De back to school-campagne van Hema is dit jaar lekker archaïsch, met ‘Keert weder naer school’ als slogan. Nu is het woord wederkeren sowieso al wel ouderwets te noemen, maar al helemaal in een ouderwetse meervoudsimperatief met slot -t. Natuurlijk valt ook naer op, dat terug te voeren is op de ae uit het Middelnederlands en dat vanaf de zeventiende en achttiende eeuw verdrongen wordt door aa (naar).
‘Word lid’ of ‘wordt lid’? Zojuist is het artikel ‘Onthoud de gebiedende wijs! De spelling van de gebiedende wijs in het voortgezet onderwijs’ dat ik met student-assistent Franka Hogewoning schreef verschenen in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL).
We laten op basis van ruim 300.000 antwoorden van vmbo-, havo- en vwo-leerlingen zien dat de gebiedende wijs meer spelfouten oplevert dan andere homofone werkwoordsvormen, , zoals in ‘Jij wordt lid van onze vereniging.’ We kijken daarbij naar het verband tussen onderwijsniveau en leerjaar en we doen concrete aanbevelingen voor het onderwijs.
In de aanstaande publicatie ‘Onthoud de gebiedende wijs! De spelling van de gebiedende wijs in het voortgezet onderwijs’ in Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (TNTL) die ik samen met Franka Hogewoning schreef, zochten we uit hoe het nu precies zit met de gebiedende wijs wees, als in ‘Wees nou eens stil!’. Je hoort tegenwoordig ook wel ‘Ben stil’, maar die vorm lijkt toch nog niet helemaal doorgebroken. Wat is het verhaal?
Persoonsvormen zijn werkwoordsvormen die congrueren met hun onderwerp en die aanduiden of een gebeurtenis of een situatie gelijktijdig ofwel voortijdig is aan het spreekmoment. In de Algemene Nederlandse Spraakkunst wordt de gebiedende wijs een persoonsvorm genoemd, ook al is het onderwerp van de zin niet uitgedrukt, zoals in ‘Ga zitten.’ (Haeseryn et al. 1997: 44). In de traditionele grammatica heeft de gebiedende wijs twee vormen. De eerste en meest gebruikte vorm is gelijk aan de stam of eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (zie o.a. Van der Velde 1956: 77; Nederlandse Taalunie 2005: 75). Zo stelt Onze Taal dat in ‘Word lid van Onze Taal’ […] word een gebiedende wijs [is] en die is gelijk aan de ik-vorm van het werkwoord. Er komt dus geen t achter word.’ In sommige bronnen wordt vermeld dat de vorm gelijk is aan ‘de vorm van het werkwoord die hoort bij de tweede persoon, met jij erachter’ (Renkema 2020: 451; zie ook Den Hertog 1903: 39). Die laatste omschrijving lijkt, ook getuige de opmerking ‘we mogen noem als vorm voor de 1e pers. enkelvoud niet gelijkstellen met noem als vorm voor de gebiedende wijs, zoals vergelijking met ben en wees leert’ in de Spraakkunst van Rijpma en Schuringa (1972: 69), als instructie, ingewikkelder, maar wel correcter. Hieronder laten we zien wat dat nu met wees te maken heeft.
Bij enkele vormen is de specifieke werkwoordsvorm voor de gebiedende wijs in gebruik gebleven en daarin zien we de overeenkomst met de persoonsvorm van de tweede persoon enkelvoud, zoals in ‘Wees jij nu eens stil!/Wees nu eens stil!’ en niet met die van de eerste persoon enkelvoud, zoals in ‘Ik ben stil./? Ben nu eens stil!’ Hier zien we tevens waarom de gebiedende wijs als persoonsvorm wordt gezien; wees is de specifieke vorm die hoort bij de gebiedende wijs van het werkwoord zijn. De gebiedende wijs ben lijkt wel in opkomst te zijn, maar behoort volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst (nog) niet tot de standaardtaal (Haeseryn et al. 1997: 66-67). Wel speelt regio een rol (Onze Taal). Proeme stelt dat ‘de persoonsvormen in imperativuszinnen geheel overeenkomen met persoonsvormen in mededelende zinnen’ en dat er daarom in imperatiefzinnen, net als in mededelende zinnen, ook werkwoordsvormen voor kunnen komen die niet in tegenwoordige tijd staan (1984: 248).
Volgens De Haan (1986: 253) is de gebiedende wijs als specifieke werkwoordsvorm door taalverandering verdwenen, op ‘een relict als de vorm wees bij zijn’ na. De infinitief zijn is, volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal, een jongere pendant van wezen die in het Middelnederlands al sterk aanwezig is. Toch blijft wezen ook buiten de gebiedende wijs nog tot in de twintigste eeuw in gebruik, vooral in geschreven taal (WNT). Vroeger was er een aparte vorm voor de gebiedende wijs, maar de gebiedende wijs is veranderd in een zinstype dat voldoet aan een of meer kenmerken, zoals het ontbreken van een onderwerp, een persoonsvorm die vooraan staat in de zin, een werkwoordsvorm die bestaat uit de stam en in de tegenwoordige tijd staat. De opmars van zijn ten koste van wezen lijkt echter (nog) niet de imperatief wees te hebben verdrongen.
Twee keer de gebiedende wijs op een dag? Het mag, want het is verkiezingsdag en dat deed me denken aan een wel heel bijzondere imperatief van Van Kooten en De Bie: ‘Geen gezeik, iedereen rijk. Stemp De Tegenpartij!’
Onlangs liep ik door mijn geboortedorp Benthuizen. Omdat ik met mijn zoontje van 1 aan de hand liep, keek ik veel naar beneden en daar zag ik onderstaande stoeptegel.
‘Houdt de straat schoon’
Nu weten we uit onderzoek (Reuneker & Hogewoning, te verschijnen) dat de gebiedende wijs door velen moeilijk wordt gevonden en dat er nogal wat stemmen opgaan die beweren dat houdt hier (ook) goed is. Dat klopt echter niet. Meestal wordt hierbij een appèl gedaan op het verleden, want niet eens zo heel lang geleden hadden we een meervoudsvorm van de gebiedende wijs (of imperatief) die je, inderdaad, met een t na de stam schreef, zoals in het onderstaande voorbeeld uit de jaren ’50.
Wordt lid. Verenigt alle luchtvaartgezinde Nederlanders. (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, circa 1950)
Pas in de officiële spelling van 1995 werd expliciet vermeld dat de goede vorm van de gebiedende wijs de vorm zonder t na de stam is, zonder dat daarbij onderscheid tussen enkelvoud en meervoud wordt gemaakt, zoals mijn student-assistente Franka Hogewoning en ik laten zien in een inventarisatie van alle edities van de Woordenlijst der Nederlandse Taal. De Nederlandse Taalunie, die erover gaat, zegt er het volgende over.
In de Leidraad, onderdeel van de Woordenlijst Nederlandse Taal en daarmee van de officiële spelling van het Nederlands, staat pas sinds 1995 vermeld dat de ‘gebiedende wijs wordt uitgedrukt door de stam van het werkwoord’ (Nederlandse Taalunie, 2005, p. 75).
Inmiddels is de vorm met slot-t echt verouderd (‘archaïsch’) en schrijf je bij de gebiedende wijs alleen de stam.
Een merkwaardig soort pv [persoonsvorm]’ noemt Van den Toorn (1984, p.12) de gebiedende wijs, die geschreven wordt als de stam van het werkwoord (cf. Broekhuis, Corver & Vos, 2015, p. 87), zoals in (1).
(1) Bied hun een drankje aan.
Een werkwoord als bieden kent in de tegenwoordige tijd verschillende spellingen bij eenzelfde uitspraak (ik bied, jij/hij biedt) en eerder onderzoek laat zien dat dergelijke homofone werkwoorden zelfs bij geoefende spellers fouten veroorzaken (Sandra et al., 2001).
Aangezien bij de gebiedende wijs geen onderwerp zichtbaar is, verwachten wij in deze categorie meer spelfouten bij homofone werkwoorden (stam+t i.p.v. stam) dan bij andere homofone persoonsvormen, een effect dat mogelijk beïnvloed wordt door concurrentie van zinsinitiële persoonsvormen voorafgaand aan je, zoals in (2), en, wellicht in afnemende mate, de archaïsche meervoudsimperatief, zoals in (3).
(2) Bied je/biedt je broer hun een drankje aan?
(3) Komt allen tezamen.
In deze lezing vergelijken we op basis van een grootschalige data-analyse (zie Reuneker & Dunning, 2023) spelfouten bij de gebiedende wijs met die bij overige homofone persoonsvormen. We laten zien dat middelbareschoolleerlingen op elk niveau meer moeite hebben met de gebiedende wijs dan met andere persoonsvormen, hoewel havo- en vwo-leerlingen de vorm steeds beter onder de knie krijgen.