht ik aan een tekst die ik op verzoek ga schrijven binnen het thema ‘door het lint’. Daarover later meer, maar de gedachte was vooral: eigenlijk is het eerlijker om onderstaande foto na de 46 kilometer op de baan te posten, want die laat een stuk beter dan de foto in de vorige post zien hoe ik me na afloop voelde.
Waar eerdere projecten — de marathon op de loopband of de marathon in rondjes van 400 meter om het huis — vooral grappige, wat gekke experimenten waren en zo ook aanvoelden, was de 46 kilometer op de baan dit weekend vanaf het begin gewoon zwaar en, eerlijk gezegd, niet leuk. Regen, windkracht 6 op een open baan in de polder van Vlaardingen en dan 115 rondjes van 400 meter, met elk rondje meer dan 100 meter volle bak tegenwind — dat telt op. Ik was dan ook het grootste deel van de tijd alleen op de baan; niet zo gezellig, maar wel handig dat ik constant dezelfde baan kon houden. Ik jok overigens een beetje: er waren twee flinke eenden die me alle rondjes gezelschap hielden en tegen wie ik soms zelf ‘baan!’ moest roepen.
115 rondjes op de baan
De mentale trucs die me normaliter helpen, hielpen weinig. Vaak breek ik lange trainingen op in blokken, die tel ik af en ik probeer dan niet het geheel te overzien. Nu voelde ik vanaf rondje één dat ik al wel een stuk beter ben, maar nog niet volledig hersteld van de flinke griep vorige week. Mijn benen waren moe, mijn ademhaling was op zijn zachtst gezegd niet optimaal.
Na elk blok van 30 rondjes at en dronk ik wat. Dat werkte weer goed, maar het motiveerde me niet zoals normaal. Elk rondje dacht ik: dit is niet leuk. Het hoort erbij — sommige trainingen zijn gewoon niet leuk, maar ik merk, in voorbereiding op een ultra, zoals ik al eerder schreef, dat het ‘niet leuk’-aspect wel erg aanwezig is. Dat is iets wat ik serieus wil nemen, want het gaat, uiteindelijk, natuurlijk zeker niet ‘alleen’ om de Zestig van Texel zelf, maar ook om de weg ernaartoe; die is namelijk veel langer en ik gun mezelf daar meer plezier in dan ik nu heb.
Hier kon ik er al wel weer om lachen
Ik probeerde voor deze training op de baan van een van mijn oude atletiekverenigingen, AV Fortuna in Vlaardingen, trouwens voor het eerst de *track run*-optie van mijn Garmin-horloge. Dat werkt heel erg goed; gewoon beginnen met lopen aan de start van de baan en door automatische kalibratie wordt elk rondje bijna perfect gemeten. Je kunt op je horloge dan een tellertje met het aantal rondjes zien en hoewel ik daar maar niet te vaak naar heb gekeken, was het leuk dat het zo goed werkte.
Garmin-_track run_ werkte prima
Qua tempo was het overigens wel heel fijn om op de baan te lopen — je kunt heel constant een duurlooptempo aanhouden en ik had dat, met het oog op herstel en de lengte van de duurloop, wat lager gelegd.
46 kilometer op de baan in Vlaardingen
Conclusie: het was zwaar, nat en mentaal uitputtend. Daarmee was het, by far, de zwaarste training die ik heb gedaan. Het was uiteraard wel een nuttige training, want de omstandigheden kunnen op Texel zeker ook tegenzitten. Niet elke training voelt goed, niet elke training is leuk en ik vind het belangrijk daar ook eerlijk over te zijn. Soms is het gewoon werken, rondje na rondje, totdat het klaar is, maar in het grotere plaatje moeten dit wel de uitzonderingen zijn.
How to run a track marathon without an athletics track around? Number 2 in the ‘doing crazy stuff’ category: this Saturday, 7 February 2026, I went out early in the morning to do the 42K long run in preparation of the Zestig van Texel (60K). Of course I smuggled that 200m in to make it a marathon distance.
My wife ran the 30K Groet uit Schoorl run the day after in preparation of the Rotterdam Marathon in April. We had to leave somewhat early on Saturday, to make sure our son could still get his much needed sleep in the nice B&B we booked, Hoeve te Gast, around lunch time. It therefore was especially helpful to go for an early run today, although the initial plan was to do my long run in Schoorl — it is so beautiful out there! However, that would require even more planning, and it would have to be later in the afternoon. I find that suboptimal to say the least, because I know I’d be dreading it all morning.
The long runs for the Zestig van Texel are getting really long now, and I feel I have to keep things fun and a bit crazy. As the treadmill marathon two weeks ago was a fun experiment, I thought I’d do another somewhat crazy challenge. So, as I want to do a marathon on an athletics track someday in the future, but I don’t have a track really close to home, I thought I could do approximately 105 laps of 400m around the house, as I have used this ’track’ before to do a test run for the beer mile last year.
A lot of laps around the house add up to 42.2K (for privacy, I blackened out the street names)
It’s kind of nice that I have exactly a 400 lap around the house. This seemed like a fun challenge, it was convenient to not waste time, and, certainly not unimportantly, I could easily set up food and drinks in my garden. As I started before 7 am, it was also nice to see the sun rise and the neighbourhood awaken. (Some neighbours must have found it a bit weird to see me pass their house many, many times.) It was an efficient training, and although I won’t be doing this again anytime soon, I really, thoroughly enjoyed it; it was fun to count laps instead of kilometers (I set auto lap on my Garmin at 400m, which worked quite well — I had to take the opposite street sometimes to correct for some cut-offs, but that was totally fine), it felt easy to maintain good endurance pace, and I felt like I still had a decent amount of energy left at the end. To prevent problems from the 105.5 x four corners, I changed direction each 25 laps, which also helped mentally — I counted laps until change of direction, which felt easier than having to think about doing more than 100 laps. This was, apart from the physical training, also a really good mental training, I think. I did not listen to any music and I had no other distractions than coming up with new counting games along the way.
The final figures
For those interested, here are all the laps.
105 laps (and a bit…)
All in all, this 105.5 x 400m marathon gave me a really good feeling and upon completing the 105.5 laps (42.23K in 03:08:16; 4:28 min/km), I could only smile. Then, head of in kind of a rush to the shower and off to Schoorl!
A convenient place to store some food and drinks
Note 1: The real initial plan was to run the Coast Marathon Nationaal Park Hollandse Duinen that Saturday, which seemed like a good preparation for the Zestig van Texel. However, it was not only a hassle to organise in the same weekend as the Groet uit Schoorl run, but I found it really too expensive. Not only the ticket was too expensive for my taste (85 euro), but after clicking through numerous screens and filling in a lot of forms, I also had to buy a national park ticket (or whatever it was) and an expensive parking ticket. That just did it for me — running does really seem too get expensive lately and I found this too much for what is was.
Note 2: As our son sleeps in the same room, we went to bed very early on Saturday. I woke up very early too, so after some tossing and turning, I decided to slip on the running shoes around 6 am and go out for a recovery run, which I would have done in the afternoon at home otherwise. Although it was still dark and there was little lighting on the streets and cycling paths, I really enjoyed running here, and the legs felt a bit stiff after yesterday’s marathon, but nothing noteworthy and that gave me a confidence.
Groeten uit Groet (‘Greetings from Groet’)
The surroundings were beautiful, very quite still and the second half of the 10K run, I ran on the route my wife would run later that day. It’s always fun to see the barriers on the roads, the brand advertisements and kilometer signs along the way!
On Friday 23 January, 2026, I ran a marathon on my treadmill in preparation for a 60K ultra-marathon (the Zestig van Texel). As I was at home with my 1.5 year old son, who I could keep monitored while he was asleep this way, this long run had to be done on the treadmill in my garage.
Most of my long runs I run at 4:20-4:30 per kilometer, but I thought it would be a ‘fun’ challenge to run a sub-3 hour marathon on a treadmill once, requiring a pace of at least 4:16 per kilometer. Will I make it within 3 hours?
For those interested in doing a treadmill marathon themselves, or those who just want to see an admittedly somewhat crazy experiment, I have made a summary video (<5 minutes) showing running footage with pace, distance and other details overlayed, and some technical details, lap times, evaluation et cetera. Watch it at https://youtu.be/ZMJDv8gvqso.
It was a fun experiment, but an experiment at that. I don’t plan doing another treadmill marathon soon.
Na een drukke werkdag werk ik tegen de avond een flinke hardlooptraining af; blokken in marathontempo, te wegen 2, 3, 4, 3 en 2 kilometer. Aan alles voel ik de trail van zondag (37km) en de herstelloop en heuveltraining van gisteren (29km) nog in de benen.
Voor het laatste blokje hijg ik even uit en neem een slokje water. Een vrouw stopt even, kijkt me aan en vraagt of ik een chocolaatje wil. ‘Nee, bedankt,’ zeg ik, ‘nog een versnellinkje en dan zit het erop.’ Tijdens het laatste blokje heb ik spijt van mijn antwoord, want de training van toch weer 21 kilometer met 14 kilometer op MT valt me zwaarder dan me lief is en een bonbonnetje is toch wel lekker.
Het laatste blokje gaat gepaard met wat hagel/natte sneeuw. Eenmaal terug bij de bidon zie ik dat die verplaatst is. Er ligt een vershoudzakje vol chocola onder.
Een lief gebaar — soms heb je dat even nodig
Deze mij onbekende dame wist beter wat ik op dat moment nodig had dan ikzelf — niet per se chocola, maar een lief gebaar op een lange, sombere dag. Na de laatste interval heb ik er lekker een genomen en dat voelde heerlijk.
Het was een flinke week; druk met werk, mentaal helaas niet fit en toch flink wat kilometers en trainingen voor de boeg. Eva was dinsdag jarig, dus een etentje bracht wel een welkome afleiding. Héroine in Rotterdam bleek een aanrader — leuke bediening en aankleding en heerlijke, originele gerechten waar duidelijk veel aandacht aan was besteed.
Dinsdag zat qua werk en dus een etentje propvol. Daarom heb ik maandag maar een dubbele training gedaan. ‘s Morgens een rustig loopje van 9km en aan het einde van de middag een heuvelloop met 12 kilometer op 5% — loopbandwerk dus, maar daar heb ik helemaal geen hekel aan. Die tweede training voelde lekker en ik had geen last van het herstelloopje ’s morgens. Ik voelde de wedstrijd van de dag ervoor nog wel wat in de benen.
Op woensdag deed ik de marathontraining van RA. Die bestond uit 3000m+1500m+3000m+1500m+3000m op marathontempo (3:40-3:45). Het eerste blokje voelde wat zwaar, maar dat is vaak vooral de gedachte dat ik pas aan de eerste interval bezig ben. Daarna ging het steeds gemakkelijker. Op donderdag volgde de baantraining en ik had er echt helemaal geen zin in. Het gaat mentaal weer wat slechter en hoewel ik me bewuster ben van mijn gevoel en wat ik daarmee kan (en niet kan of hoef), beleefde ik geen lol aan de training, ondanks een begripvolle trainer en een leuke groep. De koude en wind hielpen niet, maar daar had ik vroeger nooit zo’n moeite mee. De harde baantempo’s voelden oké, dus daar lag het ook niet aan. Ik houd het op een sombere dag en soms is dan het beste gewoon te accepteren dat het niet leuker wordt. Morgen weer een dag.
Vrijdagochtend liep ik, tussen werkafspraken door, een herstelloopje van 12 kilometer. Dat voelde zwaarder dan het hoorde. Normaliter hecht ik niet echt waarde aan de suggesties van Garmin, maar deze week kreeg ik steeds meldingen van ‘overtraining’ op basis van een verlaagde hartritmevariabiliteit (HRV). Helemaal toevallig lijkt me dat niet.
Overbelasting volgens Garmin…
Op zaterdagochtend voelden mijn benen, wellicht door de planning en algehele drukte, nog flink zwaar. Op vrijdagavond was ik ook nog naar de Motorbeurs in Utrecht, dus het was allemaal wat veel. Ik probeer zo’n volle agenda sinds een jaar te voorkomen, maar soms loopt het gewoon zo. Ik had zaterdagochtend weinig zin in het lopen — een 33km-duurloop met 6000m op marathontempo aan het einde, maar ik ontbeet goed en na wat huishoudelijke taken (en de noodzakelijke koffie) ben ik toch met wat zin gaan lopen. Er woei een loeiharde wind, maar ik had een rondje bedacht dat begon in Schiedam en dan door Vlaardingen naar Maasland, Gaag, Schipluiden en langs Abtswoude terug naar Schiedam liep. Daarbij had ik de eerste helft (keiharde) tegenwind — altijd lekkerder dan andersom. (Toevallig lees ik nu de biografie van Lieuwe Westra en hij plande zijn wielerrondjes ook altijd expres met tegenwind in het begin.)
Mooie, winderige route
De fikse hagelbui waarin ik belandde was minder fijn, maar ik zat er niet zo mee en ik heb flink van de soms goed schijnende zon kunnen genieten. Fietsers met tegenwind inhalen, hoewel het een beetje flauw klinkt, geeft natuurlijk ook gewoon een lekker gevoel. Het rondje gaf ook mooie, oer-Hollandse uitzichten — schitterend!
Nabij Schipluiden; hoe Hollands wil je het hebben?
De duurloop van 33 kilometer voelde ‘normaal zwaar’, maar wel op een fijne manier — ik had er ook gewoon plezier in. Het zonnetje hielp daarbij erg. Het tempoblok van 6000m op marathontempo aan het winde was pittig, maar ging goed. Het overheersende gevoel was dat ik er best voor moest werken, maar dat het ook goed en leuk voelde. Dat noem ik winst aan het einde van deze week. Soms betrap ik mezelf erop dat ik voel dat alles zonder moeite zou moeten gaan, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Een training mag best zwaar voelen, zolang het maar niet té zwaar is.
Morgen herstellen — misschien een herstelritje op de Wahoo, maar misschien ook gewoon niks. Na een week van 115 kilometer zie ik het wel.
‘Pubers haken af bij sportclub door vaste trainingstijden en verplichtingen’ (NOS)
Hoewel het in hoofdzaak om jongeren gaat, spreekt het stuk over onderzoek dat ook keek naar ‘volwassen van 18 tot 44 jaar’, die ‘ook moeite [hebben] met sporten in verenigingsverband’, omdat het lastig te combineren is met druk werk en/of een gezin, zoals hieronder verder wordt toegelicht.
Volwassenen van 18 tot 44 jaar hebben ook moeite met sporten in verenigingsverband, blijkt uit het onderzoek. Zij kunnen het steeds lastiger inpassen in hun drukke leven met werk of een gezin. Deze groep volwassenen noemt tijdgebrek als grootste reden om niet te sporten. (Bron: NOS)
Hoewel er vervolgens wordt gesproken over redenen om niet te sporten en dat bij mij zeker niet aan de hand is, herken ik me wel in de problematiek — sporten bij een vereniging is, denk ik, goed voor je, zowel in sportief als mentaal en sociaal opzicht, maar het is ook weer een verplichting en eentje die, na een drukke dag vol werk en reizen, in de avond plaatsvindt, waardoor je door de weeks nog minder thuis bent en bijvoorbeeld samen met je partner rustig de tijd kunt nemen om te eten en de dag door te nemen. Als je het rapport zelf leest (zie links hieronder), zie je dat dé reden voor 19-30-jarigen en 31-44-jarigen om niet wekelijks te sporten ‘weinig tijd’ is.
Overzicht sporten bij een sportclub
Voor mij werkt het de laatste tijd ook erg slecht om pas in de avond een flinke hardlooptraining te doen, omdat ik er, om ik weet nog niet welke reden — er speelt nog wel meer dan een volle agenda, dan de hele dag tegenaan hik — zeker in de donkere wintermaanden. Ik zou tekenen voor een atletiekvereniging met (prestatie- en wedstrijdgerichte) ochtendtrainingen, als ik mijn werk zo georganiseerd zou krijgen, maar zowel het eerste als het laatste lijken op dit moment niet haalbaar. Ik merk wel dat ik, op dagen dat ik ’s morgens of tussen de middag een training kan doen, dat veel beter voelt.
Het NOS-artikel geeft verder niet veel informatie, maar op de site van NOC*NSF, dat opdracht voor het onderzoek gaf aan onderzoeksbureau Kantar Public, kun je het gehele onderzoeksrapport vinden. (Sneller is op deze link klikken.) Het is mooi en inzichtelijk vormgegeven, maar door de opzet lijkt er, naar mijn idee, soms weinig diepgang in te zitten, want alle redenen om wel/niet te sporten worden in een beperkt aantal categorieën weergegeven, maar wat er vervolgens achter die redenen schuilt, blijft wat onderbelicht. Ik vermoed ook grote individuele verschillen en verschillen per sport — ik denk dat er heel andere drijfveren en drempels spelen bij bijvoorbeeld hardlopen (kun je gemakkelijk alleen doen) en voetbal of tennis (wordt lastig).
Daarnaast lees ik weinig over prestatiegerichte sporters — er is wel een drijfveer ‘prestaties verbeteren’, maar dat is een schaal die, vermoed ik als ik naar de leeftijdsoverzichten kijk, loopt van ‘voorbereiden op wedstrijden’, vooral bij de jeugd, tot ‘niet achteruitgaan’ bij ouderen.
Zo, de eerste week van het marathonschema voor Rotterdam 2023 zit erop. Een weektotaal van 85km, met heuveltraining, MT-intervallen en baantempo’s. Vandaag de week qua hardloopkilometers afgerond met een duurloop van 25km; inclusief een blokje van 2000 meter op marathontempo aan het einde.
Voor dit marathonschema heb ik me voorgenomen wat meer plezier te hebben en wat minder hard rigide te trainen. Daarom ga ik proberen de lange duurlopen steeds naar iemand toe te lopen om bij te kletsen, koffie te drinken en niet de inmiddels geijkte routes te lopen.
Een saaie, druilerige foto die een aardige indruk geeft van de ochtend.
Vandaag, zaterdag 14 januari, liep ik naar een vriend die bij het Zuiderpark in Den Haag woont. De duurloop ging prima, evenals het MT-blokje, maar wat was het een slecht weer, zeg! De volle 25km in de regen en door diepe plassen. Nou ja, het hoort erbij en ik heb me toch goed vermaakt. Met koffie en bijkletsen in het vooruitzicht gaat dat ook net iets makkelijker.