Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

Back-to-back: 52 kilometer in twee dagen

Op het trainingsschema voor De Zestig van Texel stond voor dit weekend eigenlijk een lange duurloop van 52 kilometer. Toch twijfelde ik er vanaf het begin al aan of deze lange duurloop, twee weken voor De Zestig van Texel , nodig en vooral verstandig was. Ik had immers week na week al meerdere echt lange duurlopen gedaan, inclusief een zware trail van ruim 50 kilometer vorige week. Zou amper een week daarna 52 kilometer me niet meer uitputten dan voorbereiden? Na wat gesprekken met andere ultralopers tijdens deze Sallandtrail besloot ik het anders te doen: geen 52 kilometer in één keer, maar een zogenaamde back-to-back. Nu loop en vooral liep ik wel vaker meerdere dagen achter elkaar, maar dan eigenlijk nooit twee lange(re) duurlopen en ook niet zo gericht.

Een back-to-back-duurloop is een training die veel wordt gebruikt in de voorbereiding op ultramarathons. In plaats van één extreem lange training te doen, verdeel je de afstand over twee opeenvolgende dagen. Het idee daarbij is simpel: je loopt de tweede training met vermoeide benen en daar zit de trainingsprikkel. In een ultraloop kom je namelijk onvermijdelijk in een fase waarin alles zwaar wordt. Door twee dagen achter elkaar lang te lopen, boots je dat gevoel van vermoeidheid na, zonder dat je lichaam, in mijn geval nogmaals, de enorme belasting van één ultralange training hoeft te verwerken. Daarom liep ik vrijdag 26 kilometer, inclusief 5x1000 meter op tempo (doordat ik de babyfoon in de gaten hield noodgedwongen op de loopband, maar toch fijn dat dat kan!) en zaterdag nog eens 26 kilometer.

Rondje Schipluiden

Rondje Schipluiden

Ik vond beide trainingen zwaar, maar dat komt ook doordat de Sallandtrail nog geen week geleden was en er ook doordeweeks in deze piekweek aardig wat trainingen op het programma stonden. Bij de tweede dag merkte ik inderdaad, al zal dat ook deels tussen de oren hebben gezeten, dat ik al bij de start vermoeide benen had. Toch voelde het goed en vooral effectief. Je start namelijk met benen die nog duidelijk laten weten wat ze gisteren hebben gedaan. Alles voelde net wat zwaarder, al kwam ik na een kilometer of 10, eenmaal ter hoogte van Schipluiden, wat beter in het ritme. De nog steeds flinke wind tegen was toen grotendeels voorbij en het weer was verder prachtig; een wolkendek, maar ook een zonnetje dat daardoorheen probeerde te komen.

In een weekend (vrijdag even meegerekend) staat er nu dus 52 kilometer op de teller. Voor mij voelde dat als een verstandige keuze: zwaar genoeg om vertrouwen te geven, maar ook voldoende ruimte om goed aan de taper te beginnen, want die fase staat vanaf maandag op het programma. De laatste twee weken voor De Zestig van Texel draait het om kortere trainingen, rust nemen, herstellen en hopelijk fris aan de start staan. Dat klinkt simpel, maar voor veel lopers is het een lastig onderdeel van de voorbereiding – je moet erop vertrouwen dat de voorbereiding er grotendeels opzit en dat rust nu belangrijker is dan omvang.