De laatste tijd ben ik veel bezig met proberen het plezier in hardlopen terug te krijgen — wellicht doe ik dat wat te rationeel, maar het is allemaal vrij dwangmatig geworden, met schema’s waarvan ik niet wil afwijken, registratie van zo’n beetje alles en zo nog wat meer zaken.
Die registratie is aan de ene kant fijn, want dan kun je nog eens opzoeken hoe je je tijdens trainingen voelden, wat vorig jaar de tempo’s waren et cetera. Je kunt echter ook doorslaan. In mijn geval betekende dat:
~~Strava~~ (dat heb ik al een jaar geleden de deur uitgedaan);
Atletiekschema’s printen, aan de kastdeur plakken en in de agenda en alles (dus op twee plaatsen) afvinken;
Trainingen op een whiteboard schrijven en daarop afvinken;
Trainingen in mijn agenda schrijven en op de lege pagina een logboek bijhouden;
Trainingen op het (zelf ontwikkelde, dont’ ask…) Save The Run;
Wedstrijduitslagen bijhouden in een tekstbestand (zie reuneker_races.txt);
Verslagjes op deze weblog — echt registratie noem ik dat niet, dus ik negeer de weblog voor nu even.
Agenda en logboek
Als ik het nu zo opschrijf, zie ik natuurlijk ook wel dat het echt veel te veel van het goede is. Je kunt je sowieso afvragen waarom je alles zou willen registreren. Ik kijk zelf vrij weinig terug naar die registraties, maar ik geloof wel dat het schrijven over een training op het moment zelf helpt om bewust na te denken over wat je doet en waarom.
Wat het plezier in het hardlopen niet ten goede komt, is de gedachte dat een training op zoveel plekken afgevinkt en beschreven ‘moet’ worden — ‘moeten’ hier tussen aanhalingstekens, want alleen ikzelf verplicht me dit te doen.
Whiteboard in de sportkast
Goed, de bezem erdoorheen dus. Maar ja, welke tools, want dat zijn het, laten we dan vallen? Garmin Connect niet, want daarmee check ik ook tempo’s en hartslag en dergelijke zaken. Strava is al de deur uit en ik mis het soms, maar meestal niet. De geprinte atletiekschema’s wil ik niet kwijt, want die tonen me de weekopbouw en de inhoud van de trainingen. Ze kunnen wel weg uit de kast, want als ik het logboek in mijn agenda behoud, dan zitten die schema’s lekker op dezelfde plek. Oké, een streep door de schema’s op de kastdeur dus. De trainingen op het whiteboard zien er echt leuk uit, maar in mijn agenda zie ik eigenlijk hetzelfde. Het is alleen al zo’n lange traditie, zeker in de aanloop naar de marathon, dat ik het moeilijk vind deze registratie op te geven. Ik behoud ‘m tot na de marathon van Rotterdam 2023 en dan stop ik ermee.
Met Save The Run stop ik — het idee was heel mooi, namelijk een merkonafhankelijk, ouderwets logboek zonder toeters en bellen en het werkt heel mooi. Iedereen kan het gebruiken en je kunt je data altijd benaderen en exporteren naar CSV als back-up of om in Excel te laden. Maar toch — redundant, dus de deur uit. De website blijft overigens gewoon werken, dus wees daar welkom.
Save the Run
De wedstrijduitslagen in een tekstbestand behoud ik, want ik heb een compleet overzicht vanaf mijn eerste wedstrijd in 2014 en ik registreer alleen data en eindtijden.
Uitslagen in een tekstbestand
Goed wat houden we over? Garmin Connect voor de data, een atletiekschema in de agenda voor overzicht en in dezelfde agenda een geschreven logboek voor reflectie en, vooruit, registratie en het wedstrijduitslagenoverzicht in tekstbestand. Strava weg, Save the Run weg, whiteboard weg na Rotterdam 2023. Dat scheelt toch een hoop. Nu kijken wat het oplevert.
Het was een flinke week; druk met werk, mentaal helaas niet fit en toch flink wat kilometers en trainingen voor de boeg. Eva was dinsdag jarig, dus een etentje bracht wel een welkome afleiding. Héroine in Rotterdam bleek een aanrader — leuke bediening en aankleding en heerlijke, originele gerechten waar duidelijk veel aandacht aan was besteed.
Dinsdag zat qua werk en dus een etentje propvol. Daarom heb ik maandag maar een dubbele training gedaan. ‘s Morgens een rustig loopje van 9km en aan het einde van de middag een heuvelloop met 12 kilometer op 5% — loopbandwerk dus, maar daar heb ik helemaal geen hekel aan. Die tweede training voelde lekker en ik had geen last van het herstelloopje ’s morgens. Ik voelde de wedstrijd van de dag ervoor nog wel wat in de benen.
Op woensdag deed ik de marathontraining van RA. Die bestond uit 3000m+1500m+3000m+1500m+3000m op marathontempo (3:40-3:45). Het eerste blokje voelde wat zwaar, maar dat is vaak vooral de gedachte dat ik pas aan de eerste interval bezig ben. Daarna ging het steeds gemakkelijker. Op donderdag volgde de baantraining en ik had er echt helemaal geen zin in. Het gaat mentaal weer wat slechter en hoewel ik me bewuster ben van mijn gevoel en wat ik daarmee kan (en niet kan of hoef), beleefde ik geen lol aan de training, ondanks een begripvolle trainer en een leuke groep. De koude en wind hielpen niet, maar daar had ik vroeger nooit zo’n moeite mee. De harde baantempo’s voelden oké, dus daar lag het ook niet aan. Ik houd het op een sombere dag en soms is dan het beste gewoon te accepteren dat het niet leuker wordt. Morgen weer een dag.
Vrijdagochtend liep ik, tussen werkafspraken door, een herstelloopje van 12 kilometer. Dat voelde zwaarder dan het hoorde. Normaliter hecht ik niet echt waarde aan de suggesties van Garmin, maar deze week kreeg ik steeds meldingen van ‘overtraining’ op basis van een verlaagde hartritmevariabiliteit (HRV). Helemaal toevallig lijkt me dat niet.
Overbelasting volgens Garmin…
Op zaterdagochtend voelden mijn benen, wellicht door de planning en algehele drukte, nog flink zwaar. Op vrijdagavond was ik ook nog naar de Motorbeurs in Utrecht, dus het was allemaal wat veel. Ik probeer zo’n volle agenda sinds een jaar te voorkomen, maar soms loopt het gewoon zo. Ik had zaterdagochtend weinig zin in het lopen — een 33km-duurloop met 6000m op marathontempo aan het einde, maar ik ontbeet goed en na wat huishoudelijke taken (en de noodzakelijke koffie) ben ik toch met wat zin gaan lopen. Er woei een loeiharde wind, maar ik had een rondje bedacht dat begon in Schiedam en dan door Vlaardingen naar Maasland, Gaag, Schipluiden en langs Abtswoude terug naar Schiedam liep. Daarbij had ik de eerste helft (keiharde) tegenwind — altijd lekkerder dan andersom. (Toevallig lees ik nu de biografie van Lieuwe Westra en hij plande zijn wielerrondjes ook altijd expres met tegenwind in het begin.)
Mooie, winderige route
De fikse hagelbui waarin ik belandde was minder fijn, maar ik zat er niet zo mee en ik heb flink van de soms goed schijnende zon kunnen genieten. Fietsers met tegenwind inhalen, hoewel het een beetje flauw klinkt, geeft natuurlijk ook gewoon een lekker gevoel. Het rondje gaf ook mooie, oer-Hollandse uitzichten — schitterend!
Nabij Schipluiden; hoe Hollands wil je het hebben?
De duurloop van 33 kilometer voelde ‘normaal zwaar’, maar wel op een fijne manier — ik had er ook gewoon plezier in. Het zonnetje hielp daarbij erg. Het tempoblok van 6000m op marathontempo aan het winde was pittig, maar ging goed. Het overheersende gevoel was dat ik er best voor moest werken, maar dat het ook goed en leuk voelde. Dat noem ik winst aan het einde van deze week. Soms betrap ik mezelf erop dat ik voel dat alles zonder moeite zou moeten gaan, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Een training mag best zwaar voelen, zolang het maar niet té zwaar is.
Morgen herstellen — misschien een herstelritje op de Wahoo, maar misschien ook gewoon niks. Na een week van 115 kilometer zie ik het wel.
In eerste instantie was het idee de 10 kilometer van de Lansingerlandrun te lopen. Die kostte echter 19,50 — voor een 10K! — en hoewel ik dat best kan betalen, in deze tijd een luxe als ik mijn studenten en anderen soms hoor praten, vind ik dat gewoon echt te veel voor zo’n afstand in een lokale wedstrijd. Daarom reisde ik af naar Leiden voor de Polderpark Cronesteyn-10K. Dat bleek achteraf niet zo’n heel goede keuze, al moet ik er misschien ook gewoon een beetje om (leren) lachen.
Begrijp me niet verkeerd — het was een leuk lokaal loopje van NLML en voor vier euro en een goede kantine om je om te kleden mag je niet klagen, maar dit wedstrijdje in Leiden was wel héél klein… Geen tijdsregistratie, maar wel een wedstrijdklok en een zorgvuldig uitgemeten parcours, gelukkig.
Uiteindelijk waren er, gok ik, een stuk of 25 à 30 lopers. Die waren, en ook dit bedoel ik niet verkeerd, een stuk langzamer, waardoor ik alles alleen op kop moest lopen, met veel wind en wat regen in de polder en daardoor een paar flink gladde bospaden. Ik liep de 10 kilometer in 36:33 en dat was niet wat ik in gedachten had.
Het voelde ook nog best lastig zonder groepje of mikpunt — veel moeilijker om te focussen zonder anderen en diepgaan kan (ik) dan eigenlijk niet. Het is mijns inziens een essentieel onderdeel van wedstrijden dat je iemand voor ‘moet’ blijven (van jezelf), bij een groepje wilt blijven, elkaar uit de wind houdt of juist een ander in het vizier kunt houden. Daarom vond ik die solo-wedstrijdjes tijdens de corona-lockdowns ook zo lastig. Gezien die omstandigheden is 36:33 ook nog best redelijk, maar het voelde voor zo’n tijd te weinig als een wedstrijd en te zwaar.
Het is zeker niet de schuld van de organisatie, want het is gewoon een kleinschalig loopje (en hartstikke gezellig, dat wel) en dat had ik, als ik de website beter had bekeken (achteraf bleek NLML voor ‘niet lullen maar lopen’ te staan…), waarschijnlijk wel kunnen inschatten. Aangezien het mijn bedoeling was een wedstrijdprikkel op te zoeken, voelde dit achteraf toch een beetje als een mislukte poging daartoe.
Les voor de volgende keer: toch maar iets meer betalen en een wat groter wedstrijdje pakken. Aan de andere kant: het doel was een wedstrijdprikkel opzoeken en hoewel dit naar mijn idee niet echt kwalificeerde, wist ik dat van tevoren niet en heb ik me mentaal ertoe aangezet om een wedstrijdje te doen. Zoals ik al zei: niet zo serieus zijn, tevreden zijn met een leuke ochtend en er gewoon om proberen te lachen…
I presented an experiment on the reliabiliy of annotating conditionals in corpus data. I got some great questions and suggestions for further research. Much appreciated! Below you can find the abstract.
Annotation reliability as a preliminary for corpus research
In corpus research, language data are frequently annotated by analysts, but measures of reliability are rarely reported. When annotations concern interpretative features such as implicatures, this poses problems for subsequent steps in the analysis. In this talk, three connected issues are discussed in light of an experiment on classification of coherence relations in conditionals. First, different classifications produce incompatible results when applied to language data. Second, discourse studies observe a discrepancy between theory and data, i.e., existing classifications are “too detached” from actual discourse. Third, while language users construct various cognitive relations between clauses, they do so without relying on overt linguistic features, which poses problems for composing annotation schemes. Based on the results of the experiment, I discuss the implications for corpus research of implicatures.
‘Pubers haken af bij sportclub door vaste trainingstijden en verplichtingen’ (NOS)
Hoewel het in hoofdzaak om jongeren gaat, spreekt het stuk over onderzoek dat ook keek naar ‘volwassen van 18 tot 44 jaar’, die ‘ook moeite [hebben] met sporten in verenigingsverband’, omdat het lastig te combineren is met druk werk en/of een gezin, zoals hieronder verder wordt toegelicht.
Volwassenen van 18 tot 44 jaar hebben ook moeite met sporten in verenigingsverband, blijkt uit het onderzoek. Zij kunnen het steeds lastiger inpassen in hun drukke leven met werk of een gezin. Deze groep volwassenen noemt tijdgebrek als grootste reden om niet te sporten. (Bron: NOS)
Hoewel er vervolgens wordt gesproken over redenen om niet te sporten en dat bij mij zeker niet aan de hand is, herken ik me wel in de problematiek — sporten bij een vereniging is, denk ik, goed voor je, zowel in sportief als mentaal en sociaal opzicht, maar het is ook weer een verplichting en eentje die, na een drukke dag vol werk en reizen, in de avond plaatsvindt, waardoor je door de weeks nog minder thuis bent en bijvoorbeeld samen met je partner rustig de tijd kunt nemen om te eten en de dag door te nemen. Als je het rapport zelf leest (zie links hieronder), zie je dat dé reden voor 19-30-jarigen en 31-44-jarigen om niet wekelijks te sporten ‘weinig tijd’ is.
Overzicht sporten bij een sportclub
Voor mij werkt het de laatste tijd ook erg slecht om pas in de avond een flinke hardlooptraining te doen, omdat ik er, om ik weet nog niet welke reden — er speelt nog wel meer dan een volle agenda, dan de hele dag tegenaan hik — zeker in de donkere wintermaanden. Ik zou tekenen voor een atletiekvereniging met (prestatie- en wedstrijdgerichte) ochtendtrainingen, als ik mijn werk zo georganiseerd zou krijgen, maar zowel het eerste als het laatste lijken op dit moment niet haalbaar. Ik merk wel dat ik, op dagen dat ik ’s morgens of tussen de middag een training kan doen, dat veel beter voelt.
Het NOS-artikel geeft verder niet veel informatie, maar op de site van NOC*NSF, dat opdracht voor het onderzoek gaf aan onderzoeksbureau Kantar Public, kun je het gehele onderzoeksrapport vinden. (Sneller is op deze link klikken.) Het is mooi en inzichtelijk vormgegeven, maar door de opzet lijkt er, naar mijn idee, soms weinig diepgang in te zitten, want alle redenen om wel/niet te sporten worden in een beperkt aantal categorieën weergegeven, maar wat er vervolgens achter die redenen schuilt, blijft wat onderbelicht. Ik vermoed ook grote individuele verschillen en verschillen per sport — ik denk dat er heel andere drijfveren en drempels spelen bij bijvoorbeeld hardlopen (kun je gemakkelijk alleen doen) en voetbal of tennis (wordt lastig).
Daarnaast lees ik weinig over prestatiegerichte sporters — er is wel een drijfveer ‘prestaties verbeteren’, maar dat is een schaal die, vermoed ik als ik naar de leeftijdsoverzichten kijk, loopt van ‘voorbereiden op wedstrijden’, vooral bij de jeugd, tot ‘niet achteruitgaan’ bij ouderen.
Vandaag hebben Eva en ik een heerlijke trail gelopen. De Alphensebergentrail in de variant van 15 kilometer was prachtig en lekker onverhard, op een stukje door een vakantiepark na. Er waren een paar stukjes zand, maar zeker niet veel en wat klimmetjes, maar ook die vielen erg mee.
De Alphensebergentrail
De trail was vooral erg mooi en rustig — we liepen ‘m op een GPX-bestand, want de georganiseerde trail is pas in november en het is eigenlijk ook wel heel lekker om gewoon samen te lopen, dus zonder enige drukte.
Uiteindelijk bleek de route, als de GPS klopte, geen 15, maar 14 kilometer, maar dat was als herstelloop helemaal prima. Aan het einde, voordat we heerlijk lunchten bij De Kloostertuin in Alphen (Chaam), heb ik nog vijf strides (100 metertjes) gedaan om even snelheid te voelen. Heerlijke dag zo!
Vandaag stond een duurloop van 27km met een blok van 5000m op marathontempo (MT) op het programma. Nou ja, op het programma stond een duurloop van 30-32km met hetzelfde blok in MT, maar na de trailmarathon krap een week geleden vond ik het verstandig de duurloop ietsje in te korten. Daarnaast loop ik morgen met Eva nog een trail van 15km en hoewel dat voor mij in hersteltempo is, zijn het toch 15 kilometers extra.
Ik had het plan om een ronde te plannen met een koffiestop bij een vriend aan het einde van de route, maar die vriend appte dat hij niet thuis was. Kan natuurlijk, dus toen bedacht ik dat ik met een flinke omweg naar het station in Delft zou lopen en dan met de trein terug zou gaan. Uiteindelijk heb ik gewoon lekker een rondje bedacht dat thuis begon en eindigde — ik had toch geen zin in een hele extra reis terug. Het rondje werd uiteindelijk het onderstaande, met genoeg voor mij nieuwe of lang niet belopen paden.
Rondje Vlaardingen, Broekpolder en Schiedam/Midden Delfland
Vanmorgen hadden Eva en ik een uurtje skiles en ik voelde me sowieso nog moe, dus ik moest echt zin maken in de duurloop. Toen ik eenmaal wegging, ging het vrij gemakkelijk, maar begon ik aan te hikken tegen het MT-blok dat ik in kilometers 20 tot en met 25 zou doen; benen voelen zwaar, week al te omvangrijk, al dat soort gedachten. Ik had naar mijn eerdere ervaringen moeten luisteren, want de eerste 20 kilometer speelde ik met de gedachte het MT-blok niet te doen of in te korten, maar toen ik eenmaal begon, ging het weer makkelijker dan gedacht. Zal je altijd zien.
Uiteindelijk was het heerlijk buiten — veel minder koud dan ik dacht (handschoenen had ik eerder aan omdat ze nieuw waren, dan dat het echt nodig was) en gewoon heel fijn om een flinke tijd buiten bezig te zijn. Eenmaal thuis heb ik nog even nagenoten met lekkere thee, de krant en wat yoghurt met bessen en muesli. Ondanks de tegenzin bleek het toch een goede training.
This is just a short post. I needed to print monthly calendar without any markup, filling an entire screen/page. I could have done this in Word or other software, but I made a simple webpage for it, so anyone can ‘enjoy’ printing such calendars. Sometimes those little things are just fun to make.
Het was een enorme eer om een van de drie genomineerde taalwetenschappers te zijn voor de AVT/Anéla-dissertatieprijs 2022. Op vrijdag 3 februari 2023 vond aan het einde van de Grote Taaldag in Utrecht de feestelijke uitreiking plaats en mocht ik de prijs in ontvangst nemen voor mijn proefschrift Connecting Conditionals. Ik ben heel erg blij met deze geweldige prijs en met de mooie woorden van de jury!
Prijsuitreiking aan het einde van de Grote Taaldag 2023
Samen met de andere genomineerden, Sybren Spit en Daan Hovens
Veel dank aan mijn promotoren Arie Verhagen en Ronny Boogaart Boogaart en aan mijn collega’s bij LUCL, aan de andere genomineerden, Sybren Spit en Daan Hovens, aan de Algemene Vereniging voor Taalwetenschap (AVT) en natuurlijk aan de jury, bestaande uit Beyza Sümer, Ad Backus, Mike Huiskes, Maarten Kossmann en Nicoline van der Sijs, voor het lezen en beoordelen van de genomineerde proefschriften.
Het was erg mooi om deze prijs samen met copromotor Ronny Boogaart en promotor Arie Verhagen in ontvangst te mogen nemen.
Op zaterdag 4 februari liep ik in de omgeving van Apeldoorn de Trailmarathon door Kroondomein Het Loo. Ik liep hem eerder in 2020, maar de jaren erna ging de marathon niet door vanwege corona.
Startnummer opspelden en, na de koffie natuurlijk, gaan.
Deze trail over de volle marathonafstand valt qua training voor Rotterdam ’23 nooit helemaal lekker in de planning, maar het is zo’n mooie route door een gebied dat het grootste deel van het jaar afgesloten is, dat ik ‘m toch graag weer wilde lopen. Natuurlijk was het plan de marathon als duurloop en dus training te zien en natuurlijk liep het net iets anders.
Toch maar water meegenomen — slechts halfvolle flesjes, maar er was maar een drankpost en dat is voor zo’n lange trainingsloop te weinig als je snel wilt herstellen
De voorbereiding was zeker niet perfect, maar ja, het moest ook een training worden. Ik had donderdag en vrijdag twee heel drukke werkdagen — leuk, een heidag en een conferentie, maar de hele dag en een deel van de avond staan, praten, lezing geven et cetera is niet echt ontspannen. Het plan was weg te gaan op 4:20 en kijken wat de trail qua zand, blubber en hoogtemeters zou brengen. Ik ging wat te hard weg met de nr. 1, maar ik heb zonder veel moeite en best ontspannen kunnen lopen. De nr. 1 was een triatleet die zichtbaar meer kracht had bij het klimmen, dus het was niet erg hem uiteindelijk te laten lopen. Dan toch gemakkelijk 2e worden in 2:59:01 voelt goed, zeker als je erbij optelt dat ik twee keer verkeerd gestuurd werd. Een van de twee voorste fietsers van de organisatie reed voor me, maar bleek de route niet te hebben. Op dat moment baalde ik, zeker omdat ik tweede lag, flink, maar na afloop was het gewoon zoals het was. Het was heel mooi weer, dus ik heb er vooral van genoten.
De route was anders dan een paar jaar geleden, maar even schitterend. Heerlijk, alles onverhard en er zelfs een februarizonnetje bij!
Op een kilometer of 32 had ik mentaal een dip, gewoon geen zin meer, maar dat heb ik tijdens de marathon wel vaker gehad en daar kom je vanzelf weer uit. Het duurde vandaag tot een kilometer of 35 en toen had ik er weer zin in. Ik heb het tempo in die kilometers gewoon constant kunnen houden, dus dat was prima. Ik liep overigens op Vibram V-Trails en dat ging goed, maar het maakte het natuurlijk ook wel wat zwaarder, omdat je geen drop, bounce of demping hebt en de scherpe takken en stenen duidelijk voelbaar zijn. Ik heb zelfs een paar kilometer een takje tussen mijn tenen gehad, maar dat verloor ik gelukkig ook weer.
De laatste kilometers heb ik nog wat versneld, maar niet te gek gedaan. Tijdens zo’n trail is er eigenlijk geen publiek, dus dat is mentaal zeker minder dan bijvoorbeeld Rotterdam, maar al met al een geslaagde dag. Zoals gezegd werd ik tweede en dat was helemaal geen doel, maar wel erg leuk natuurlijk. Op 39km riep een wandelaar nog sub-3:00 en dat was zeker ook geen doel, want eigenlijk te hard voor een duurloop, maar ja, toch maar voor gegaan — het was nog maar een klein stukje en ik hoefde er weinig meer voor te doen op dat moment.
Samen met Arnoud Runia, de nr. 1
Het voelde als een goede, lange en onverharde duurloop met flink wat hoogtemeters en zand. Goede training voor Rotterdam! Veel dank aan de organisatie en het net overgenomen restaurant aan het Uddelermeer voor de goede sfeer, omkleedgelegenheid, koffie en soep!