Een collega en medesporter, Louise Cornelis, heeft gisteren, vrijdag 17 maart 2023, een nieuw boek uitgebracht: Optimaal blijven sporten. Het gaat over doorsporten als je ouder wordt.
Voor veel sporters, zoals hardlopers, fietsers of wandelaars, is hun sport hun lust en hun leven. Maar hoe blijf je ervan genieten als de jaren gaan tellen? Als je bijvoorbeeld merkt dat je prestaties niet meer vooruitgaan? Of als je sneller blessures krijgt omdat je lijf niet meer zo flexibel is? Of als er andere gezondheidskwesties spelen? In Optimaal blijven sporten biedt Louise Cornelis informatie, tips en inspiratie voor hoe sporters kunnen blijven genieten van hun favoriete bezigheid. (Bron: optimaalblijvensporten.nl)
Gisteren heb ik het direct gekocht. Helaas niet tijdens de uitreiking bij Run2Day vanwege een trainingsweekend, maar ‘s morgens lag het (pardoes?) al bij Donner.
Optimaal blijven sporten
Het omslag en de opmaak zijn schitterend en ik ben nu natuurlijk erg benieuwd naar de inhoud!
In een van zijn recente training talks bespreekt hardloopcoach Sage Canaday, naast een interessante vraag over trainingstempo’s, de vraag wat voor hardlopers — en niet per se trailrunners — het beste hellingspercentage is voor een training.
Ik neem al een jaar of twee heuveltrainingen op een loopband op in mijn marathontraining. Op gevoel heb ik bepaald dat voor mij een hellingspercentage van 5 procent goed voelt — duidelijk zwaarder dan 0 of 1 procent, maar zeker niet te zwaar om lang vol te houden of de vorm te verliezen. Zoals Canaday ook al zegt in de bovenstaande video, is het overigens makkelijker om ‘netjes’ te lopen op een helling naar boven; je landt makkelijker op je voor- of middenvoet en je postuur zou automatisch beter zijn. Dat effect is niet onbeperkt, dus je wilt ook weer niet een te hoog hellingspercentage. Het is dus fijn om in deze training talk te horen dat die gevoelsmatig bepaalde vijf procent helemaal zo gek niet is en daarbij dat dergelijke heuveltrainingen inderdaad ook heel goed zijn voor de techniek- en krachtontwikkeling van hardlopers op vlakke wegen.
In Nederland zijn de wedstrijden natuurlijk vaak op vrij vlakke parcoursen en dat het anders kan, ondervond ik bij de Golden Gate Coastal Trail in San Franciscio in 2019 aan den lijve — ik heb niet hoeven wandelen, maar het scheelde weinig en ik was duidelijk niet gewend zo flink te klimmen.
Ik denk overigens dat ik tijdens die werkreis bedacht dat ik ook thuis heuveltrainingen wilde doen, dus dat is al weer langer dan twee jaar geleden. Het begon toen met 400m’tjes in de Benelux-tunnel; op tempo omhoog, hersteltempo naar beneden. Je kunt daar best zware trainingen van maken (dat hoeft natuurlijk niet) en een bijkomend voordeel is dat je altijd droog, uit de wind en in het licht loopt.
Onlangs heb ik de Runn-sensor van NPE (North Pole Engineering); een sensor die de snelheid en het hellingspercentage van je loopband, volgens reviews van o.a. DCRainmaker en Fellrnr, uiterst nauwkeurig kan registreren en via ANT+ en Bluetooth naar je horloge en telefoon kan zenden.
De Runn-sensor van NPE
Na een simpele kalibratie lijkt de sensor inderdaad heel nauwkeurig, als je tenminste de indicaties van de loopband vertrouwt. Die heb ik al eens gecontroleerd en gekalibreerd, dus dat deze Sensor direct bijna precies dezelfde waarden geeft, wekt wel vertrouwen. (Daarover later wel meer…) Vanmorgen deed ik bijvoorbeeld een herstelloopje van, volgens de Runn-sensor, 13,5 kilometer. De loopband gaf, zie de onderstaande foto, 13,55km aan en van die 50 meter verschil waren er 30 tot 40 toe te schrijven aan het feit dat ik mijn Garmin-horloge pas startte toen de band op snelheid was.
Afstand volgens Garmin
Afstand volgens de loopband
Toen ik in de laatste kilometer het tempo bewust elke 250 meter de snelheid terugbracht, zag ik dat direct en correct terug op mijn horloge.
Het enige dat niet lijkt te werken, is het hellingspercentage. In de app op de telefoon werkt dat perfect, maar Garmin lijkt er niets mee te doen. Ik moet nog even uitzoeken of dat aan Garmin ligt, of dat ik wellicht iets verkeerd doe. (Update: inmiddels weet ik dat je daarvoor dit data field van NPE op je horloge voor nodig hebt.
Aan het einde van de middag deed ik nog een tweede herstelloopje, ditmaal buiten en midden in de storm.
Flinke wind
Het was zonnig en bij een herstelloopje is het tempo niet van belang, dus het was lekker om er even uit te zijn na het thuiswerken.
De CPC was ook dit jaar een test voor marathontempo, zo rond de 3:45. Het was een mooie dag, maar wel met flink wat wind.
Als je je marathontempo van 3:45-3:47 wil testen, dan is elke split lopen op 3:45 (of er net onder) natuurlijk heel mooi. In die zin is de test geslaagd, maar het voelde wel te zwaar voor dat doel. Dat kwam deels doordat Stefan en ik de eerste helft met tegenwind bijna al het kopwerk deden en een aardig groepje achter ons hadden. Dat voelde zwaar, want er stond echt een flinke wind zo aan de kust.
Eigenlijk mag ik gewoon niet ontevreden zijn, denk ik, ook niet met het oog op de weekomvang (126km) en een harde, koude en natte training van donderdag. Die voelde ik nog nog steeds in de kuiten — ik gok dat die toch te veel nattigheid en kou hebben gehad.
Kopwerk in de wind, maar wel de test in de benen
Ik ga mezelf maar inprenten dat het goed is zo. Ik loop de halve eigenlijk altijd alleen in de marathonvoorbereiding, maar 1:18:55 was toch een klein PR; het vorige, ook een marathontempotest tijdens de CPC in 2020, stond op 1:19:11. Wat ik wel zorgelijk vind, is dat ik er bijna geen kilometer lol in had. Het was wel te verwachten in deze overwegend sombere week, maar toch. Het was wel heel fijn om met een groep van RA in en uit te lopen en samen te starten en sowieso om veel bekenden van PAC en andere verenigingen tegen te komen.
Leuk om weer als groep de CPC te lopen
Tot slot een schop onder mijn kont: ik moet die oude Hoka’s nu echt eens weggooien, want carbonschoenen stoïcijns blijven gebruiken tot 1000km, ook in wedstrijden, slaat echt nergens op. Ze hebben geen enkele grip of demping meer…
We hebben enorm genoten van de Tour du Mont Blanc. We vonden de moeilijkheid enorm meevallen en we zouden de toch de volgende keer waarschijnlijk in acht dagen plannen, vooral omdat de eerste dagen relatief kort en makkelijk waren. Desalniettemin is was het ook erg mooi om de tocht in tien dagen te doen en tijd om uit te rusten hoort natuurlijk ook wel een beetje bij een vakantie.
Na het ontbijt lopen we gezamenlijk naar de startboog in Les Houches, nog zo’n vier kilometer. Daarna vervolgen we de weg naar de auto en nemen we een laatste koffie met gebak bij de lokale bakker om het einde van de tocht te vieren.
De tocht goed afsluiten
Wat een geweldige ervaring, de TMB. Een echte aanrader!
We ontbeten vroeg, om half zeven, samen met de Fransen met wie we op een slaapzaal lagen. Ze zitten in de organisatie van de Marathon du Beaujolais — een marathon waarbij je onderweg wijn uit de streek drinkt. Niet helemaal mijn ding, maar wel erg leuk om een adresje te hebben. Wie weet! Na een lekker ontbijt in La Boerne met goede koffie, melk, havermout en een banaan vertrekken we voor half acht, want de etappe wordt lang en er zitten twee flinke klimmen in. Toch begrijpen we de elf uur die ervoor staan niet, maar later zou blijken dat we weliswaar geen elf uur, maar toch meer dan acht actieve wandeluren nodig hebben voor de etappe.
We vertrekken richting Arguiette d’Argentierre en de eerste klim valt mee. Ook de trapjes die je soms moet beklimmen — en waarvoor elk boekje waarschuwt — vallen alleszins mee en we hebben voor het eerst echt supermooi en zonnig weer. Heel fijn, want dit is de etappe met bijna constant uitzicht op de Mont Blanc. Wat een geluk en wat een grandeur, zeg, dat massief. Het is echt genieten onderweg en je kunt het niet helpen je, omringd door alle bergen, enigszins nietig te voelen als mens. Voor de tweede klim eten we onze picnic (stokbrood met kaas, tomaat, sla en ei) en vervolgen we de weg, waar we even later een restaurant vinden met exorbitante prijzen, precies zoals ons boekje het beschreef — dik zes euro voor een sinaasappelsap! We houden het wel bij water. Na een korte stop beginnen we aan de tweede beklimming en na een kort after lunch-dipje komt de vaart er weer in. We zien op de flinke weg omhoog meerdere steenbokken. Echt heel gaaf om te zien en na het trotseren van een paar sneeuwvlakken zien we zelfs een hele steenbokkenfamilie. We zijn dan bijna op het hoogste punt.
Steenbokken
We komen weer verschillende keren mensen tegen die we ook in de hutten hebben ontmoet en iedereen is erg aardig. Het delen van zo’n tocht schept ook een band, dus het is leuk elkaar steeds te zien. Na het laatste trapje wacht ons een geweldig uitzicht, maar, zoals op wel meer punten vandaag, ook een mensenmassa, omdat hier ook skiliftjes naartoe gaan. Dat doet toch wat afbreuk aan de meer solitaire ervaring die de TMB biedt.
Met touwladders omhoog
We maken wel gebruik van de mogelijkheid eindelijk een ijsje, of, in mijn geval, een crêpe met Grand Marnier, te eten. Heerlijk! We denken nu nog dat we ‘alleen nog maar’ hoeven afdalen naar Les Houches, maar die tocht blijkt veel en veel langer te zijn dan gedacht. We rekenden op een laatste kilometer of vier, hooguit vijf, maar dat werden er bijna dubbel zoveel en dalen blijft toch ook zwaar, al gaat het wel sneller dan klimmen. Het laatste deel glooit lekkerder naar beneden en loopt prachtig door de bossen. We komen, eindelijk, aan bij de hut in Les Houches waar we tien dagen geleden onze tocht zijn gestart. Dat levert een mooie, maar ook bizarre ervaring op, want het voelt alsnog het veel langer geleden is. Iets later komen ook verschillende groepjes aan die we de afgelopen anderhalve week steeds zagen. Het was een heel gezellig weerzien en we proostten met wijn en bier op een geslaagde tocht en een mooie prestatie.
We startten, na een zeer uitgebreid en heerlijk ontbijt met verse muesli, banaan en eveneens vers brood, aan de tocht van Trient naar Tré le Champ. Geen heel moeilijke etappe, maar wel een met de eerste paar kilometers zo’n 800 hoogtemeters. De dag begon droog en vrij zonnig, maar werd, hoe hoger we kwamen, kouder, natter en vooral winderiger.
Boven op de eerste col de Balme dronken we koffie en vervolgden we de weg. Er kwam al vrij snel een verkorte route naar Tré le Champ, maar we kozen toch voor de originele route. Die was op zich prachtig, maar omdat we weer moesten klimmen, liepen we recht een wolk in en was het weer koud, nat en winderig. Ook de route moesten we een paar keer opzoeken, maar uiteindelijk was het toch een mooie tocht. Met helder weer heb je hier de beste uitzichten op de Mont Blanc, maar wij hadden vooral mist. Gelukkig brak het soms open en dan geniet je extra van het prachtige uitzicht op de bergtoppen. Een redelijk lange afdaling volgde en na zo’n 15 kilometer zagen we La Boerne, onze hut voor vandaag, al liggen.
Het is by far de kleinste en knuste hut van de toch. Misschien niet de meest comfortabele, maar wel een geweldige ervaring. Omdat we vrij vroeg aankwamen, lopen we nog een lusje naar Argentière en daarna ga ik nog een stuk hardlopen naar de lift voorbij het plaatsje Le Tour. Daar kom ik nog langs ‘Le Balcon’, waar ik in een beekje even lekker de voeten kon afkoelen. Na 10 kilometer was ik weer terug bij La Boerne en na een lekkere douche volgde een heerlijk diner van sla, rijst, stokbrood en gestoofde groenten (voor de vegetariër). Daarna vroeg naar bed, want morgen staan we om 6.00 uur op, omdat de laatste etappe mooi maar lang wordt. We hebben er nu al zin in!
Tijdens het ontbijt bespraken we de opties: de standaardroute naar Trient, of de alternatieve route. Het weer is slecht — de regen is niet intens, maar zal wel de hele dag aanhouden. Om de een of andere reden besluiten we toch de ‘de hel’ te nemen. Die naam is misschien was overdreven, maar een vagevuur is het zeker. Zoals ik wist van mijn trailavontuurtje gistermiddag waren de eerste twee kilometers goed te doen, maar daarna beginnen de rotsen en hoogtemeters.
Flink klimmen
We klimmen en klauteren ons een weg naar boven en het wordt steeds kouder, natter en glibberiger. Dit voelt niet slim, maar omdraaien is op een gegeven moment eigenlijk geen optie meer. We zetten onze tocht dus voort en moeten over rotsen, door een stuk sneeuw en we krijgen het flink koud. We doen ruim vier uur over een kilometer of drie, vier, maar dat zit ‘m vooral in het lastige terrein en meer dan 1000 hoogtemeters. Eenmaal boven aangekomen, op 2657 meter, genieten we van het uitzicht. Ondanks, of misschien dankzij de regen is dat adembenemend; een dal vol mist en regen, gletsjers, ijs en groene boomtoppen. We staan te verkleumen, maar genieten er toch heel erg van.
Koud, maar mooi
Door het weer komen we de hele dag bijna helemaal niemand tegen. Begrijpelijk en eigenlijk versterkt dat de ervaring wel. De weg naar beneden is lang, maar wordt na ongeveer 500 meter een stuk beter te doen. We nemen wat koffie en eten onze picnic op om weer wat op kracht te komen. Na ongeveer tien kilometer komen we al aan bij een hutje, waar we koffie, thee en bouillon drinken. De aardige eigenaresse (tevens yogagoeroe) had nog wat broodjes over en gaf die aan ons. Na de tegenvallende picnic (een soort zure rijst) gingen die er wel in! Vanaf hier is het nog een paar kilometer naar Trient en die tocht is modderig door de regen, maar verder erg gemakkelijk en mooi. We lopen langs een soort aquaduct met allerlei door water aangedreven spelletjes. Erg leuk om te zien! We zien links van ons een roze kerkje opdoemen en weten dan dat we er bijna zijn. Eenmaal in Trient zien we de bordjes van La Grande Ourse, wat betekent dat we deze toch vrij zware dag overleefd hebben! Ik ga na aankomst nog een stukje hardlopen en besluit naar Col de Forclaz te lopen. Daar komen we vanwege de alternatieve route niet langs, namelijk. Na weer flink wat hoogtemeters keer ik in Forclaz om, om daarna lekker met een flinke vaart af te dalen. Daarna douchen, een aardig diner (soep, rijst met groentecurry en een stukje appelgebak) en lekker naar bed. We kijken terug op een dag met misschien niet zo’n slimme routekeuze, maar het voelde wel als een flinke inspanning door het ruige terrein die beloond werd en waar je aan het einde van de dag heel tevreden en gelukkig op kunt terugkijken.
We staan weer om 6.30 uur op; zo’n beetje vaste prik tijdens deze reis. Na een ontbijt met melk, muesli, bruin brood en lekkere zelfgemaakte jam van de hut vullen we de thermosflessen en gaan we weer op pad. De eerste paar kilometers voeren ons, na wat zoeken op de camping, naar het pad richting Champex. Dat staat al vroeg aangegeven, dus dat is gemakkelijk. Na een kilometer of acht komen we langs La Kabana, een hip koffietentje waar je, zoals eigenlijk overal in Zwitserland, veel betaalt voor weinig koffie. Wel goede koffie, overigens, dus we klagen niet.
Koffie
Daarna lopen we verder en komen we door verschillende schattige dorpjes met prachtig gelegen houten huisjes. Echt een feest om doorheen te lopen. Zoals overal op de TMB staat ook hier de route weer prima aangegeven en aangezien we vandaag geen alternatief lusje doen, is het gewoon pijltjes en logo’s volgen. Na een kilometer of tien begint het klimmen. We moeten zo’n 400 meter omhoog en dat is redelijk zwaar met de tassen, maar heel goed te doen. Onderweg komen we nog een klimklasje tegen en dat was erg leuk om te zien. We vervolgen de weg naar Lac du Champex, waar we een luxe lunch nemen, want we hebben geen picnic vandaag. Een heerlijke croc monsieur verder besluiten we nog een rondje om het meer te lopen, zo’n 1,5 kilometer, en daarna de weg te vervolgen door het kleine centrum van Champex naar de alternatieve route die langs Relais d’Arpette voert, onze stop voor vandaag.
De refugé doet gehaast aan en alles moet gelijk betaald worden — soms zelfs per drankenrondje. Niet de fijnste ervaring, maar aan het einde van de middag begint het te regenen en zijn we toch blij met een dak boven ons hoofd. Ik ga nog een rondje hardlopen en besluit de alternatieve route van morgen alvast voor een deel te bekijken, want we horen die door iedereen ‘de hel’ genoemd worden. Daar zit wat in, want de eerste drie kilometer maakte ik al 700 hoogtemeters en moest ik klimmen en springen over een soort rotsvelden. Van hardlopen is naar boven weinig sprake, maar dat hoort wel een beetje bij trailrunnen, geloof ik. Niet echt mijn ding als nuchtere Hollandse langeafstandloper, maar het was wel avontuurlijk en naar beneden ging het eigenlijk best lekker. Wel uitkijken, want misspringen is hier een enkel breken. De naam ‘de hel’ heeft vooral met die rotsvelden te maken, want die lijken, zeker als het regent of sneeuwt, onbegaanbaar en vooral heel glad. De alternatieve route is vooral de moeite waard bij helder weer vanwege de uitzichten, maar voor morgen voorspellen ze hier slecht weer, dus we besluiten morgenochtend wat we doen: de alternatieve route, of terug naar Champex en de hoofdroute pakken. Het diner was voor mij als vegetariër prima — een gevulde tomaat met linzen en lekkere groenten erbij — maar voor de rest was de worst met een klein beetje pasta en slapgekookte groenten toch wat karig. De groentesoep vooraf was wel erg lekker en vooral lekker warm, want het is hier inmiddels nat en koud. Lekker vroeg naar bed en morgen weer op tijd op.