Wat een geweldige beklimming, de Passo dello Stelvio vanuit Bormio. Ik heb er enorm ban genoten en qua zwaarte viel het erg mee. De paar stukken van 14 procent waren zwaar, maar ik ben maar één keer uit het zadel gegaan en vooral met rustig en gelukkig gevoel gestaag omhoog geklommen. Het had, achteraf denk ik, harder gekund, maar het was gewoon goed zo — een geweldige ochtend.
De oude, maar vertrouwde Opera/Pinarello
Eerst fietste ik, precies om 7 uur ‘s ochtends, vanuit het vakantiehuis in Valdidentro naar Bormio, zo’n 10 kilometer, vooral naar beneden. Om ongeveer 7:20 begon ik aan de klim vanuit Bormio — klassiek vanaf Piazza Cuovo over de Via Roma naar de eerste haarspeldbocht van de Passo dello Stelvio. Daar begon het haarspelden tellen: veertig in totaal en vanaf beneden tellen ze af naar boven. Een fijne houvast.
Via Bormio de Passo dello Stelvio op
Aangezien ik wel een klimmersbouw heb, maar zeker geen ervaren klimmer ben, wist ik niet zo goed wat ik kon verwachten; de Stelvio heeft toch wel een naam als zware klim. Het viel echter alles mee. Natuurlijk, er zaten, zeker in de eerste acht en laatste twee kilometer zware stukken in van 10 tot 14 procent, maar ik ben slechts eenmaal uit het zadel gegaan en écht nodig was dat ook toen niet. Verder was het gewoon heel gestaag klimmen met een percentage rond het gemiddelde van zo’n 8 procent. Op de een of andere manier schoot me tijdens de 1:50 uur die ik nodig had voor de beklimming een paar keer door het hoofd dat ik me best zorgen zou kunnen maken over ‘hoe ver nog?’, ‘wordt het nog zwaarder?’ Het gekke, of eigenlijk vooral mooie was dat ik die zorgen meer verwachte dan ze echt ervoer. Ik was vroeg vertrokken op een maandagochtend, de temperatuur was perfect en er was tijdens de heenrit nog weinig verkeer. Ik genoot gewoon van het moment en dat was heerlijk.
Geweldigde uitzichten, praktisch geen verkeer
Het was ook leuk om mijlpalen te bedenken; haarspeldbocht nummer X, nog Y kilometer, over de helft, boven de 2000 meter-grens, boven de boomgrens, et cetera. Ik denk dat dat misschien het voordeel is van marathons in de benen en het hoofd hebben: je bent gewend aan lange duurinspanningen, zowel fysiek als mentaal. Natuurlijk hielpen de werkelijk fenomenale uitzichten ook veel. Én: ik zag en hoorde roofvogels en een heuse bergmarmot! Er waren, toen ik naar boven klom, nog heel weinig andere fietsers — ik heb er een handjevol ingehaald, dat was het. Ik werd zelf overigens hard ingehaald door een enorme, ronkende Lamborghini, wat ik wel weer leuk vond.
Bijna boven, in de laatste haarspeld
Eenmaal boven, op 2758 meter, belandde ik toch enigszins in een circus met winkeltjes, muziek en ook op maandagochtend rond 9 uur al vrij veel mensen, maar ik vond dat eerlijk gezegd ook wel gezellig. Ik heb wat aardige mensen gesproken, maar nog weinig wielrenners; die startten, getuige de tegenliggers op de afdaling, toch later, denk ik. De 21,1 kilometer met 1555 hoogtemeters vormden echt een heel mooie ervaring.
In 1:50 uur boven. Van tevoren geen idee, dus dit was prima.
Had ik spijt dat ik mijn oude racefiets — wel een Opera/Pinarello, maar al minstens twintig jaar oud — meehad? Deels. De Bianchi staat thuis en die wilde ik niet twee weken buiten naast vakantiehuizen in ‘the middle of nowhere’ hebben staan als het niet hoefde, maar tijdens de heerlijke afdaling miste ik de scherpte van de schijfremmen wel en een zwaarder frame met slechts 9-speed cassette is ook niet meer ‘je van het’. Voordeel is wel dat ik deze fiets heelgoed ken en dat de velgremmen van de oude Opera op zich nog zeer goed dienst deden, maar toen ik bij het afdalen de 70km/u aantikte, schoot de gedachte aan mijn zoontje door mijn hoofd en liet ik de lichte angst die ik voelde toch een keer een verstandige raadgever zijn: niet harder dan dit. Het afdalen was heerlijk — weidse uitzichten op de haarspelden die nog volgden, best een goed wegdek en gewoon lekker wielertrui open en de wind het lichaam laten koelen.
Start- en eindpunt Piazza Cuovo in Bormio
Eenmaal terug bij het begin van de pas vervolgde ik de weg naar mijn startpunt in Bormio, om daar eventjes op vrouw en kind te wachten. Die hadden samen een mooie hike rond Bormio gemaakt en toen ik ze aan zag komen lopen, viel me direct op dat mijn vrouw de zoon zijn wielershirt had aangetrokken. Wat een leuke en liefdevolle verrassing!
We sloten de mooie ochtend gedrieën even mooi af met gezamenlijke koffie en echt Italiaans lekkers. Eenmaal terug bij het vakantiehuis bekroop me dat gevoel dat je ook na andere ervaringen hebt waarnaar je hebt uitgekeken: nu is het voorbij. Dat vertelt me wel dat het gewoon echt een goede ervaring was. Ik ben voel me er dankbaar voor. Wellicht later deze week nog een keer omhoog, maar dan de volgens sommige ‘echt klassieke’ route vanuit Prato, maar de vraag is of de planning en omstandigheden dat toelaten. Het is en blijft in eerste instantie een familievakantie, dus gezamenlijke activiteiten gaan voor en plezier ik de Italiaanse zon is het best als je die met elkaar deelt.
Zoals eerder te lezen viel, was ik nou niet echt te spreken over de Garmin-houder van HideMyBell voor de racefiets. Bij de eerste keer bellen vloog de bel eraf en verloor ik, zo ontdekte ik veel later, de tussen Garmin en bel gemonteerde AirTag. ExitHideMyBell dus. Ik was al een tijdje op zoek naar een nette oplossing om toch een bel op de racefiets te hebben, want op zich had ik me jaren beholpen met een getiewrapt belletje, maar het oog wil natuurlijk ook wat. Het blijft een luxepaard, zo’n Italiaanse racefiets.
Afgelopen week kreeg ik, heel toevallig, een reclamemailtje van de fabrikant van mijn huidige Garmin-houder, JRC Components, met een set om een bel onder de Garmin te monteren. Het gaat om de Underbell(y) Integration Kit, bestaande uit een mooi adaptertje van aluminium en een zogenaamde Knog Oi-bel.
Underbell(y) Integration Kit, JRC x Knog
Voor een fietsbel was het veel geld (met wat korting en de verzendkosten 36 euro), maar echt duur is dat mijns inziens niet, want de Knog Oi Prima kost lost al €29,99. Installeren was een fluitje van een cent en hoewel ik de eerste echte test afwacht — een bel moet blijven zitten en lekker luid zijn — vind ik lekker onopvallend en gewoon mooi. Dat is alvast wat waard.
Tijdens een vakantieweekje in Oostenrijk ging ik er met de (oude) racefiets op uit om vanuit Presseggersee, waar we huisden, naar de Weissensee te klimmen. Hoewel ik van wielrennen houd, doe ik eigenlijk nooit echte cola — lastig ook in het vlakke Nederland natuurlijk — maar dit was een mooie kans op een bescheiden klimmetje en om te testen of, met het sleutelbeen, eventueel volgende week, wanneer we in Italië zitten, de Stelvio te beklimmen.
Van Presseggersee naar de Weissensee
De Kreuzbergpas vanuit Hermagor was, met zo’n 700 hoogtemeters tot aan de top van de Kreuzberg en op de rit in totaal 900 hoogtemeters, veelal geleidelijk met een gemiddeld hellingspercentage van 4-5%, op een een aantal mooie haarspelden van 12-14% na. Het was omhoog wel even werken, maar eigenlijk was ik boven voordat ik doorhad dat dat het hoogste punt was. Daarna was het nog even wat klimmen en dalen naar de daadwerkelijke Weissensee, die een schitterend uitzicht bood.
De Weissensee
Het was een mooie ochtend met veel plezier op een vrij rustige weg en voor de afdaling genoot ik nog even rustig van koffie met zo’n echte verse Oostenrijkse, flink zoute pretzel.
Vorige week viel mijn oog op een stuk in de NRC over het Groningse dorp ’t Zandt. Niet dat ik daar verder iets van weet, maar ik het is een van de dorpen in het hopelijk dit jaar nog te rijden rondje dt-dorpen, waarover ik al eerder schreef op Neerlandistiek. De route langs alle Nederlandse plaatsen met namen eindigend op dt is vergevorderd, maar door de sleutelbeenbreuk lag het plan in de ijskast. Dit stuk bracht de tocht weer even onder de aandacht.
‘Ik Heb die bon gepakt. Terrasje zon gepakt. Voor ik ging heb ik een jonko op ’t balkon geklapt. Als ik morgen ga, heb ik geen spijt van dat,’ aldus Donnie in het nogal ‘ikkige’ nummer Bon gepakt (2023). In de Volkskrant van 24 juni 2026 werd in het artikel Me, myself and I aandacht geschonken aan nieuw onderzoek in Plos One waaruit blijkt dat teksten in ‘westerse’ popmuziek egocentrischer worden, terwijl dat niet geldt voor ‘oosterse’ popmuziek.
Het onderzoek maakte Milou Andree, Vivien Waszink en mij direct warm voor een Nederlandse variant. Hoe zit dat in zestig jaar Nederlandstalige popmuziek? Staat ‘ik+jij‘ gelijk aan ‘wij‘? En is hiphop egocentrischer dan het levenslied? Wij zochten het uit. Lees het hele verhaal vanaf morgen (vrijdag 23 juli 2026) op Neerlandistiek.
Eerste persoon (ik, wij, et cetera) in Nederlandstalige hits.
Op 23 mei brak ik mijn sleutelbeen doordat ik een overstekend konijn raakte en viel. Heel vervelend, maar het herstel gaat, zeker na de operatie, heel goed. Tijdens het genoemde rondje was het plan een in het vroege voorjaar verloren AirTag terug te halen; die schoot zo uit mijn (nieuwe) HideMyBell. Ik heb het even gecheckt — ik verloor de AirTag op zaterdag 11 april 2026. De AirTag bleek, een maand later toen ik me afvroeg waar dat ding toch eigenlijk was, nog te werken. Maar ja, tijdens dat rondje om ‘m te zoeken, brak ik dus mijn sleutelbeen en inmiddels is er weer een flinke tijd overheen gegaan. We zitten immers al diep in juli.
Nu reed ik vandaag een rondje met mijn vrouw (E, vandaar) en we zouden praktisch langs de AirTag komen, dus waarom niet even zoeken? Het kleine apparaatje was volgens de telefoon immers nog steeds actief en zou nog steeds op dezelfde plek liggen. Bizar, na maanden regen en uitersten van nachtvorst tot 40 graden en felle zon1 Het kostte even moeite, maar met het geluidje dat je vanaf je telefoon kunt activeren, hebben we de AirTag toch gevonden in het inmiddels hoge gras en de doornenstruiken.
Teruggevonden! De AirTag die, na dik 100 dagen/14,5 week in weer en wind, nog werkte.
En inderdaad, hij doet ’t gewoon nog — zelfs het geprinte stickertje zat er nog op. Hoewel ik niet per se erg gehecht ben aan een AirTag, werd ik wel blij van de gezamenlijke zoektocht en natuurlijk de goede afloop.
Op basis van een telefonisch interview met journalist Joppe Gloerich word ik genoemd in het artikel Het rijmt niet, maar het klinkt wel (goede titel!) in de zomerspecial ‘Lezen & Luisteren’ van Elsevier Week Magazine. Het is een leuk stuk geworden, al klopt de uitspraak/het citaat niet en staat er een verkeerd aantal jaren in (zeventig in plaats van zestig jaar aan popmuziek). Toch is het leuk om geïnterviewd te worden en dan in een gedrukt blad te staan.
Zomerspecial ‘Lezen & Luisteren’ van EW Magazine.
Het stuk staat helaas achter een betaalmuur, dus het moet óf gekocht worden, of je zult het moeten doen met het korte stukje hieronder. Veel leesplezier!
Fragment uit ‘Het rijmt niet, maar het klinkt wel’.
Een kleine zes weken na de sleutelbeenoperatie mocht ik voor controle terug naar de arts — eerst een nieuwe röntgenfoto, daarna een gesprek. Aangezien de arts die de operatie uitvoerde van tevoren zei dat ‘de test’ zou zijn hoe hoog ik mijn linkerarm weer zou kunnen strekken en ik die inmiddels weer bijna even hoog als rechts kon bewegen, verwachtte ik geen problemen. Die bleken er, gelukkig ook niet te zijn. Het litteken ziet er netjes uit, ik heb alleen nog echt last na een nacht slapen op de linkerkant en met de beweging zit het dus wel goed. De enige beweging waarin ik nog echt beperking voel, is die naar achteren, maar dat wordt ook steeds minder merkbaar.
Al met al ben ik, eigenlijk al nadat de twee dagen naar voelen van de narcose voorbij waren, vooral erg dankbaar en gelukkig, want de operatie had direct effect. De twee delen van het sleutelbeen stonden weer goed en konden niet meer afzonderlijk bewegen. Voor andere wielrenners die hun sleutelbeen hebben gebroken en die door googelen wellicht hier terecht zijn gekomen: bij iedereen zal het best een beetje anders uitpakken, maar ik ben heel blij met de operatie!
Sleutelbeen ongeveer 5,5 weken na de operatie.
Overigens vind ik het titanium/chirurgisch stalen ‘plaatje’ en vooral de schroeven vrij grof ogen, maar dat schijnt heel normaal te zijn. Ik kon het beeld van een doosje Gamma-schroeven echter maar met moeite onderdrukken.
Zoals eerder te lezen viel, was ik nou niet echt te spreken over de Garmin-houder van HideMyBell voor de racefiets. Bij de eerste keer bellen vloog de bel eraf en verloor ik, zo ontdekte ik veel later, de tussen Garmin en bel gemonteerde AirTag. Exit HideMyBell dus. Ik was al een tijdje op zoek naar een nette oplossing om toch een bel op de racefiets te hebben, want op zich had ik me jaren beholpen met een getiewrapt belletje, maar het oog wil natuurlijk ook wat. Het blijft een luxepaard, zo’n Italiaanse racefiets.
Afgelopen week kreeg ik, heel toevallig, een mailtje van de fabrikant van mijn huidige Garmin-houder, JRC Components, met een set om een bel onder de Garmin te monteren. Het gaat om de Underbell(y) Integration Kit, bestaande uit een mooi adaptertje van aluminium en een zogenaamde Knog Oi-bel, zoals je hieronder kunt zien.
Underbell(y) Integration Kit, JRC x Knog
Voor een fietsbel was het veel geld (met wat korting en de verzendkosten 36 euro), maar echt duur is dat mijns inziens niet, want de Knog Oi kost lost al €29,99. Installeren was een fluitje van een cent en hoewel ik de eerste echte test afwacht — een bel moet blijven zitten en lekker luid zijn — vind ik lekker onopvallend en gewoon mooi. Dat is alvast wat waard.
Tijdens een whiskyproeverij afgelopen zaterdag hoorde ik de ‘whisky-gids’ de volgende zin zeggen: ‘Als je van hout houdt, houd je van hout.’ Dat was natuurlijk een cadeautje voor een taalkundige met al een paar kleine, maar straffe slokjes whisky achter de kiezen. Enigszins jolig vroeg ik de gids die zin te spellen, maar hij kaatste de vraag terug en gelukkig lukte het mij nog prima. Het is wel echt een leuke zin, omdat je naast natuurlijk het zelfstandig naamwoord hout het homofone (gelijkklinkende) werkwoord houden zowel na het onderwerp in de tweede persoon je hebt (‘als je… houdt’ met een t), als ervoor (‘houd je van…’ zonder t). Uit de resultaten van eerder onderzoek met Mette Rebel (2025) weten we inmiddels hoe moeilijk die vormen gevonden worden.
Mocht je je trouwens afvragen waarom het over hout gaat tijdens een whiskyproeverij: de houten vaten waarin whisky opgeslagen wordt en rijpt, is van grote invloed op de smaak.