Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

Taal & Literatuur

Posts over taal en literatuur

De taal van een dichter: lexicale diversiteit in de genres van Lieke Marsman

In samenwerking met Livia Rijkels voor Jong Neerlandistiek. Dit stuk is een bewerking van een paper dat Livia schreef voor de eerstejaarscursus Taal & Media, onderdeel van de bachelor Nederlandse Taal & Cultuur aan de Universiteit Leiden.

Lieke Marsman, voormalig Dichter des Vaderlands (2021-2023), overleed deze week op vijfendertigjarige leeftijd. Ze schreef meerdere dichtbundels, een roman en een filosofische essaybundel, die allemaal geprezen werden om de experimentele stijl en creatieve omgang met taal.

De volgende scan duurt vijf minuten

Gedichten en een essay in Marsmans 'De volgende scan duurt vijf minuten' (2018). Afbeelding van Uitgeverij Pluim.

Vaak wordt gedacht dat poëtisch taalgebruik afwijkend en ingewikkeld is (Van Alphen, Duyvendak, Meijer & Peperkamp, 1996). Marsmans diverse oeuvre nodigt uit om te bekijken in hoeverre de woordenschat in haar dichtwerk afwijkt van haar proza en essayistisch werk. Om dat te onderzoeken, stelde ik voor het eerstejaarsvak Taal & Media drie kleine steekproeven samen: willekeurige selecties van steeds tien pagina’s uit de dichtbundel In mijn mand (2021), de roman Het tegenovergestelde van een mens (2017) en de essaybundel Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025). Voor elke pagina in de steekproeven berekende ik de lexicale diversiteit in termen van MTLD of Measure of Textual Lexical Diversity, een maat die goed bestand is tegen verschillen in tekstlengte en lokale woordherhaling (zie Reuneker, Waszink & Van der Wouden, 2017). De metingen vergeleek ik door middel van een ANOVA-toets, om te kijken of ze, per genre in Marsmans werk, verschilden. In figuur 1 zie je dat er inderdaad verschillen zijn, maar die blijken (net) niet significant (F(2, 27) = 2.84, p = 0.07).

MTLD-scores in Marsmans poëzie, roman en essays

Figuur 1. MTLD-scores in Marsmans poëzie, roman en essays

Het verraste me enigszins dat Marsmans dichtwerk in In mijn mand het laagst scoort op lexicale diversiteit (81,72), gevolgd door de roman Het tegenovergestelde van een mens (102,18) en de essays in Op een andere planeet kunnen ze me redden (114,67). In figuur 1 is echter te zien dat de waarden in de steekproeven flinke variatie vertonen en dat de genres overlappen. Uit post-hocvergelijkingen blijkt dan ook dat de drie genres bij Marsman onderling niet significant verschillen in woordenschat.

De resultaten van dit kleine onderzoekje plaatsen een (eveneens kleine) kanttekening bij het idee dat poëtisch taalgebruik wezenlijk anders is dan ‘ander taalgebruik’. Het werk van Marsman laat dat, ook in de week van haar veel te vroege dood, goed zien. Zij leek zich niet te conformeren aan genreconventies: in haar dichtwerk noemt ze filosofen en hun denkwijzen, in de roman staan sommige hoofdstukken in dichtvorm en zowel de roman als de essaybundel bevat persoonlijke dagboekfragmenten, wederom met filosofische mijmeringen.

Wat de resultaten wellicht laten zien, is niet de afwezigheid van verschillen in woordenschat tussen genres, maar de aanwezigheid van Marsmans eigen, consistente stijl die door genregrenzen heen breekt. Zo schreef NRC vandaag dat haar poëzie ‘altijd helder, fris en toegankelijk’ was, ‘zonder daarbij hoge barrières of drempels op te werpen. […] Voor haar essayistiek gold hetzelfde […].’ Hoewel woordgebruik invloed heeft op de beeldvorming van literatuur, liet Lieke Marsman in haar werk zien dat je je niet hoeft te houden aan genreconventies, dat je de grenzen zelf bepaalt. Dat woorden essentieel zijn, zei ze zelf misschien wel het treffendst in De volgende scan duurt vijf minuten (2018):

Op andere momenten word ik overspoeld door wanhoop van de ergste soort, de soort die zich karakteriseert door een gebrek aan woorden: wanhoop die je alleen nog maar kunt omschrijven met het woord wanhoop.

De waarde van een tekst zit niet in het meetbare, in een toch enigszins afstandelijke benadering als lexicale diversiteit, maar in de daadwerkelijke, individuele lezing. In Zomergasten (2022) zei Marsman: ‘Ik wil een oproep tot leven zijn’. Laat dit stukje, ter nagedachtenis aan Lieke Marsman, een bescheiden oproep tot lezen zijn, een oproep haar werk – gedicht, verhaal of essay – er dit weekend nog eens bij te pakken en de woorden, haar woorden, op ons in te laten werken.

Livia Rijkels is student Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Leiden. Dit artikel is bewerking die zij met Alex Reuneker maakte van ze een paper dat zij schreef voor zijn eerstejaarscursus Taal & Media.

Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool

I added a measure (somewhat) known as 'lexical coverage' to the Lexical Diversity Tool. This measure represents the percentage of words that occur in a list words from all Dutch newspaper texts in the SoNaR-500 corpus that, together, make up for 77 percent of all tokens in that corpus (although other corpora are used, see Staphorsius, 1994; Kraf, Lentz & Pander Maat, 2011). The higher this percentage, the easier the text, because more words may be supposed to be read before and thus 'known'. Although this definitely says something about the lexical diversity (perhaps indirectly) of a text, it is used primarily to assess the reading difficulty of a text (see also Adolphs & Schmitt, 2003; Van Zeeland & Schmitt, 2013).

Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool

Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool

Because I have used of the (Dutch newspaper subcorpus of the) SoNaR-500 as a reference corpus, the measure only works for Dutch texts – for now at least. Although the implementation is still a bit rough, it is workable and correct, but be aware it is still in development.

Referentiecorpus SoNaR-500 toegevoegd aan Keyword Analysis-tool

Gisteren en vandaag was ik bezig met een woordfrequentielijst van het SoNaR-corpus (Oostdijk et al., 2013). Die lijst heb ik nodig om de Lexical Diversity-tool uit te breiden, maar ik heb het SoNaR vast als referentiecorpus toegevoegd aan de Keyword Analysis-tool.

Je kunt nu dus kiezen om trefwoorden in je (Nederlandse) tekst op te sporen door de tekst te vergelijken met het toch wel oude en veel kleinere CONDIV-corpus, of met het SoNaR-corpus. Andere beschikbare referentiecorpora zijn het BNC voor het (Brits) Engels, een Nederlandstalig popcorpus en een eveneens Nederlandstalig rapcorpus. Je kunt uiteraard ook nog steeds zelf een referentiecorpus toevoegen – dat is makkelijker dan je wellicht denkt!

In de onderstaande afbeelding kun je zien dat bijvoorbeeld het woord herkomstlanden significant vaker voorkomt in het NOS-artikel Onderzoek: deel collectie Oranjes mogelijk onrechtmatig verkregen dan in het SoNaR-corpus en dus iets zegt over de het artikel; het is een trefwoord of keyword.

Trefwoorden in vergelijking met het SoNaR-corpus

Trefwoorden in vergelijking met het SoNaR-corpus

Opmerkingen bij deze toevoeging zijn dat alleen Nederlandse krantenteksten zijn gebruikt voor de frequentielijst en, met het oog op processing in JavaScript en bestandsgroottes, alleen woorden die tien keer of vaker voorkwamen zijn meegenomen.

Je kunt de uitgebreide tool uiteraard direct gebruiken op https://www.reuneker.nl/files/keyword.

Studiereis Berlijn 2026

Een tijdje geleden werden collega Sander Bax en ik door studievereniging Nieuw Nederlands Peil (NNP) uitgenodigd mee te gaan op studiereis naar Berlijn. Vorige week was het zover en vertrokken we met twintig studenten met de trein naar de hoofdstad van Duitsland.

Op studiereis in Berlijn

Op studiereis in Berlijn

De studenten hadden een mooi en vol programma opgesteld. Op vrijdag begonnen we met een literaire wandeling door de stad en waren we na de lunch welkom bij de Nederlandse Ambassade om een redenaarscompetitie bij te wonen. Drie studenten Nederlands uit Duitsland streden met elkaar om een plek in de internationale eindfinale later dit jaar in België. Een van onze studenten, Scarlett Vermeulen, nam plaats in de jury en uiteindelijk won Anna Matilda Zimmermann, studente Nederlands aan de Freie Universität Berlin die een indrukwekkende toespraak hield over Madelon Vriesendorp, een Nederlandse kunstenares en architect. Op zaterdag stond een bezoek aan het Höllandisches Viertel, een eindje buiten Berlijn in Potsdam, op het programma en ging een deel van groep ’s middags naar Paleis Sanssouci, terwijl wij met een ander deel verder Berlijn verkenden en uiteraard – je bent letterenstudent of niet – een flink aantal boekenzaken aandeden. Op zondag liep ik, net als zaterdag, eerst nog even een lekker rondje hard en vooral het zondagrondje voelde bijzonder: over een nog lege Unter den Linden de eveneens verlaten Brandenburger Tor zien opdoemen, dat gebeurt je niet vaak in deze Großstadt.

Een verlaten Brandenburger Tor

Een verlaten Brandenburger Tor

Daarna stond een bezoek aan de Alte Nationalgalerie op het programma. Hoewel de impressionistenverdieping helaas gesloten bleek – een tegenvaller, aangezien juist die stroming me erg aanspreekt – bleef er voldoende moois over om rustig te bekijken. Hoogtepunt was de zaal met werken van Caspar David Friedrich die vooral met de manier waarop hij licht lijkt vast te leggen imponeert. Vooral vooral Frau am Fenster heb ik de tijd genomen – het staat op verschillende manieren in contrast met de andere werken van Friedrich in de zaal en dat maakte het tot een indrukwekkende kijkervaring.

Friedrichs 'Frau am Fenster'

Friedrichs 'Frau am Fenster', afbeelding van caspardavidfriedrich.org.

Na een wandeling met wat omwegen – er moest wel een bakkerij met goede pretzels gevonden worden – liepen we naar het hauptbahnhof en vingen we de terugreis aan. We zijn slechts drie dagen weg geweest, maar het was bijzonder mooi om te zien hoe snel studenten van verschillende leerjaren met elkaar een groep vormden en hoe wij als docenten uitgenodigd werden daar deel van uit te maken. Het programma was interessant en goed gebalanceerd, maar ook de terloopse gesprekken maakten de reis meer dan de moeite waard; het zijn zulke gesprekken waar je met alle dagelijkse bezigheden te vaak niet aan toekomt. Veel dank dus aan alle deelnemers en in het bijzonder aan de reiscommissie van NNP!

Hoe kom je aan goede boeken? Over Eric de Rooijs ‘Uit tallozen, jij’

Hoe kom je aan goede, betekenisvolle boeken? En dan bedoel ik niet hoe je die boeken in je bezit krijgt, dat spreekt voor zich, maar hoe je ze op het spoor komt. De boeken die tot nu toe de grootste impact op mijn leven hadden, waren niet zelden toevalstreffers, zoals Yukio Mishima’s Het gouden paviljoen (1956) dat in de boekenkast van mijn muziekleraar stond en door een geïmproviseerd riedeltje op de mondharmonica – ik deed een poging tot een toonladder – ter sprake kwam. Het is een prachtige, schokkende en emotionele leeservaring waaraan ik nog vaak terugdenk en het boek was zonder die toevallige associatie, vermoed ik, nooit op mijn leesstapel beland.

Je kunt het toeval echter ook een handje helpen. Zit je verlegen om goede boeken en raden de eindeloze algoritmen van online boekenwinkels en -platforms je steeds hetzelfde genre aan? Dan is de zogenaamde ‘leesautobiografie’ een mooie manier om nieuw leesgeluk op het spoor te komen. In zo’n leesautobiografie doet iemand uit de doeken welke boeken hem of haar hebben gevormd. Zo schrijft Eric de Rooij, die ik persoonlijk ken, in het mooie en openhartige Uit tallozen, jij. Een leven lezen (2025) over de liefde voor lezen die werd aangewakkerd door de Alex-strips van Jacques Martin en de avonturen van Old Shatterhand in de boeken van Karl May. In een leesautobiografie hoeft het dus zeker niet alleen over ‘hoogstaande literatuur’ te gaan, wat dat ook moge zijn, maar het mag natuurlijk wel. Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden; van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline. Hoezeer ‘een leven lezen’ hem als persoon heeft gevormd, blijkt gaandeweg het boek, waarbij De Rooij verhaalt over homoseksualiteit, klassenongelijkheid en andere thema’s die bij het (op)groeien, van kind tot volwassene, van jongen tot man, van lezer tot schrijver, een grote rol kunnen spelen. De Rooijs openhartigheid deed me ook denken aan een fragment uit Man o man (2017) van Nathan Vos, die een klein hoofdstukje wijdt aan boeken die je, volgens hem, ‘kunnen helpen te beseffen wat het is om een man te worden en wat ervoor nodig is’, die je helpen je gevoelsleven te ontwikkelen in plaats van weg te drukken.

enter image description here

Eric de Rooij - Uit tallozen, jij (2025). Afbeelding van Uitgeverij Kleine Uil.

Dat literatuur een troostend effect kan hebben en dat de relatie met een boek kan aanvoelen vriendschap, wist de veertiende-eeuwse Italiaanse geleerde Petrarca al, vertelde hoogleraar Jürgen Pieters, auteur van Een boekje troost (2021), eens tijdens een conferentie. Daarbij speelt mee dat een boek een herkenbare werkelijkheid kan presenteren die het mogelijk maakt je eigen leven aan dat van een ander te spiegelen. Een dergelijke herkenning vond ik bijvoorbeeld in Hersenorkaan (2021) van de Vlaamse auteur Ann De Craemer, waarin ze op poëtische en vooral openlijke wijze vertelt over haar depressie. Haar depressie is duidelijk niet de mijne, maar toch bood het boek mij, op het juiste moment, herkenning en erkenning. Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van Uit tallozen, jij (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’ Mijn inzicht en uitzicht zijn inderdaad verruimd door De Rooijs beschouwingen. Evenals mijn almaar uitdijende boekenstapel, overigens, want dat is het risico van Uit tallozen, jij.

Meer informatie/bestellen: https://kleineuil.nl/boeken/uit-tallozen-jij.

Pagina 1 of 22