Gelukkig was er ook tijd om lekker te wandelen, Warschau te bekijken en hard te lopen. Tijdens een duurloop vanmorgen volgde ik grotendeels de route van de halve marathon van Warschau die, evenals de hele marathon, aanstaand weekend plaatsvindt. Ik vond het wel grappig om te zien dat er Nationale Nederlanden op de borden staat die hier aangeven dat de straten hier afgesloten zullen zijn de komende dagen.
Nationale Nederlanden in Warschau
Ook langs de route zie je inmiddels allerlei hardloopgerelateerde reclames en boodschappen.
In goed overleg, na mentale en lichamelijke problemen, schreef ik me dit voorjaar in voor de Berenloop, met daaraan gekoppeld een aantal uitgangspunten, onder andere dat ik een bepaald gewicht zou hebben, niet meer dan drie keer per week zou trainen, niet zo’n strak schema zou aanhouden en dat ik niet op tijd zou focussen. Vandaar dat de Berenloop zo’n mooie kans was; op zo’n parcours, met o.a. veel open stukken in de wind, duinen en een stuk strand, loop je toch geen toptijd en misschien gaat het vanzelf wat meer ontspannen, met oog voor de omgeving, als je zo’n schitterend eiland rondloopt.
De route van de Berenloop-marathon 2024
Een week of wat van tevoren slopen de tijdsdoelen toch weer in m’n gedachten, maar het is vrij goed gelukt ze te erkennen en er niet naar te handelen. Ik kreeg van tevoren ook wat meer zin in de marathon zelf; ik keek vooral uit naar Eva en Casper langs de kant en bij de finish.
Ter hoogte van Midsland
De omstandigheden waren best goed; droog en naar eilandbegrippen vrij weinig wind, maar wel uitsluitend mul zand op het strand. De marathon ging goed, maar na het strand was de koek wel een klein beetje op. Vooral de laatste drie kilometer naar de Brandaris, wat natuurlijk een geweldige start- en finishlocatie is, met nog wat klimmetjes, voelden erg zwaar en ik schrok dat ik me weer ietwat licht in het hoofd begon te voelen. Dat had ik lang niet gehad. Ik denk dat ik veel energie verbruikt heb op het strand en dat ik mijn eten beter had kunnen spreiden — concreet had ik mijn laatste gel/banaan wat eerder had kunnen nemen.
Afgezien daarvan ben ik heel erg tevreden. Een tijd van 2:50:32, met steeds de snelste vrouw in het vizier, had ik niet verwacht — ik had gehoopt ontspannen te lopen en als het meezat onder de drie uur te blijven en dat is allebei ruimschoots gelukt. Dat is natuurlijk heel mooi, maar de echte winst is de relaxtere voorbereiding met ‘maar’ drie keer per week lopen (twee keer wat korter met versnellingen, een duurloop in het weekend) en vooral de ontspannen houding tijdens de marathon zelf: genieten was geen doel, want dan ‘moet’ ook dat weer, maar wellicht juist daardoor lukte het toch. Ik visualiseerde Eva en Casper aan de finish. Dat werkte motiverend en eigenlijk ook wel ontroerend. Ik voelde me zo gelukkig ze te zien!
Eva en Casper — in heus ijsberenpak, al hadden we dat niet echt zo bedacht — highfiven
Uiteraard hielp de geweldige sfeer ook. Alleen op het stuk door de duinen en bossen naar en rond Oosterend waren weinig supporters, maar de rest van het eiland liet goed van zich zien en horen. Elk plaatsje was versierd met de Terschellinger vlaggen en de enthousiaste bewoners en vakantiegangers bezorgden me vaak een flinke glimlach.
Het was, kortom, een mooie marathon, maar ook een heel mooi en lang weekend op het waddeneiland. Eva liep zaterdag de 5 kilometer en haar samen met Casper aanmoedigen was erg leuk. Het hele weekend zagen en spraken we andere lopers en dat schept toch een band.
Nu lekker rust nemen en nagenieten. Ik voel overigens ook niet gelijk de drang om van alles te gaan analyseren of een nieuw doel te bedenken en dat vat ik maar op als een goed teken; het was een schitterende marathon. Punt.
We hadden weer een hotelkamer vlak bij de start en het is heel fijn je spullen ergens te kunnen laten, gezamenlijk aan de marathondagvoorbereiding te kunnen beginnen en na afloop bij te praten en te douchen.
Samen starten in het hotel
Ik voelde al direct vanaf de start te veel vermoeidheid. Tot zo’n beetje de halve marathon kon ik het beoogde schema aanhouden, maar het voelde vanaf de start al te zwaar voor het tempo dat ik liep. Het weer met de koude wind hielp niet en het was de tweede helft zwoegen om onder de 2:45 te blijven. Tot de 36 kilometer ging dat nog redelijk met tempo’s rond de 3:50-3:55 (schema was 3:45), maar de laatste kilometers schoot ik soms boven de 4:10 en dat is toch wel flink verval. Het is uiteindelijk met 2:44:48 gelukt om onder de 2:45 te blijven, maar voor het eerst heb ik serieus overwogen uit te stappen. Ik had echter geen pijn of last last en ik vond dat ik vanwege vermoeidheid niet van mezelf mocht stoppen of wandelen. Achteraf ben ik daar trots op en gezien het verval in vooral de laatste zes kilometer is sub-2:45 geen verkeerde tijd, maar het ging, zoals gezegd, niet van harte en ik was er eigenlijk al bang voor. Ik raakte de vermoeidheid ook tijdens het taperen maar niet kwijt.
Technisch bleef ik netjes lopen, maar te geforceerd — soepelheid is toch wel vereist op een marathon, denk ik, maar ja, dat kun je niet forceren (…).
Ik heb, denk ik, te hard gewerkt, te rigide getraind en te weinig rust genomen en plezier gehad, ook mentaal. Nu is het tijd om uit te rusten en het plezier te hervinden. Hieronder een opsomming van wat ik denk dat goed en niet goed ging. Niet om nu iets mee te doen, maar voor na het herstellen. Zoals mijn trainer zei: even goed herstellen en weinig of even niets doen. Ook: even geen doelen. Behalve dan plezier en rust!
Met Patrick Kwist — ik weet niet op hoeveel kilometer dit ongeveer was
Wat ging goed?
Ik heb de laatste drie weken qua omvang gas terug genomen. Dat ging dus op zich goed, maar ik kwam toch nog steeds op 100 en 70 kilometer in voorlaatste weken. In de laatste week heb ik echt veel gerust, maar de vermoeidheid raakte ik niet kwijt.
Het koolhydraatstapelen ging goed, naar zie ook het punt ‘gewicht’ hieronder.
Vooral zaterdag heb ik echt een heel ontspannen dag thuis gehad.
De hele week heb ik eigenlijk best goed geslapen, zelfs de nacht van tevoren.
Het samen starten in de hotelkamer, elkaar moed inpraten en na afloop met elkaar de marathon vieren. Dat blijft geweldig en kan alleen in zo’n mooie groep! Er zijn veel mooie tijden en PR’s gelopen en onderdeel van zo’n groep zijn vraagt gewoon om een gezamenlijk feestje. We kunnen heel trots zijn op de groep en op onze trainer!
Na afloop de marathon vieren
Wat ging niet goed?
De Maurten-drinks en gels vielen niet goed en ik vermoed dat het vooral die bidon Maurten 320 in de ochtend was. Die viel, naast een normaal ontbijt, als een blok op de maag. Vanaf ongeveer 38km lichte steek in rechterzij. Geen groot probleem, maar normaal heb ik dat nooit
Te laag gewicht: na het stapelen en veel water drinken woog ik 55,5kg op wedstrijdochtend (BMI 16.9), maar dagen voor het stapelen bleef ik steken op 54,8kg en dat is een BMI van 16.7. In beide gevallen veel, veel te licht.
De wind en temperatuur: ik bleef het maar koud houden en dan helpt zo’n laag gewicht niet. Ik kreeg door koude, gevoelloze vingers de gelletjes niet goed open en heb er een minder dan beoogd genomen.
Ik heb te weinig gedronken tijdens de marathon. De bekertjes hadden geen sponsje en ik heb maar ongeveer 5 keer een slokje kunnen nemen. Het water was ook veel te koud. (Dit zijn allemaal geen excuses natuurlijk, maar gewoon dingen die me opvallen.)
Ik was extreem vermoeid, had direct al heel zware bovenbenen. Te weinig rust genomen, vermoed ik.
Door de vermoeidheid heb ik niet soepel gelopen. Op filmpjes zag ik dat ik, zoals ik ook voelde, wel netjes liep qua houding en en cadans, maar het was geforceerd. Dat voelde ik aan mijn linkerheup. Geen pijn, maar was ook eerder al teken van niet soepel lopen door vermoeidheid.
Ik vond het schema zwaar. Te veel omvang, ook opeens meer omvang in tempo en weinig herstel. Daar ben ik vooral zelfs schuldig aan, want in de voorlaatste herstelweek liep ik de trilmarathon van het Kroondomein (link), maar aan het einde van de tweede herstelweek hadden we het trainingsweekend. Doordeweeks heb ik toen veel te weinig gas terug genomen en met zo’n weekend erbij kwam er 150km op de teller. Dat is het tegenovergestelde van een rustweek.
Dit zijn, als iemand dit al leest, natuurlijk vooral notities voor mezelf om later nog eens door te nemen. Ik heb niet de illusie dat je de voorbereiding zo kunt doen dat je gegarandeerd je voorgenomen PR loopt. Zo werkt het lichaam niet, zo werken de omstandigheden niet en zo is de marathon niet.
Ik had het er nog met mijn groepsgenoten over, die dit overigens toch ook wel een zware editie vonden; het mooie, en dat is niet altijd leuke, van een marathon is en blijft dat je ‘m niet kunt voorspellen. Natuurlijk moet de voorbereiding goed zijn, maar je moet ook je dag hebben.
Vandaag lekker yoga, rekken, strekken en een flinke massage en voor de komende tijd: leren accepteren — dat was van tevoren sowieso een doel voor als het PR er niet inzat. Ik denk dat het me gaat lukken!
De laatste taper-week begon met een dag niet hardlopen — wel nodig na de leegloop op zaterdag en een hersteltrailtje op zondag. In plaats van hardlopen een goede yoga-sessie (wederom https://www.youtube.com/watch?v=-Nc55aCPKmE; die bevalt al jaren heel goed) en op dinsdag een tempotraining van 12 kilometer met als kern 5000m op marathontempo. Dat ging niet vanzelf, maar ook wat te hard en het voelde ook niet echt heel zwaar. Ik voelde al wel dat ik nog echt zware benen had.
Op woensdag een herstelloopje van 8 kilometer — niets geks, gewoon even lekker naar buiten en verder koken voor de komende drie dagen koolhydraatstapelen.
Control-freak?
Heerlijk, hoor — ontbijten met een warme bagel met banaan en appelstroop
Op donderdag volgde de traditionele marathonavond bij RA. We liepen op heel rustig tempo een rondje langs het marathonmonument, de vers gespoten start- en finishmarkeringen en er was voldoende tijd voor foto’s en gesprekken — heerlijk.
Hier komt straks de finish-lijn
Traditionele groepsfoto bij het marathon-monument in hartje Rotterdam
Na afloop bij RA aan Carla’s verse appeltaarten met een kop thee of een 0.0. Het was een mooie avond en hoewel ik me ertoe moest aanzetten te gaan — zelfs hier al geen zin meer in? — knapte ik er mentaal enorm van op. Het is heel mooi en waardevol om met een groep ergens naartoe te werken en dan op deze manier de voorbereiding gezamenlijk afsluiten.
Tijd voor taart!
Op vrijdag volgde weer een yoga-sessie en haalden Eva en ik de startnummers op — zij loopt de halve met haar werk.
Startnummers halen op de Expo in het Beurs-gebouw
Na de expo hebben we lekker bagels gegeten bij Bagels & Beans.
Op zaterdagochtend om 8.00 uur deed ik de finale wedstrijdvoorbereiding: een herstelloopje van 5km met aan het einde 5×100 meter sprints. Traditiegetrouw voelde dat loeizwaar. Dat was voor Berlijn ook het geval. Nu geloof ik niet dat dit dan zegt dat het zondag in Rotterdam ook goed zal gaan, maar het tegenovergestelde is ook niet het geval. Het zegt eigenlijk gewoon niet zo veel, maar het voelde wel goed om nog even wat gedaan te hebben, want de rest van de zaterdag bestond uit wat huishoudelijke taken, maar vooral ook in het zonnetje koffie en thee drinken, goed eten en rusten op de bank. Als laatste activiteit in de middag het outfit klaarleggen, startnummer opspelden en tas voor morgen pakken.
Het kan maar klaar liggen!
‘s Avonds hebben we heerlijk samen een film gekeken en we zijn netjes op de normale tijd naar bed gegaan. Gewoon niets geks doen, dus. De rest van de week sliep ik goed en die laatste nacht, tja, die loopt zoals ‘ie loopt. Klaar voor morgen!
In deze op een na laatste week voor de marathon, de tweede taper-week, ging het aantal kilometers aardig naar beneden. Vorige week nog (dik) 100, nu wilde ik niet boven de 65 kilometer uitkomen. Het werden er toch weer 70, maar laten we dat marge noemen.
Op maandag deed ik een herstelloopje met een kilometer op marathontempo. Alles voelde zwaar, tot aan die versnelling — toen ging het opeens lekker. Na dit mooie, zonnige rondje buiten deed ik nog wat testdingetjes op de loopband (later meer), maar geen twee trainingen op een dag meer.
Lekker nerden op de loopband…
Op dinsdag ging ik naar RA voor 3×3000 meter op marathontempo. Dat voelde te zwaar, maar ging ook iets te hard (rond 3:40 i.p.v. 3:45). Het zware gevoel lag, denk ik, niet zozeer aan het tempo, maar ik was ontzettend moe en somber. Benen van lood, zelfs tijdens een wandelingetje vanmiddag. De hoofdgedachte vandaag was: wanneer begint die taper nou echt?! Op Rotterdam Centraal bleken ze overigens al klaar te zijn voor zondag!
Rotterdam Centraal op dinsdagavond
Op woensdag een verkorte core-workout (30 minuten) en een halfuur yoga (deze: https://www.youtube.com/watch?v=-Nc55aCPKmE) en vooral dat laatste voelde heel erg goed. Op donderdag deed ik, vanwege onvoorziene dingen op werk (o.a. dat ik door het grote treinongeluk colleges en besprekingen online moest doen), de training thuis op de loopband: 6×1000 meter op marathontempo. Dat ging goed, maar tijdens de laatste interval werd ik afgeleid en ik kon het tempo, dat ik, eerlijk is eerlijk, flink had opgevoerd voor de laatste — zeker geen MT — op 900 meter niet meer volhouden. Die laatste interval ging dan ook op 3:32. Om dat goed te maken (wat nergens op slaat, ben ik bang…), heb ik daarna de 100m gedaan met 250m extra. Ik voelde me moe, maar heb ik netjes uitgelopen en daarna lekker gedoucht.
Op vrijdag volgde weer een yoga-sessie van een halfuur om zaterdag uitgerust aan de start van de 10km in Schoonhoven te kunnen staan — de laatste wedstrijd voor de marathon en daarmee de traditionele ‘leegloop’. Aan het einde van de middag legde ik alvast mijn spullen klaar — dan is dat maar uit mijn hoofd.
Spullen voor de 10K op zaterdag
Het plan voor zaterdag was om weg te gaan op 3:35 per kilometer (35:50) en te kijken hoe het voelt. Niet te veel op specifiek tempo focussen, het is een leegloop. Te hard gaan is te lang herstellen. Het is een test, dus het moest geen PR worden! Alles tussen de 36 en 37 minuten zou mooi zijn. Dat schreef ik van tevoren op.
Met Stefan vlak na de start — groot deel samen gelopen en elkaar uit de wind gehouden, maar Stefans versnelling aan het einde ben ik niet meer aangegaan
Ik liep 36:13. Het voelde wederom zwaar; ik had vooral een zwaar gevoel in de benen, al vanaf het begin. Het was daarnaast ook een zwaar parcours met veel bochtjes, bruggetjes en schelpenpaden. We stonden er met een grote groep van RA en dat deed me heel goed. Ik ben ook eigenlijk best tevreden met hoe het ging — het was gewoon een goede leegloop voor Rotterdam. Tevreden zijn; zwaar, maar netjes gelopen en doel gehaald. Ik heb er een mooi gevoel aan overhouden dat we met een groep de wedstrijd hebben gelopen.
Wat helemaal leuk was, was dat de organisator, hieronder op de foto, een mapje had met een A4’tje waarop hij sinds 1974 de winnaars bijhield. Geweldig, zeg. Ik heb daarover een heel leuk gesprek met hem gehad en er stonden flink wat bekende namen op de lijst. Geweldig dat iemand zich al zolang inzet.
Alle winnaars vanaf 1974
Op zondag, Eerste Paasdag, deed ik samen met Eva een trail — op hersteltempo voor mij. We hebben een werkelijk schitterende route bij Lage Vuursche en Baarn. Wat een schitterende route, zeg! Ik had de GPX van de Lage Vuursche Trail gedownload en die viel zeker niet tegen.
Lage Vuursche Trail
Het mooie weer (‘s morgens nog weinig zon, maar verder prima) hielp ook en het vooruitzicht daarna lekker met familie aan de paaslunch te kunnen was ook heerlijk. Een heel geslaagde en zeer ontspannen dag met zelfs nog een kleine sjoelcompetitie in de tuin!
De eerste tapper week begon met twee trainingen op maandag: een heuveltraining met 14 kilometer op 5 procent helling en later nog een herstelloopje van 5 kilometer. Op de dinsdag volgde een zware training: 2x3km, 2x2km en 2x1km op marathontempo. Zwaar, maar het voelde goed en niet te moeilijk. Het zonnetje scheen, dus dat hielp ook. Sowieso vind ik het wel fijn als de intervallen in een training steeds korter worden; je kunt dan al redelijk snel denken dat het zwaarste erop zit en dat is gewoon lekker. Ik liep weer de Altra Escalante Racers in en die voelden, zeker in de tempoblokken, lekker. Na de training zag ik dat de munt in de tuin al flink gegroeid was, dus ik zette lekkere verse muntthee. Heerlijk!
Verse muntthee uit eigen tuin!
Of het een goede hersteldrank ik, weet ik niet, maar het is wel erg lekker en verfrissend.
Op woensdag een herstelloop van 10,5 kilometer met helaas heel harde wind en die was op donderdag tijdens de baantraining duidelijk nog niet gaan liggen. Ik was erg moe vooraf, maar de 6x800m, 6x400m en 5x200m gingen in de goede tempo’s. Nou ja, iets te hard vooral de 200m’s, maar niet té gek.
Vrijdag deed ik de laatste lange core-workout (45 minuten) en op zaterdag de laatste lange duurloop van de keer 30km. Op het schema stond, voor degenen die twee weken voor de marathon hun laatste lange duurloop wilden doen een 35-39km op het programma met een MT-blok van 10 kilometer. Ik doe de langste duurloop meestal drie weken van tevoren en dat was deze keer niet anders. De trainer adviseerde het tempoblok daarop aan te passen, dus dat werd een blok van 5 kilometer. Helaas was het weer zaterdag erg slecht, met wederom harde wind en buien. Daarnaast klopte de route niet, maar ik kende de omgeving enigszins en wist dat er niets anders opzat dan omdraaien.
30 kilometer door de polder
Het was dus niet de fijnste loop en door de opgebouwde vermoeidheid voelde het ook best zwaar. Overigens trof ik in Midden-Delfland nog een kuitenbijtende hond — echt zo’n klein keffertje — maar het beest beet niet door en ik kwam er met de schrik vanaf. De Maurten-test — een bidon Maurten-160 vooraf, een gelletje op 10 en op 20 kilometer — ging gelukkig wel goed. Ik droeg sinds lange tijd weer eens de Altra Escalante Racers. Fijne schoenen, maar weinig demping en geen drop, dus het is wel werken.
Altra Escalante Racer
Na afloop trakteerde ik mezelf op een espresso, een paasei en een Suske en, noem het kinderachtig, een Suske en Wiske. Daar had ik nou gewoon eens zin in.
Jezelf trakteren na de duurloop
Op zondag had ik een rustdag met wat korte krachtoefeningen en een halfuurtje yoga. Het weer werd ‘s middags heel mooi en ik ben in mijn eerste motorritje van het jaar naar een tenniswedstrijd van Eva gereden. Koud, maar heerlijk zonnig — een mooie afsluiting van toch nog een flinke trainingssessie.
Dit was de laatste week voor de taper-periode, zeg maar afbouwperiode voorafgaand aan de marathon. Sommige hardlopers nemen daar twee weken voor, sommige lopers drie en anderen doen weer iets anders. (Er is veel literatuur over te vinden, overigens.) Ik bouw vanaf drie weken voor de marathon al rustig wat af.
De weekomvang was 130 kilometer met de piek in de duurloop op zaterdag — 38 kilometer, maar eerst een dubbele training op maandag.
Duurloop Schiedam-Boskoop
Die dubbelaar op maandag voelde te zwaar, zo direct na het flinke trainingsweekend. ‘s Morgens een herstelloop van 11 kilometer een aan het einde van de middag/begin van de avond nog eentje van 15 kilometer. Dinsdag volgde de tempotraining van RA, die ik wegens mijn gemoedstoestand zelf deed. Die training bestond uit inlopen, dan 1, 1.5, 2, 3, 2, 1.5 en 1 kilometer op MT en uitlopen — dat alles goed voor 20 kilometer. Ik had geen zin, maar ben toch gegaan. Ook nu lonkte de loopband, maar ik mezelf ertoe aangezet buiten te trainen. Dat voelde, gelukkig, goed! Er stond, zoals wel vaker de laatste tijd, een flinke wind, maar er was ook nog wat zon en dat deed me goed.
Ik testte die dinsdag de Altra Vanish Carbon getest. Niet super ’snappy’, zoals de carbonschoenen van Nike, maar ze voelden wel goed. Training was zwaar, maar voelde minder erg dan twee weken geleden. De tempo’s gingen dan ook te hard (3:35-3:40), maar wel goed en schoenen voelden goed op/boven MT. Elektrolytendrank van Torq getest. Geen last van de maag en dat was met die (last-minute) Isostar wel anders.
Altra Vanish Carbon getest
Op woensdag deed ik een herstelloop van 15 kilometer en op donderdag de baantraining bij RA (4x(500m, 1000m, 500m)+4x200m). Ook nu weer geen zin en na een dag met zon begon het precies om 19.00 uur te regenen. Balen, maar de training viel mee. Ik knapte er mentaal een beetje van op. De training voelde niet heel zwaar en dat op een heel natte baan; niet ontevreden.
Op vrijdag deed ik cross-training (een core-workout) en op zaterdag volgde de lange duurloop van 38 kilometer met acht kilometer op marathontempo aan het einde. Ik had die duurloop bewaard om, met een mooie omweg, naar mijn zus in Boskoop te lopen. De kei-, keiharde wind stond daar op zich gunstig voor, precies totdat ik het tempoblok startte. Enorme tegenwind en na vijf kilometer merkte ik dat ik moest forceren om netjes en op MT te blijven lopen. Dat voelde niet goed, dus ik heb het MT-blok afgebroken en de duurloop netjes afgemaakt.
In Waddinxveen, net na het MT-blok
In mijn hoofd schoot, na die vijf kilometer MT, al gelijk: ‘dan morgen maar de rest’, waarbij ik wist dat de rest dan niet de overgebleven drie kilometers waren, maar dat ik waarschijnlijk het hele tempoblok opnieuw zou doen. En zo geschiedde… Niet slim, maar het voelde, zeker na zo’n duurloop, helemaal niet verkeerd op zondag. Ik had wel vermoeide benen, maar ja, dat is wel een beetje de bedoeling van zo’n tempoblok aan het einde van een duurloop.
Ik had van tevoren wel zin in de duurloop op zaterdag; het regende nauwelijks, het was de langste van dit schema — dus daarna taperen — en ik had een mooie route langs veel water en groen bedacht. Mijn zus weer zien en lekker bijkletsen als kers op de taart — dat is mooi.
Een belangrijk onderdeel van deze duurloop was overigens nog het testen van de Maurten-drank en -gels. Nu ben ik eigenlijk niet zo van gels en deze vind ik ook veel te duur, maar na een interessante informatieavond bij Runnersworld in Rotterdam wilde ik het toch proberen. Het voelde goed, maar daarover binnenkort meer.
Ontbijt en start van de Maurten-test
Koffiedrinken bij mijn zus was heel erg fijn en een mooie afsluiter van de duurloop. Het is daarna ook helemaal geen straf om met de trein naar huis te gaan en je klaar te maken voor een mooie avond uit eten en theater.
Van vrijdagmiddag 17 tot en met zondag 19 maart vond het trainingsweekend van onze groep van Rotterdam Atletiek plaats in het mooie Burgh-Haamstede, Zeeland. Zo’n weekend biedt een mooie voorbereiding op de marathon van Rotterdam; een heel weekend veel trainen en lol met een mooie groep.
Op vrijdag startten we rond 16.30 met een herstelloop van 11km door o.a. de duinen. Het was schitterend weer en het voelde, na een kort loopje in de ochtend, heerlijk om de benen weer in beweging te brengen.
Een mooie, eerste herstelloop op vrijdag
Na de herstelloop was er tijd om te douchen en daarna had trainer Carla voor iedereen gekookt — heerlijk en natuurlijk erg gezellig om met een groep van ongeveer 20 man te eten. Wat ik wel merkte, doorheen het hele weekend, was dat ik het, gezien mijn mentale gesteldheid, soms opeens heel zwaar kan vinden om in een drukke groep te zijn. Gelukkig was er alle ruimte om dan even de rust op te zoeken.
Op zaterdag begonnen we de ochtend om 8 uur met herstelloopje van 11 kilometer. Ook nu voelde het heerlijk. Na de herstelloop gezamenlijk ontbijten, daarna met de meegebrachte schroevendraaier op pad. Niemand wist waarom dat moest, maar we bleken mosselen te gaan zoeken. Niet helemaal mijn ding — ik eet geen dieren — maar het was wel een heel leuke ochtend met elkaar.
Mosselen zoeken
Daarna terug naar Burgh-Haamstede voor koffie en een echte Zeeuwse bolus.
Zeeuwse bolussen bij Bakkerij Sonnemans
Wandelend keerden we terug naar de huisjes en na een snelle lunch volgde de verrassingstraining in de middag; dat bleek een run-bike-run naar de Neeltje Jans en terug te zijn. In duo’s moesten we het parcours zo snel mogelijk afleggen, waarbij je zelf je strategie qua afstanden en wisselpunten mocht bepalen. De heenweg was, vond ik, erg zwaar, want hoewel de wind niet heel hard was, loop je in Zeeland, zeker over het water en de Roggenplaat, volledig in de wind en aan de kust is die wind dan gewoon hard. Het mooie was dat iedereen volledig ging voor de wedstrijd en dat is goed aan de startfoto te zien.
De start van de run-bike-run
Na de run-bike-run hebben we de fietsen teruggebracht, uitgelopen en ben ik met wat anderen lekker de sauna ingedoken. Flink zweten en goed drinken — dat voelde heel goed. Daarna lekker uit eten en weer vroeg naar bed voor de lange trainingsdag van morgen.
Op zondag deden we eerst een herstelloop van tien kilometer (nou ja, acht kilometer, maar ik plakte er nog twee aan vast…).
Herstelloopje op zondagochtend
Daarna was er tijd voor ontbijt en even rusten, want om 12 uur begonnen we gezamenlijk aan een flink zware trail — veel duinen, veel zand, flinke wind. Maar, wel droog en soms ook een zonnetje. We hebben enorm geboft met het weer.
Mooie en zware trail over Westenschouwen
De eerste helft van de trail viel me zwaar; niet qua tempo, maar mentaal. Ik was echt heel somber, maar net over de helft, nota bene tijdens een zwaar stuk strand, kwam ik in een mooi ritme, leek het vanzelf te gaan en kon het me bijna niet lang genoeg duren. Vandaar dat ik aan het einde ook nog een (letterlijk) rondje om de kerk van Burgh-Haamstede deed, om de 30 kilometer vol te maken. Ik ben heel blij dat ik tijdens de trail zo opknapte, maar het vreemde is wel, dat ik wel vaker merk dat ik bij duurlopen eigenlijk pas na een kilometer of 20 lekker en met wat met meer plezier begin te lopen. De tempo’s gaan dan makkelijker en ik heb minder sombere gedachten.
Na de trail was er de traditionele schranspartij in het huisje, met veel yoghurt, fruit en natuurlijk boterhammen met veel pindakaas! Ook nu deden we weer een hete saunasessie met veel zweten en drinken en na wat uitrusten volgde een vroeg diner, zodat we na het opruimen op tijd naar huis konden.
Er was veel lekker eten
Het was een soms moeilijk, maar vooral heel mooi weekend met fijne mensen en goede trainingen. De weekomvang kwam voor mij, nota bene de week na de CPC, op 151 kilometer en dat voelde goed, maar is natuurlijk eigenlijk wel te gek. Zoveel heb ik nog nooit gelopen en het is dan ook wel de piek van deze marathonvoorbereiding.
Na een drukke werkdag werk ik tegen de avond een flinke hardlooptraining af; blokken in marathontempo, te wegen 2, 3, 4, 3 en 2 kilometer. Aan alles voel ik de trail van zondag (37km) en de herstelloop en heuveltraining van gisteren (29km) nog in de benen.
Voor het laatste blokje hijg ik even uit en neem een slokje water. Een vrouw stopt even, kijkt me aan en vraagt of ik een chocolaatje wil. ‘Nee, bedankt,’ zeg ik, ‘nog een versnellinkje en dan zit het erop.’ Tijdens het laatste blokje heb ik spijt van mijn antwoord, want de training van toch weer 21 kilometer met 14 kilometer op MT valt me zwaarder dan me lief is en een bonbonnetje is toch wel lekker.
Het laatste blokje gaat gepaard met wat hagel/natte sneeuw. Eenmaal terug bij de bidon zie ik dat die verplaatst is. Er ligt een vershoudzakje vol chocola onder.
Een lief gebaar — soms heb je dat even nodig
Deze mij onbekende dame wist beter wat ik op dat moment nodig had dan ikzelf — niet per se chocola, maar een lief gebaar op een lange, sombere dag. Na de laatste interval heb ik er lekker een genomen en dat voelde heerlijk.
Wederom was het mentaal een zware week; veel somberheid en weinig zin in, nou ja, eigenlijk zo’n beetje alles. Het dieptepunt lag weer op de donderdag, de dag van de groepstraining, maar het dal leek minder diep dan vorige week.
Op maandag deed ik een dubbele training (herstelloop+heuveltraining) op de loopband.
Herstel+heuvels op de loopband
Op dinsdag deed ik thuis de tempotraining, bestaande uit 5×10 minuten op MT. Ik moest vroeg college geven en kon ook enigszins op tijd naar huis. Daardoor kon ik de training nog in de ondergaande zon doen, al merkte ik doorheen de hele week dat de loopband lonkte. Waarom? Ik weet het niet, maar ik denk dat het te maken heeft met precieze tempo’s kunnen lopen (tempo instellen en rücksichtslos de band volgen) en ook met het ontwijken van andere mensen. Ik heb daar, zeker na een werkdag, geen zin meer in. Dinsdag scheen echter het zonnetje en ik vind de bovenstaande neiging niet goed, dus toch naar buiten gegaan. Dat voelde de eerste tien minuten niet fijn, maar toen ik het uitgezette rondje eenmaal een keer had gedaan, ging het steeds makkelijker en fijner. De tempo’s gingen goed en het zonnetje laadde me op.
Woensdagochtend voor mijn colleges deed ik een VO2Max-training op de Wahoo (met, het kan nooit kwaad, een flinke bak UV-licht om de stemming wat op te vijzelen) en donderdag volgde de avondtraining bij RA op de baan — 9x1000m in rondjes 86’. Dat was het plan, maar het ging wat beter dan gedacht, dus de rondjes gingen vaker naar de 83’-84’, maar dat is marge, vind ik. Het voelde beter dan verwacht, maar die tegenzin van tevoren is wel heel erg vervelend.
Wahoo, koffie en UV-licht…
Vrijdag een herstelloopje van 12km dat te zwaar voelde en zaterdag een core-workout, maar niet hardlopen. Lekker een dag met Eva en een wandeling met mijn zus. Ik voelde me moe, dus de workout in de ochtend was wellicht niet zo’n goed idee. Niet lopen was dat wel, want op zondag stond een lange trail op het programma.
Het plan voor zondag, dat al maanden geleden met mede RA-leden was gesmeed, was een trail van 43km. Mijn trainer vond dat, gezien mijn mentale staat, geen goed idee, maar 35 ‘mocht’ wel. De eerste 15 tot 20 kilometer had ik helemaal geen zin, ondanks leuk gezelschap van Marco en Ton en een schitterende route. Daarna ging het steeds gemakkelijker en kreeg ik er ook meer plezier in.
Mooie trail rond de bossen van Oosterhout
Vanaf 26-27km ging het praktisch vanzelf. Raar, niet? Ik appte dat ook aan mijn trainer en zij reageerde met ‘Zin die kwam is niet gek. Als je in je ritme en ontspanning komt + focus ( niet denken maar doen) wordt het leuk.’ Ik denk dat daar heel veel waarheid in zit; ik leef veel in mijn hoofd en gevoel laten spreken blijft lastig. De laatste drie kilometer waren overigens wat zwaarder, maar gingen ook in een hoger tempo; nog even lekker een stukje harder. Dat voelde dan wel weer goed, maar laatste km vrij zwaar.
Na afloop hebben we lekker koffie gedronken bij pannenkoekenhuis De Hannebroeck en natuurlijk met z’n drieën lekker een pannenkoek gegeten. Erg lekker en, vanaf dus een kilometer of 15 en achteraf, een heel mooie dag en de afsluiting van een week met flinke omvang.
Heerlijke pannenkoeken!
Nu de rest van de dag rustig aan doen en herstellen.
De achtste week in het marathonschema voor Rotterdam 2023