Het is de zoveelste keer dat ik dacht ‘dit is het laatste buitenritje’, maar nu is ‘t toch wel welletjes geweest. Vandaag maakte ik, omdat ik me al een paar dagen wat verkouden en lamlendig voel, niet de gehoopte fietstocht naar De Proloog in Amerongen om daar vlak bij te overnachten en de dag erna een mooie route te fietsen, enigszins ter compensatie voor de geannuleerde week in Parijs, maar het werd een ritje dichter bij huis: een rondje Voorne-Putten, dat ik bovendien inkortte van 100 naar zo’n 85 kilometer, omdat ik me slap voelde, het met dit prachtige herfstweer toch koud was en in bochten glad door bladeren bovendien. Niets voor mij, al was het toch ook wel erg mooi in de bossen en langs de kust bij Oostvoorne. Het leverde in ieder geval mooie uitzichten op.
Eind oktober met een prachtig herfstzonnetje
Vanaf nu wordt ‘t binnen fietsen en dat komt gelukkig wel goed, met een nieuw Rouvy-abonnement. Eerst maar eens goed uitzieken en -rusten, dan zien we wel weer verder.
Unfortunately, the already postponed ‘summer school’ on conditionals, Conditionals in Paris, was canceled or postponed yet again, due to the ongoing riots in Paris (and other big cities in France). INALCO is closed and from what I understand, it will not be open nor host any academic activities next week.
I had put a lot of work and stress in it already, as did the organization and the other instructors, so it truly is a pity, but of course, it is even a bigger let down for the students who were to participate in the school, and for whom we were preparing it in the first place. Hopefully to be continued.
Het is deze week een erg drukke werkweek, ondanks de breekweek op de universiteit. Dat komt, volgende week geef ik een cursus in Parijs (als het nog doorgaat met de recente rellen) en doordat er nogal wat onduidelijkheid was en bleef vanuit de organisatie, kon de daadwerkelijke voorbereiding pas veel te laat beginnen. Ook, of juist op drukke dagen probeer ik dan tussen de middag toch eventjes het kantoor uit en de buitenlucht in te gaan — een wandelingetje, een boodschap, even wat anders en een beetje bewegen.
Zo ook gisteren. Ik besloot eventjes langs Simon Lévelt te lopen voor een zakje lekkere verse thee en aangezien die winkel in Leiden vlak bij platenzaak Velvet zit, liep ik daar ook eventjes naar binnen. Ik luisterde eerder op de dag een paar keer naar het geweldige Seventeen Seconds van The Cure, dus ik dacht eventjes te kijken of ze daar niet een betaalbare tweedehands plaat van hadden. Die hadden ze niet, maar toen ik de winkel bijna wilde verlaten, trok het onderstaande mijn oog. Ik kon mijn ogen eigenlijk niet geloven — wat een gaaf canvas van het laatste album van Boards of Canada!
Boards of Canada’s Inferno-albumhoes op canvas
Natuurlijk trok ik de stoute schoenen aan en vroeg aan de verkoopster achter de balie of het te koop was. Ze liep even mee, twijfelde even en vroeg wat ik ervoor wilde geven. Dat was op zich best wat, maar ik stelde de wedervraag die me logisch leek in een winkel: ‘hoeveel wil je ervoor hebben’. ‘Twintig euro’ antwoordde ze en voor ik het wist, had ik het doek gekocht. Eventjes baalde ik, want ik had er vast wel een paar euro af kunnen praten, maar twintig euro was ver beneden wat ik gedacht had, dus al snel was ik vooral blij.
Hoewel ik groot fan ben van Boards of Canada, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat ik, toen ik met de verkoopster naar de achterkant keek, een briefje zag met een naam erop. Ik dacht eventjes dat de naam wellicht de maker van het canvas betrof, maar de verkoopster weersprak dat bij het afrekenen door te zeggen dat dit soort canvassen door de platenmaatschappij ter promotie wordt geleverd. Toen ik vroeg naar de naam op het briefje, zei de verkoopster dat ze niet wist waarvoor dat briefje was en dat het, mocht het om een koper gaan, het sowieso nog niet betaald was. Ik rekende af, maar het voelde niet eerlijk. Ik nam het canvas mee terug naar mijn werkplek, maar besloot algauw de naam te googelen, contact te zoeken en aan te het canvas aan te bieden. Diegene was immers eerder geweest en ik vond het wel zo eerlijk hem voorrang te geven. Al snel ontving ik een erg aardig bericht terug — ja, hij had het willen kopen, maar hoorde niets meer en was het al bijna vergeten. Ondertussen had hij ergens een mooie poster van dezelfde albumhoes gescoord en daar was hij heel tevreden mee, dus als ik het canvas wilde hebben, waren we allebei blij. De persoon in kwestie bleek overigens ene Tom: maker van filmmuziek die in dit recente interview op 3 voor 12 andere mij bekende, maar toch wel erg obscure muziek noemde, zoals Mother Earth’s Plantasia van Mort Garson, een album met muziek voor planten. Geen grap. In de seventies kon dat.
Lang verhaal kort: ik heb nu een mooi canvas op de werkkamer staan dat nog een mooi plekje thuis moet krijgen, maar waarmee ik nu al erg blij ben. Vandaag verruil ik The Cure maar even voor Boards of Canada.
Next week, I will be teaching a course at the l’Institut national des langues et civilisations orientales (INALCO) in Paris. The course, Conditionals: From types in theory to uses in corpora, focuses on types of conditionals or ‘if-then constructions’ distinguished in the (cognitive) linguistic literature, their implicatures and also incorporates some hands-on corpus experience. Other courses that week provide an introduction to the logic of conditionals, shed light on their form and meaning, discuss the counterfactuals, and their causality.
In een vlaag van nostalgie bekeek ik laatst op YouTube een aflevering van de serie Oppassen!!!, waarnaar we, begin jaren ’90 met het gezin, elke zaterdagavond voor gingen zitten. In mijn herinneringen kwam het na de serie 12 steden, 13 ongelukken. Na een zaterdag vol buitenspelen, sport en wat dies meer zij, zaten we, gedoucht en wel, voor de buis met wat lekkers.
Zoals dat gaat, kwam ik het per toeval tegen op YouTube en ik was altijd al benieuwd waar dat mooie huis uit het openingsshot zou staan — wellicht kon dat een mooie lange fietsrit komend voorjaar worden? Wat vroeger (bijna) onmogelijk zou zij geweest, is nu zo gepiept: het huis daadwerkelijk vinden. Even online zoeken en je belandt binnen een minuut op OpenMovieMap, waar je de exacte locatie voorgeschoteld krijgt. En wat schetst mijn verbazing? Het staat in hartje Rotterdam, nou ja, Hillegersberg, wat je bij zo’n huis misschien ook wel kunt verwachten.
Geen mooie lange voorjaarsrit naar ‘t Gooi dus, wat ik eerlijk gezegd verwacht had, maar een simpel lunchritje op een thuiswerkdag, want het was nog geen twintig kilometer van mijn eigen huis af. Het ritje zelf was niet per se leuk: te veel stad en verkeerslichten, veel ‘oppassen’ en uitkijken dus, maar ik had mezelf de avond van tevoren nog een keer het klassieke rondje Rottemeren beloofd en dat kon je er prima aan vast plakken. Nog een keer, omdat ik bij de afgelopen vijf ritjes al steeds dacht: dit is het laatste buitenritje van het jaar — mooiweerfietser hier! — maar iedere keer krijgen we weer een mooie nazomerdag voorgeschoteld. Heerlijk.
Het huis aan de Essenweg 4 in Rotterdam
Het huis staat aan de Essenweg 4 in Rotterdam en na even de hoek van het shot dat door veel veertigers zal worden herkend te hebben gecheckt, maakte ik bovenstaande foto. Onmiskenbaar hetzelfde huis. Overigens werden de scenes in het huis natuurlijk niet hier opgenomen; nee, die vonden plaats in zo’n typische studiosetting uit die tijd, inclusief geschilderde wolkenluchten.
Het enige dat nog een expliciete verwijzing lijkt naar de serie, die toch de een van de langstlopende series van Nederland is met maar liefst 321 afleveringen, is de onderstaande tekst op een elektriciteitshuisje, al kan dat natuurlijk ook een waarschuwing voor de aard van het huisje zijn.
Elektriciteitshuisje met tekst Oppassen
Een klein ritje tussen de middag, maar met een heerlijk zonnetje en als toetje nog het rondje Rottemeren en dan toch nog op tijd terug zijn om het werk van deze dag gedaan te krijgen en ‘s avonds mijn eigen familiezaken te regelen — ja, de jaren ’90 zijn inmiddels dertig jaar geleden en ik ben benieuwd waar wij als gezin, zodra mijn zoontje wat ouder is, op zaterdagavond naar kijken. Of is dat wel een heel erg ouderwetse gedachte, gestoeld op de inmiddels op retour zijnde lineaire televisieprogrammering?
Dik een week na de Martini Marathon blik ik er eventjes op terug. Op basis van de vorige post over de baanmarathon in Groningen moge duidelijk zijn dat het ‘zo zo’ ging. Ik had drie plannen — A (<2:45), B (<2:50) en C (<3:00) — en plan A is niet gelukt, B evenmin. Dat viel dus tegen. Aan de andere kant baalde ik er niet heel erg van en ik kon eigenlijk direct wel accepteren dat het ging zoals het ging. Je toch aan een plan kunnen houden — niet plan A, maar B en C formuleer je niet voor niets — en 2:55 lopen is alles behalve een ramp; het is een acceptabele tijd, ik heb vlak en zonder problemen gelopen en werd derde, na Marc Steenhorst (2:46:33) en Maurice Kram (2:55:17), zoals je hieronder kunt zien. Overigens weet ik heus wel dat er genoeg hardlopers zijn die heel graag 2:55 zouden lopen, zoals me op een verjaardag de zondag erna werd gezegd, maar dat is wat mij betreft heel relatief: de een z’n pr is de andere niet en ik vind iemand die traint om onder de vier uur te lopen net zo knap.
Marc Steenhorst nr. 1, Maurice Stam nr. 2 en ik nr. 3. Toch leuk!
Zeker niet onbelangrijk was dat ik een leuke avond met andere ‘gekken’ beleefde. Dat ‘gekken’ schrijf ik met eerbied, want iedereen zette daar op de baan en sommigen tot in de late avond een knappe prestatie neer, maar een beetje vreemd is een marathon op de baan lopen natuurlijk wel. Het deelnemersveld week ook af van wie je tegenwoordig bij de grotere wedstrijden ziet: veel ultralopers, ‘trailvolk’ en andere nét niet standaard-rondje-in-de-stad-lopers. Na een rondje of tachtig kwam er nog een indirecte collega van de Rijksuniversiteit Groningen kijken. Ik sprak hem eerder op een conferentie over deze baanmarathon en we spreken elkaar sowieso elke conferentie even over hardlopen en aanverwante zaken. Het deed me goed hem te zien en dat iemand speciaal voor jou komt, dat werkt motiverend en ik waardeerde de support dan ook erg.
Correcte afstand (met de track run-optie van Garmin klok je precieze rondjes op de baan) en mooi kaartje van de 105,5 rondjes…
Toen ik, na een paar ronden, bewust koos voor rondjes van honderd seconden, heb ik dat prima en dan wel met toenemende mentale, maar weinig lichamelijke vermoeiing aangehouden. Ik zal je de exacte rondetijden besparen, maar ik rekende wel even het gemiddelde uit en dat was precies 100,0 seconden met een standaardafwijking van 1,75 seconden. Elk individueel rondje lag dus heel dicht bij het gemiddelde en er was geen verval. Mooi, daar ben ik best trots op.
Hoewel er wel wat lopers uitstapten tijdens de wedstrijd vanwege pijn en/of blessures, had ik zelf nergens last van. Niet tijdens en niet na. Geen spierpijn, ook niet de dagen na de marathon en geen pijn in bijvoorbeeld de linkerknie of rechterheup; dat mag je wel enigszins verwachten, want je loopt alle rondjes linksom. Op maandag bezocht ik mijn vertrouwde masseur Marcel van Ontspanje — vaste prik na een marathon — en die voelde wel degelijk spanning in de kuiten en bilspieren, maar verder niets vreemds. Het enige dat ik na afloop onder de douche merkte, is dat, waarschijnlijk door het steeds licht naar links afzetten in de 105,5 x 4 = 422 bochten, aan de buitenkant van mijn rechtervoet een schaafplek zat. Nou ja, als dat alles is…
En nu? Even niks. Ik heb nog geen plan en de zojuist gestelde inmiddels gebruikelijke vraag na een marathon heeft niet, zoals eveneens gebruikelijk bij mij, direct na de finish al een antwoord. Ik weet het even niet en dat is ook prima. Zoals ik eerder al schreef was ik in de wedstrijd op de baan niet zo eager als anders en ik zie dat als een teken om voorlopig maar geen doelen te stellen, een aansporing om wat minder en wat minder gericht hard te lopen en maar te zien wat er gebeurt.
‘Bizar veel zand, heel slecht strand met mul zand, windkracht 9, storm Amy en op de laatste twee km na alles tegenwind… dat was de Kustmarathon 2025.’ Zo begon ik vorig jaar mijn post over de Kustmarathon — editie 2025 dus. Hoe anders was het dit weekend! Niet dat ik meedeed, want ik vond het vorig jaar een geweldige marathon, maar niet eentje om direct weer te lopen, zeker niet na wat inmiddels te boek staat als de zwaarste editie ooit. Daarvoor was dat die van 2009.
Kustmarathon Zeeland
Nee, gisteren deed ik zelf een heerlijk rondje racefiets in de late middag. Liever rijd of loop ik ‘s morgens, maar dat zat er met de planning thuis niet in. Geen probleem, want het was ook ‘s middags nog enigszins zonnig en praktisch windstil. Heerlijk! Ik dacht toen aan de Kustmarathon en was benieuwd wat het enorme verschil in omstandigheden met de tijden zou doen. Het is nogal een verschil: windkracht 2 of 7/8 met uitschieters naar 9, helemaal met zo’n puur Zeeuws parcours met strand, de Neeltje Jans en eindeloze dijken.
Komt ‘ie: in 2025 liep er maar één hardloper onder de drie uur, uitzonderlijk op zo’n grote marathon, namelijk Dennis de Freytas in 2:59:10. Dit jaar was de snelste tijd 2:46:48 en liepen er acht een sub 3. Ergens riep dat een baalgevoel op, want ik had zelf ook wel een betere tijd willen lopen, maar aan de andere kant staat de Kustmarathon bekend om de soms bizarre omstandigheden en dat weet je op voorhand, dus ik kon het, ook na de finish vorig jaar, best accepteren. Het heeft ook iets moois, die invloed van wind en regen in een tijd dat we alles proberen te beheersen — niets zo veranderlijk als het weer.
De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.
De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.
Finish!
Het eindklassement zie je hieronder, maar vind je uiteraard ook op uitslagen.nl.
Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.
Toen ik gisteren las over het aanstaande allereerste wereldkampioenschap hardlopen op de loopband, was ik verheugd. TechnoGym en World Athletics organiseren het samen en daar houd ook gelijk de voorpret op, voor mij althans. Ik dacht natuurlijk: leuk, een wedstrijd van 5 kilometer op de loopband, doen we! Uiteraard niet ‘voor de knikkers’, daar ben ik niet snel genoeg voor, maar gewoon voor de lol. Totdat bleek dat je de wedstrijd, zelfs in de allereerste voorrondes, alleen op een zogenaamde ‘Run X’-loopband van TechnoGym mag lopen. Dat vind ik niet alleen jammer, maar ook raar voor een officieel wereldkampioenschap — dat zou toch niet aan een merk moeten toebehoren? Je moet eerst een sportschool vinden die een toegestane loopband heeft, daar een abonnement afsluiten en dan pas kun je meedoen. Mij niet gezien, maar voor wie dat wel de moeite vindt, zie Marathon Handbook en RunX.
Goed, het startschot van de Martini Marathon 2026, gehouden op vrijdagavond 25 september, klonk stipt om 18.30 uur en dat betekende dat, met de teller op nul, er nog 105,5 rondjes op de baan in het verschiet lagen. Ik had van tevoren, al toen ik mijn schema maakte, netjes drie plannen gemaakt. Plan A was een sub 2:45 en dat betekende een tempo van 3:55 of rondjes van 94 seconden; plan B was sub 2:50 op 4:02 en rondjes 96 seconden. Plan C was sub 3:00 op tempo 4:15 en rondjes van 102 seconden.
Al snel, in ieder geval binnen de eerste tien rondjes, voelde ik weinig kracht in de benen. Ze waren niet slap, maar ik voelde dat, na de drukke dag, plan A er niet inzat. Plan B misschien? Ik besloot, gezien ik echt geen pr dacht en hoefde te lopen (dat was dan ook flink sneller dan plan A geweest), rondjes van net onder de 100 seconden te lopen. Ik liep heel consistent steeds 98/99 seconden (je hebt tijd zat om te rekenen zonder veranderende omgeving) en dat leek me goed vol te houden. (Als je zelf rondetijden en tempo’s wilt berekenen, zie https://www.reuneker.nl/runcalc.) Dat was ook zo en tijdens, maar ook achteraf, had ik het gevoel dat het harder zou kunnen, maar ik had er gewoon geen zin in. Waar dat aan lag, weet ik niet precies, maar misschien was en ben ik gewoon loopmoe? Ook nu zat het met uithoudingsvermogen wel goed en kon ik technisch heel netjes blijven lopen — hoge cadans, goede afwikkeling, geen gekke dingen. Na afloop zeiden verscheidende mensen me dat het er ‘zonder moeite’ of ‘gemakkelijk’ uitzag. Zo voelde het natuurlijk niet echt, want een marathon blijft toch gewoon 42,195 meter, baan of niet en dat is een heel eind. Kortom: het lijkt toch wel een slim plan te zijn geweest om rond de 100 seconden te gaan lopen: lichamelijk ging het zonder enige slag of stoot, maar mentaal vond ik het flink worstelen.
Een van de latere rondjes
Ik had best uitgekeken naar het lopen van een marathon op de baan, hoewel ik in training voor de Zestig van Texel al eens een keer op een koude, gure en natte baan 46 kilometer had gelopen en dat beviel totaal niet. Maar ja, toen was er niemand anders en nu was er flink wat publiek langs de baan en op de tribune en er waren natuurlijk de andere lopers. Dat maakte dat je ook tijdens de wedstrijd, omdat je elkaar meer dan eens tegenkomt — als snellere loper lap je veel mensen vrij vaak — regelmatig een kort woordje kunt wisselen. Zo kwam het dat ik een opmerking kreeg die ik werkelijk nog nooit heb gehoord van een hardloper. Ja, de kuitenesthetiek van wielrenners ken ik, maar dat een medehardloper ‘mooie kuiten’ naar je roept als je hem passeert, dat was toch wel nieuw. Zulk soort momenten breken de race overigens wel op en dat is altijd welkom.
De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.
De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.
Finish!
Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!
Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.