Alex Reuneker

#atletiek

§396. Martini Baanmarathon 2026 #4 — Nabeschouwing (7 October 2026)

In Sport by Alex –

Dik een week na de Martini Marathon blik ik er eventjes op terug. Op basis van de vorige post over de baanmarathon in Groningen moge duidelijk zijn dat het ‘zo zo’ ging. Ik had drie plannen — A (<2:45), B (<2:50) en C (<3:00) — en plan A is niet gelukt, B evenmin. Dat viel dus tegen. Aan de andere kant baalde ik er niet heel erg van en ik kon eigenlijk direct wel accepteren dat het ging zoals het ging. Je toch aan een plan kunnen houden — niet plan A, maar B en C formuleer je niet voor niets — en 2:55 lopen is alles behalve een ramp; het is een acceptabele tijd, ik heb vlak en zonder problemen gelopen en werd derde, na Marc Steenhorst (2:46:33) en Maurice Kram (2:55:17), zoals je hieronder kunt zien. Overigens weet ik heus wel dat er genoeg hardlopers zijn die heel graag 2:55 zouden lopen, zoals me op een verjaardag de zondag erna werd gezegd, maar dat is wat mij betreft heel relatief: de een z’n pr is de andere niet en ik vind iemand die traint om onder de vier uur te lopen net zo knap.

Marc Steenhorst nr. 1, Maurice Stam nr. 2 en ik nr. 3. Toch leuk!

Zeker niet onbelangrijk was dat ik een leuke avond met andere ‘gekken’ beleefde. Dat ‘gekken’ schrijf ik met eerbied, want iedereen zette daar op de baan en sommigen tot in de late avond een knappe prestatie neer, maar een beetje vreemd is een marathon op de baan lopen natuurlijk wel. Het deelnemersveld week ook af van wie je tegenwoordig bij de grotere wedstrijden ziet: veel ultralopers, ‘trailvolk’ en andere nét niet standaard-rondje-in-de-stad-lopers. Na een rondje of tachtig kwam er nog een indirecte collega van de Rijksuniversiteit Groningen kijken. Ik sprak hem eerder op een conferentie over deze baanmarathon en we spreken elkaar sowieso elke conferentie even over hardlopen en aanverwante zaken. Het deed me goed hem te zien en dat iemand speciaal voor jou komt, dat werkt motiverend en ik waardeerde de support dan ook erg.

Correcte afstand (met de track run-optie van Garmin klok je precieze rondjes op de baan) en mooi kaartje van de 105,5 rondjes…

Toen ik, na een paar ronden, bewust koos voor rondjes van honderd seconden, heb ik dat prima en dan wel met toenemende mentale, maar weinig lichamelijke vermoeiing aangehouden. Ik zal je de exacte rondetijden besparen, maar ik rekende wel even het gemiddelde uit en dat was precies 100,0 seconden met een standaardafwijking van 1,75 seconden. Elk individueel rondje lag dus heel dicht bij het gemiddelde en er was geen verval. Mooi, daar ben ik best trots op.

Hoewel er wel wat lopers uitstapten tijdens de wedstrijd vanwege pijn en/of blessures, had ik zelf nergens last van. Niet tijdens en niet na. Geen spierpijn, ook niet de dagen na de marathon en geen pijn in bijvoorbeeld de linkerknie of rechterheup; dat mag je wel enigszins verwachten, want je loopt alle rondjes linksom. Op maandag bezocht ik mijn vertrouwde masseur Marcel van Ontspanje — vaste prik na een marathon — en die voelde wel degelijk spanning in de kuiten en bilspieren, maar verder niets vreemds. Het enige dat ik na afloop onder de douche merkte, is dat, waarschijnlijk door het steeds licht naar links afzetten in de 105,5 x 4 = 422 bochten, aan de buitenkant van mijn rechtervoet een schaafplek zat. Nou ja, als dat alles is…

En nu? Even niks. Ik heb nog geen plan en de zojuist gestelde inmiddels gebruikelijke vraag na een marathon heeft niet, zoals eveneens gebruikelijk bij mij, direct na de finish al een antwoord. Ik weet het even niet en dat is ook prima. Zoals ik eerder al schreef was ik in de wedstrijd op de baan niet zo eager als anders en ik zie dat als een teken om voorlopig maar geen doelen te stellen, een aansporing om wat minder en wat minder gericht hard te lopen en maar te zien wat er gebeurt.

Leave a comment

§394. Martini Baanmarathon 2026 #3 — Opdelen en finishen (5 October 2026)

In Sport by Alex –

De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.

De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.

Finish!

Het eindklassement zie je hieronder, maar vind je uiteraard ook op uitslagen.nl.

De top 10 van de Martini Marathon 2026

Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!

Wedstrijdverslag Martini Marathon in Dagblad van het Noorden

Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.

1 comment

§392. Martini Baanmarathon 2026 #2 — ‘Mooie kuiten’ (2 October 2026)

In Sport by Alex –

Goed, het startschot van de Martini Marathon 2026, gehouden op vrijdagavond 25 september, klonk stipt om 18.30 uur en dat betekende dat, met de teller op nul, er nog 105,5 rondjes op de baan in het verschiet lagen. Ik had van tevoren, al toen ik mijn schema maakte, netjes drie plannen gemaakt. Plan A was een sub 2:45 en dat betekende een tempo van 3:55 of rondjes van 94 seconden; plan B was sub 2:50 op 4:02 en rondjes 96 seconden. Plan C was sub 3:00 op tempo 4:15 en rondjes van 102 seconden.

Al snel, in ieder geval binnen de eerste tien rondjes, voelde ik weinig kracht in de benen. Ze waren niet slap, maar ik voelde dat, na de drukke dag, plan A er niet inzat. Plan B misschien? Ik besloot, gezien ik echt geen pr dacht en hoefde te lopen (dat was dan ook flink sneller dan plan A geweest), rondjes van net onder de 100 seconden te lopen. Ik liep heel consistent steeds 98/99 seconden (je hebt tijd zat om te rekenen zonder veranderende omgeving) en dat leek me goed vol te houden. (Als je zelf rondetijden en tempo’s wilt berekenen, zie https://www.reuneker.nl/runcalc.) Dat was ook zo en tijdens, maar ook achteraf, had ik het gevoel dat het harder zou kunnen, maar ik had er gewoon geen zin in. Waar dat aan lag, weet ik niet precies, maar misschien was en ben ik gewoon loopmoe? Ook nu zat het met uithoudingsvermogen wel goed en kon ik technisch heel netjes blijven lopen — hoge cadans, goede afwikkeling, geen gekke dingen. Na afloop zeiden verscheidende mensen me dat het er ‘zonder moeite’ of ‘gemakkelijk’ uitzag. Zo voelde het natuurlijk niet echt, want een marathon blijft toch gewoon 42,195 meter, baan of niet en dat is een heel eind. Kortom: het lijkt toch wel een slim plan te zijn geweest om rond de 100 seconden te gaan lopen: lichamelijk ging het zonder enige slag of stoot, maar mentaal vond ik het flink worstelen.

Een van de latere rondjes

Ik had best uitgekeken naar het lopen van een marathon op de baan, hoewel ik in training voor de Zestig van Texel al eens een keer op een koude, gure en natte baan 46 kilometer had gelopen en dat beviel totaal niet. Maar ja, toen was er niemand anders en nu was er flink wat publiek langs de baan en op de tribune en er waren natuurlijk de andere lopers. Dat maakte dat je ook tijdens de wedstrijd, omdat je elkaar meer dan eens tegenkomt — als snellere loper lap je veel mensen vrij vaak — regelmatig een kort woordje kunt wisselen. Zo kwam het dat ik een opmerking kreeg die ik werkelijk nog nooit heb gehoord van een hardloper. Ja, de kuitenesthetiek van wielrenners ken ik, maar dat een medehardloper ‘mooie kuiten’ naar je roept als je hem passeert, dat was toch wel nieuw. Zulk soort momenten breken de race overigens wel op en dat is altijd welkom.

De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.

De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.

Finish!

Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!

Wedstrijdverslag Martini Marathon in Dagblad van het Noorden

Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.

Leave a comment

§391. Martini Baanmarathon 2026 #1 — De aanloop (30 September 2026)

In Sport by Alex –

Afgelopen vrijdagavond, 25 september om 18.30 uur, liep ik de Martini Marathon in Groningen — een van de weinige baanmarathons met officiële tijdsmeting in Nederland. Baanmarathon, ja; 105,5 rondjes van 400 meter.

Gezellige drukte op de baan (wat later op de avond)

De training voor deze marathon ging op zich oké, maar werd, zoals eigenlijk altijd bij een najaarsmarathon, enigszins in de weg gezeten door de zomervakantie. Dit jaar zaten we, in de laatste van twee weken, boven op een Italiaanse berg. Wielrennen was er heerlijk, met de Stelvio en Gavia bijna om de hoek, maar hardlopen was er, door de enorme hoogteverschillen, praktisch niet te doen. Op zich was even wat meer looprust best goed voor me, denk ik, maar als de langere duurlopen eraan gaan, vind ik dat mentaal toch altijd wel lastig. Die vormen toch wel de ruggengraat van je training. Na de vakantie kon ik ze wel weer rustig oppakken.

Afijn, ik merkte in de voorbereidingen al dat de lange duurlopen heel soepel gingen. Aan uithoudingsvermogen geen gebrek, leek het, maar de tempo’s gingen moeizamer. Ik redde de beoogde tempo’s tijdens intervallen wel, maar het voelde gewoon zwaarder dan anders. Hoewel ik weet dat je daarvoor vaak niet een factor kunt aanwijzen, ga je in gedachten uiteraard toch op zoek. Waren het de perioden van slechte slaap, naweeën van de sleutelbeenbreuk, vermoeiing door het vele wielrennen, een wat moeizaam verlopende verbouwing, de leeftijd (toch veertig plus inmiddels) of wellicht gewoon de invloed van een veranderd leven met kind? Ik twijfelde ook wel over mijn schema; dat was zoals altijd gedegen, met elke week een tempotraining, een snelheidstraining en een lange duurtraining met blok aan het einde op marathontempo, maar nu ook nog een wekelijkse heuveltraining op de loopband, met langzamere intervallen op 12 procent stijging. Tja, dat telt natuurlijk ook op. Daarnaast doe ik, afgezien van die heuveltraining, eigenlijk al jaren hetzelfde en ik geloof niet dat dat bevorderlijk is, sowieso mentaal niet. Uiteraard ken ik het adagiam ‘concistency is king’, maar dat staat niet per se op gespannen voet met variatie.

Goed, fast forward naar afgelopen vrijdag. Na een drukke werkweek en een evenmin rustige papadag toog ik in een drie uur lange autorit naar Groningen. Ook dat laat zijn sporen achter, hoewel de rit voorspoedig verliep en ik, anders dan anders bij een marathon in de avond, voldoende tijd had om ook op de dag zelf nog genoeg en goed te eten. Eenmaal ingecheckt bij mijn bed and breakfast in Zuidlaren en aangekomen bij Groningen Atletiek kon ik mijn startnummer, nummer 40, opspelden, de tijdregistratiechips op mijn schoenen bevestigen en een paar rustige rondjes inlopen.

Startnummer (spoiler: foto van na de wedstrijd, vandaar dat de eindtijd er al op staat)

Voordeel bij zo’n kleine marathon — er gold een limiet van vijftig individuele lopers en tien à twaalf estafetteteams) is dat je — zonder overdrijven – twee minuten voor de start nog vooraan in het startvak kon gaan staan. WC-problemen a la de R’dam Half afgelopen week waren er ook niet. En waar loop je nog een marathon waar je twee minuten van tevoren vooraan in het startvak kunt gaan staan en waar je, schrik niet, maar 4,20 euro — een symbolisch bedrag uiteraard — inschrijfgeld hoeft te betalen?

Voordat we startklaar stonden, voerde ik nog wat leuke gesprekjes met de andere deelnemers. De sfeer, een combinatie van zin en zenuwen, zat er bij iedereen al goed in.

De teller staat nog op nul…

Om precies 18.30 uur werd, precies 195 meter voor de baanstart, het startschot gegeven en begonnen we. In de volgende post het wedstrijdverloop.

Leave a comment

§130. Sporten in groepsverband en trainingstijden (16 February 2023)

In Sport by Alex –

Vandaag zag ik het NOS-artikeltje ‘Pubers haken af bij sportclub door vaste trainingstijden en verplichtingen‘ voorbijkomen. Interessant en het gaat, hoewel de titel anders doet vermoeden, niet alleen over jongeren.

enter image description here

‘Pubers haken af bij sportclub door vaste trainingstijden en verplichtingen’ (NOS)

Hoewel het in hoofdzaak om jongeren gaat, spreekt het stuk over onderzoek dat ook keek naar ‘volwassen van 18 tot 44 jaar’, die ‘ook moeite [hebben] met sporten in verenigingsverband’, omdat het lastig te combineren is met druk werk en/of een gezin, zoals hieronder verder wordt toegelicht.

Volwassenen van 18 tot 44 jaar hebben ook moeite met sporten in verenigingsverband, blijkt uit het onderzoek. Zij kunnen het steeds lastiger inpassen in hun drukke leven met werk of een gezin. Deze groep volwassenen noemt tijdgebrek als grootste reden om niet te sporten. (Bron: NOS)

Hoewel er vervolgens wordt gesproken over redenen om niet te sporten en dat bij mij zeker niet aan de hand is, herken ik me wel in de problematiek — sporten bij een vereniging is, denk ik, goed voor je, zowel in sportief als mentaal en sociaal opzicht, maar het is ook weer een verplichting en eentje die, na een drukke dag vol werk en reizen, in de avond plaatsvindt, waardoor je door de weeks nog minder thuis bent en bijvoorbeeld samen met je partner rustig de tijd kunt nemen om te eten en de dag door te nemen. Als je het rapport zelf leest (zie links hieronder), zie je dat dé reden voor 19-30-jarigen en 31-44-jarigen om niet wekelijks te sporten ‘weinig tijd’ is.

enter image description here

Overzicht sporten bij een sportclub

Voor mij werkt het de laatste tijd ook erg slecht om pas in de avond een flinke hardlooptraining te doen, omdat ik er, om ik weet nog niet welke reden — er speelt nog wel meer dan een volle agenda, dan de hele dag tegenaan hik — zeker in de donkere wintermaanden. Ik zou tekenen voor een atletiekvereniging met (prestatie- en wedstrijdgerichte) ochtendtrainingen, als ik mijn werk zo georganiseerd zou krijgen, maar zowel het eerste als het laatste lijken op dit moment niet haalbaar. Ik merk wel dat ik, op dagen dat ik ‘s morgens of tussen de middag een training kan doen, dat veel beter voelt.

Het NOS-artikel geeft verder niet veel informatie, maar op de site van NOC*NSF, dat opdracht voor het onderzoek gaf aan onderzoeksbureau Kantar Public, kun je het gehele onderzoeksrapport vinden. (Sneller is op deze link klikken.) Het is mooi en inzichtelijk vormgegeven, maar door de opzet lijkt er, naar mijn idee, soms weinig diepgang in te zitten, want alle redenen om wel/niet te sporten worden in een beperkt aantal categorieën weergegeven, maar wat er vervolgens achter die redenen schuilt, blijft wat onderbelicht. Ik vermoed ook grote individuele verschillen en verschillen per sport — ik denk dat er heel andere drijfveren en drempels spelen bij bijvoorbeeld hardlopen (kun je gemakkelijk alleen doen) en voetbal of tennis (wordt lastig).

Daarnaast lees ik weinig over prestatiegerichte sporters — er is wel een drijfveer ‘prestaties verbeteren’, maar dat is een schaal die, vermoed ik als ik naar de leeftijdsoverzichten kijk, loopt van ‘voorbereiden op wedstrijden’, vooral bij de jeugd, tot ‘niet achteruitgaan’ bij ouderen.

enter image description here

Onderzoeksrapport ‘Sportgedrag in Nederland’

Leave a comment