Tussen de colleges door slenterde ik eventjes naar De Slegte. Zou er nog wat interessants van Reve staan? Dat stond er niet, maar nog voordat ik bij de R van bovengenoemde belandde, keek ik even bij de jeugdliteratuur. Mijn oog viel niet geheel toevallig op De Zevensprong van Tonke Dragt. Ik kijk in tweedehandsboekwinkels altijd even of er mooie edities van favorieten zijn, want van sommige boeken heb ik alleen een echt ‘leesexemplaar’.
Nou, er stond er een: een eerste druk en hoewel die niet per se kostbaar zijn, denk ik, werd ik er wel heel erg blij van — het is immers mijn favoriete kinderboek — zeker gezien de zeer goede staat waarin het verkeerd, inclusief stofomslag. Aangeschaft dus, het Reve-plankje even gelaten voor wat het was en koffie gedronken bij Bagels & Beans om, voor het laatste college van de dag, een eerste blik op het boek te werpen. Dat is nog eens een goede middag.
Zoals beloofd, deel ik hier ook de route als GPX-bestand. In de vorige posts heb je kunnen lezen hoe de Eendaagse van Nijmegen verliep. Het was een mooie tocht en op een paar vervelende kilometers gravel en grind na bleek de route die ik op basis van de wandelroutes had uitgezet eigenlijk zonder problemen te fietsen.
De route van de Nijmeegse Eendaagse
De GPX-bestanden met én zonder het gravelpad om Zandwinning de Banen download je hieronder.
Zoals je in de post over de Dag van Groesbeek kunt lezen, is het stuk gravel/grind van zo’n vijf kilometer met een gravelbike prima te doen en met een normale fiets waarschijnlijk ook wel, maar op een volbloed racefiets vond ik het niet fijn.
Het gaat er, kort gezegd, over dat het niet de herhaling van rondjes op de baan is die saaiheid veroorzaakt, maar het ondernemen van een activiteit die doelloos voelt en nergens toe leidt. Zodra sporters geloven in het doel van een activiteit kan die nog wel lang of repetitief zijn, maar zal saaiheid niets iets zijn om te overwinnen, maar iets wat erbij hoort, of niet eens duidelijk merkbaar is.
Hoewel het middaguur net geslagen heeft, heb ik er al twee dagen opzitten. Hoe vaak kun je dat zeggen? De pannenkoek heeft de nodige energie opgeleverd, de koffie gaf de benodigde kick om weer te vertrekken en ik heb zin in deze nieuwe dag. Het is heerlijk direct de mooie Zevenheuvelweg op te fietsen.
Het laat een diepe indruk achter: een rustig, vredig monument met ruim 2.600 grafzerken van overleden Canadese militairen die niet in het gebied van de verslagen vijand mochten worden begraven.
De meeste geallieerde landen besloten dat hun soldaten moesten worden begraven in het land waar ze hun leven gaven. Generaal Crerar, commandant van de Canadese landmacht in Europa, gaf echter het bevel dat geen enkele soldaat van de landmacht mocht worden begraven in Duitsland, de verslagen vijand tijdens de oorlog. Op een enkele uitzondering na (één soldaat van de Canadese landmacht begraven op het Reichswald Forest War Cemetery) zijn de Canadese soldaten die omkwamen in het Duitse Rijnland daarom begraven in Groesbeek, op Nederlands grondgebied. (bron: Wikipedia)
Hoe indrukwekkend ook, ik stap weer op de fiets en vervolg de weg naar Groesbeek, door het Groesbeekse bos naar Grafwegen, waar ik een stukje Duitsland meepak.
Even een stukje Duitsland
Daarna volgt de enige echte tegenvaller van de route; een gravelpad om Zandwinning de Banen. Voor wandelaars is dat uiteraard prima en rijd je op een gravelbike, dan zal zo’n vijf kilometer kuilen, zand en scherpe stenen geen probleem vormen, maar ik rijd hier op harde 25 millimeterbandjes (waarom pomp ik daar toch altijd wéér acht bar in?!) en ben blij als ik ter hoogte van het Limburgse Ven-Zelderheide, tegen de Duitse grens, weer een normale weg oprijd. Dat was net even te lang tandenknarsend hopen op het uitblijven van een lekke band. Over de Neutraleweg en de Sint Jansberg — Col du St. Jean met wel 3900 hoogtecentimeters!– rijd ik via Ottersum en Milsbeek naar Mook.
Met Malden aan de linkerhand en Heumensoord aan de rechter keert de route, net voor Nijmegen weer aan te tikken, om. Tijd voor de laatste etappe en een laatste koffiestop!
In de richting van Wijchen — uitgesproken als ‘Wiechen’, laat ik me corrigeren — waar het Museum Kasteel er rustig, maar niet verlaten bijstaat. Daar stap ik wél even af, want ik heb, sinds ik vroeger De Zevensprong van Tonke Dragt las, een zwak voor kastelen en burchten. Te lang lummelen kan niet vandaag, maar een korte stop op zo’n zeventig kilometer om de burcht, die in de zeventiende eeuw door Emilia van Oranje Nassau werd gebouwd op de restanten van een ruïne, moet kunnen. Het is een prachtig kasteel; goed onderhouden, met een mooie ophaalbrug en kasteeltuin.
Bij Kasteel Wijchen
Na Wijchen volgt een mooi pad dat eventjes langs de Maas slingert en dan door Alverna voert — een kerkdorp vernoemd naar het aldaar gestichte klooster, dat weer vernoemd is naar La Verna, een berg in Toscane waar zich een wonder zou hebben voltrokken. Via het Goffertpark en het stadion van N.E.C. volgt het weer wat stadsere Nijmegen Zuid, maar dat verruil ik al snel voor de Kwakkenberg.
Goffertstadion
Bordjes kondigen Berg en Dal aan en dat betekent niet alleen dat de klimmetjes op de Zevenheuvelenweg eraan komen, maar ook dat de middagstop zich aandient: pannenkoek bij De Ontdekking, een niet onbekende wielerstop met speciale wieleraanbieding en sponsorshirts aan de muur.
Ik twijfel, want mijn favoriet, een pannenkoek met boerenjongens — lees: rum en rozijnen — prijkt op de uitgebreide kaart, maar dat is me eerder al eens slecht bevallen; de rum liep in de benen en met vandaag nog zo’n honderd kilometer te gaan, speel ik op safe: het wordt appel en rozijn, zeker ook niet mis.
Een pannenkoek doet, net over de helft van de tocht, goed
Het is woensdag, maar de eerste ochtendetappe is de zogenoemde Blauwe Dinsdag — de Dag van Elst. Het is nog vroeg, fris, maar niet té, dus het windjack kan lekker in de auto op het nog lege parkeerterrein van de Wedren, hartje Nijmegen, blijven. Zo is er meer ruimte in de zakken voor bananen en andere proviand. Op het genoemde parkeerterrein kun je de auto tegen een maximaal dagtarief van 15 euro laten staan en dichter bij de start kun je niet komen.
Het Vierdaagsebeeld op de Wedren.
Ik bekijk het Vierdaagsebeeld, klik in, rijd richting de iconische Waalbrug en steek al vroeg op de route de rivier over. De route voert direct de Overbetuwe in, wat betekent dat ik de stad snel achter me laat en getrakteerd wordt op koeien langs de weg, vergezichten over de Waal en, wat later, ontelbare perengaarden en fruitkraampjes.
Door de Overbetuwe langs de Waal
Na Klein Rome passeer ik Bemmel en hoewel Rome niet in één dag gebouwd is, rijd ik de gehele vierdaagse wel in één dag, dus ik zet snel koers in de richting van Huissen — dat alleen in de vijftigkilometerroute voorkomt — en Arnhem.
Een voordeel van een route van vier lussen is dat de wind, die gelukkig meevalt vandaag, nooit heel lang tegenzit — wel lekker hier in de polder. Inmiddels rijd ik weer zuidwaarts, dwars door Elst, waarna ik, met enige spijt, een pannenkoekenrestaurant voorbijschiet. De pannenkoek komt later en daarbij is het nog te vroeg — niets is nog open op deze zonnige woensdagochtend in de late nazomer. Leve de Snelle Jelles in de achterzakken. Wanneer ik via OosterhoutNijmegen Noord inrijd, rijd ik over de spoorbrug en zet ik de Waalbrug, die je vanaf dit punt mooi kunt zien, op de foto.
De Waal, Waalbrug en de natuurlijk de tweewieler
Met inmiddels de eerste etappe en zo’n vijftig kilometer in de benen is het tijd voor koffie. Een groot hotel is al open en hoewel het weinig pittoresk oogt, pal naast een station en een doorgaande weg, laat ik me koffie en de nodige koolhydraten, met nog zo’n 150 kilometer te gaan, niet ontzeggen.
NB Ik maakte nog een klein uitstapje naar Fort Beneden Lent, zo’n kilometer van de route af. Die locatie heb ik inmiddels uit de route gehaald, want er is werkelijk niets te zien, behalve een weinig aantrekkelijke ruïne, waaraan ik de spreuk Lent of Hope and Glory, vermoedelijk geplaatst door (anti)krakers, nog het fraaiste onderdeel vind. Oordeel hieronder zelf.
Vijftig kilometer wandelen in een drukke stoet, geen moment stilte, continu publiek en entertainment langs de route. Er zijn, getuige de inschrijvingen, tienduizenden mensen die dat vier dagen achter elkaar zien zitten, maar dat is niets voor mij. Geef mij maar iets meer rust en de racefiets. Dat betekent niet dat de Nijmeegse Vierdaagse geen aantrekkingskracht op mij uitoefent. Gelukkig blijken Vierdaagse en velo prima te verenigen.
Op basis van de vier vijftigkilometerroutes van de iconische Walk of the World plande ik zo routegetrouw mogelijk een (race)fietsroute van tweehonderd kilometer door Gelderlands pracht: de Eendaagse van Nijmegen.
De route van de Eendaagse van Nijmegen (kleur markeert hier hoogte; het oranje segment is de bekende Zevenheuvelenweg)
In de komende posts volgen de vier etappes elkaar op: van de Wedren over de Waalbrug, in een dag de dagen van Elst, Wijchen, Groesbeek, en Cuijk tot Via Gladiola. Het was een schitterende nazomerdag, zonder feest en publiek, maar door het land van Maas en Waal met schitterende uitzichten, een paar mooie ontmoetingen, de Zevenheuvelenweg, stilstaan in Groesbeek, een stukje Duitsland, koffie en pannenkoek.
Voor wie overigens geïnteresseerd is in de route: die was, inclusief een paar keer kort verkeerd rijden, precies 200 kilometer en volgt later als GPX-bestand, inclusief wat kleine correcties.
In de Volkskrant van 24 juni 2026 werd in het artikel Me, myself and I aandacht geschonken aan nieuw onderzoek in Plos One (Golubickis, 2026), waaruit blijkt dat de teksten van Amerikaanse en Duitse (‘Westerse’) popmuziek egocentrischer worden, terwijl dat niet geldt voor Japanse en Chinese (‘oosterse’) popmuziek. De westerse, traditioneel als individualistische bestempelde samenlevingen bleken de afgelopen vijftig jaar popmuziek te produceren en consumeren waarin steeds meer voornaamwoorden in de eerste persoon enkelvoud (ik, mij, mijn) worden gebruikt. Dat gold voor de onderzochte vijftig jaar aan teksten uit de oosterse popmuziek niet; daarin werd geen significante toe- of afname gevonden van de eerste persoon enkelvoud. Het onderzoek maakte ons direct warm voor een Nederlandse variant. Hoe zit dat in zestig jaar Nederlandstalige popmuziek? Wij zochten het uit.
Omdat we het stuk op het genoemde platform niet te complex en vooral ook niet te lang wilden maken, schrapten we een en ander, vooral met betrekking tot de statistische analyse. Die kan uiteraard nog uitgebreider worden beschreven en wie weet doen we dat voor een publicatie nog een keertje, maar voor nu volgt hieronder een kort verslag van de regressieanalyse die we uitvoerden, vooral in reactie op een vraag van Henk Wolf op Neerlandistiek. Zie het onderstaande dus vooral ook als aanvulling op het Neerlandistiek-stuk en niet losstaand, want daarvoor heb je de context van het Neerlandistiek-artikel nodig.
We voerden een lineaire regressieanalyse uit op de data, waarmee we keken in hoeverre jaar een factor was die veranderingen in de mate van gebruik van voornaamwoorden kon voorspellen. Daaruit bleek dat jaar voor eerste persoon enkelvoud en meervoud en voor tweede persoon enkelvoud inderdaad voorspellende waarde had. Dat effect was bij de eerste persoon enkelvoud het sterkst (F = 24.59, p < .001; β = .072, 95% CI [.034, .070], t = 4.96, p < .001), waarbij jaar 29 procent van de verandering in ik-gebruik verklaarde, op de voet gevolgd door tweede persoon enkelvoud (F = 22.01, p < .001; β = .04, 95% CI [.031, .068], t = 4.69, p < .001), waarbij jaar 27 procent van de verandering in jij-gebruik verklaarde. Ook de verandering in eerste persoon meervoud (wij) bleek significant met jaar samen te hangen, maar dat effect is vele malen kleiner (F = 4.00, p = .05; β = .008, 95% CI [.000, .474], t = 2.00, p = .05) en jaar verklaart slechts zes procent van de lichte toename. Voor de tweede persoon meervoud werd geen significant effect gevonden (F = 0.46, p > .05; β = .000, 95% CI [-0.332, .168], t = .68, p > .05).
Popmuziek zou niet meer zijn wat het geweest is. Uit onderzoek blijkt dat Amerikaanse popteksten de afgelopen vijftig jaar steeds herhalender zijn geworden. Daarvoor is een goede reden: hoe meer herhaling een liedtekst bevat, hoe groter de kans dat het liedje hoog eindigt in de hitlijsten. Maar geldt dat ook voor Nederlandse hits? ‘Zing deze dan nog een keer’ van Diggy Dex (Treur niet, ode aan het leven; 2015) doet vermoeden van wel, de Sjonnies grossieren in ‘la la’s’ (Dans je de hele nacht met mij; 1995) en Willeke Alberti zingt maar liefst 52 keer ‘Carolientje’ in haar gelijknamige hit uit 1977. In deze interactieve lezing met quiz onderzoeken we in een verzameling van Top 40-liedteksten (1965-2025) of herhaling ook in Nederlandse popteksten toeneemt en hitpositie beïnvloedt.
Meer informatie over het festival zelf vind je hieronder.
Ontdek wat Leidenaren zongen in de zeventiende eeuw, ontcijfer eeuwenoud spijkerschrift, leer Koreaans lezen in slechts veertig minuten, test je kennis over de klassieke oudheid, duik in een escaperoom over Afrikaanse stemmen of achterhaal welk spel Trump speelt. Maak op de Talenmarkt op een laagdrempelige manier kennis met de vele talen die in Europa worden gesproken en neem een kijkje bij de bijzondere collecties van de Universitaire Bibliotheek.
Afgelopen zaterdag liep ik, samen met mijn vrouw, de Stakenbergtrail, een trailrun van 10, 21 of 34 kilometer door de bossen en heiden rondom Elspeet, mooi op de Veluwe.
Mijn vrouw loopt langzamer dan ik, maar dit soort trails lopen we graag samen. Ik pas mijn tempo dan aan, maar dat is niet altijd gemakkelijk, vooral mentaal niet. Ik merk dan steeds dat ik toch harder wil en dat levert soms frustratie op. Meestal gaat het overigens gewoon goed samen, maar het kost me dan wel wat discipline, waar ik eigenlijk, zeker bij zo’n trail waar tijd er niet toe doet, gewoon lekker samen van het buiten zijn en de onbekende omgeving wil genieten. Daar had ik deze keer iets op bedacht: ‘s morgens, voordat we vertrokken, deed ik alvast wat tempoblokjes, zodat ik die prikkel alvast had gehad en hopelijk niet meer zou ervaren tijdens de trail.
De route van de Stakenberg-trail (21 kilometer)
Het voelde een beetje dubbel, want het was ook wel een beetje raar om al te gaan hardlopen voordat ik een trail zou gaan lopen, maar eigenlijk werkte het best goed. Ik had tijdens de trail daadwerkelijk veel minder behoefte om op mijn eigen tempo te lopen, bleef lekker bij mijn vrouw en kon daar ook meer plezier uithalen. Het voelde veel minder aan als wedstrijd — wat het, zonder tijdregistratie ook niet was — en veel meer als gewoon lekker samen actief buiten zijn. Dat haalt het dubbele gevoel over ervoor nog een kleine training overigens niet weg, maar ik probeer de vraag of het nou ‘goed’ was of niet maar om te buigen tot ‘leverde het wat op’ en het antwoord op die vraag is wat mij betreft ‘ja’.
Op ongeveer 12 kilometer. Foto door Trail Events.
De trail voerde overigens door de bossen, over de heide en was voor 99 procent onverhard. Voor 75 procent overigens ook zeiknat, want wat een gigantische hoeveel regen hebben we gehad! Het kwam dus goed uit dat we onszelf een klein weekendje Veluwe cadeau deden, want toen we doorweekt de finishbel luidden, konden we direct via de proviandtent (altijd goed geregeld bij trails) door naar de douche in ons hotel, dat zich direct aan de start/finish bevond.
Finishbel! (Geleerd van een vorige keer: er geen harde ram tegen geven; dat kan een flinke wond opleveren…)
We aten, sliepen en ontbeten ook in het hotel en hoewel het wat gedateerd was en het diner niet je-van-het, voelde het toch heel luxe en fijn zo. Zondagochtend plakten we er nog een schitterend wielerritje dat ik op Komoot vond (Uitzicht op de Veluwse zandverstuivingen) aan vast.
Een mooi rondje wielrennen op zondagochtend.
Het was werkelijk een schitterende route die over mooi slingerende fietspaden door de bossen rond Elspeet voerde en over de heide, waar we nu gelukkig niet geteisterd werden door hevige regenval. Sterker nog, het was zo’n 21 graden, er was zon en praktisch geen wind. Perfect fietsweer, kortom. Enig ‘minpuntje’: verwacht niet in deze regio ergens koffie te kunnen drinken op zondag(ochtend), want werkelijk alles is dan dicht. Dat hadden we, daar in de biblebelt, overigens van tevoren wel bedacht, dus toen er op vier kilometer voor het einde toch nog een terras open bleek, beschouwden we dat maar als een fijne meevaller en we bestelden snel koffie en taart.