Omdat ik een vroege beklimming van de Gavia verkoos boven een flink latere beklimming van de Stelvio vanuit Prato, kwam ik mooi op tijd beneden in Bormio aan, waar bijna gelijktijdig vrouw en kind Piazza Cuovo opliepen voor koffie met iets lekkers bij Dolce Ozio. Wat een heerlijk zaakje!
Na wat souvenirs te hebben geshopt, aten we met z’n drieën pizza bij de Sunrise Bar, dat veel leuker was dan de toch wat toeristische naam deed vermoeden. Toen met elkaar naar de auto, zodat onze zoon een goede middagslaap kon doen in het vakantiehuis en wij ook wat konden uitrusten voordat het inpakken zou beginnen. Mijn vrouw had er immers een hele ochtendwandeling met zoon op loopfietsje opzitten en ook dat is flink werken, want uit enthousiasme en ontdekkingsdrang schiet hij alle kanten op.
Vandaag reed ik wellicht niet de beroemdste klim, maar zeker ook niet de minste. Ik reed er voor mijn gevoel een die een geweldige dag opleverde en dat is me een hoop waard.
Het was een geweldige ochtend en de Stelvio vanuit Prato, volgens niet de minsten de beste Stelvio-beklimming, komt vast nog wel een keer — dat is me nog wel een reis waard. Stel dat ik over een paar jaar terugga om de Stelvio vanuit Prato te beklimmen, dan kan ik dat met alle aandacht doen die de beroemde col ook, of misschien wel juist vanaf die kant verdient. Wie weet, al duurt dat nog wel lang, kan ik ‘m ooit samen met mijn zoon doen. Dat schoot op de weg omhoog vandaag door mijn hoofd en dat lijkt me een mooie afsluitende gedachte voor een mooie beklimming en dito vakantie.
De echte test op de Passo di Gavia kwam pas rond het negentienkilometerpunt en duurde een paar kilometer. Ik had dat al gelezen, maar ik werd er toch enigszins door verrast. Voor het eerst moest ik echt uit het zadel. Even schoot zelfs door mijn hoofd: zal ik een voetje aan de grond zetten? Nu bestaat er onder wielrenners een regel dat een col pas echt telt als je geen voet aan de grond hebt gezet. Zo staat op de officiële website van de toeristische regio Lombardije, bij de beklimming van de Passo del Ghisallo, zelfs ‘il piede a terra è una sconfitta’: ‘een voet aan de grond is een nederlaag’. Ik heb het dan ook niet gedaan en de gedachte duurde maar heel even, maar op de Stelvio had ik dat geen moment gehad. Ik had overigens best prima benen, zelfs na gisteren een dagvullende hike om de Laghi di Cancano met Casper op de rug te hebben gedaan, maar of het nou verstandig was om diezelfde dag eerst nog tien kilometer met 500 hoogtemeters hard te lopen, daar verschillen de meningen over. Nou ja, eigenlijk niet; ik was veel te vroeg wakker, wilde iets doen, maar wist ook wel dat ik beter een boek en rust had kunnen pakken. Mijn sleutelbeen liet overigens wel van zich horen door de belasting van de draagrugzak, maar tijdens het fietsen zelf had ik daar gelukkig geen last meer van.
Op de Passo di Gavia veranderden rap de omstandigheden. Het werd kouder, de wolken hingen dreigend boven de bergen en de wind trok aan. Het deed me Schots aan; een donker meer, ruige rotsen en altijd die dreiging van nattigheid. En natuurlijk geen jasje of mouwen mee…
Het werd snel mistig en dreigend.
Juist door de omgeving en omstandigheden voelde het alsof ik, op dat moment, een avontuur aan het beleven was. Dat was heel anders dan de Stelvio. Die voelde meer als een grote, berekende uitdaging: hoogtemeters optellen, haarspelden aftellen, steeds dichter naar een duidelijk eindpunt zwoegen. De Gavia was minder voorspelbaar: meer ontdekken, minder aftellen.
Toch maar omhoog, ondanks de naderende regenwolken.
De laatste kilometers waren echt een heel stuk makkelijker: een meertje verscheen, de bergen openden zich en de weg vlakte af tot een procent of vijf. Dat maakte ook dat ik op de top, na minder dan 1:50 uur, opeens dacht: nu ben ik er. De Stelvio had daarentegen echt een heel duidelijk eindpunt in de beleving. Die voelde wellicht minder avontuurlijk, maar wel euforischer aan het einde. De Gavia stelde echter zeker niet teleur en de beroemde Rifugio Bonetta bovenop was open, dus ik klaag zeker niet. Er waren wat motorrijders, lui met snelle sportauto’s en een handjevol andere wielrenners.
Bovenop de Gavia.
Ik raakte al snel in gesprek met Pawel, een Poolse fietser met wie ik even foto’s maakte van het bord en de bever en die net als ik een vakantie vol familie-hikes met een mooie beklimmingen combineerde.
Toen ik de rifugio binnenliep, hoorde ik eerst Take it easy van The Eagles spelen. Ja, een ouwenlullennummer, maar wel een heel fijn nummer om je eraan te herinneren gewoon even lekker de tijd te nemen voor een mooie ochtend. Toen ik eenmaal een dubbele espresso had besteld, klonk Bongo Bong van Manu Chao — een nummer waaraan ik, door een familieweekend ergens eind jaren ‘90, mooie en warme herinneringen bewaar.
Na de koffie met geweldig uitzicht en helaas zonder pretzel — je zit hier duidelijk verder van Oostenrijk af — zette ik de afdaling in. Ook nu was het nog heerlijk rustig, maar het wegdek was nat, ik had geen jasje meegenomen, kreeg koude, gevoelloze vingers en vond het lastig op de toch al flink gedateerde velgremmetjes te vertrouwen. Bovendien bleek ‘s morgens bij vertrek mijn rechterschoenveter – zo’n draaisysteempje van Boa – kapot, waardoor ik minder kracht durfde te zetten. Je wilt niet met een losse schoen naar beneden knallen. En eerlijk is eerlijk: afdalen is zeker niet mijn sterkste kant. Twee wielrenners die dat beduidend beter in de vingers hadden, vlogen met aardig wat risico door de bochten en haalden me in, maar dat gaf niet. Het schoot ook nu door mijn hoofd: rustig aan, je hebt Casper en wat risico mag, maar zeker niet te veel. Sowieso was het wegdek en bochtenwerk heel anders dan maandag, waardoor de zeventig aantikken er, althans voor mij, echt niet bij was.
De Passo di Gavia vanuit Bormio (en eerst een stukje Sant’ Antontio-Bormio).
Tijdens het deel van onze vakantie dat we in Bormio vierden, beklom ik maandag de Stelvio vanuit een plaatsje dicht bij Bormio waar we vakantie vierden. Het was een geweldige ervaring: vroeg, al om 7 uur, vertrokken, bijna alleen naar beneden naar Piazza Cuovo in Bormio en door het vroege tijdstip een bijna verlaten Stelvio op. Later, zeker in de vakantie en in weekends, is dat weleens anders, hoorde ik van de vele andere wielrenners die in Bormio vakantie en fietsen combineren. Ik kon heerlijk mijn eigen tempo rijden en boven aankomen met het gevoel iets moois te hebben gepresteerd.
Ik dacht eraan later in de vakantieweek nog een keer de Stelvio op te gaan, maar dan vanuit Prato. Het was verleidelijk: beide kanten van een van de bekendste cols ter wereld beklimmen, maar het betekende ook anderhalf uur met de auto, later vertrekken en waarschijnlijk minder tijd om na afloop met vrouw en kind van de dag te genieten. Een andere optie was niet nogmaals de Stelvio te doen, maar de Passo di Gavia — minder bekend wellicht, maar, volgens de boekjes en verhalen, ook een geweldige pas. Het was, na de Stelvio, nummer 2 op de zomerlijst van de wielerchallenge van Bormio: de Stelvio Epic Rides.
Na wat wikken en wegen, koos ik voor de Gavia, lekker vanuit Bormio. Ik koos voor mijn gevoel niet voor een minder iconische klim, maar voor een dag die beter in de familievakantie paste: lekker vroeg en gewoon vanuit het vakantiehuis vertrekken, een totaal andere ervaring beleven dan de Stelvio, niet gehaast een col in de ochtend hoeven proppen en rustig gezamenlijk de vakantie in Bormio kunnen afsluiten. Dat laatste klinkt misschien als een detail, maar het was zo meer een mooie vakantiedag dan ‘alleen’ een fietstocht.
Net als maandag vertrok ik vrijdag vroeg. Om 7.05 uur, zoefde ik op de vertrouwde Opera bergaf naar Bormio. De eerste kilometers na Bormio voelden nog niet, zoals bij de Passo dello Stelvio wel het geval was, als een legendarische col. De weg was breed, nog geen echte pas en de stijgingspercentages waren gemoedelijk genoeg: afwisselend stukken van acht tot tien procent met herstelstukken rond de vijf procent. Het was mooi fietsen, maar het voelde vooral nog aan als de weg ergens naartoe.
Dat veranderde vanaf Santa Caterina, waar we twee dagen ervoor waren voor een hike. Daar staat op een brug waar je onderdoor fietst groot Passo Gavia aangegeven en vanaf dat moment voelt de weg anders. De weg begint te slingeren, is minder doorgaand en de eerste haarspelden verschijnen. Eindelijk was ik voor mijn gevoel niet meer op weg naar een pas: ik bevond me erop.
Hier bevond ik me duidelijk wél op een pas.
Rond kilometer achttien zag ik de enige twee andere wielrenners tijdens de beklimming; waarschijnlijk dankzij het vroege uur. Ik haalde ze in en hoorde dat ze uit Engeland kwamen. Na ze te hebben ingehaald, riep een van hen lachend: ‘Do you want to borrow some kilos?’ Ik kon er wel om gniffelen, want ik realiseer me wel dat ik een klimmerspostuur heb — licht en niet al te groot. Bij zo’n opmerking komt ook altijd weer heel even het verleden van een eetstoornis om de hoek kijken, maar dat is dan gelukkig meestal nog maar een flard van een gedachte (‘ha, ik ben dun!’) en die ik laat voor wat ‘ie is: ik klim naar boven in mijn eigen tempo, met mijn eigen lichaam en dat ga ik later vandaag vieren door lekker met het gezin pizza te eten. Heerlijk. Voor nu pakte ik een banaan en die smaakt uiteindelijk toch het best als ‘ie, net wat verdrukt, ‘vers’ uit een van de achterzakken van een wielershirt komt.
Had ik, tijdens de Passo dello Stelvio, spijt dat ik mijn oude racefiets —een Opera (Pinarello) Cellini van minstens achttien jaar oud — mee had genomen? Deels. De Bianchi Sprint staat thuis en die wilde ik niet twee weken buiten naast vakantiehuizen in the middle of nowhere hebben staan als het niet hoefde, maar tijdens de heerlijke afdaling miste ik de scherpte van de schijfremmen wel en een zwaarder frame met slechts 9-speed cassette is ook niet meer ‘je van het’. Voordeel is wel dat ik deze fiets heel goed ken en dat de velgremmen van de oude Opera op zich nog zeer goed dienst deden, maar toen ik bij het afdalen de zeventig kilometer per uur aantikte, schoot de gedachte aan mijn zoontje door mijn hoofd en liet ik de lichte angst die ik voelde toch een keer een verstandige raadgever zijn: niet harder dan dit. Het afdalen was verder heerlijk — weidse uitzichten op de haarspelden die nog volgden, best een goed wegdek en gewoon lekker wielertrui open en de wind het lichaam laten koelen.
Eenmaal terug bij het begin van de pas vervolgde ik de weg naar mijn startpunt in Bormio, om daar eventjes op vrouw en kind te wachten. Die hadden samen een mooie hike rond Bormio gedaan en toen ik ze aan zag komen lopen, viel me direct op dat mijn vrouw onze zoon zijn wielershirt had aangetrokken. Wat een leuke en liefdevolle verrassing!
We sloten de mooie ochtend gedrieën even mooi af met gezamenlijke koffie en echt Italiaans lekkers. Eenmaal terug bij het vakantiehuis bekroop me dat gevoel dat je ook na andere ervaringen hebt waarnaar je hebt uitgekeken: nu is het voorbij. Dat vertelt me wel dat het gewoon echt een goede ervaring was. Ik voel me dankbaar. Wellicht later deze week nog een keer omhoog, maar dan de volgens sommigen minder klassieke, maar wel de ‘beste’ route vanuit Prato, maar de vraag is of de planning en omstandigheden dat toelaten. Het is en blijft in eerste instantie een familievakantie, dus gezamenlijke activiteiten gaan voor en plezier ik de Italiaanse zon is het best als je die met elkaar deelt.
Zoals eerder te lezen viel, was ik nou niet echt te spreken over de Garmin-houder van HideMyBell voor de racefiets. Bij de eerste keer bellen vloog de bel eraf en verloor ik, zo ontdekte ik veel later, de tussen Garmin en bel gemonteerde AirTag. ExitHideMyBell dus. Ik was al een tijdje op zoek naar een nette oplossing om toch een bel op de racefiets te hebben, want op zich had ik me jaren beholpen met een getiewrapt belletje, maar het oog wil natuurlijk ook wat. Het blijft een luxepaard, zo’n Italiaanse racefiets.
Afgelopen week kreeg ik, heel toevallig, een reclamemailtje van de fabrikant van mijn huidige Garmin-houder, JRC Components, met een set om een bel onder de Garmin te monteren. Het gaat om de Underbell(y) Integration Kit, bestaande uit een mooi adaptertje van aluminium en een zogenaamde Knog Oi-bel.
Underbell(y) Integration Kit, JRC x Knog
Voor een fietsbel was het veel geld (met wat korting en de verzendkosten 36 euro), maar echt duur is dat mijns inziens niet, want de Knog Oi Prima kost lost al €29,99. Installeren was een fluitje van een cent en hoewel ik de eerste echte test afwacht — een bel moet blijven zitten en lekker luid zijn — vind ik lekker onopvallend en gewoon mooi. Dat is alvast wat waard.
Tijdens een vakantieweekje in Oostenrijk ging ik er met de (oude) racefiets op uit om vanuit Presseggersee, waar we huisden, naar de Weissensee te klimmen. Hoewel ik van wielrennen houd, doe ik eigenlijk nooit echte cola — lastig ook in het vlakke Nederland natuurlijk — maar dit was een mooie kans op een bescheiden klimmetje en om te testen of, met het sleutelbeen, eventueel volgende week, wanneer we in Italië zitten, de Stelvio te beklimmen.
Van Presseggersee naar de Weissensee
De Kreuzbergpas vanuit Hermagor was, met zo’n 700 hoogtemeters tot aan de top van de Kreuzberg en op de rit in totaal 900 hoogtemeters, veelal geleidelijk met een gemiddeld hellingspercentage van 4-5%, op een een aantal mooie haarspelden van 12-14% na. Het was omhoog wel even werken, maar eigenlijk was ik boven voordat ik doorhad dat dat het hoogste punt was. Daarna was het nog even wat klimmen en dalen naar de daadwerkelijke Weissensee, die een schitterend uitzicht bood.
De Weissensee
Het was een mooie ochtend met veel plezier op een vrij rustige weg en voor de afdaling genoot ik nog even rustig van koffie met zo’n echte verse Oostenrijkse, flink zoute pretzel.
Vorige week viel mijn oog op een stuk in de NRC over het Groningse dorp ‘t Zandt. Niet dat ik daar verder iets van weet, maar ik het is een van de dorpen in het hopelijk dit jaar nog te rijden rondje dt-dorpen, waarover ik al eerder schreef op Neerlandistiek. De route langs alle Nederlandse plaatsen met namen eindigend op dt is vergevorderd, maar door de sleutelbeenbreuk lag het plan in de ijskast. Dit stuk bracht de tocht weer even onder de aandacht.
Op 23 mei brak ik mijn sleutelbeen doordat ik een overstekend konijn raakte en viel. Heel vervelend, maar het herstel gaat, zeker na de operatie, heel goed. Tijdens het genoemde rondje was het plan een in het vroege voorjaar verloren AirTag terug te halen; die schoot zo uit mijn (nieuwe) HideMyBell. Ik heb het even gecheckt — ik verloor de AirTag op zaterdag 11 april 2026. De AirTag bleek, een maand later toen ik me afvroeg waar dat ding toch eigenlijk was, nog te werken. Maar ja, tijdens dat rondje om ‘m te zoeken, brak ik dus mijn sleutelbeen en inmiddels is er weer een flinke tijd overheen gegaan. We zitten immers al diep in juli.
Nu reed ik vandaag een rondje met mijn vrouw (E, vandaar) en we zouden praktisch langs de AirTag komen, dus waarom niet even zoeken? Het kleine apparaatje was volgens de telefoon immers nog steeds actief en zou nog steeds op dezelfde plek liggen. Bizar, na maanden regen en uitersten van nachtvorst tot 40 graden en felle zon1 Het kostte even moeite, maar met het geluidje dat je vanaf je telefoon kunt activeren, hebben we de AirTag toch gevonden in het inmiddels hoge gras en de doornenstruiken.
Teruggevonden! De AirTag die, na dik 100 dagen/14,5 week in weer en wind, nog werkte.
En inderdaad, hij doet ‘t gewoon nog — zelfs het geprinte stickertje zat er nog op. Hoewel ik niet per se erg gehecht ben aan een AirTag, werd ik wel blij van de gezamenlijke zoektocht en natuurlijk de goede afloop.
Een kleine zes weken na de sleutelbeenoperatie mocht ik voor controle terug naar de arts — eerst een nieuwe röntgenfoto, daarna een gesprek. Aangezien de arts die de operatie uitvoerde van tevoren zei dat ‘de test’ zou zijn hoe hoog ik mijn linkerarm weer zou kunnen strekken en ik die inmiddels weer bijna even hoog als rechts kon bewegen, verwachtte ik geen problemen. Die bleken er, gelukkig ook niet te zijn. Het litteken ziet er netjes uit, ik heb alleen nog echt last na een nacht slapen op de linkerkant en met de beweging zit het dus wel goed. De enige beweging waarin ik nog echt beperking voel, is die naar achteren, maar dat wordt ook steeds minder merkbaar.
Al met al ben ik, eigenlijk al nadat de twee dagen naar voelen van de narcose voorbij waren, vooral erg dankbaar en gelukkig, want de operatie had direct effect. De twee delen van het sleutelbeen stonden weer goed en konden niet meer afzonderlijk bewegen. Voor andere wielrenners die hun sleutelbeen hebben gebroken en die door googelen wellicht hier terecht zijn gekomen: bij iedereen zal het best een beetje anders uitpakken, maar ik ben heel blij met de operatie!
Sleutelbeen ongeveer 5,5 weken na de operatie.
Overigens vind ik het titanium/chirurgisch stalen ‘plaatje’ en vooral de schroeven vrij grof ogen, maar dat schijnt heel normaal te zijn. Ik kon het beeld van een doosje Gamma-schroeven echter maar met moeite onderdrukken.
Zoals eerder te lezen viel, was ik nou niet echt te spreken over de Garmin-houder van HideMyBell voor de racefiets. Bij de eerste keer bellen vloog de bel eraf en verloor ik, zo ontdekte ik veel later, de tussen Garmin en bel gemonteerde AirTag. Exit HideMyBell dus. Ik was al een tijdje op zoek naar een nette oplossing om toch een bel op de racefiets te hebben, want op zich had ik me jaren beholpen met een getiewrapt belletje, maar het oog wil natuurlijk ook wat. Het blijft een luxepaard, zo’n Italiaanse racefiets.
Afgelopen week kreeg ik, heel toevallig, een mailtje van de fabrikant van mijn huidige Garmin-houder, JRC Components, met een set om een bel onder de Garmin te monteren. Het gaat om de Underbell(y) Integration Kit, bestaande uit een mooi adaptertje van aluminium en een zogenaamde Knog Oi-bel, zoals je hieronder kunt zien.
Underbell(y) Integration Kit, JRC x Knog
Voor een fietsbel was het veel geld (met wat korting en de verzendkosten 36 euro), maar echt duur is dat mijns inziens niet, want de Knog Oi kost lost al €29,99. Installeren was een fluitje van een cent en hoewel ik de eerste echte test afwacht — een bel moet blijven zitten en lekker luid zijn — vind ik lekker onopvallend en gewoon mooi. Dat is alvast wat waard.