Laatst schreef ik al over de bikefit die ik heb laten uitvoeren bij 12GO Biking in Moordrecht. Ik had me daarvoor al goed ingelezen en wat dingen, in de winkel en op fietsen van anderen, getest, voornamelijk elektronisch schakelen en schijfremmen. Na de bikefit was het dus een kwestie van een bestelling plaatsen en aangeven welke aanpassingen ik wilde.
Afgelopen vrijdag heb ik de nieuwe racefiets samen met mijn zoontje opgehaald. We hadden geen haast en hebben er, met een halfuur wachten bij de koffie- en speelhoek, gewoon een leuk uitje van gemaakt.
Fiets opgehaald bij 12GO Biking
Na jaren van sparen heb ik nu dus de gedroomde fiets in huis: een Bianchi Sprint in de klassieke kleur celeste (voor de nerds onder ons: #B2FFFF).
De fiets staat, zoals je hieronder ziet, letterlijk ‘in huis’. Daar blijft ‘ie niet (jammer wel!), maar voor nu staat hij schitterend in de studeerkamer op een displaystandaardje.
Fiets in huis
Zoals ik hierboven schreef, had ik twee grote(re) knopen door te hakken. Ten eerste de keuze voor velg- of schijfremmen. Die was, voor mij althans, makkelijk: schijfremmen. Ze remmen naar mijn idee beter en al is het onderhoud wat bewerkelijker, het leek me de juiste keuze.
De tweede keuze betrof al dan niet elektronisch schakelen. Hoewel het verschil tussen wel en niet elektronisch schakelen maar liefst zo’n 1000 euro bedraagt, ging het me daar eigenlijk niet om — ik had lang genoeg gespaard om dat bedrag niet de beslissing te laten bepalen. (Ik wilde, na altijd tweedehands te hebben gereden, in het jaar dat ik 40 werd de fiets kopen die ik echt graag wilde. Gelukt!) Van tevoren had ik eigenlijk één groot bezwaar: nog meer elektronica om te onderhouden, gedoe met opladen en nog een bluetooth-verbinding met een Garmin-fietscomputer die soms al moeite heeft om een vermogensmeter consistent uit te lezen. Sowieso stond het idee van mechanisch schakelen, met gemakkelijker onderhoud en een lange levensduur, me meer aan, maar ik wilde me wel goed en open oriënteren. De gedachte daarbij was vooral dat, als het tijdens het rijden echt een groot verschil zou maken, ik wel over die bedenkingen heen kon stappen, want uiteindelijk gaat het daar, voor mij, om: met plezier fietsen. Ik probeerde dus een paar keer een fiets uit met elektronisch schakelen en ja, je merkt het wel, maar voor mij was het best een minimaal verschil. Het zal bij profs zeker een groter verschil maken, maar dat ben ik niet. Daarnaast vind ik het argument dat je ‘niet meer verkeerd of op het verkeerde moment’ kunt schakelen (lees met volle kracht op de pedalen) een beetje onzin — dat kun je gewoon leren. Het werd dus elektronisch schakelen en helaas dat had wel een nadeel: Shimano levert alleen de 105-groepset nog mechanisch en ik wilde liever Ultegra. Dat ging dus niet, maar dat vond ik niet onoverkomelijk. Overigens is er, zoals te verwachten valt, een flinke discussie over de voor- en nadelen van elektronisch schakelen. Zie deze pagina van Fiets Magazine voor een overzichtje.
Gisteren reed ik mijn eerste rit op de fiets — gelijk 100 kilometer — een mooi rondje Oostvoorne met koffie bij ‘t Wapen van Marion.
Rondje Oostvoorne
Gelijk een paar uur fietsen was misschien niet zo heel verstandig, want de nieuwe fiets (carbon, stijver) en positie na de bikefit bezorgden me al vrij snel last van mijn onderrug en schouders, veel sneller dan op mijn oude racefiets.
Dat wordt dus nog een paar ritjes maken, aanvoelen wat er gebeurt en anders even terug om opnieuw af te stellen. (Terug moet ik sowieso om de stuurpen in te laten korten.) Gelukkig was het wel heel erg leuk om op zo’n splinternieuwe fiets te rijden en lekker van alles te proberen, zoals lekker even flink kracht zetten op een heuveltje, scherp insturen, een paar keer flink in de remmen, et cetera. Op naar veel fietsplezier!
Onlangs deed ik een bikefit bij 12GO Biking in Moordrecht. Ik heb verschillende aanbieders vergeleken en hoewel deze niet de goedkoopste was, hoorde en las ik er goede verhalen over en mijn geplande aanschaf van een nieuwe racefiets bij dezelfde zaak maakte dit een handige keuze.
Bikefit bij 12GO Biking
De bikefit duurde een kleine anderhalfuur en startte met het opmeten van mijn huidige racefiets — een inmiddels toch wel oude aluminium, 9-speed racefiets van Opera, een dochtermerk van Pinarello. De testopstelling die je erachter ziet werd vervolgens in dezelfde afstelling gebracht en na het flink achteruitzetten van mijn schoenplaatjes (oeps…) kon de bikefit beginnen met een lichaamsmeting (lengte, schouderbreedte, voetgrootte et cetera).
Tijdens het fietsen kon bikefitter Maarten allerlei parameters aanpassen — zadelhoogte, horizontale positie, reach en nog veel meer. Uiteindelijk bleek mijn huidige racefiets, die ik zelf in de loop van de jaren heb af- en bijgesteld, heel zo gek nog niet. Mijn nieuwe racefiets moet dezelfde framemaat hebben, het zadel moet wat naar achter en ik laat er een smaller stuur op plaatsen. Op een paar millimeter hier en daar na was dat het eigenlijk wel. Ik kreeg netjes per e-mail een uitgebreid test- en afstellingsrapport — handig voor later, al is het waarschijnlijk, zeker als de jaren gaan tellen (als…), verstandig om over een paar jaar of bij klachten weer eens een bikefit te doen.
Statisch advies op basis van de bikefit
Was een bikefit, wat toch 150 euro kost, dan wel nodig? Nou, op zich dus niet, want echte klachten heb ik tijdens en na het wielrennen niet, maar ik heb toch een hoop geleerd, het was leuk om te doen en ik ben er nu zeker van dat ik de juiste nieuwe racefiets kan aanschaffen. Daarover later meer!
Onlangs zag ik de film Hard Miles (2023), beschikbaar op Apple TV. Het was zo’n film die me door IMDB werd aangeraden op basis van andere films die ik had bekeken en hoewel hij al een tijdje op mijn lijstje stond, had ik er nooit echt zin in. Dat lag vooral aan het verhaal: ‘koppige coach neemt een groep jeugddelinquenten mee op een fietstocht en ze vinden niet alleen elkaar, maar ook zichzelf.’ Dat kan natuurlijk een mooie film opleveren, maar het leek me allemaal wat te voorspelbaar. ‘Based on a true story’ is overigens ook niet altijd een positief label, vind ik, maar dat terzijde.
Hard Miles
De film is inderdaad precies wat je ervan verwacht, maar biedt gelukkig wel een mooie kijkervaring en een interessante verzameling karakters, die helaas, naar mijn mening althans, niet voldoende uitgediept worden, hoewel ze daar wel potentie voor bieden. Zo is er Smink, een jongen met een eetstoornis, die mijn aandacht trok.
Op een kleine vijftig minuten, wanneer de groep net een berg bedwongen heeft en van de coach wat moet eten, blijkt Smink, ondanks alle inspanning en uitputting niet te willen eten. Coach Greg dringt aan. Ik neem de dialoog hieronder op, omdat het best inzichtelijk is.
Greg: Kom op Smink, je moet eten.
Smink: Ik heb net gekotst. Bijna.
Greg: Dat deed je niet, want je maag is leeg. Kom op.
Smink: Waarom praat je niet met Woolbright. Hij is degene die het niet kan bijhouden.
Greg: Je wil dat ik met Woolbright ga praten, omdat jij je boterham niet opeet?’
Smink (Jackson Kelly)
De psycholoog die mee is, Haddie, roept de coach tot de orde.
Haddie: Wat is er aan de hand?
Greg: Wat bedoel je? Wat ben je aan het doen? Met Smink?
Haddie: Ja.
Greg: Hij heeft alleen een beetje motivatie nodig.
Haddie: Typische fietser; je kunt niet in je baan blijven.
Greg: Dat is een goede. Heb je daar de hele tijd over nagedacht?
Haddie: Serieus. Een eetstoornis is een DSM-5-aandoening. Die onzin die je daar uithaalt, dat is het soort onzin dat ons onze instellingslicentie kan kosten.
Greg: Haddie, ik doe dit al 30 jaar. Ik denk dat ik wel weet wat ik doe.
Helaas blijft het hier, qua aandacht voor Sminks problemen, bij. Wat voor eetstoornis heeft hij? En waarom? Ergens wordt een keer gezegd dat dit zijn enige manier is om nog ergens controle over te hebben, maar het waarom, dat blijft onderbelicht. Jammer, want het dialoogje hierboven laat, denk ik, best aardig zien dat goede bedoelingen en onbegrip tot even goedbedoelde, maar niet of zelfs averechts werkende aansporingen als ‘eet nou toch gewoon een beetje/wat meer’ kunnen leiden. Ook laat het zien hoe mensen die kampen met een eetstoornis proberen de aandacht van hun eetgedrag af te leiden, bijvoorbeeld door, in dit niet heel subtiele voorbeeld, de focus op een andere oorzaak van een probleem te leggen.
Haddie, de psycholoog/bezemwagenchauffeur, laat het overigens bij het bovenstaande. Jammer wel, vind ik, want Smink, coach Greg, noch de kijker leert er op deze manier echt iets van.
Gisteren reed ik, enigszins ongepland, het klassieke rondje Markermeer, dat je in 150 kilometer om, je raadt het, het Markeermeer leidt. Het was enigszins ongepland, omdat ik ‘m eigenlijk volgende week met een collega zou fietsen, maar hij bleek geblesseerd en omdat ik gisteren gemakkelijk een dagje vrij kon nemen en het weer er goed uitzag,
Het gereden rondje Markermeer, met start en einde in Muiden
De wind schatte ik, ondanks de duidelijke pijlen in de weer-app, verkeerd in. Ik zag alle andere wielrenners de andere kant op rijden — nooit een goed teken, maar ik zat er niet echt mee. Het betekende wel dat ik op het meest open stuk, tussen Lelystad en Enkhuizen, waar je aan je linkerhand het Markermeer en aan je rechterhand het IJsselmeer ziet, schuin tegenwind had en er stond toch nog een flinke bries.
Een eerste bananen-break op zo’n 25 kilometer
Lange rechte paden met prachtige, wat dreigende wolkenpartijen
Op 75 kilometer, net voor Enkhuizen en dus gelukkig na het meest open stuk, brak m’n versnellingskabel en daardoor moest ik de laatste 75km in het zwaarste verzet fietsen. Met nog zo’n 40 kilometer flinke tegenwind niet echt fijn en de bovenbenen stroomden flink vol, maar mentaal had ik er weinig last van. Het viel me op dat ik er niet boos van werd, maar er gewoon een beetje om moest lachen. Het had ook eerder, tussen de twee meren, kunnen gebeuren en ik kon er wel mee doorrijden. Het had dus veel erger gekund en ach, dit werd nu gewoon een pittige training tegenwind en de laatste 35 kilometer zou ik vooral wind mee hebben en dat doe je sowieso in een zwaar verzet.
Oeps, gebroken versnellingskabel — alles dan maar in het zwaarste verzet
Op 100 kilometer had ik een goede pannenkoekenstop bij Ootje Konkel (volgens de serveerster iets als ‘gezellige kletsoma’ in het West-Fries) in Scharwoude gepland en daar word ik sowieso blij van. De pannenkoek bleek heerlijk en gaf me nieuwe energie voor het laatste stuk. Schijterig als ik ben, durfde ik niet voor de nogal exotische pannenkoeken op de kaart te kiezen, zoals de ‘roze rakker’, een pannenkoek met bakkersroom, framboos fondant,
bananenijs en slagroom, al moet ik zeggen dat het feit dat er tussen haakjes ‘tompouce’ achter stond me ook niet echt enthousiast maakte.
Een heerlijke pannenkoek met appel en rozijn bij Ootje Konkel
Het laatste stuk, nog een kleine vijftig kilometer, voerde me minder door open vlakten — jammer natuurlijk met een deel meewind — en meer door leuke dorpjes, zoals Monnickendam en Durgerdam.
Mooie uitzichten in Durgerdam op zo’n 140 kilometer
Na 150 kilometer en vijf uur en vijf minuten trappen stond ik weer bij de parkeerplaats van de Albert Heijn in Muiden, een prima start- en eindlocatie. Al met al was het een prachtig klassiek wielerrondje om eens te rijden, met grotendeels goede paden en wegen en prachtige uitzichten — een aanrader!
Prachtig uitzicht over het Markermeer
Bij gebrek aan de gedroomde Bianchi-fiets dan maar een Bianchi-shirt
Mocht je het rondje zelf willen rijden, dan deel je de GPX hier: https://dynamic.watch/nl/shared/Q4qLlaq. Gezien de wegopbrekingen zul je in het begin/aan het einde wellicht wat anders moeten rijden, dus garanties tot aan de voordeur.
Afgelopen zaterdag reden Eva en ik samen de Joop Zoetemelk Classic, georganiseerd door Swift. Voor de start om 9.30 uur troffen we Joop Zoetemelk zelf in de kantine aan en dan kan een foto natuurlijk niet uitblijven.
Mooie stuurbordjes en dito sokken. Wat een leuke verrassing!
Het was prachtig zonnig, maar wel flink koud en er stond een harde wind. Daar de route je grotendeels door de polders voert, moesten we meteen flink tegen de wind in trappen. De route liep door het Groene Hart, met lange, open stukken, maar ook leuke dorpjes die ik nog uit mijn jeugd ken, zoals Hazerswoude en zelfs Benthuizen, waar ik vandaan kom. Daar stonden mijn ouders ons, samen met de kleine Casper, toe te juichen.
In oktober werd ik door Eva Gabeler van Het Financieele Dagblad geïnterviewd voor een drieluik over het bewaren van de balans voor gedisciplineerde (amateur)sporters. Ik nam me, voordat ik het interview toezegde, voor om geheel open en eerlijk mijn verhaal te vertellen, of het niet te doen. Het is, vind ik, een mooi, maar ook confronterend verhaal om nu terug te lezen.
Het interview is onderdeel van een drieluik met Leonie Henrich en Louise Cornelis. Je kunt het lezen in Het Financieele Dagblad van 4 januari 2025. Ik hoop vooral dat wie het leest zich, al is het maar een klein beetje, geholpen voelt om zelf de beter de balans te bewaren dan ik deed tussen wat gezond en leuk is en wat een ontspannende en gezonde bezigheid ver voorbijgaat.
Het septembernummer van Fiets Magazine ligt deze week in de winkel en naast nog heel veel andere mooie stukken staat het verslag van mijn fietsreis naar Turijn erin.
De fiets van Evgenii in Fiets Magazine 9, 2024
Ik ben best een beetje trots op het verhaal en ik hoop dat het verhaal anderen inspireert de fiets te pakken en mooie reizen te maken. Dat effect sorteren andere reisverhalen in het magazine altijd op mij, dus ik ben de redactie van Fiets heel dankbaar dat ik ook een steentje kan bijdragen aan het fietsplezier van anderen, doordat ze mijn reisverslag geplaatst en zo mooi opgemaakt hebben!
Maandag ging hier in Schiedam, na de neutralisatie in Rotterdam, de Tour de France Femmes 2024 van start. Het was Caspers eerste tourstart en dat hier praktisch een straat achter — heerlijk!
De officiële tourstart in Schiedam
Een dag ervoor vond de toerversie van de tour plaats en die reed ik met wat anderen van Rotterdam Atletiek. We reden de 150 kilometer, maar daar kwam, afgezien van 20 kilometer van en naar de start, nog 7 kilometer tijdrit bij.
Toerversie van de Tour de France Femmes 2024
Het was een zonovergoten, warme dag en de route was mooi, al was het wel duidelijk dat de organisatie niet uit deze streek komt — net te veel gekke wendingen en onnodige bochten door plaatsjes die niet berekend zijn op een flink peloton. Verder was de tocht goed georganiseerd en de drie stops, met croissants voor het Franse gevoel, waren goed gepland op zo’n 42, 90 en 125km.
Frans eten bij de verzorgingsposten
Qua fietsen ging het best goed. Het groepswerk was rommelig, maar dat kwam denk ik ook door de vele gelegenheidsgroepjes en soms onervaren fietsers. Qua groepsformatie schaar ik mezelf daar overigens ook maar onder, want ik fiets meestal alleen en iemands wiel pakken en seinen zijn toch gewoon vaardigheden die je kunt oefenen.
Zou ik ‘m nog eens doen? Op zich wel, al vond ik de tocht vrij prijzig. Dat gevoel komt waarschijnlijk ook doordat ik uit deze regio kom en 95 procent van de route al kende. Daar kan de organisatie natuurlijk niets aan doen en met veel anderen fietsen maakt het wel een extra leuke dag.
Op pinkstermaandag 20 mei 2024 reed ik samen met Robert de Elfstedentocht. We sliepen de nacht van tevoren in Workum, dat zo’n vijftien kilometer van de start in Bolsward ligt. De wekker stond ‘s morgens om 4 uur, zodat we rustig konden ontbijten en om 5 uur op de fiets naar Bolsward konden rijden en om 5.48 uur konden starten. De avond ervoor checkten we nog goed de fietsen, stelden de laatsten dingen af en legden alles klaar.
We begonnen goed aan de tocht. Het was niet te koud en droog en dat is al heel wat dit voorjaar. De tocht was schitterend en tot 80 kilometer hebben we samen gereden. De tempo’s lagen toch wel wat uit elkaar en in goed overleg besloten we afzonderlijk te rijden, maar ik zou Robert wel bij elke stempelpost opwachten. Dat werkte prima. Na zo’n 100 kilometer begonnen helaas wel de regen en later het onweer. Het was op zich wel te doen, maar ik kreeg, ondanks handschoenen, flink koude vingers en die worden bij mij dan altijd wit en gevoelloos. Niet schakelen of remmen, maar stevig doorgaan dus. De route was prachtig en door de stempelposten, die elkaar in de tweede helft sneller opvolgden, voelde het niet als de lange rit van 235 kilometer die de Elfstedentocht toch is. De sfeer in alle dorpjes was geweldig en ook de vrijwilligers en mededeelnemers waren zonder uitzondering aardig en attent. Wat een ontzettend fijne tocht hebben we gereden!
Bij binnenkomst, terug in Bolsward, regende het helaas nog steeds, waardoor er helaas niet echt een feeststemming met drankjes en veel gezelligheid was. We besloten daarom maar rap de 15 kilometer terug naar ons onderkomen te fietsen en daar een biertje te drinken, lekker warm te douchen en vervolgens uit eten te gaan. Samen genoten van een heerlijk maal en keken we terug op een mooie dag en wat voelde als een gave prestatie. De volledige Elfstedentocht in een dag fietsen, dat doe je toch niet zomaar even. Het in Bolsward bemachtigde kruisje krijgt dan ook een mooi plekje thuis!
We overnachtten nog een laatste maal in Workum en toen ik ‘s morgens vroeg de eigenaresse uit het water zag klimmen, knoopte ik een praatje aan. Ze ging elke ochtend met haar oude buurvrouw zwemmen, zei ze en dat klonk zo leuk, dat ik om 6 uur ‘s morgens ook in het water sprong en lekker een kwartiertje met ze mee zwom. Wat een geweldig begin van de dag en een perfect einde van de tocht.
Zo, ook mijn eigen racefiets, een Opera (Pinarello) met Dura-ace heeft een servicebeurtje gehad bij Pro Fietsen in Rotterdam. De fiets hangt inmiddels weer netjes aan de muur — klaar voor mooie ritten, maar pas na de marathon volgende week zondag.
Klaar voor het nieuwe seizoen!
Het was leuk de fiets af te halen, want er zit altijd een mooi gesprekje bij — ook nu weer over de marathon overigens, maar dat is niet zo gek bij een wieler- en triatlonzaak in hartje Rotterdam.