Op het trainingsschema voor De Zestig van Texel stond voor dit weekend eigenlijk een lange duurloop van 52 kilometer. Toch twijfelde ik er vanaf het begin al aan of deze lange duurloop, twee weken voor De Zestig van Texel , nodig en vooral verstandig was. Ik had immers week na week al meerdere echt lange duurlopen gedaan, inclusief een zware trail van ruim 50 kilometer vorige week. Zou amper een week daarna 52 kilometer me niet meer uitputten dan voorbereiden? Na wat gesprekken met andere ultralopers tijdens deze Sallandtrail besloot ik het anders te doen: geen 52 kilometer in één keer, maar een zogenaamde *back-to-back*. Nu loop en vooral liep ik wel vaker meerdere dagen achter elkaar, maar dan eigenlijk nooit twee lange(re) duurlopen en ook niet zo gericht.
Een *back-to-back*-duurloop is een training die veel wordt gebruikt in de voorbereiding op ultramarathons. In plaats van één extreem lange training te doen, verdeel je de afstand over twee opeenvolgende dagen. Het idee daarbij is simpel: je loopt de tweede training met vermoeide benen en daar zit de trainingsprikkel. In een ultraloop kom je namelijk onvermijdelijk in een fase waarin alles zwaar wordt. Door twee dagen achter elkaar lang te lopen, boots je dat gevoel van vermoeidheid na, zonder dat je lichaam, in mijn geval nogmaals, de enorme belasting van één ultralange training hoeft te verwerken. Daarom liep ik vrijdag 26 kilometer, inclusief 5×1000 meter op tempo (doordat ik de babyfoon in de gaten hield noodgedwongen op de loopband, maar toch fijn dat dat kan!) en zaterdag nog eens 26 kilometer.
Rondje Schipluiden
Ik vond beide trainingen zwaar, maar dat komt ook doordat de Sallandtrail nog geen week geleden was en er ook doordeweeks in deze piekweek aardig wat trainingen op het programma stonden. Bij de tweede dag merkte ik inderdaad, al zal dat ook deels tussen de oren hebben gezeten, dat ik al bij de start vermoeide benen had. Toch voelde het goed en vooral effectief. Je start namelijk met benen die nog duidelijk laten weten wat ze gisteren hebben gedaan. Alles voelde net wat zwaarder, al kwam ik na een kilometer of 10, eenmaal ter hoogte van Schipluiden, wat beter in het ritme. De nog steeds flinke wind tegen was toen grotendeels voorbij en het weer was verder prachtig; een wolkendek, maar ook een zonnetje dat daardoorheen probeerde te komen.
In een weekend (vrijdag even meegerekend) staat er nu dus 52 kilometer op de teller. Voor mij voelde dat als een verstandige keuze: zwaar genoeg om vertrouwen te geven, maar ook voldoende ruimte om goed aan de taper te beginnen, want die fase staat vanaf maandag op het programma. De laatste twee weken voor De Zestig van Texel draait het om kortere trainingen, rust nemen, herstellen en hopelijk fris aan de start staan. Dat klinkt simpel, maar voor veel lopers is het een lastig onderdeel van de voorbereiding — je moet erop vertrouwen dat de voorbereiding er grotendeels opzit en dat rust nu belangrijker is dan omvang.
Vandaag, tijdens een kort herstelloopje na gisteren, dacht ik aan een tekst die ik op verzoek ga schrijven binnen het thema ‘door het lint’. Daarover later meer, maar de gedachte was vooral: eigenlijk is het eerlijker om onderstaande foto na de 46 kilometer op de baan te posten, want die laat een stuk beter dan de foto in de vorige post zien hoe ik me na afloop voelde.
Waar eerdere projecten — de marathon op de loopband of de marathon in rondjes van 400 meter om het huis — vooral grappige, wat gekke experimenten waren en zo ook aanvoelden, was de 46 kilometer op de baan dit weekend vanaf het begin gewoon zwaar en, eerlijk gezegd, niet leuk. Regen, windkracht 6 op een open baan in de polder van Vlaardingen en dan 115 rondjes van 400 meter, met elk rondje meer dan 100 meter volle bak tegenwind — dat telt op. Ik was dan ook het grootste deel van de tijd alleen op de baan; niet zo gezellig, maar wel handig dat ik constant dezelfde baan kon houden. Ik jok overigens een beetje: er waren twee flinke eenden die me alle rondjes gezelschap hielden en tegen wie ik soms zelf ‘baan!’ moest roepen.
115 rondjes op de baan
De mentale trucs die me normaliter helpen, hielpen weinig. Vaak breek ik lange trainingen op in blokken, die tel ik af en ik probeer dan niet het geheel te overzien. Nu voelde ik vanaf rondje één dat ik al wel een stuk beter ben, maar nog niet volledig hersteld van de flinke griep vorige week. Mijn benen waren moe, mijn ademhaling was op zijn zachtst gezegd niet optimaal.
Na elk blok van 30 rondjes at en dronk ik wat. Dat werkte weer goed, maar het motiveerde me niet zoals normaal. Elk rondje dacht ik: dit is niet leuk. Het hoort erbij — sommige trainingen zijn gewoon niet leuk, maar ik merk, in voorbereiding op een ultra, zoals ik al eerder schreef, dat het ‘niet leuk’-aspect wel erg aanwezig is. Dat is iets wat ik serieus wil nemen, want het gaat, uiteindelijk, natuurlijk zeker niet ‘alleen’ om de Zestig van Texel zelf, maar ook om de weg ernaartoe; die is namelijk veel langer en ik gun mezelf daar meer plezier in dan ik nu heb.
Hier kon ik er al wel weer om lachen
Ik probeerde voor deze training op de baan van een van mijn oude atletiekverenigingen, AV Fortuna in Vlaardingen, trouwens voor het eerst de *track run*-optie van mijn Garmin-horloge. Dat werkt heel erg goed; gewoon beginnen met lopen aan de start van de baan en door automatische kalibratie wordt elk rondje bijna perfect gemeten. Je kunt op je horloge dan een tellertje met het aantal rondjes zien en hoewel ik daar maar niet te vaak naar heb gekeken, was het leuk dat het zo goed werkte.
Garmin-_track run_ werkte prima
Qua tempo was het overigens wel heel fijn om op de baan te lopen — je kunt heel constant een duurlooptempo aanhouden en ik had dat, met het oog op herstel en de lengte van de duurloop, wat lager gelegd.
46 kilometer op de baan in Vlaardingen
Conclusie: het was zwaar, nat en mentaal uitputtend. Daarmee was het, by far, de zwaarste training die ik heb gedaan. Het was uiteraard wel een nuttige training, want de omstandigheden kunnen op Texel zeker ook tegenzitten. Niet elke training voelt goed, niet elke training is leuk en ik vind het belangrijk daar ook eerlijk over te zijn. Soms is het gewoon werken, rondje na rondje, totdat het klaar is, maar in het grotere plaatje moeten dit wel de uitzonderingen zijn.
Ik blijf het vreemd vinden: de duurlopen in de training voor Texel zijn inmiddels marathons geworden — of langer. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind, schreef ik al eerder. Voor mij is de marathon toch een magische afstand en hoewel je een duurloop natuurlijk bij lange na niet op marathontempo loopt, is het raar na 42,195 kilometer of meer zonder een finish te passeren en een euforisch gevoel te ervaren de sleutel in het slot steekt en thuis bent.
Garmin-marathonbadges
Gisteren stond er een duurloop van 44 kilometer op het programma. Die deed ik mijn mijn ouders in de buurt, zodat ik kon hardlopen en zij lekker een ochtend met hun kleinzoon konden doorbrengen. Het voelde als een zware duurloop door de harde, gure wind in de open polders rond Benthuizen en Hazerswoude. Ik merkte onderweg, toen het aan het einde zwaar begon te voelen, wel dat ik de gedachte had dat een duurloop van deze omvang ook zwaar hoort te voelen. Niet té zwaar, maar een goede, zware training.
Duurloop in de Benthuizer polder
Ik liep vier ‘rondjes’ van ongeveer 11 kilometer, zodat ik vlak bij het start-/eindpunt drinken en eten kon neerzetten. Niet de allerleukste opzet natuurlijk, maar het waren geen 105,5 rondjes van 400 meter… Op deze manier kon ik op gezette tijden wel het nodige eten en drinken en dat is bij deze afstanden, denk ik, wel van groot belang.
How to run a track marathon without an athletics track around? Number 2 in the ‘doing crazy stuff’ category: this Saturday, 7 February 2026, I went out early in the morning to do the 42K long run in preparation of the Zestig van Texel (60K). Of course I smuggled that 200m in to make it a marathon distance.
My wife ran the 30K Groet uit Schoorl run the day after in preparation of the Rotterdam Marathon in April. We had to leave somewhat early on Saturday, to make sure our son could still get his much needed sleep in the nice B&B we booked, Hoeve te Gast, around lunch time. It therefore was especially helpful to go for an early run today, although the initial plan was to do my long run in Schoorl — it is so beautiful out there! However, that would require even more planning, and it would have to be later in the afternoon. I find that suboptimal to say the least, because I know I’d be dreading it all morning.
The long runs for the Zestig van Texel are getting really long now, and I feel I have to keep things fun and a bit crazy. As the treadmill marathon two weeks ago was a fun experiment, I thought I’d do another somewhat crazy challenge. So, as I want to do a marathon on an athletics track someday in the future, but I don’t have a track really close to home, I thought I could do approximately 105 laps of 400m around the house, as I have used this ‘track’ before to do a test run for the beer mile last year.
A lot of laps around the house add up to 42.2K (for privacy, I blackened out the street names)
It’s kind of nice that I have exactly a 400 lap around the house. This seemed like a fun challenge, it was convenient to not waste time, and, certainly not unimportantly, I could easily set up food and drinks in my garden. As I started before 7 am, it was also nice to see the sun rise and the neighbourhood awaken. (Some neighbours must have found it a bit weird to see me pass their house many, many times.) It was an efficient training, and although I won’t be doing this again anytime soon, I really, thoroughly enjoyed it; it was fun to count laps instead of kilometers (I set auto lap on my Garmin at 400m, which worked quite well — I had to take the opposite street sometimes to correct for some cut-offs, but that was totally fine), it felt easy to maintain good endurance pace, and I felt like I still had a decent amount of energy left at the end. To prevent problems from the 105.5 x four corners, I changed direction each 25 laps, which also helped mentally — I counted laps until change of direction, which felt easier than having to think about doing more than 100 laps. This was, apart from the physical training, also a really good mental training, I think. I did not listen to any music and I had no other distractions than coming up with new counting games along the way.
The final figures
For those interested, here are all the laps.
105 laps (and a bit…)
All in all, this 105.5 x 400m marathon gave me a really good feeling and upon completing the 105.5 laps (42.23K in 03:08:16; 4:28 min/km), I could only smile. Then, head of in kind of a rush to the shower and off to Schoorl!
A convenient place to store some food and drinks
Note 1: The real initial plan was to run the Coast Marathon Nationaal Park Hollandse Duinen that Saturday, which seemed like a good preparation for the Zestig van Texel. However, it was not only a hassle to organise in the same weekend as the Groet uit Schoorl run, but I found it really too expensive. Not only the ticket was too expensive for my taste (85 euro), but after clicking through numerous screens and filling in a lot of forms, I also had to buy a national park ticket (or whatever it was) and an expensive parking ticket. That just did it for me — running does really seem too get expensive lately and I found this too much for what is was.
Note 2: As our son sleeps in the same room, we went to bed very early on Saturday. I woke up very early too, so after some tossing and turning, I decided to slip on the running shoes around 6 am and go out for a recovery run, which I would have done in the afternoon at home otherwise. Although it was still dark and there was little lighting on the streets and cycling paths, I really enjoyed running here, and the legs felt a bit stiff after yesterday’s marathon, but nothing noteworthy and that gave me a confidence.
Groeten uit Groet (‘Greetings from Groet’)
The surroundings were beautiful, very quite still and the second half of the 10K run, I ran on the route my wife would run later that day. It’s always fun to see the barriers on the roads, the brand advertisements and kilometer signs along the way!
On Friday 23 January, 2026, I ran a marathon on my treadmill in preparation for a 60K ultra-marathon (the Zestig van Texel). As I was at home with my 1.5 year old son, who I could keep monitored while he was asleep this way, this long run had to be done on the treadmill in my garage.
Most of my long runs I run at 4:20-4:30 per kilometer, but I thought it would be a ‘fun’ challenge to run a sub-3 hour marathon on a treadmill once, requiring a pace of at least 4:16 per kilometer. Will I make it within 3 hours?
For those interested in doing a treadmill marathon themselves, or those who just want to see an admittedly somewhat crazy experiment, I have made a summary video (<5 minutes) showing running footage with pace, distance and other details overlayed, and some technical details, lap times, evaluation et cetera. Watch it at https://youtu.be/ZMJDv8gvqso.
It was a fun experiment, but an experiment at that. I don’t plan doing another treadmill marathon soon.
Een marathon op de loopband — tja, dat is er een die al lang op mijn lijstje van gekke uitdagingen staat. Ik ken niemand persoonlijk die zoiets heeft gedaan, maar ik ben niet de enige die de uitdaging met vermoeidheid, zowel fysiek als mentaal, aangaat. Er worden zelfs records van bijgehouden.
Gisteren, vrijdag 23 januari 2026, was het zover; er stond, in voorbereiding op de Zestig van Texel, een duurloop van veertig kilometer op het programma en dat ligt natuurlijk wel akelig dicht bij de marathonafstand van 42,195 kilometer. Ik had al eerder, omdat ik soms echt alleen op de loopband kan lopen om de babyfoon in de gaten te kunnen houden, een keer een duurloop van 35 kilometer gedaan op wat sommigen de dreadmill noemen (‘For almost as long as I’ve been a runner, I’ve heard the phrase “Treadmill?! More like dreadmill.”), maar eigenlijk beviel me dat, als ‘gekkig’ experiment welteverstaan, best wel.
_Treadmill_ of _dreadmill_?
Nu dus een marathon, die ik maar bestempelde als ‘tempoduurloop’, want ik dacht dat het mooi zou zijn de 42,195 kilometer, als ik dit dan toch een keertje doe, binnen de drie uur te lopen. Daarbij komt dat mijn zoontje, op een goede dag, tussen de middag meestal zo’n drie uur slaapt, dus heel veel meer tijd had ik niet. Ik zette alles van tevoren klaar, van de loopband, een tafeltje en een camera tot voldoende eten en drinken op en om de loopband. Dat is wel een voordeel voordeel ten opzichte van een lange training buiten: water kon ik netjes naast de display van de loopband kwijt en ik hoefde geen bananen of ander etenswaar in de zakken van je hardloopbroek te proppen. Vorige week nog, tijdens een mooie trail rond Lage Vuursche, was de banaan in het zakje van mijn broek verworden tot bananenmilkshake.
Ik berekende op welk tempo ik de grondig geijkte loopband* moest zetten om met wat marge binnen de 3 uur the ‘finishen’. ‘Finishen’ tussen aanhalingstekens, want van een echte finish, zoals het hoort bij een marathon, was natuurlijk geen sprake. Ik zou een tempo van 4:13 minuten per kilometer lopen (14,23 km/u, maar op de loopband, vanwege zorgvuldig ijken met de *Runn*-sensor, 15,8/15,9 km/u), inderdaad wel wat sneller dan mijn normale duurlooptempo van circa 4:20-4:30 per kilometer, maar dan zou ik in 2:58 uur klaar zijn.
Zo’n 22 minuten ‘onderweg’
Van de twee minuten speling wist ik dat ik zo’n dertig à veertig seconden nodig zou hebben om de loopband na 100 minuten te resetten. Dan is namelijk het maximum van het apparaat bereikt en stopt zowel het display als het draaien van de band. Waar ik echter niet op had gerekend, was dat ik — wellicht door meer drinken ‘onderweg’ of niet zo’n gedegen voorbereiding qua eten vooraf als bij een echte marathon — rond de 28 kilometer plotseling een toiletbezoek moest plegen. In beide gevallen liep, zoals bij een echte marathon, de tijd gewoon door. Een voordeel was overigens wel dat ik daarna de garagedeur open kon laten, want die zat dicht en de afstandsbediening lag buiten bereik. Lees: geen daglicht, uitzicht op een saaie garagedeur en geen windje of frisse lucht. Overigens had ik wel oortjes klaargelegd, maar ik heb ze pas op zo’n dertig kilometer in gedaan en de podcast Naar de Vaantjes geluisterd. Verder wilde ik zo min mogelijk afleiding — die heb ik tijdens een immers marathon ook niet, al heb je dan, net als bij een lange duurloop, het uitzicht en de omgeving om te bekijken en, in geval van een wedstrijd, publiek.
Er waren, naast de dichte deur, nog wat tegenvallers. Zo had mijn kat in de ochtend iets omgestoten dat precies op mijn kleine teen landde. Dat voelde ik vanaf het begin en daarbij had ik vanaf tien kilometer al last van mijn wedstrijdschoenen; een naar, brandend gevoel aan de onderkant van de buitenzijde. De kleine teen werd gedurende de marathon steeds pijnlijker, tot op het punt dat ik me afvroeg of ik er niet mee moest stoppen. Door die gedachte en misschien doordat ik vanaf 28 kilometer de garagedeur open had staan er er dus ook op de voeten frisse lucht terechtkwam, leek het echter minder te worden, dus ik besloot door te gaan. De kleine teen hield zich daarna goed.
De afgelegde loopbandmarathon in 2:59:59
Door de reset- en toilettijd heb ik de laatste vier kilometer stapsgewijs versneld naar 3:30-3:40 per kilometer, zodat ik, weliswaar op ‘t nippertje, uiteindelijk 42,20 kilometer liep in 2:59:59. Met wat hobbels toch: missie geslaagd. Ja, het was een gekke uitdaging, maar wel leuk om een keer te doen en de duurloop van 42 kilometer van deze week is volbracht. Nu zal niet iedereen deze uitdaging als ‘leuk’ bestempelen, maar ik schreef al eerder ‘het \[voelde aan\] als experiment en ook dat laat volgens mij wel zien dat ik behoefte heb aan afwisseling en nieuwe routes, omgevingen of — iets breder — nieuwe of andere ervaringen.’ Vandaag, de dag erna, voel ik me best goed. Ik heb geen last van de voeten en geen gekke spierpijn — een loopband loopt toch anders dan op de weg — maar wel vermoeid. Niet vreemd, uiteraard. Ik merkte dat vooral tijdens een uurtje rustig uittrappen op de racefiets en dan vooral in de bovenbenen. Het ritje ging gelukkig echt lekker rustig en voelde precies goed op dat moment. De rest van de dag doe ik het lekker rustig aan, met een boodschappenwandelingetje met mijn zoontje en verder lekker helemaal niets.
Na afloop
\* Totaal op loopband: 24,68km (100 min.)+19,63km (78:15 min.)=44,31km. Ik stelde de loopband in op 14,8 km/u, daarna een stuk 14,9 km/u, toen weer 14,8 km/u en de laatste vier kilometer geleidelijk versneld naar 3:30-3:40 per kilometer. Ik heb tijdens het ijken wat marge ingebouwd, zodat de Garmin, die een *Runn*-sensor uitleest, nooit te optimistisch is, maar je altijd ongeveer een procent meer loopt dan aangegeven. Wil je zelf je loopband ijken? Check dan de Treadmill Calibration Tool die ik in 2024 maakte en die gratis online te gebruiken is. Zie ook deze post uit datzelfde jaar.