Tijdens een vakantieweekje in Oostenrijk ging ik er met de (oude) racefiets op uit om vanuit Presseggersee, waar we huisden, naar de Weissensee te klimmen. Hoewel ik van wielrennen houd, doe ik eigenlijk nooit echte cola — lastig ook in het vlakke Nederland natuurlijk — maar dit was een mooie kans op een bescheiden klimmetje en om te testen of, met het sleutelbeen, eventueel volgende week, wanneer we in Italië zitten, de Stelvio te beklimmen.
Van Presseggersee naar de Weissensee
De Kreuzbergpas vanuit Hermagor was, met zo’n 700 hoogtemeters tot aan de top van de Kreuzberg en op de rit in totaal 900 hoogtemeters, veelal geleidelijk met een gemiddeld hellingspercentage van 4-5%, op een een aantal mooie haarspelden van 12-14% na. Het was omhoog wel even werken, maar eigenlijk was ik boven voordat ik doorhad dat dat het hoogste punt was. Daarna was het nog even wat klimmen en dalen naar de daadwerkelijke Weissensee, die een schitterend uitzicht bood.
De Weissensee
Het was een mooie ochtend met veel plezier op een vrij rustige weg en voor de afdaling genoot ik nog even rustig van koffie met zo’n echte verse Oostenrijkse, flink zoute pretzel.
Een kleine zes weken na de sleutelbeenoperatie mocht ik voor controle terug naar de arts — eerst een nieuwe röntgenfoto, daarna een gesprek. Aangezien de arts die de operatie uitvoerde van tevoren zei dat ‘de test’ zou zijn hoe hoog ik mijn linkerarm weer zou kunnen strekken en ik die inmiddels weer bijna even hoog als rechts kon bewegen, verwachtte ik geen problemen. Die bleken er, gelukkig ook niet te zijn. Het litteken ziet er netjes uit, ik heb alleen nog echt last na een nacht slapen op de linkerkant en met de beweging zit het dus wel goed. De enige beweging waarin ik nog echt beperking voel, is die naar achteren, maar dat wordt ook steeds minder merkbaar.
Al met al ben ik, eigenlijk al nadat de twee dagen naar voelen van de narcose voorbij waren, vooral erg dankbaar en gelukkig, want de operatie had direct effect. De twee delen van het sleutelbeen stonden weer goed en konden niet meer afzonderlijk bewegen. Voor andere wielrenners die hun sleutelbeen hebben gebroken en die door googelen wellicht hier terecht zijn gekomen: bij iedereen zal het best een beetje anders uitpakken, maar ik ben heel blij met de operatie!
Sleutelbeen ongeveer 5,5 weken na de operatie.
Overigens vind ik het titanium/chirurgisch stalen ‘plaatje’ en vooral de schroeven vrij grof ogen, maar dat schijnt heel normaal te zijn. Ik kon het beeld van een doosje Gamma-schroeven echter maar met moeite onderdrukken.
Precies vier weken na de sleutelbeenoperatie en vijfeneenhalve week na de val vond ik het gisteren tijd om een mooi, maar rustig en bescheiden wielertochtje te maken. Niet omdat het vier weken geleden was, maar vooral omdat mijn sleutelbeen al snel na de operatie stukken beter voelt, ik mijn arm weer bijna helemaal omhoog krijg en alleen de beweging naar achteren nog beperkt is. Het doet ook geen pijn meer, al vermijd ik nog elke krachtinspanning met links.
Wat ik vooral vreesde, was de positie op de fiets en de trillingen op de weg. De positie op de fiets kon ik op zolder op de fietstrainer wel wat nabootsen, maar op de virtuele wegen heb je natuurlijk geen last van oneffenheden in de weg, je hoeft geen bochten te maken et cetera. Het werd dus echt een testrondje.
Het voelde geweldig — het was heerlijk weer en ik koos een bekend rondje zonder risico’s, al moet ik zeggen dat het enige waar ik last van had toch een beetje angst was voor konijnen en andere dieren op stukken langs bermen en bosjes. Dat zal moeten slijten, denk ik. Verder gaf het klassieke rondje Hoek van Holland — met koffie aan het strand zo op de heflt — vooral een bevrijdend gevoel.
Koffie aan het strand
Ook leuk: ik parkeerde de fiets op een vanaf het terras zichtbare plek, waarna de serveerster direct op me afliep en vroeg ‘ze is er al, wil je koffie?’ Ik stond er wat suf bij te kijken, want ik had geen idee wie of wat ze bedoelde. Er bleek een vrouw op het terras te zitten die een nogal gelijkende fiets had, maar ik kende haar niet. (Voor de leek zijn de fietsen bijna identiek, maar zij had de Bianchi Oltre Race en dat ging mijn budget te boven.) Het leverde een leuk gesprekje op over, hoe kan het anders, fietsen (zowel het zelfstandig naamwoord als het werkwoord) en wat restte was slechts nog de weg terug, langs het water met de wind in de rug. Een geslaagde test!
Door de sleutelbeenbreuk kan ik niet wielrennen en kon ik niet hardlopen. Dat laatste gaat inmiddels wel weer, maar wielrennen is nog beperkt tot indoor. Ik hoef dan geen druk op mijn linkerarm uit te oefenen en er zijn geen vervelende trillingen of onverwachte bewegingen. Nee, ik heb een enorme high-tech opstelling bedacht met een strijkplank waarop mijn arm goed kan rusten; een strijkplank kan namelijk lekker gezet worden. Het ziet er niet uit, maar het werkt. Elke keer dat ik, ook al is het buiten bijna veertig graden (hittegolf, code rood), indoor fiets — eerst alleen rustige en korte duurritjes en wat later ook voorzichtige intervalletjes — baal ik enerzijds dat ik op zonnige en bovendien windstille dagen niet lekker buiten fiets, maar anderzijds voel ik me dankbaar dat ik de luxe heb toch iets te kunnen doen. Niet iedereen heeft immers de mogelijkheid, middelen en ruimte om binnen te fietsen.
Foto door Aurora Song op Unsplash (niet mijn eigen Zwift-opstelling dus, maar dat raadde je al…)
Met het sleutelbeen gaat het inmiddels een flink stuk beter. Ik moet nog wel uitkijken en waag me nog niet aan buiten wielrennen, maar voorzichtige intervalletjes met hardlopen gaan al weer zonder pijn tijdens of na. En dat tweeënhalve week na de operatie. Ook de meeste huishoudelijke dingen lukken weer en mijn zoontje verschonen, waarvoor je toch wel echt twee goed functionerende armen nodig hebt, gaat ook steeds gemakkelijker. Ik merk, aan het einde van de dag en met sporten, wel dat de val zelf, de operatie, het lichamelijk herstel en vooral de narcose lange naweeën hebben — de conditie lijdt er duidelijk onder, maar dat schijnt erbij te horen. Niet te veel willen, maar kijken wat kan dus.
Gisterochtend, het was schitterend weer, weinig wind, zon, nog niet te warm, ging ik een heerlijk rondje wielrennen. Het plan was mijn verloren AirTag op te halen uit de bosjes ergens langs een fietspad in Hellevoetsluis. Dat zit zo: ik had een nieuwe Garmin-houder op mijn racefiets waarop ook een bel en een AirTag-houder zaten — een zogenaamde HideMyBell. Hád, want al bij de eerste keer bellen vloog de volledige bel eraf. Die raapte ik op, maar ik realiseerde me niet dat de AirTag er eveneens afgevlogen was. Daar kwam ik een paar weken later pas achter, toen ik op mijn telefoon zag dat die nog ergens in Hellevoetsluis was. (Overigens heb ik die houder gelijk vaarwel gezegd en ik ben ‘terug’ gegaan naar een mooie houder van JRC Components zonder toeters en bellen.)
Het beoogde rondje Hellevoetsluis eindigde in Rockanje
Een mooi ritje Hellevoetsluis via Rockanje op de zaterdagochtend dus. Heerlijk. Ware het niet dat ik in Rockanje, vlak bij strandafslag 2 op een mooi glooiend en enigszins zwierend fietspad verrast werd door een konijn of haas die uit de berm sprong. Er was geen redden aan, want voor ik het doorhad — en ik lette goed op, geen afleiding van wat dan ook — lag ik al onderuit. Het was een flinke klap, want volgens mijn fietscomputer reed ik zo’n 38 kilometer per uur. (Het was een heerlijk vlak stuk, zacht windje enigszins in de rug.) Resultaat: een gebroken sleutelbeen, flinke schaafplekken van schouder tot aan knie, fikse scheur in de helm en een nog bijna hagelnieuwe fiets waarmee het hopelijk niet al te erg gesteld is — en dat is tricky met een frame van carbon.
Een aardige hardloper hielp me en toen ik enigszins bijgekomen was, wilde ik opstaan en de balans opmaken. Oef, afzetten met de linkerarm was er niet bij. Twee vriendelijke wandelaars hielpen me daar ietsje later bij en vroegen of ze mijn schouder mochten zien. Je zag het sleutelbeen uitsteken, dus erg lastig raden wat er aan de hand was, was het niet.
Geen röntgenfoto voor nodig
Daarna belde ik vrouw en schoonvader om me op te laten halen en in de tussentijd zocht ik naar het ongelukkige konijn — of de ongelukkige haas, daar wil ik vanaf zijn. Die kon ik niet vinden en hoewel ik ‘m vol raakte, moet het beest het dus gelukkig hebben overleefd. (Arts later in het ziekenhuis: dat is dan een makkelijke prooi voor een vos. Fijn, heel bemoedigend voor deze vegetariër, dokter.)
Eenmaal in het ziekenhuis werd ik na wat wachten goed geholpen. Er werd een foto gemaakt om de breuk precies te kunnen zien en de dienstdoende arts gaf me diverse pijnstillers en morfine, want, zo zei hij, dit gaat flink pijn doen, ook met slapen.
Sleutelbeen doormidden
Verder kreeg ik een soort mitella (een sling) en over een paar dagen, wanneer de ergste zwellingen weggetrokken zijn, moet er in het ziekenhuis worden gekeken of er geopereerd moet worden, waarbij een plaatje wordt geplaatst om de twee delen aan elkaar te zetten, of dat het vanzelf aan elkaar moet groeien. Sowieso wordt het, zo las ik later in een folder, zes tot acht maanden niet wielrennen en naar hardlopen heb ik nog niet durven kijken.
Natuurlijk baal ik enorm — van nu weinig tot niets kunnen doen, de pijn en moeizaam van alles in huis en straks op werk doen (typen met een hand…) en de nog bijna nieuwe Bianchi in de kreukels — al hoop ik dat dat laatste, zoals het gisterochtend het geval leek, bij het stuur blijft.
Hopelijk hoeft alleen het stuur afgeschreven
Maar ik ben ook dankbaar: er had ander verkeer bij betrokken zijn geweest, ik had een goede helm op die hoofdletsel heeft voorkomen en, voor mij wel een teken dat het mentaal goed gaat, na een paar scheldwoorden van schrik direct na de val was ik, in tegenstelling tot wat jaren geleden zou zijn gebeurd, niet boos of buiten zinnen en ik kon ik rustig en relativerend met de situatie omgaan.
Nu maar hopen dat het herstel voorspoedig gaat en dat er later op de dag geen vos is geweest die het arme beest alsnog de das om heeft gedaan.