Alex Reuneker

§350. De taal van een dichter: lexicale diversiteit in de genres van Lieke Marsman (6 juni 2026)

In Taal by Alex –

In samenwerking met Livia Rijkels voor Jong Neerlandistiek. Dit stuk is een bewerking van een paper dat Livia schreef voor de eerstejaarscursus Taal & Media, onderdeel van de bachelor Nederlandse Taal & Cultuur aan de Universiteit Leiden.

Lieke Marsman, voormalig Dichter des Vaderlands (2021-2023), overleed deze week op vijfendertigjarige leeftijd. Ze schreef meerdere dichtbundels, een roman en een filosofische essaybundel, die allemaal geprezen werden om de experimentele stijl en creatieve omgang met taal.

De volgende scan duurt vijf minuten

Gedichten en een essay in Marsmans ‘De volgende scan duurt vijf minuten’ (2018). Afbeelding van Uitgeverij Pluim.

Vaak wordt gedacht dat poëtisch taalgebruik afwijkend en ingewikkeld is (Van Alphen, Duyvendak, Meijer & Peperkamp, 1996). Marsmans diverse oeuvre nodigt uit om te bekijken in hoeverre de woordenschat in haar dichtwerk afwijkt van haar proza en essayistisch werk. Om dat te onderzoeken, stelde ik voor het eerstejaarsvak Taal & Media drie kleine steekproeven samen: willekeurige selecties van steeds tien pagina’s uit de dichtbundel In mijn mand (2021), de roman Het tegenovergestelde van een mens (2017) en de essaybundel Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025). Voor elke pagina in de steekproeven berekende ik de lexicale diversiteit in termen van MTLD of Measure of Textual Lexical Diversity, een maat die goed bestand is tegen verschillen in tekstlengte en lokale woordherhaling (zie Reuneker, Waszink & Van der Wouden, 2017). De metingen vergeleek ik door middel van een ANOVA-toets, om te kijken of ze, per genre in Marsmans werk, verschilden. In figuur 1 zie je dat er inderdaad verschillen zijn, maar die blijken (net) niet significant (F(2, 27) = 2.84, p = 0.07).

MTLD-scores in Marsmans poëzie, roman en essays

Figuur 1. MTLD-scores in Marsmans poëzie, roman en essays

Het verraste me enigszins dat Marsmans dichtwerk in In mijn mand het laagst scoort op lexicale diversiteit (81,72), gevolgd door de roman Het tegenovergestelde van een mens (102,18) en de essays in Op een andere planeet kunnen ze me redden (114,67). In figuur 1 is echter te zien dat de waarden in de steekproeven flinke variatie vertonen en dat de genres overlappen. Uit post-hocvergelijkingen blijkt dan ook dat de drie genres bij Marsman onderling niet significant verschillen in woordenschat.

De resultaten van dit kleine onderzoekje plaatsen een (eveneens kleine) kanttekening bij het idee dat poëtisch taalgebruik wezenlijk anders is dan ‘ander taalgebruik’. Het werk van Marsman laat dat, ook in de week van haar veel te vroege dood, goed zien. Zij leek zich niet te conformeren aan genreconventies: in haar dichtwerk noemt ze filosofen en hun denkwijzen, in de roman staan sommige hoofdstukken in dichtvorm en zowel de roman als de essaybundel bevat persoonlijke dagboekfragmenten, wederom met filosofische mijmeringen.

Wat de resultaten wellicht laten zien, is niet de afwezigheid van verschillen in woordenschat tussen genres, maar de aanwezigheid van Marsmans eigen, consistente stijl die door genregrenzen heen breekt. Zo schreef NRC vandaag dat haar poëzie ‘altijd helder, fris en toegankelijk’ was, ‘zonder daarbij hoge barrières of drempels op te werpen. […] Voor haar essayistiek gold hetzelfde […].’ Hoewel woordgebruik invloed heeft op de beeldvorming van literatuur, liet Lieke Marsman in haar werk zien dat je je niet hoeft te houden aan genreconventies, dat je de grenzen zelf bepaalt. Dat woorden essentieel zijn, zei ze zelf misschien wel het treffendst in De volgende scan duurt vijf minuten (2018):

Op andere momenten word ik overspoeld door wanhoop van de ergste soort, de soort die zich karakteriseert door een gebrek aan woorden: wanhoop die je alleen nog maar kunt omschrijven met het woord wanhoop.

De waarde van een tekst zit niet in het meetbare, in een toch enigszins afstandelijke benadering als lexicale diversiteit, maar in de daadwerkelijke, individuele lezing. In Zomergasten (2022) zei Marsman: ‘Ik wil een oproep tot leven zijn’. Laat dit stukje, ter nagedachtenis aan Lieke Marsman, een bescheiden oproep tot lezen zijn, een oproep haar werk — gedicht, verhaal of essay — er dit weekend nog eens bij te pakken en de woorden, haar woorden, op ons in te laten werken.

Livia Rijkels is student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is bewerking die zij met Alex Reuneker maakte van ze een paper dat zij schreef voor zijn eerstejaarscursus Taal & Media.

Leave a comment

§349. Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool (30 mei 2026)

In Taal by Alex –

I added a measure (somewhat) known as ‘lexical coverage’ to the Lexical Diversity Tool. This measure represents the percentage of words that occur in a list words from all Dutch newspaper texts in the SoNaR-500 corpus that, together, make up for 77 percent of all tokens in that corpus (although other corpora are used, see Staphorsius, 1994; Kraf, Lentz & Pander Maat, 2011). The higher this percentage, the easier the text, because more words may be supposed to be read before and thus ‘known’. Although this definitely says something about the lexical diversity (perhaps indirectly) of a text, it is used primarily to assess the reading difficulty of a text (see also Adolphs & Schmitt, 2003; Van Zeeland & Schmitt, 2013).

Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool

Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool

Because I have used of the (Dutch newspaper subcorpus of the) SoNaR-500 as a reference corpus, the measure only works for Dutch texts — for now at least. Although the implementation is still a bit rough, it is workable and correct, but be aware it is still in development.

Leave a comment

§348. New Boards of Canada album out (29 mei 2026)

In Overig by Alex –

The new record by Boards of Canada, as Scottish music duo, is out today! I’ve been a fan a long time, altough I’m not as obsessed as some others, who search for mathematical patterns in the music, trace all samples et cetera. I did, however, ponder over going to Berlin last week for the so-called ‘pre-release’ party, but I decided not to. Instead, yesterday the 28th of May, I went to a ‘listening party’ at Sounds in Delft.

Boards of Canada display at Sounds, Delft

Boards of Canada display at Sounds, Delft

It was a great experience listening to the album, Inferno, in full together with other enthusiasts. As with most Boards of Canada albums, it probably has to grow on me, but it certainly did not disappoint.

After listening to the full album, a canvas photo was handed out in a draw.

After listening to the full album, a canvas photo was handed out in a draw. (I didn’t win, it didn’t matter.)

Although sitting on the hard floor for the full length of the double LP wasn’t very comfortable with a broken colar bone and sling to support my arm and shoulder, it was still worth it — I had nice, music-nerdy conversations with others and we got some nice goodies from the friendly record store owners/label.

As I had already ordered my vinyl directly from Bleep, the record label, I took the Friday night to sit down in our study, put on a pair of really good headphones, and listen to the whole album on vinyl again, in all the peace and quietness of our home.

A nice place to listen to the record

A nice place to listen to the record

As the music is kind (?) of esoteric, and I’m, unfortunately, still a bit hazey from the painkillers, it was easy to get in the mood and thoroughly experience in the album in full. Call me a nerd, but I really enjoyed it and I felt grateful for that.

Leave a comment

§347. Referentiecorpus SoNaR-500 toegevoegd aan Keyword Analysis-tool (28 mei 2026)

In Taal by Alex –

Gisteren en vandaag was ik bezig met een woordfrequentielijst van het SoNaR-corpus (Oostdijk et al., 2013). Die lijst heb ik nodig om de Lexical Diversity-tool uit te breiden, maar ik heb het SoNaR vast als referentiecorpus toegevoegd aan de Keyword Analysis-tool.

Je kunt nu dus kiezen om trefwoorden in je (Nederlandse) tekst op te sporen door de tekst te vergelijken met het toch wel oude en veel kleinere CONDIV-corpus, of met het SoNaR-corpus. Andere beschikbare referentiecorpora zijn het BNC voor het (Brits) Engels, een Nederlandstalig popcorpus en een eveneens Nederlandstalig rapcorpus. Je kunt uiteraard ook nog steeds zelf een referentiecorpus toevoegen — dat is makkelijker dan je wellicht denkt!

In de onderstaande afbeelding kun je zien dat bijvoorbeeld het woord herkomstlanden significant vaker voorkomt in het NOS-artikel Onderzoek: deel collectie Oranjes mogelijk onrechtmatig verkregen dan in het SoNaR-corpus en dus iets zegt over de het artikel; het is een trefwoord of keyword.

Trefwoorden in vergelijking met het SoNaR-corpus

Trefwoorden in vergelijking met het SoNaR-corpus

Opmerkingen bij deze toevoeging zijn dat alleen Nederlandse krantenteksten zijn gebruikt voor de frequentielijst en, met het oog op processing in JavaScript en bestandsgroottes, alleen woorden die tien keer of vaker voorkwamen zijn meegenomen.

Je kunt de uitgebreide tool uiteraard direct gebruiken op https://www.reuneker.nl/files/keyword.

Leave a comment

§346. Konijn en sleutelbeen (24 mei 2026)

In Sport by Alex –

Gisterochtend, het was schitterend weer, weinig wind, zon, nog niet te warm, ging ik een heerlijk rondje wielrennen. Het plan was mijn verloren AirTag op te halen uit de bosjes ergens langs een fietspad in Hellevoetsluis. Dat zit zo: ik had een nieuwe Garmin-houder op mijn racefiets waarop ook een bel en een AirTag-houder zaten — een zogenaamde HideMyBell. Hád, want al bij de eerste keer bellen vloog de volledige bel eraf. Die raapte ik op, maar ik realiseerde me niet dat de AirTag er eveneens afgevlogen was. Daar kwam ik een paar weken later pas achter, toen ik op mijn telefoon zag dat die nog ergens in Hellevoetsluis was. (Overigens heb ik die houder gelijk vaarwel gezegd en ik ben ’terug’ gegaan naar een mooie houder van JRC Components zonder toeters en bellen.)

Het beoogde rondje Hellevoetsluis eindigde in Rockanje

Het beoogde rondje Hellevoetsluis eindigde in Rockanje

Een mooi ritje Hellevoetsluis via Rockanje op de zaterdagochtend dus. Heerlijk. Ware het niet dat ik in Rockanje, vlak bij strandafslag 2 op een mooi glooiend en enigszins zwierend fietspad verrast werd door een konijn of haas die uit de berm sprong. Er was geen redden aan, want voor ik het doorhad — en ik lette goed op, geen afleiding van wat dan ook — lag ik al onderuit. Het was een flinke klap, want volgens mijn fietscomputer reed ik zo’n 38 kilometer per uur. (Het was een heerlijk vlak stuk, zacht windje enigszins in de rug.) Resultaat: een gebroken sleutelbeen, flinke schaafplekken van schouder tot aan knie, fikse scheur in de helm en een nog bijna hagelnieuwe fiets waarmee het hopelijk niet al te erg gesteld is — en dat is tricky met een frame van carbon.

Een aardige hardloper hielp me en toen ik enigszins bijgekomen was, wilde ik opstaan en de balans opmaken. Oef, afzetten met de linkerarm was er niet bij. Twee vriendelijke wandelaars hielpen me daar ietsje later bij en vroegen of ze mijn schouder mochten zien. Je zag het sleutelbeen uitsteken, dus erg lastig raden wat er aan de hand was, was het niet.

Geen röntgenfoto voor nodig

Geen röntgenfoto voor nodig

Daarna belde ik vrouw en schoonvader om me op te laten halen en in de tussentijd zocht ik naar het ongelukkige konijn — of de ongelukkige haas, daar wil ik vanaf zijn. Die kon ik niet vinden en hoewel ik ‘m vol raakte, moet het beest het dus gelukkig hebben overleefd. (Arts later in het ziekenhuis: dat is dan een makkelijke prooi voor een vos. Fijn, heel bemoedigend voor deze vegetariër, dokter.)

Eenmaal in het ziekenhuis werd ik na wat wachten goed geholpen. Er werd een foto gemaakt om de breuk precies te kunnen zien en de dienstdoende arts gaf me diverse pijnstillers en morfine, want, zo zei hij, dit gaat flink pijn doen, ook met slapen.

Sleutelbeen doormidden

Sleutelbeen doormidden

Verder kreeg ik een soort mitella (een sling) en over een paar dagen, wanneer de ergste zwellingen weggetrokken zijn, moet er in het ziekenhuis worden gekeken of er geopereerd moet worden, waarbij een plaatje wordt geplaatst om de twee delen aan elkaar te zetten, of dat het vanzelf aan elkaar moet groeien. Sowieso wordt het, zo las ik later in een folder, zes tot acht maanden niet wielrennen en naar hardlopen heb ik nog niet durven kijken.

Natuurlijk baal ik enorm — van nu weinig tot niets kunnen doen, de pijn en moeizaam van alles in huis en straks op werk doen (typen met een hand…) en de nog bijna nieuwe Bianchi in de kreukels — al hoop ik dat dat laatste, zoals het gisterochtend het geval leek, bij het stuur blijft.

Hopelijk alleen het stuur

Hopelijk hoeft alleen het stuur afgeschreven

Maar ik ben ook dankbaar: er had ander verkeer bij betrokken zijn geweest, ik had een goede helm op die hoofdletsel heeft voorkomen en, voor mij wel een teken dat het mentaal goed gaat, na een paar scheldwoorden van schrik direct na de val was ik, in tegenstelling tot wat jaren geleden zou zijn gebeurd, niet boos of buiten zinnen en ik kon ik rustig en relativerend met de situatie omgaan.

Nu maar hopen dat het herstel voorspoedig gaat en dat er later op de dag geen vos is geweest die het arme beest alsnog de das om heeft gedaan.

Leave a comment

§345. Studiereis Berlijn 2026 (20 mei 2026)

In Taal by Alex –

Een tijdje geleden werden collega Sander Bax en ik door studievereniging Nieuw Nederlands Peil (NNP) uitgenodigd mee te gaan op studiereis naar Berlijn. Vorige week was het zover en vertrokken we met twintig studenten met de trein naar de hoofdstad van Duitsland.

Op studiereis in Berlijn

Op studiereis in Berlijn

De studenten hadden een mooi en vol programma opgesteld. Op vrijdag begonnen we met een literaire wandeling door de stad en waren we na de lunch welkom bij de Nederlandse Ambassade om een redenaarscompetitie bij te wonen. Drie studenten Nederlands uit Duitsland streden met elkaar om een plek in de internationale eindfinale later dit jaar in België. Een van onze studenten, Scarlett Vermeulen, nam plaats in de jury en uiteindelijk won Anna Matilda Zimmermann, studente Nederlands aan de Freie Universität Berlin die een indrukwekkende toespraak hield over Madelon Vriesendorp, een Nederlandse kunstenares en architect. Op zaterdag stond een bezoek aan het Höllandisches Viertel, een eindje buiten Berlijn in Potsdam, op het programma en ging een deel van groep ’s middags naar Paleis Sanssouci, terwijl wij met een ander deel verder Berlijn verkenden en uiteraard — je bent letterenstudent of niet — een flink aantal boekenzaken aandeden. Op zondag liep ik, net als zaterdag, eerst nog even een lekker rondje hard en vooral het zondagrondje voelde bijzonder: over een nog lege Unter den Linden de eveneens verlaten Brandenburger Tor zien opdoemen, dat gebeurt je niet vaak in deze Großstadt.

Een verlaten Brandenburger Tor

Een verlaten Brandenburger Tor

Daarna stond een bezoek aan de Alte Nationalgalerie op het programma. Hoewel de impressionistenverdieping helaas gesloten bleek — een tegenvaller, aangezien juist die stroming me erg aanspreekt — bleef er voldoende moois over om rustig te bekijken. Hoogtepunt was de zaal met werken van Caspar David Friedrich die vooral met de manier waarop hij licht lijkt vast te leggen imponeert. Vooral vooral Frau am Fenster heb ik de tijd genomen — het staat op verschillende manieren in contrast met de andere werken van Friedrich in de zaal en dat maakte het tot een indrukwekkende kijkervaring.

Friedrichs 'Frau am Fenster'

Friedrichs ‘Frau am Fenster’, afbeelding van caspardavidfriedrich.org.

Na een wandeling met wat omwegen — er moest wel een bakkerij met goede pretzels gevonden worden — liepen we naar het hauptbahnhof en vingen we de terugreis aan. We zijn slechts drie dagen weg geweest, maar het was bijzonder mooi om te zien hoe snel studenten van verschillende leerjaren met elkaar een groep vormden en hoe wij als docenten uitgenodigd werden daar deel van uit te maken. Het programma was interessant en goed gebalanceerd, maar ook de terloopse gesprekken maakten de reis meer dan de moeite waard; het zijn zulke gesprekken waar je met alle dagelijkse bezigheden te vaak niet aan toekomt. Veel dank dus aan alle deelnemers en in het bijzonder aan de reiscommissie van NNP!

Leave a comment

§344. Hoe kom je aan goede boeken? Over Eric de Rooijs ‘Uit tallozen, jij’ (18 mei 2026)

In Taal by Alex –

Hoe kom je aan goede, betekenisvolle boeken? En dan bedoel ik niet hoe je die boeken in je bezit krijgt, dat spreekt voor zich, maar hoe je ze op het spoor komt. De boeken die tot nu toe de grootste impact op mijn leven hadden, waren niet zelden toevalstreffers, zoals Yukio Mishima’s *Het gouden paviljoen* (1956) dat in de boekenkast van mijn muziekleraar stond en door een geïmproviseerd riedeltje op de mondharmonica – ik deed een poging tot een toonladder – ter sprake kwam. Het is een prachtige, schokkende en emotionele leeservaring waaraan ik nog vaak terugdenk en het boek was zonder die toevallige associatie, vermoed ik, nooit op mijn leesstapel beland.

Je kunt het toeval echter ook een handje helpen. Zit je verlegen om goede boeken en raden de eindeloze algoritmen van online boekenwinkels en -platforms je steeds hetzelfde genre aan? Dan is de zogenaamde ‘leesautobiografie’ een mooie manier om nieuw leesgeluk op het spoor te komen. In zo’n leesautobiografie doet iemand uit de doeken welke boeken hem of haar hebben gevormd. Zo schrijft Eric de Rooij, die ik persoonlijk ken, in het mooie en openhartige *Uit tallozen, jij. Een leven lezen* (2025) over de liefde voor lezen die werd aangewakkerd door de Alex-strips van Jacques Martin en de avonturen van Old Shatterhand in de boeken van Karl May. In een leesautobiografie hoeft het dus zeker niet alleen over ‘hoogstaande literatuur’ te gaan, wat dat ook moge zijn, maar het mag natuurlijk wel. Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden; van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline. Hoezeer ‘een leven lezen’ hem als persoon heeft gevormd, blijkt gaandeweg het boek, waarbij De Rooij verhaalt over homoseksualiteit, klassenongelijkheid en andere thema’s die bij het (op)groeien, van kind tot volwassene, van jongen tot man, van lezer tot schrijver, een grote rol kunnen spelen. De Rooijs openhartigheid deed me ook denken aan een fragment uit Man o man (2017) van Nathan Vos, die een klein hoofdstukje wijdt aan boeken die je, volgens hem, ‘kunnen helpen te beseffen wat het is om een man te worden en wat ervoor nodig is’, die je helpen je gevoelsleven te ontwikkelen in plaats van weg te drukken.

enter image description here

Eric de Rooij – Uit tallozen, jij (2025). Afbeelding van Uitgeverij Kleine Uil.

Dat literatuur een troostend effect kan hebben en dat de relatie met een boek kan aanvoelen vriendschap, wist de veertiende-eeuwse Italiaanse geleerde Petrarca al, vertelde hoogleraar Jürgen Pieters, auteur van *Een boekje troost* (2021), eens tijdens een conferentie. Daarbij speelt mee dat een boek een herkenbare werkelijkheid kan presenteren die het mogelijk maakt je eigen leven aan dat van een ander te spiegelen. Een dergelijke herkenning vond ik bijvoorbeeld in *Hersenorkaan* (2021) van de Vlaamse auteur Ann De Craemer, waarin ze op poëtische en vooral openlijke wijze vertelt over haar depressie. Haar depressie is duidelijk niet de mijne, maar toch bood het boek mij, op het juiste moment, herkenning en erkenning. Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van *Uit tallozen, jij* (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’ Mijn inzicht en uitzicht zijn inderdaad verruimd door De Rooijs beschouwingen. Evenals mijn almaar uitdijende boekenstapel, overigens, want dat is het risico van *Uit tallozen, jij*.

Meer informatie/bestellen: https://kleineuil.nl/boeken/uit-tallozen-jij.

Leave a comment

§343. Boxplots toegevoegd aan ANOVA-calculator (18 mei 2026)

In Taal by Alex –

Vorige week voegde ik aan de ANOVA-calculator post-hocvergelijkingen met Tukey HSD toe. Wat nu nog ontbrak, maar al wel in de t-toetscalculator kon, was het genereren van boxplots bij de data.

Inmiddels zit ook die feature in de ANOVA-calculator. Zodra je een ANOVA uitvoert, verschijnt automatisch een boxplot, zodat je goed de spreiding van de datasets kunt zien, zoals hieronder. (De data voor de boxplot zijn afkomstig uit Canning, 2014, p. 67.)

Lengte van soldaten in een boxplot

Lengte van soldaten in een boxplot

Je kunt de feature gebruiken op https://www.reuneker.nl/files/anova.

Bronnen

Canning, J. (2014). Statistics for the Humanities. Brighton. https://statisticsforhumanities.net/book.

Leave a comment

§342. Hoe kom je aan goede boeken? Over Eric de Rooijs ‘Uit tallozen, jij’ (18 mei 2026)

In Taal by Alex –

Hoe kom je aan goede, betekenisvolle boeken? En dan bedoel ik niet hoe je die boeken in je bezit krijgt, dat spreekt voor zich, maar hoe je ze op het spoor komt. De boeken die tot nu toe de grootste impact op mijn leven hadden, waren niet zelden toevalstreffers, zoals Yukio Mishima’s *Het gouden paviljoen* (1956) dat in de boekenkast van mijn muziekleraar stond en door een geïmproviseerd riedeltje op de mondharmonica – ik deed een poging tot een toonladder – ter sprake kwam. Het is een prachtige, schokkende en emotionele leeservaring waaraan ik nog vaak terugdenk en het boek was zonder die toevallige associatie, vermoed ik, nooit op mijn leesstapel beland.

Je kunt het toeval echter ook een handje helpen. Zit je verlegen om goede boeken en raden de eindeloze algoritmen van online boekenwinkels en -platforms je steeds hetzelfde genre aan? Dan is de zogenaamde ‘leesautobiografie’ een mooie manier om nieuw leesgeluk op het spoor te komen. In zo’n leesautobiografie doet iemand uit de doeken welke boeken hem of haar hebben gevormd. Zo schrijft Eric de Rooij, die ik persoonlijk ken, in het mooie en openhartige *Uit tallozen, jij. Een leven lezen* (2025) over de liefde voor lezen die werd aangewakkerd door de Alex-strips van Jacques Martin en de avonturen van Old Shatterhand in de boeken van Karl May. In een leesautobiografie hoeft dus zeker niet alleen over ‘hoogstaande literatuur’ te gaan, wat dat ook moge zijn, maar het mag natuurlijk wel. Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden; van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline. Hoezeer ‘een leven lezen’ hem als persoon hebben gevormd, blijkt gaandeweg het boek, waarbij De Rooij verhaalt over homoseksualiteit, klassenongelijkheid en andere thema’s die bij het (op)groeien, van kind tot volwassene, van jongen tot man, van lezer tot schrijver, een grote rol kunnen spelen. De Rooijs openhartigheid deed me ook denken aan een fragment uit Man o man (2017) van Nathan Vos, waarin hij een klein hoofdstukje wijdt aan boeken die je, volgens hem, ‘kunnen helpen te beseffen wat het is om een man te worden en wat ervoor nodig is’, die je helpen je gevoelsleven te ontwikkelen in plaats van weg te drukken.

enter image description here

Eric de Rooij – Uit tallozen, jij (2025). Afbeelding van Uitgeverij Kleine Uil.

Dat literatuur een troostend effect kan hebben en dat de relatie met een boek kan aanvoelen vriendschap, wist de veertiende-eeuwse Italiaanse geleerde Petrarca al, vertelde hoogleraar Jürgen Pieters, auteur van *Een boekje troost* (2021), eens tijdens een conferentie. Daarbij speelt mee dat een boek een herkenbare werkelijkheid kan presenteren die het mogelijk maakt je eigen leven aan dat van een ander te spiegelen. Een dergelijke herkenning vond ik bijvoorbeeld in *Hersenorkaan* (2021) van de Vlaamse auteur Ann De Craemer, waarin ze op poëtische en vooral openlijke wijze vertelt over haar depressie. Haar depressie is duidelijk niet de mijne, maar toch bood het boek mij, op het juiste moment, herkenning en erkenning. Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel is. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van *Uit tallozen, jij* (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’ Mijn inzicht en uitzicht zijn inderdaad verruimd door De Rooijs beschouwingen. Evenals mijn almaar uitdijende boekenstapel, overigens, want dat is het risico van *Uit tallozen, jij*.

Meer informatie/bestellen: https://kleineuil.nl/boeken/uit-tallozen-jij.

Leave a comment

§341. Post-hocvergelijkingen met Tukey HSD toegevoegd aan ANOVA-calculator (12 mei 2026)

In Taal by Alex –

Aan de ANOVA-calculator zijn inmiddels post-hocvergelijkingen met Tukey HSD toegevoegd. Waar je met de ANOVA kijkt in hoeverre er (significante) groepsverschillen zijn, toets je met zo’n post-hocvergelijking welke groepen uit de analyse onderling verschillen.

Stel je voor dat je de lengtes van zinnen, als deelaspect van complexiteit, van drie kranten met elkaar wilt vergelijken. Je neemt een aantal zinnen uit drie kranten en telt de zinnen. Je schrijft de volgende lengtes op.

Telegraaf: 9, 7, 2, 8, 4, 1, 6, 4, 1, 5, 9, 5, 9, 7, 7, 8, 7, 7, 3, 2

Volkskrant: 24, 10, 2, 11, 4, 5, 23, 25, 8, 16, 24, 3, 13, 12, 19, 16, 16, 5, 15, 11

NRC: 22, 22, 21, 28, 17, 2, 23, 7, 27, 14, 28, 23, 26, 2, 20, 16, 16, 4, 24, 24

Als we, met de calculator op https://www.reuneker.nl/files/anova, een ANOVA toepassen op deze gegeven, krijgen we de onderstaande resultaten.

Op de bovenstaande gegevens is een eenrichtings-ANOVA (Cramer & Howitt, 2007; Reuneker, 2025) uitgevoerd om het effect van krant op zinslengte (aantal woorden) te vergelijken. Uit deze eenrichtings-ANOVA bleek dat er een statistisch significant verschil was in zinslengte (aantal woorden) tussen ten minste twee groepen (F(2, 57) = 18.54, p = 0). Het effect is groot (η2 = 0.39); de groepen verklaren 39.42 procent van de variatie ten opzichte van het gemiddelde.

Let overigens op: de data zijn gefingeerd en verschillen met dergelijke effectgrootten kom je niet vaak tegen; het is maar een voorbeeld.

Maar we weten dan nog niet welke kranten nu eigenlijk van elkaar verschillen. Met een post-hocanalyse kun je precies dat toetsen; je neemt alle mogelijke paren (Telegraaf vs Volkskrant; Telegraaf vs NRC; Volkskrant vs NRC) en toetst per paar of er een significant verschil is. Dat levert, in deze fictieve proef, het volgende op.

Post-hocvergelijkingen (Tukey HSD) zijn paarswijs toegepast. Telegraaf (m = 5.55) verschilt significant van Volkskrant (m = 13.1), p < 0.05, q = 5.07. Telegraaf (m = 5.55) verschilt significant van NRC (m = 18.3), p < 0.05, q = 8.56. Volkskrant (m = 13.1) verschilt niet significant van NRC (m = 18.3), p > 0.05, q = 3.49.

Het tekstuele rapportje wordt door de tool automatisch gegenereerd, maar je kunt het natuurlijk herschrijven om het iets soepeler te laten lopen. Het belangrijkste is echter dat we nu weten dat het de Telegraaf is die afwijkt van de NRC en de Volkskrant, maar dat die laatste twee kranten onderling niet significant van elkaar verschillen in zinslengtes.

enter image description here

Post-hocanalyses in de ANOVA-tool

Je vindt in de https://www.reuneker.nl/files/anova, met een druk op de knop, uiteraard ook alle toetswaarden.

Leave a comment