Had ik, tijdens de Passo dello Stelvio, spijt dat ik mijn oude racefiets —een Opera (Pinarello) Cellini van minstens achttien jaar oud — mee had genomen? Deels. De Bianchi Sprint staat thuis en die wilde ik niet twee weken buiten naast vakantiehuizen in the middle of nowhere hebben staan als het niet hoefde, maar tijdens de heerlijke afdaling miste ik de scherpte van de schijfremmen wel en een zwaarder frame met slechts 9-speed cassette is ook niet meer ‘je van het’. Voordeel is wel dat ik deze fiets heel goed ken en dat de velgremmen van de oude Opera op zich nog zeer goed dienst deden, maar toen ik bij het afdalen de zeventig kilometer per uur aantikte, schoot de gedachte aan mijn zoontje door mijn hoofd en liet ik de lichte angst die ik voelde toch een keer een verstandige raadgever zijn: niet harder dan dit. Het afdalen was verder heerlijk — weidse uitzichten op de haarspelden die nog volgden, best een goed wegdek en gewoon lekker wielertrui open en de wind het lichaam laten koelen.
Eenmaal terug bij het begin van de pas vervolgde ik de weg naar mijn startpunt in Bormio, om daar eventjes op vrouw en kind te wachten. Die hadden samen een mooie hike rond Bormio gedaan en toen ik ze aan zag komen lopen, viel me direct op dat mijn vrouw onze zoon zijn wielershirt had aangetrokken. Wat een leuke en liefdevolle verrassing!
We sloten de mooie ochtend gedrieën even mooi af met gezamenlijke koffie en echt Italiaans lekkers. Eenmaal terug bij het vakantiehuis bekroop me dat gevoel dat je ook na andere ervaringen hebt waarnaar je hebt uitgekeken: nu is het voorbij. Dat vertelt me wel dat het gewoon echt een goede ervaring was. Ik voel me dankbaar. Wellicht later deze week nog een keer omhoog, maar dan de volgens sommigen minder klassieke, maar wel de ‘beste’ route vanuit Prato, maar de vraag is of de planning en omstandigheden dat toelaten. Het is en blijft in eerste instantie een familievakantie, dus gezamenlijke activiteiten gaan voor en plezier ik de Italiaanse zon is het best als je die met elkaar deelt.
Wat een geweldige beklimming, de Passo dello Stelvio vanuit Bormio. Ik heb er enorm van genoten en qua zwaarte viel het erg mee. De paar stukken van veertien procent waren zwaar, maar ik ben maar één keer uit het zadel gegaan en vooral met rustig en gelukkig gevoel gestaag omhoog geklommen. Het had, achteraf denk ik, harder gekund, maar het was gewoon goed zo — een geweldige ochtend.
De oude, maar vertrouwde Opera/Pinarello
Eerst fietste ik, precies om 7 uur ‘s ochtends, vanuit het vakantiehuis in Valdidentro naar Bormio, zo’n 10 kilometer, vooral naar beneden. Om ongeveer 7:20 begon ik aan de klim vanuit Bormio — klassiek vanaf Piazza Cuovo over de Via Roma naar de eerste haarspeldbocht van de Passo dello Stelvio. Daar begon het haarspelden tellen: veertig in totaal en vanaf beneden tellen ze af naar boven. Een fijne houvast.
Aangezien ik wel een klimmersbouw heb, maar zeker geen ervaren klimmer ben, wist ik niet zo goed wat ik kon verwachten; de Stelvio heeft toch wel een naam als zware klim. Het viel echter alles mee. Natuurlijk, er zaten, zeker in de eerste acht en laatste twee kilometer zware stukken in van tien tot veertien procent, maar ik ben slechts eenmaal uit het zadel gegaan en écht nodig was dat ook toen niet. Verder was het gewoon heel gestaag klimmen met een percentage rond het gemiddelde van zo’n acht procent. Op de een of andere manier schoot me tijdens de 1:50 uur die ik nodig had voor de beklimming een paar keer door het hoofd dat ik me best zorgen zou kunnen maken over ‘hoe ver nog?’, ‘wordt het nog zwaarder?’ Het gekke, of eigenlijk vooral mooie was dat ik die zorgen meer verwachte dan ze echt ervoer. Ik was vroeg vertrokken op een maandagochtend, de temperatuur was perfect en er was tijdens de heenrit nog weinig verkeer. Ik genoot gewoon van het moment en dat was heerlijk.
Geweldige uitzichten, praktisch geen verkeer
Het was ook leuk om mijlpalen te bedenken; haarspeld nummer X, nog Y kilometer, over de helft, boven de 2000-metergrens, boven de boomgrens, et cetera. Ik denk dat dat misschien het voordeel is van marathons in de benen en het hoofd hebben: je bent gewend aan lange duurinspanningen, zowel fysiek als mentaal. Natuurlijk hielpen de werkelijk fenomenale uitzichten ook veel. Én: ik zag en hoorde roofvogels en spotte een heuse bergmarmot!
Er waren, toen ik naar boven klom, nog heel weinig andere fietsers — ik heb er een handjevol ingehaald, dat was het. Ik werd zelf overigens hard ingehaald door een ronkende, oranje Lamborghini, wat ik wel weer leuk vond.
Bijna boven, in de laatste haarspeld (1)
Eenmaal boven, op 2758 meter, belandde ik in een circus met winkeltjes, muziek en ook op maandagochtend rond 9 uur al vrij veel mensen, maar ik vond dat eerlijk gezegd ook wel gezellig. Ik heb aardige mensen gesproken, maar nog weinig wielrenners; die starten, getuige de tegenliggers op de afdaling, toch later, denk ik. De 21,1 kilometer (precies een halve marathon, realiseer ik me nu pas!) met 1555 hoogtemeters vormden echt een heel mooie ervaring.
In 1:50 uur boven. Van tevoren geen idee, dus dit was prima.