Alex Reuneker

#Bormio

§372. Bormio – Passo di Gavia #3 (13 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –

Omdat ik een vroege beklimming van de Gavia verkoos boven een flink latere beklimming van de Stelvio vanuit Prato, kwam ik mooi op tijd beneden in Bormio aan, waar bijna gelijktijdig vrouw en kind Piazza Cuovo opliepen voor koffie met iets lekkers bij Dolce Ozio. Wat een heerlijk zaakje!

Koffie en wat lekkers op Piazza Cuovo in Bormio.

Na wat souvenirs te hebben geshopt, aten we met z’n drieën pizza bij de Sunrise Bar, dat veel leuker was dan de toch wat toeristische naam deed vermoeden. Toen met elkaar naar de auto, zodat onze zoon een goede middagslaap kon doen in het vakantiehuis en wij ook wat konden uitrusten voordat het inpakken zou beginnen. Mijn vrouw had er immers een hele ochtendwandeling met zoon op loopfietsje opzitten en ook dat is flink werken, want uit enthousiasme en ontdekkingsdrang schiet hij alle kanten op.

Vandaag reed ik wellicht niet de beroemdste klim, maar zeker ook niet de minste. Ik reed er voor mijn gevoel een die een geweldige dag opleverde en dat is me een hoop waard.

De https://www.passogavia.it/en/cycling/: een mooie, avontuurlijke beklimming.

Het was een geweldige ochtend en de Stelvio vanuit Prato, volgens niet de minsten de beste Stelvio-beklimming, komt vast nog wel een keer — dat is me nog wel een reis waard. Stel dat ik over een paar jaar terugga om de Stelvio vanuit Prato te beklimmen, dan kan ik dat met alle aandacht doen die de beroemde col ook, of misschien wel juist vanaf die kant verdient. Wie weet, al duurt dat nog wel lang, kan ik ‘m ooit samen met mijn zoon doen. Dat schoot op de weg omhoog vandaag door mijn hoofd en dat lijkt me een mooie afsluitende gedachte voor een mooie beklimming en dito vakantie.

Leave a comment

§371. Bormio – Passo di Gavia #2 (11 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –

De echte test op de Passo di Gavia kwam pas rond het negentienkilometerpunt en duurde een paar kilometer. Ik had dat al gelezen, maar ik werd er toch enigszins door verrast. Voor het eerst moest ik echt uit het zadel. Even schoot zelfs door mijn hoofd: zal ik een voetje aan de grond zetten? Nu bestaat er onder wielrenners een regel dat een col pas echt telt als je geen voet aan de grond hebt gezet. Zo staat op de officiële website van de toeristische regio Lombardije, bij de beklimming van de Passo del Ghisallo, zelfs ‘il piede a terra è una sconfitta’: ‘een voet aan de grond is een nederlaag’. Ik heb het dan ook niet gedaan en de gedachte duurde maar heel even, maar op de Stelvio had ik dat geen moment gehad. Ik had overigens best prima benen, zelfs na gisteren een dagvullende hike om de Laghi di Cancano met Casper op de rug te hebben gedaan, maar of het nou verstandig was om diezelfde dag eerst nog tien kilometer met 500 hoogtemeters hard te lopen, daar verschillen de meningen over. Nou ja, eigenlijk niet; ik was veel te vroeg wakker, wilde iets doen, maar wist ook wel dat ik beter een boek en rust had kunnen pakken. Mijn sleutelbeen liet overigens wel van zich horen door de belasting van de draagrugzak, maar tijdens het fietsen zelf had ik daar gelukkig geen last meer van.

Op de Passo di Gavia veranderden rap de omstandigheden. Het werd kouder, de wolken hingen dreigend boven de bergen en de wind trok aan. Het deed me Schots aan; een donker meer, ruige rotsen en altijd die dreiging van nattigheid. En natuurlijk geen jasje of mouwen mee…

Het werd snel mistig en dreigend.


Juist door de omgeving en omstandigheden voelde het alsof ik, op dat moment, een avontuur aan het beleven was. Dat was heel anders dan de Stelvio. Die voelde meer als een grote, berekende uitdaging: hoogtemeters optellen, haarspelden aftellen, steeds dichter naar een duidelijk eindpunt zwoegen. De Gavia was minder voorspelbaar: meer ontdekken, minder aftellen.

Toch maar omhoog, ondanks de naderende regenwolken.

De laatste kilometers waren echt een heel stuk makkelijker: een meertje verscheen, de bergen openden zich en de weg vlakte af tot een procent of vijf. Dat maakte ook dat ik op de top, na minder dan 1:50 uur, opeens dacht: nu ben ik er. De Stelvio had daarentegen echt een heel duidelijk eindpunt in de beleving. Die voelde wellicht minder avontuurlijk, maar wel euforischer aan het einde. De Gavia stelde echter zeker niet teleur en de beroemde Rifugio Bonetta bovenop was open, dus ik klaag zeker niet. Er waren wat motorrijders, lui met snelle sportauto’s en een handjevol andere wielrenners.

Bovenop de Gavia.

Ik raakte al snel in gesprek met Pawel, een Poolse fietser met wie ik even foto’s maakte van het bord en de bever en die net als ik een vakantie vol familie-hikes met een mooie beklimmingen combineerde.

Toen ik de rifugio binnenliep, hoorde ik eerst Take it easy van The Eagles spelen. Ja, een ouwenlullennummer, maar wel een heel fijn nummer om je eraan te herinneren gewoon even lekker de tijd te nemen voor een mooie ochtend. Toen ik eenmaal een dubbele espresso had besteld, klonk Bongo Bong van Manu Chao — een nummer waaraan ik, door een familieweekend ergens eind jaren ‘90, mooie en warme herinneringen bewaar.

Koffie bij Rifugio Bonetta.

Na de koffie met geweldig uitzicht en helaas zonder pretzel — je zit hier duidelijk verder van Oostenrijk af — zette ik de afdaling in. Ook nu was het nog heerlijk rustig, maar het wegdek was nat, ik had geen jasje meegenomen, kreeg koude, gevoelloze vingers en vond het lastig op de toch al flink gedateerde velgremmetjes te vertrouwen. Bovendien bleek ‘s morgens bij vertrek mijn rechterschoenveter – zo’n draaisysteempje van Boa – kapot, waardoor ik minder kracht durfde te zetten. Je wilt niet met een losse schoen naar beneden knallen. En eerlijk is eerlijk: afdalen is zeker niet mijn sterkste kant. Twee wielrenners die dat beduidend beter in de vingers hadden, vlogen met aardig wat risico door de bochten en haalden me in, maar dat gaf niet. Het schoot ook nu door mijn hoofd: rustig aan, je hebt Casper en wat risico mag, maar zeker niet te veel. Sowieso was het wegdek en bochtenwerk heel anders dan maandag, waardoor de zeventig aantikken er, althans voor mij, echt niet bij was.

De Passo di Gavia vanuit Bormio (en eerst een stukje Sant’ Antontio-Bormio).

Leave a comment

§370. Bormio – Passo di Gavia #1 (11 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –


Tijdens het deel van onze vakantie dat we in Bormio vierden, beklom ik maandag de Stelvio vanuit een plaatsje dicht bij Bormio waar we vakantie vierden. Het was een geweldige ervaring: vroeg, al om 7 uur, vertrokken, bijna alleen naar beneden naar Piazza Cuovo in Bormio en door het vroege tijdstip een bijna verlaten Stelvio op. Later, zeker in de vakantie en in weekends, is dat weleens anders, hoorde ik van de vele andere wielrenners die in Bormio vakantie en fietsen combineren. Ik kon heerlijk mijn eigen tempo rijden en boven aankomen met het gevoel iets moois te hebben gepresteerd.

Ik dacht eraan later in de vakantieweek nog een keer de Stelvio op te gaan, maar dan vanuit Prato. Het was verleidelijk: beide kanten van een van de bekendste cols ter wereld beklimmen, maar het betekende ook anderhalf uur met de auto, later vertrekken en waarschijnlijk minder tijd om na afloop met vrouw en kind van de dag te genieten. Een andere optie was niet nogmaals de Stelvio te doen, maar de Passo di Gavia — minder bekend wellicht, maar, volgens de boekjes en verhalen, ook een geweldige pas. Het was, na de Stelvio, nummer 2 op de zomerlijst van de wielerchallenge van Bormio: de Stelvio Epic Rides.

Vroeg vertrokken vanuit Sant’ Antonio (Valdidentro).

Na wat wikken en wegen, koos ik voor de Gavia, lekker vanuit Bormio. Ik koos voor mijn gevoel niet voor een minder iconische klim, maar voor een dag die beter in de familievakantie paste: lekker vroeg en gewoon vanuit het vakantiehuis vertrekken, een totaal andere ervaring beleven dan de Stelvio, niet gehaast een col in de ochtend hoeven proppen en rustig gezamenlijk de vakantie in Bormio kunnen afsluiten. Dat laatste klinkt misschien als een detail, maar het was zo meer een mooie vakantiedag dan ‘alleen’ een fietstocht.

Net als maandag vertrok ik vrijdag vroeg. Om 7.05 uur, zoefde ik op de vertrouwde Opera bergaf naar Bormio. De eerste kilometers na Bormio voelden nog niet, zoals bij de Passo dello Stelvio wel het geval was, als een legendarische col. De weg was breed, nog geen echte pas en de stijgingspercentages waren gemoedelijk genoeg: afwisselend stukken van acht tot tien procent met herstelstukken rond de vijf procent. Het was mooi fietsen, maar het voelde vooral nog aan als de weg ergens naartoe.

De start van de Gavia-pas vanuit Bormio.

Dat veranderde vanaf Santa Caterina, waar we twee dagen ervoor waren voor een hike. Daar staat op een brug waar je onderdoor fietst groot Passo Gavia aangegeven en vanaf dat moment voelt de weg anders. De weg begint te slingeren, is minder doorgaand en de eerste haarspelden verschijnen. Eindelijk was ik voor mijn gevoel niet meer op weg naar een pas: ik bevond me erop.

Hier bevond ik me duidelijk wél op een pas.

Rond kilometer achttien zag ik de enige twee andere wielrenners tijdens de beklimming; waarschijnlijk dankzij het vroege uur. Ik haalde ze in en hoorde dat ze uit Engeland kwamen. Na ze te hebben ingehaald, riep een van hen lachend: ‘Do you want to borrow some kilos?’ Ik kon er wel om gniffelen, want ik realiseer me wel dat ik een klimmerspostuur heb — licht en niet al te groot. Bij zo’n opmerking komt ook altijd weer heel even het verleden van een eetstoornis om de hoek kijken, maar dat is dan gelukkig meestal nog maar een flard van een gedachte (‘ha, ik ben dun!’) en die ik laat voor wat ‘ie is: ik klim naar boven in mijn eigen tempo, met mijn eigen lichaam en dat ga ik later vandaag vieren door lekker met het gezin pizza te eten. Heerlijk. Voor nu pakte ik een banaan en die smaakt uiteindelijk toch het best als ‘ie, net wat verdrukt, ‘vers’ uit een van de achterzakken van een wielershirt komt.

Leave a comment

§369. Bormio – Passo dello Stelvio #2 (4 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –

Had ik, tijdens de Passo dello Stelvio, spijt dat ik mijn oude racefiets —een Opera (Pinarello) Cellini van minstens achttien jaar oud — mee had genomen? Deels. De Bianchi Sprint staat thuis en die wilde ik niet twee weken buiten naast vakantiehuizen in the middle of nowhere hebben staan als het niet hoefde, maar tijdens de heerlijke afdaling miste ik de scherpte van de schijfremmen wel en een zwaarder frame met slechts 9-speed cassette is ook niet meer ‘je van het’. Voordeel is wel dat ik deze fiets heel goed ken en dat de velgremmen van de oude Opera op zich nog zeer goed dienst deden, maar toen ik bij het afdalen de zeventig kilometer per uur aantikte, schoot de gedachte aan mijn zoontje door mijn hoofd en liet ik de lichte angst die ik voelde toch een keer een verstandige raadgever zijn: niet harder dan dit. Het afdalen was verder heerlijk — weidse uitzichten op de haarspelden die nog volgden, best een goed wegdek en gewoon lekker wielertrui open en de wind het lichaam laten koelen.

Start- en eindpunt Piazza Cuovo in Bormio.

Eenmaal terug bij het begin van de pas vervolgde ik de weg naar mijn startpunt in Bormio, om daar eventjes op vrouw en kind te wachten. Die hadden samen een mooie hike rond Bormio gedaan en toen ik ze aan zag komen lopen, viel me direct op dat mijn vrouw onze zoon zijn wielershirt had aangetrokken. Wat een leuke en liefdevolle verrassing!

We sloten de mooie ochtend gedrieën even mooi af met gezamenlijke koffie en echt Italiaans lekkers. Eenmaal terug bij het vakantiehuis bekroop me dat gevoel dat je ook na andere ervaringen hebt waarnaar je hebt uitgekeken: nu is het voorbij. Dat vertelt me wel dat het gewoon echt een goede ervaring was. Ik voel me dankbaar. Wellicht later deze week nog een keer omhoog, maar dan de volgens sommigen minder klassieke, maar wel de ‘beste’ route vanuit Prato, maar de vraag is of de planning en omstandigheden dat toelaten. Het is en blijft in eerste instantie een familievakantie, dus gezamenlijke activiteiten gaan voor en plezier ik de Italiaanse zon is het best als je die met elkaar deelt.

Lekker Italiaans genieten met z’n drieën.

Leave a comment

§368. Bormio – Passo dello Stelvio #1 (3 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –

Wat een geweldige beklimming, de Passo dello Stelvio vanuit Bormio. Ik heb er enorm van genoten en qua zwaarte viel het erg mee. De paar stukken van veertien procent waren zwaar, maar ik ben maar één keer uit het zadel gegaan en vooral met rustig en gelukkig gevoel gestaag omhoog geklommen. Het had, achteraf denk ik, harder gekund, maar het was gewoon goed zo — een geweldige ochtend.

De oude, maar vertrouwde Opera/Pinarello

Eerst fietste ik, precies om 7 uur ‘s ochtends, vanuit het vakantiehuis in Valdidentro naar Bormio, zo’n 10 kilometer, vooral naar beneden. Om ongeveer 7:20 begon ik aan de klim vanuit Bormio — klassiek vanaf Piazza Cuovo over de Via Roma naar de eerste haarspeldbocht van de Passo dello Stelvio. Daar begon het haarspelden tellen: veertig in totaal en vanaf beneden tellen ze af naar boven. Een fijne houvast. 

Via Bormio de Passo dello Stelvio op

Aangezien ik wel een klimmersbouw heb, maar zeker geen ervaren klimmer ben, wist ik niet zo goed wat ik kon verwachten; de Stelvio heeft toch wel een naam als zware klim. Het viel echter alles mee. Natuurlijk, er zaten, zeker in de eerste acht en laatste twee kilometer zware stukken in van tien tot veertien procent, maar ik ben slechts eenmaal uit het zadel gegaan en écht nodig was dat ook toen niet. Verder was het gewoon heel gestaag klimmen met een percentage rond het gemiddelde van zo’n acht procent. Op de een of andere manier schoot me tijdens de 1:50 uur die ik nodig had voor de beklimming een paar keer door het hoofd dat ik me best zorgen zou kunnen maken over ‘hoe ver nog?’, ‘wordt het nog zwaarder?’ Het gekke, of eigenlijk vooral mooie was dat ik die zorgen meer verwachte dan ze echt ervoer. Ik was vroeg vertrokken op een maandagochtend, de temperatuur was perfect en er was tijdens de heenrit nog weinig verkeer. Ik genoot gewoon van het moment en dat was heerlijk.

Geweldige uitzichten, praktisch geen verkeer

Het was ook leuk om mijlpalen te bedenken; haarspeld nummer X, nog Y kilometer, over de helft, boven de 2000-metergrens, boven de boomgrens, et cetera. Ik denk dat dat misschien het voordeel is van marathons in de benen en het hoofd hebben: je bent gewend aan lange duurinspanningen, zowel fysiek als mentaal. Natuurlijk hielpen de werkelijk fenomenale uitzichten ook veel. Én: ik zag en hoorde roofvogels en spotte een heuse bergmarmot!

Er waren, toen ik naar boven klom, nog heel weinig andere fietsers — ik heb er een handjevol ingehaald, dat was het. Ik werd zelf overigens hard ingehaald door een ronkende, oranje Lamborghini, wat ik wel weer leuk vond.

Bijna boven, in de laatste haarspeld (1)

Eenmaal boven, op 2758 meter, belandde ik in een circus met winkeltjes, muziek en ook op maandagochtend rond 9 uur al vrij veel mensen, maar ik vond dat eerlijk gezegd ook wel gezellig. Ik heb aardige mensen gesproken, maar nog weinig wielrenners; die starten, getuige de tegenliggers op de afdaling, toch later, denk ik. De 21,1 kilometer (precies een halve marathon, realiseer ik me nu pas!) met 1555 hoogtemeters vormden echt een heel mooie ervaring.

In 1:50 uur boven. Van tevoren geen idee, dus dit was prima.

Leave a comment