Alex Reuneker

§396. Martini Baanmarathon 2026 #4 — Nabeschouwing (7 October 2026)

In Sport by Alex –

Dik een week na de Martini Marathon blik ik er eventjes op terug. Op basis van de vorige post over de baanmarathon in Groningen moge duidelijk zijn dat het ‘zo zo’ ging. Ik had drie plannen — A (<2:45), B (<2:50) en C (<3:00) — en plan A is niet gelukt, B evenmin. Dat viel dus tegen. Aan de andere kant baalde ik er niet heel erg van en ik kon eigenlijk direct wel accepteren dat het ging zoals het ging. Je toch aan een plan kunnen houden — niet plan A, maar B en C formuleer je niet voor niets — en 2:55 lopen is alles behalve een ramp; het is een acceptabele tijd, ik heb vlak en zonder problemen gelopen en werd derde, na Marc Steenhorst (2:46:33) en Maurice Kram (2:55:17), zoals je hieronder kunt zien. Overigens weet ik heus wel dat er genoeg hardlopers zijn die heel graag 2:55 zouden lopen, zoals me op een verjaardag de zondag erna werd gezegd, maar dat is wat mij betreft heel relatief: de een z’n pr is de andere niet en ik vind iemand die traint om onder de vier uur te lopen net zo knap.

Marc Steenhorst nr. 1, Maurice Stam nr. 2 en ik nr. 3. Toch leuk!

Zeker niet onbelangrijk was dat ik een leuke avond met andere ‘gekken’ beleefde. Dat ‘gekken’ schrijf ik met eerbied, want iedereen zette daar op de baan en sommigen tot in de late avond een knappe prestatie neer, maar een beetje vreemd is een marathon op de baan lopen natuurlijk wel. Het deelnemersveld week ook af van wie je tegenwoordig bij de grotere wedstrijden ziet: veel ultralopers, ‘trailvolk’ en andere nét niet standaard-rondje-in-de-stad-lopers. Na een rondje of tachtig kwam er nog een indirecte collega van de Rijksuniversiteit Groningen kijken. Ik sprak hem eerder op een conferentie over deze baanmarathon en we spreken elkaar sowieso elke conferentie even over hardlopen en aanverwante zaken. Het deed me goed hem te zien en dat iemand speciaal voor jou komt, dat werkt motiverend en ik waardeerde de support dan ook erg.

Correcte afstand (met de track run-optie van Garmin klok je precieze rondjes op de baan) en mooi kaartje van de 105,5 rondjes…

Toen ik, na een paar ronden, bewust koos voor rondjes van honderd seconden, heb ik dat prima en dan wel met toenemende mentale, maar weinig lichamelijke vermoeiing aangehouden. Ik zal je de exacte rondetijden besparen, maar ik rekende wel even het gemiddelde uit en dat was precies 100,0 seconden met een standaardafwijking van 1,75 seconden. Elk individueel rondje lag dus heel dicht bij het gemiddelde en er was geen verval. Mooi, daar ben ik best trots op.

Hoewel er wel wat lopers uitstapten tijdens de wedstrijd vanwege pijn en/of blessures, had ik zelf nergens last van. Niet tijdens en niet na. Geen spierpijn, ook niet de dagen na de marathon en geen pijn in bijvoorbeeld de linkerknie of rechterheup; dat mag je wel enigszins verwachten, want je loopt alle rondjes linksom. Op maandag bezocht ik mijn vertrouwde masseur Marcel van Ontspanje — vaste prik na een marathon — en die voelde wel degelijk spanning in de kuiten en bilspieren, maar verder niets vreemds. Het enige dat ik na afloop onder de douche merkte, is dat, waarschijnlijk door het steeds licht naar links afzetten in de 105,5 x 4 = 422 bochten, aan de buitenkant van mijn rechtervoet een schaafplek zat. Nou ja, als dat alles is…

En nu? Even niks. Ik heb nog geen plan en de zojuist gestelde inmiddels gebruikelijke vraag na een marathon heeft niet, zoals eveneens gebruikelijk bij mij, direct na de finish al een antwoord. Ik weet het even niet en dat is ook prima. Zoals ik eerder al schreef was ik in de wedstrijd op de baan niet zo eager als anders en ik zie dat als een teken om voorlopig maar geen doelen te stellen, een aansporing om wat minder en wat minder gericht hard te lopen en maar te zien wat er gebeurt.

Leave a comment

§395. Kustmarathon Zeeland — weersinvloed (5 October 2026)

In Sport by Alex –

‘Bizar veel zand, heel slecht strand met mul zand, windkracht 9, storm Amy en op de laatste twee km na alles tegenwind… dat was de Kustmarathon 2025.’ Zo begon ik vorig jaar mijn post over de Kustmarathon — editie 2025 dus. Hoe anders was het dit weekend! Niet dat ik meedeed, want ik vond het vorig jaar een geweldige marathon, maar niet eentje om direct weer te lopen, zeker niet na wat inmiddels te boek staat als de zwaarste editie ooit. Daarvoor was dat die van 2009.

Kustmarathon Zeeland

Nee, gisteren deed ik zelf een heerlijk rondje racefiets in de late middag. Liever rijd of loop ik ‘s morgens, maar dat zat er met de planning thuis niet in. Geen probleem, want het was ook ‘s middags nog enigszins zonnig en praktisch windstil. Heerlijk! Ik dacht toen aan de Kustmarathon en was benieuwd wat het enorme verschil in omstandigheden met de tijden zou doen. Het is nogal een verschil: windkracht 2 of 7/8 met uitschieters naar 9, helemaal met zo’n puur Zeeuws parcours met strand, de Neeltje Jans en eindeloze dijken.

Komt ‘ie: in 2025 liep er maar één hardloper onder de drie uur, uitzonderlijk op zo’n grote marathon, namelijk Dennis de Freytas in 2:59:10. Dit jaar was de snelste tijd 2:46:48 en liepen er acht een sub 3. Ergens riep dat een baalgevoel op, want ik had zelf ook wel een betere tijd willen lopen, maar aan de andere kant staat de Kustmarathon bekend om de soms bizarre omstandigheden en dat weet je op voorhand, dus ik kon het, ook na de finish vorig jaar, best accepteren. Het heeft ook iets moois, die invloed van wind en regen in een tijd dat we alles proberen te beheersen — niets zo veranderlijk als het weer.

Leave a comment

§394. Martini Baanmarathon 2026 #3 — Opdelen en finishen (5 October 2026)

In Sport by Alex –

De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.

De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.

Finish!

Het eindklassement zie je hieronder, maar vind je uiteraard ook op uitslagen.nl.

De top 10 van de Martini Marathon 2026

Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!

Wedstrijdverslag Martini Marathon in Dagblad van het Noorden

Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.

1 comment

§393. Eerste wereldkampioenschap 5K loopband (3 October 2026)

In Sport by Alex –

Toen ik gisteren las over het aanstaande allereerste wereldkampioenschap hardlopen op de loopband, was ik verheugd. TechnoGym en World Athletics organiseren het samen en daar houd ook gelijk de voorpret op, voor mij althans. Ik dacht natuurlijk: leuk, een wedstrijd van 5 kilometer op de loopband, doen we! Uiteraard niet ‘voor de knikkers’, daar ben ik niet snel genoeg voor, maar gewoon voor de lol. Totdat bleek dat je de wedstrijd, zelfs in de allereerste voorrondes, alleen op een zogenaamde ‘Run X’-loopband van TechnoGym mag lopen. Dat vind ik niet alleen jammer, maar ook raar voor een officieel wereldkampioenschap — dat zou toch niet aan een merk moeten toebehoren? Je moet eerst een sportschool vinden die een toegestane loopband heeft, daar een abonnement afsluiten en dan pas kun je meedoen. Mij niet gezien, maar voor wie dat wel de moeite vindt, zie Marathon Handbook en RunX.

Officieel wereldkampioenschap 5K op de loopband

Leave a comment

§392. Martini Baanmarathon 2026 #2 — ‘Mooie kuiten’ (2 October 2026)

In Sport by Alex –

Goed, het startschot van de Martini Marathon 2026, gehouden op vrijdagavond 25 september, klonk stipt om 18.30 uur en dat betekende dat, met de teller op nul, er nog 105,5 rondjes op de baan in het verschiet lagen. Ik had van tevoren, al toen ik mijn schema maakte, netjes drie plannen gemaakt. Plan A was een sub 2:45 en dat betekende een tempo van 3:55 of rondjes van 94 seconden; plan B was sub 2:50 op 4:02 en rondjes 96 seconden. Plan C was sub 3:00 op tempo 4:15 en rondjes van 102 seconden.

Al snel, in ieder geval binnen de eerste tien rondjes, voelde ik weinig kracht in de benen. Ze waren niet slap, maar ik voelde dat, na de drukke dag, plan A er niet inzat. Plan B misschien? Ik besloot, gezien ik echt geen pr dacht en hoefde te lopen (dat was dan ook flink sneller dan plan A geweest), rondjes van net onder de 100 seconden te lopen. Ik liep heel consistent steeds 98/99 seconden (je hebt tijd zat om te rekenen zonder veranderende omgeving) en dat leek me goed vol te houden. (Als je zelf rondetijden en tempo’s wilt berekenen, zie https://www.reuneker.nl/runcalc.) Dat was ook zo en tijdens, maar ook achteraf, had ik het gevoel dat het harder zou kunnen, maar ik had er gewoon geen zin in. Waar dat aan lag, weet ik niet precies, maar misschien was en ben ik gewoon loopmoe? Ook nu zat het met uithoudingsvermogen wel goed en kon ik technisch heel netjes blijven lopen — hoge cadans, goede afwikkeling, geen gekke dingen. Na afloop zeiden verscheidende mensen me dat het er ‘zonder moeite’ of ‘gemakkelijk’ uitzag. Zo voelde het natuurlijk niet echt, want een marathon blijft toch gewoon 42,195 meter, baan of niet en dat is een heel eind. Kortom: het lijkt toch wel een slim plan te zijn geweest om rond de 100 seconden te gaan lopen: lichamelijk ging het zonder enige slag of stoot, maar mentaal vond ik het flink worstelen.

Een van de latere rondjes

Ik had best uitgekeken naar het lopen van een marathon op de baan, hoewel ik in training voor de Zestig van Texel al eens een keer op een koude, gure en natte baan 46 kilometer had gelopen en dat beviel totaal niet. Maar ja, toen was er niemand anders en nu was er flink wat publiek langs de baan en op de tribune en er waren natuurlijk de andere lopers. Dat maakte dat je ook tijdens de wedstrijd, omdat je elkaar meer dan eens tegenkomt — als snellere loper lap je veel mensen vrij vaak — regelmatig een kort woordje kunt wisselen. Zo kwam het dat ik een opmerking kreeg die ik werkelijk nog nooit heb gehoord van een hardloper. Ja, de kuitenesthetiek van wielrenners ken ik, maar dat een medehardloper ‘mooie kuiten’ naar je roept als je hem passeert, dat was toch wel nieuw. Zulk soort momenten breken de race overigens wel op en dat is altijd welkom.

De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.

De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.

Finish!

Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!

Wedstrijdverslag Martini Marathon in Dagblad van het Noorden

Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.

Leave a comment

§391. Martini Baanmarathon 2026 #1 — De aanloop (30 September 2026)

In Sport by Alex –

Afgelopen vrijdagavond, 25 september om 18.30 uur, liep ik de Martini Marathon in Groningen — een van de weinige baanmarathons met officiële tijdsmeting in Nederland. Baanmarathon, ja; 105,5 rondjes van 400 meter.

Gezellige drukte op de baan (wat later op de avond)

De training voor deze marathon ging op zich oké, maar werd, zoals eigenlijk altijd bij een najaarsmarathon, enigszins in de weg gezeten door de zomervakantie. Dit jaar zaten we, in de laatste van twee weken, boven op een Italiaanse berg. Wielrennen was er heerlijk, met de Stelvio en Gavia bijna om de hoek, maar hardlopen was er, door de enorme hoogteverschillen, praktisch niet te doen. Op zich was even wat meer looprust best goed voor me, denk ik, maar als de langere duurlopen eraan gaan, vind ik dat mentaal toch altijd wel lastig. Die vormen toch wel de ruggengraat van je training. Na de vakantie kon ik ze wel weer rustig oppakken.

Afijn, ik merkte in de voorbereidingen al dat de lange duurlopen heel soepel gingen. Aan uithoudingsvermogen geen gebrek, leek het, maar de tempo’s gingen moeizamer. Ik redde de beoogde tempo’s tijdens intervallen wel, maar het voelde gewoon zwaarder dan anders. Hoewel ik weet dat je daarvoor vaak niet een factor kunt aanwijzen, ga je in gedachten uiteraard toch op zoek. Waren het de perioden van slechte slaap, naweeën van de sleutelbeenbreuk, vermoeiing door het vele wielrennen, een wat moeizaam verlopende verbouwing, de leeftijd (toch veertig plus inmiddels) of wellicht gewoon de invloed van een veranderd leven met kind? Ik twijfelde ook wel over mijn schema; dat was zoals altijd gedegen, met elke week een tempotraining, een snelheidstraining en een lange duurtraining met blok aan het einde op marathontempo, maar nu ook nog een wekelijkse heuveltraining op de loopband, met langzamere intervallen op 12 procent stijging. Tja, dat telt natuurlijk ook op. Daarnaast doe ik, afgezien van die heuveltraining, eigenlijk al jaren hetzelfde en ik geloof niet dat dat bevorderlijk is, sowieso mentaal niet. Uiteraard ken ik het adagiam ‘concistency is king’, maar dat staat niet per se op gespannen voet met variatie.

Goed, fast forward naar afgelopen vrijdag. Na een drukke werkweek en een evenmin rustige papadag toog ik in een drie uur lange autorit naar Groningen. Ook dat laat zijn sporen achter, hoewel de rit voorspoedig verliep en ik, anders dan anders bij een marathon in de avond, voldoende tijd had om ook op de dag zelf nog genoeg en goed te eten. Eenmaal ingecheckt bij mijn bed and breakfast in Zuidlaren en aangekomen bij Groningen Atletiek kon ik mijn startnummer, nummer 40, opspelden, de tijdregistratiechips op mijn schoenen bevestigen en een paar rustige rondjes inlopen.

Startnummer (spoiler: foto van na de wedstrijd, vandaar dat de eindtijd er al op staat)

Voordeel bij zo’n kleine marathon — er gold een limiet van vijftig individuele lopers en tien à twaalf estafetteteams) is dat je — zonder overdrijven – twee minuten voor de start nog vooraan in het startvak kon gaan staan. WC-problemen a la de R’dam Half afgelopen week waren er ook niet. En waar loop je nog een marathon waar je twee minuten van tevoren vooraan in het startvak kunt gaan staan en waar je, schrik niet, maar 4,20 euro — een symbolisch bedrag uiteraard — inschrijfgeld hoeft te betalen?

Voordat we startklaar stonden, voerde ik nog wat leuke gesprekjes met de andere deelnemers. De sfeer, een combinatie van zin en zenuwen, zat er bij iedereen al goed in.

De teller staat nog op nul…

Om precies 18.30 uur werd, precies 195 meter voor de baanstart, het startschot gegeven en begonnen we. In de volgende post het wedstrijdverloop.

Leave a comment

§390. Dag van de Talen en Culturen 2026 (28 September 2026)

In Taal by Alex –

Afgelopen zaterdag vond de Dag van de Talen en Culturen 2026 plaats aan de Universiteit Leiden. Het publieksevenement was volledig uitverkocht en terecht: het blokkenschema (ja, het was met recht een festival, getuige ook de foodtruck!) stond vol met interessante lezingen, workshops en andere activiteiten.

Drukbezochte Dag van de Talen en Culturen (2026)

Zelf gaf ik een lezing over herhaling in Nederlandstalige popmuziek, inclusief muziekfragmenten en een spannende quiz. De zaal was vol, de quiz werd enthousiast gespeeld en de reacties waren erg positief. Wat een geslaagde dag en wat een mooie manier om de schoonheid en impact van taal- en cultuurstudies voor een breed publiek onder de aandacht te brengen!

Leave a comment

§389. De brief van 22 september (24 September 2026)

In Taal by Alex –

Laatst kocht ik een exemplaar in eerste druk van Tonke Dragts De Zevensprong. Het is mijn favoriete jeugdboek en herlezen levert altijd weer een fijne, vertrouwde ervaring op, maar ook een kans om iets nieuws in iets ouds te ontdekken.

Vandaag, donderdag 24 september, las ik het eerste hoofdstuk. Daarin ontvangt meester Frans van der Steg een brief waarin hij door ‘Gr… Gr…’ (Graaf Grisenstijn, zo komen we later te weten) wordt uitgenodigd in diens woning, het Trappenhuis. De ontmoeting zal de dag erna plaatsvinden, op vrijdag 25 september en, inderdaad, Frans bevestigt even later, wanneer hij terugrekenend naar het moment dat hij zijn leerlingen over de te verwachten brief vertelde, dat het op het moment van lezen donderdag 24 september is. Toevallig dat ik precies vandaag het boek en dit hoofdstuk lees!

Brief van dinsdag 22 september met uitnodiging voor vrijdag 25 september (a.s.)

Deze toevalligheid zette mij ook even aan het denken. Kunnen we, net als meester Frans, terugrekenen en bepalen in welk jaar rond het originele verschijningsjaar van het boek, 1966, de 24e september op donderdag viel? Zo ja, dan zouden we kunnen aannemen dat het boek zich in dat jaar afspeelt. Voor een nerd als ik leuk, voor bijna alle anderen waarschijnlijk een te diep konijnenhol…

Het blijkt dat 24 september in 1966 op zaterdag viel, wat betekent dat de datum het jaar ervoor op vrijdag viel en — raak! — in 1964 op donderdag.

Met een datumelement in HTML kun je heel gemakkelijk de weekdagen van oude data opzoeken. (Gebruikte site: MDN Web Docs)

Zou het kunnen dat Tonke Dragt het boek situeerde in dat jaar en het misschien ook wel in dat jaar schreef? Dat eerste zou goed kunnen, maar het laatste eigenlijk niet. Eerst heb ik even gezocht naar het typerende woord brozem (een nozem op een brommer; een van de weinige verouderde elementen in het verder tijdloze verhaal), om te kijken vanaf welk jaar dat gebruikt werd, maar dat werd al in 1962 in woordenboeken opgenomen, het WNT geeft een citaat uit 1961 en het woord was toen waarschijnlijk al een tijdje in gebruik. (Zie ook Ensie.) Dat vertelt ons helaas dus niets over het jaar van schrijven van Dragts boek. Toch denk ik dat het verhaal later geschreven is en wel in 1966, de jaar van publicatie inderdaad. Op de site De Zevensprong lezen we namelijk het volgende.

Het zou op dat moment nog zo’n 15 jaar duren voordat Tonke Dragt deze fantasie over de ‘verborgen zevende weg’ samen met tal van andere elementen, gaat gebruiken in een boek. In 1966 krijgt Tonke Dragt de vraag van de Vereniging voor Volksonderwijs om voor hun 100 jarig bestaan in 1967 een kinderboek te schrijven, waarbij fijn zou zijn als er een school of een onderwijzer in zou voorkomen. En zo geschiedde.

De eerste zin verraadt dat het verhaal wellicht al langer in haar gedachten zat en wie weet in allerlei aantekeningen of kladversies voorzichtig vorm kreeg, maar het echte schrijven gebeurde dus later dan het jaar waarin het zich, althans volgens mijn vermoeden op basis van het bovenstaande, afspeelt. Ik heb geen verder bronnenonderzoek, dus wie is er meer bekend of valt dit beter uit te zoeken, maar dit was, in de geest van het geheimzinnige verhaal, voor nu een heel vermakelijke exercitie. Vind ik zelf dan.

Leave a comment

§388. R’dam ½ 2026 (21 September 2026)

In Sport by Alex –

Gisteren, zondag 20 september 2026, liep ik samen met mijn vrouw de R’dam ½ — een nieuwe halve marathon, die in bepaalde zin ook al oud is, want de wedstrijd stamt uit 2004, maar stopte in 2010. Aangezien ik in mijn taper zit voor de Martini Marathon aanstaande vrijdag — een baanmarathon in Groningen, haasde ik mijn vrouw. Het tempo lag lager dan mijn normale duurlooptempo, dus dat was voor het herstel prima, denk ik.

In het startvak van de R’dam ½, bij de Maassilo

De wedstrijd was groots opgezet en dat moet ook wel met 7.000 lopers. De route vonden we, eerlijk gezegd, oké, maar niet per se heel leuk. Lange, rechte stukken die op zich — en daar ben ik voor — een parcours snel maken, maar de eerste twee kilometer vormden een klein drama: volle startvakken moesten tegelijk over smalle voetpaden. Dat had, zo hoorden we iemand onderweg zeggen, te maken met het uitblijven van een vergunning voor het fietspad ernaast. Nu zou ik daar, bij echte opstoppingen — lees: stilstaan! — maling aan hebben, maar met hekken tussen voet- en fietspad was er niets aan te doen als loper. We liepen nog wel wat stukken over afzettingsmaterialen, met gevaar voor eigen enkels, maar echt lekker ging dat uiteraard niet. Tel daarbij op dat er veel te weinig wc’s waren voor de enorme hoeveelheid deelnemers en dat maakt voor een vervelend begin van een wedstrijd. Nu weet ik uit ervaring dat te weinig wc’s wel vaker een probleem is, maar het lost zichzelf altijd wel op. Vaak is het deels ook een kwestie van perceptie omdat wachten lang lijkt te duren, maar nu was het wel echt een probleem. Veel mensen verlieten de rijen om uiteindelijk alsnog laat en met volle blaas (of erger) in hun startvak te komen. Op 3 kilometer zag ik verschillende lopers de bosjes induiken en dat kan niet de bedoeling zijn geweest. Geen fijn begin van een pr-poging voor mijn vrouw dus.

De route van de R’dam ½

We hebben wel genoten van de rest van de route die op een aantal plekken toch ook wel erg mooi was; het Zuiderpark bijvoorbeeld blijft toch schitterend. Ook erg fijn was de hoeveel publiek, zeker voor een nieuwe wedstrijd. Op de meeste plekken werd flink aangemoedigd door jong en oud, er waren kinderen met bakken Haribo om een handje uit te pakken en er werden de nodige high fives uitgedeeld.

Tempo en gelletje aangeven

Mijn vrouw kon het tempo, na die eerste twee vervelend drukke kilometers, goed houden en tot kilometer achttien liepen we rustig en gestaag de verloren minuten in. Ik haasde op 5:05 per kilometer en we zaten op het genoemde punt op 5:04, niet gek dus. Helaas ondervond ze toen een terugkerend ongemak, waardoor we een dikke minuut moesten stoppen. Daarna ging het weer, maar het tempo zakte naar zo’n 5:10 per kilometer. Zo werd een pr-aanval op 1:47 laag uiteindelijk een officiële eindtijd van 1:48;59. Gezien de omstandigheden, met ook een heel flinke wind, echt niet gek, vind ik.

De finish ín Ahoy

De finish was bij Ahoy, althans, dat dacht ik. Het was ín Ahoy. Een leuk idee, maar enorm warm, luidruchtig met harde muziek (ik word oud, geloof ik…) en direct patat- en frituurgeuren. Daar zit ik niet op te wachten. Het triggerde bij mij gelijk de gedachte dat veel wedstrijden tegenwoordig opgezet zijn als festival — muziek, barretjes, snacks en drank. Ik associeer dat niet met sport, maar als ik eerlijk ben, gok ik dat het gros van de mensen dat wel leuk vindt. Het is gewoon anders dan de wedstrijden van weleer waarin het echt primair om het hardlopen ging en er gelukkig wel ruimte was voor koffie en een praatje, maar waar de evenement-vibe niet de boventoon voerde. Nogmaals, dat is natuurlijk heel persoonlijk en de meerderheid zal het wellicht wel heel leuk hebben gevonden. Een trotse opa, oma en zoon stonden ons op te wachten en dat is, binnen of buiten, sowieso een feest.

1 comment

§387. Faked, faket of fakt? (14 September 2026)

In Taal by Alex –

Onlangs appte vriend en collega Ronny Boogaart me onderstaande foto, met als onderschrift ‘faket’?

Faked of faket?

Het gaat me hier niet om de onnodige accenten op ‘één’ in de zin ‘Één op de twee vrouwen faked weleens.*’, maar om het werkwoord faken, dat hier vervoegd is als persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud — het onderwerp is immers ‘één op de twee vrouwen’. Is het zo juist gespeld? De juiste spelling van het vervoegde werkwoord bepaal je door eerst de stam van faken te nemen: dat is fake en daar schrijf je dan, net als bij ‘normale’ Nederlandse werkwoorden in de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd, een t achter. Het zou dus moeten zijn ‘Één op de twee vrouwen faket weleens.*’

Tot zover de d en t. Dit voorbeeld is echter extra leuk, omdat een veelgemaakte fout hier, in tegenstelling tot bij veel andere fouten in de (werkwoord)spelling, daadwerkelijk een andere en hier enigszins pijnlijke lezing kan opleveren. Een van de meest gemaakte fouten bij de vervoeging van Engelse werkwoorden in het Nederlands is dat een onjuiste stam wordt gebruikt (zie eerder onderzoek met Franka Hogewoning). Als je -en van de infinitief (de ‘wij-vorm’) afhaalt, zoals gebruikelijk is, dan houd je fak over. Nu is het zo dat de juiste klank (de ee-klank in fake) daarmee verloren gaat en daarom laat je, net als bij Engelse werkwoorden als gamen en blamen, de e staan. De stam is dus fake. Mocht je bovengenoemde fout maken, dan krijg je echter fak als stam en daarmee de boodschap ‘Één op de twee vrouwen fakt weleens.*’ Zeker in uitspraak levert dat toch wel een heel andere en hier zeker niet bedoelde lezing op.

Leave a comment