Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

Konijn en sleutelbeen

Gisterochtend, het was schitterend weer, weinig wind, zon, nog niet te warm, ging ik een heerlijk rondje wielrennen. Het plan was mijn verloren AirTag op te halen uit de bosjes ergens langs een fietspad in Hellevoetsluis. Dat zit zo: ik had een nieuwe Garmin-houder op mijn racefiets waarop ook een bel en een AirTag-houder zaten – een zogenaamde HideMyBell. Hád, want al bij de eerste keer bellen vloog de volledige bel eraf. Die raapte ik op, maar ik realiseerde me niet dat de AirTag er eveneens afgevlogen was. Daar kwam ik een paar weken later pas achter, toen ik op mijn telefoon zag dat die nog ergens in Hellevoetsluis was. (Overigens heb ik die houder gelijk vaarwel gezegd en ik ben 'terug' gegaan naar een mooie houder van JRC Components zonder toeters en bellen.)

Het beoogde rondje Hellevoetsluis eindigde in Rockanje

Het beoogde rondje Hellevoetsluis eindigde in Rockanje

Een mooi ritje Hellevoetsluis via Rockanje op de zaterdagochtend dus. Heerlijk. Ware het niet dat ik in Rockanje, vlak bij strandafslag 2 op een mooi glooiend en enigszins zwierend fietspad verrast werd door een konijn of haas die uit de berm sprong. Er was geen redden aan, want voor ik het doorhad – en ik lette goed op, geen afleiding van wat dan ook – lag ik al onderuit. Het was een flinke klap, want volgens mijn fietscomputer reed ik zo'n 38 kilometer per uur. (Het was een heerlijk vlak stuk, zacht windje enigszins in de rug.) Resultaat: een gebroken sleutelbeen, flinke schaafplekken van schouder tot aan knie, fikse scheur in de helm en een nog bijna hagelnieuwe fiets waarmee het hopelijk niet al te erg gesteld is – en dat is tricky met een frame van carbon.

Een aardige hardloper hielp me en toen ik enigszins bijgekomen was, wilde ik opstaan en de balans opmaken. Oef, afzetten met de linkerarm was er niet bij. Twee vriendelijke wandelaars hielpen me daar ietsje later bij en vroegen of ze mijn schouder mochten zien. Je zag het sleutelbeen uitsteken, dus erg lastig raden wat er aan de hand was, was het niet.

Geen röntgenfoto voor nodig

Geen röntgenfoto voor nodig

Daarna belde ik vrouw en schoonvader om me op te laten halen en in de tussentijd zocht ik naar het ongelukkige konijn – of de ongelukkige haas, daar wil ik vanaf zijn. Die kon ik niet vinden en hoewel ik 'm vol raakte, moet het beest het dus gelukkig hebben overleefd. (Arts later in het ziekenhuis: dat is dan een makkelijke prooi voor een vos. Fijn, heel bemoedigend voor deze vegetariër, dokter.)

Eenmaal in het ziekenhuis werd ik na wat wachten goed geholpen. Er werd een foto gemaakt om de breuk precies te kunnen zien en de dienstdoende arts gaf me diverse pijnstillers en morfine, want, zo zei hij, dit gaat flink pijn doen, ook met slapen.

Sleutelbeen doormidden

Sleutelbeen doormidden

Verder kreeg ik een soort mitella (een sling) en over een paar dagen, wanneer de ergste zwellingen weggetrokken zijn, moet er in het ziekenhuis worden gekeken of er geopereerd moet worden, waarbij een plaatje wordt geplaatst om de twee delen aan elkaar te zetten, of dat het vanzelf aan elkaar moet groeien. Sowieso wordt het, zo las ik later in een folder, zes tot acht maanden niet wielrennen en naar hardlopen heb ik nog niet durven kijken.

Natuurlijk baal ik enorm – van nu weinig tot niets kunnen doen, de pijn en moeizaam van alles in huis en straks op werk doen (typen met een hand...) en de nog bijna nieuwe Bianchi in de kreukels – al hoop ik dat dat laatste, zoals het gisterochtend het geval leek, bij het stuur blijft.

Hopelijk alleen het stuur

Hopelijk hoeft alleen het stuur afgeschreven

Maar ik ben ook dankbaar: er had ander verkeer bij betrokken zijn geweest, ik had een goede helm op die hoofdletsel heeft voorkomen en, voor mij wel een teken dat het mentaal goed gaat, na een paar scheldwoorden van schrik direct na de val was ik, in tegenstelling tot wat jaren geleden zou zijn gebeurd, niet boos of buiten zinnen en ik kon ik rustig en relativerend met de situatie omgaan.

Nu maar hopen dat het herstel voorspoedig gaat en dat er later op de dag geen vos is geweest die het arme beest alsnog de das om heeft gedaan.

Studiereis Berlijn 2026

Een tijdje geleden werden collega Sander Bax en ik door studievereniging Nieuw Nederlands Peil (NNP) uitgenodigd mee te gaan op studiereis naar Berlijn. Vorige week was het zover en vertrokken we met twintig studenten met de trein naar de hoofdstad van Duitsland.

Op studiereis in Berlijn

Op studiereis in Berlijn

De studenten hadden een mooi en vol programma opgesteld. Op vrijdag begonnen we met een literaire wandeling door de stad en waren we na de lunch welkom bij de Nederlandse Ambassade om een redenaarscompetitie bij te wonen. Drie studenten Nederlands uit Duitsland streden met elkaar om een plek in de internationale eindfinale later dit jaar in België. Een van onze studenten, Scarlett Vermeulen, nam plaats in de jury en uiteindelijk won Anna Matilda Zimmermann, studente Nederlands aan de Freie Universität Berlin die een indrukwekkende toespraak hield over Madelon Vriesendorp, een Nederlandse kunstenares en architect. Op zaterdag stond een bezoek aan het Höllandisches Viertel, een eindje buiten Berlijn in Potsdam, op het programma en ging een deel van groep ’s middags naar Paleis Sanssouci, terwijl wij met een ander deel verder Berlijn verkenden en uiteraard – je bent letterenstudent of niet – een flink aantal boekenzaken aandeden. Op zondag liep ik, net als zaterdag, eerst nog even een lekker rondje hard en vooral het zondagrondje voelde bijzonder: over een nog lege Unter den Linden de eveneens verlaten Brandenburger Tor zien opdoemen, dat gebeurt je niet vaak in deze Großstadt.

Een verlaten Brandenburger Tor

Een verlaten Brandenburger Tor

Daarna stond een bezoek aan de Alte Nationalgalerie op het programma. Hoewel de impressionistenverdieping helaas gesloten bleek – een tegenvaller, aangezien juist die stroming me erg aanspreekt – bleef er voldoende moois over om rustig te bekijken. Hoogtepunt was de zaal met werken van Caspar David Friedrich die vooral met de manier waarop hij licht lijkt vast te leggen imponeert. Vooral vooral Frau am Fenster heb ik de tijd genomen – het staat op verschillende manieren in contrast met de andere werken van Friedrich in de zaal en dat maakte het tot een indrukwekkende kijkervaring.

Friedrichs 'Frau am Fenster'

Friedrichs 'Frau am Fenster', afbeelding van caspardavidfriedrich.org.

Na een wandeling met wat omwegen – er moest wel een bakkerij met goede pretzels gevonden worden – liepen we naar het hauptbahnhof en vingen we de terugreis aan. We zijn slechts drie dagen weg geweest, maar het was bijzonder mooi om te zien hoe snel studenten van verschillende leerjaren met elkaar een groep vormden en hoe wij als docenten uitgenodigd werden daar deel van uit te maken. Het programma was interessant en goed gebalanceerd, maar ook de terloopse gesprekken maakten de reis meer dan de moeite waard; het zijn zulke gesprekken waar je met alle dagelijkse bezigheden te vaak niet aan toekomt. Veel dank dus aan alle deelnemers en in het bijzonder aan de reiscommissie van NNP!

Hoe kom je aan goede boeken? Over Eric de Rooijs ‘Uit tallozen, jij’

Hoe kom je aan goede, betekenisvolle boeken? En dan bedoel ik niet hoe je die boeken in je bezit krijgt, dat spreekt voor zich, maar hoe je ze op het spoor komt. De boeken die tot nu toe de grootste impact op mijn leven hadden, waren niet zelden toevalstreffers, zoals Yukio Mishima’s Het gouden paviljoen (1956) dat in de boekenkast van mijn muziekleraar stond en door een geïmproviseerd riedeltje op de mondharmonica – ik deed een poging tot een toonladder – ter sprake kwam. Het is een prachtige, schokkende en emotionele leeservaring waaraan ik nog vaak terugdenk en het boek was zonder die toevallige associatie, vermoed ik, nooit op mijn leesstapel beland.

Je kunt het toeval echter ook een handje helpen. Zit je verlegen om goede boeken en raden de eindeloze algoritmen van online boekenwinkels en -platforms je steeds hetzelfde genre aan? Dan is de zogenaamde ‘leesautobiografie’ een mooie manier om nieuw leesgeluk op het spoor te komen. In zo’n leesautobiografie doet iemand uit de doeken welke boeken hem of haar hebben gevormd. Zo schrijft Eric de Rooij, die ik persoonlijk ken, in het mooie en openhartige Uit tallozen, jij. Een leven lezen (2025) over de liefde voor lezen die werd aangewakkerd door de Alex-strips van Jacques Martin en de avonturen van Old Shatterhand in de boeken van Karl May. In een leesautobiografie hoeft het dus zeker niet alleen over ‘hoogstaande literatuur’ te gaan, wat dat ook moge zijn, maar het mag natuurlijk wel. Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden; van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline. Hoezeer ‘een leven lezen’ hem als persoon heeft gevormd, blijkt gaandeweg het boek, waarbij De Rooij verhaalt over homoseksualiteit, klassenongelijkheid en andere thema’s die bij het (op)groeien, van kind tot volwassene, van jongen tot man, van lezer tot schrijver, een grote rol kunnen spelen. De Rooijs openhartigheid deed me ook denken aan een fragment uit Man o man (2017) van Nathan Vos, die een klein hoofdstukje wijdt aan boeken die je, volgens hem, ‘kunnen helpen te beseffen wat het is om een man te worden en wat ervoor nodig is’, die je helpen je gevoelsleven te ontwikkelen in plaats van weg te drukken.

enter image description here

Eric de Rooij - Uit tallozen, jij (2025). Afbeelding van Uitgeverij Kleine Uil.

Dat literatuur een troostend effect kan hebben en dat de relatie met een boek kan aanvoelen vriendschap, wist de veertiende-eeuwse Italiaanse geleerde Petrarca al, vertelde hoogleraar Jürgen Pieters, auteur van Een boekje troost (2021), eens tijdens een conferentie. Daarbij speelt mee dat een boek een herkenbare werkelijkheid kan presenteren die het mogelijk maakt je eigen leven aan dat van een ander te spiegelen. Een dergelijke herkenning vond ik bijvoorbeeld in Hersenorkaan (2021) van de Vlaamse auteur Ann De Craemer, waarin ze op poëtische en vooral openlijke wijze vertelt over haar depressie. Haar depressie is duidelijk niet de mijne, maar toch bood het boek mij, op het juiste moment, herkenning en erkenning. Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van Uit tallozen, jij (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’ Mijn inzicht en uitzicht zijn inderdaad verruimd door De Rooijs beschouwingen. Evenals mijn almaar uitdijende boekenstapel, overigens, want dat is het risico van Uit tallozen, jij.

Meer informatie/bestellen: https://kleineuil.nl/boeken/uit-tallozen-jij.

Boxplots toegevoegd aan ANOVA-calculator

Vorige week voegde ik aan de ANOVA-calculator post-hocvergelijkingen met Tukey HSD toe. Wat nu nog ontbrak, maar al wel in de t-toetscalculator kon, was het genereren van boxplots bij de data.

Inmiddels zit ook die feature in de ANOVA-calculator. Zodra je een ANOVA uitvoert, verschijnt automatisch een boxplot, zodat je goed de spreiding van de datasets kunt zien, zoals hieronder. (De data voor de boxplot zijn afkomstig uit Canning, 2014, p. 67.)

Lengte van soldaten in een boxplot

Lengte van soldaten in een boxplot

Je kunt de feature gebruiken op https://www.reuneker.nl/files/anova.

Bronnen Canning, J. (2014). Statistics for the Humanities. Brighton. https://statisticsforhumanities.net/book.

Hoe kom je aan goede boeken? Over Eric de Rooijs ‘Uit tallozen, jij’

Hoe kom je aan goede, betekenisvolle boeken? En dan bedoel ik niet hoe je die boeken in je bezit krijgt, dat spreekt voor zich, maar hoe je ze op het spoor komt. De boeken die tot nu toe de grootste impact op mijn leven hadden, waren niet zelden toevalstreffers, zoals Yukio Mishima’s Het gouden paviljoen (1956) dat in de boekenkast van mijn muziekleraar stond en door een geïmproviseerd riedeltje op de mondharmonica – ik deed een poging tot een toonladder – ter sprake kwam. Het is een prachtige, schokkende en emotionele leeservaring waaraan ik nog vaak terugdenk en het boek was zonder die toevallige associatie, vermoed ik, nooit op mijn leesstapel beland.

Je kunt het toeval echter ook een handje helpen. Zit je verlegen om goede boeken en raden de eindeloze algoritmen van online boekenwinkels en -platforms je steeds hetzelfde genre aan? Dan is de zogenaamde ‘leesautobiografie’ een mooie manier om nieuw leesgeluk op het spoor te komen. In zo’n leesautobiografie doet iemand uit de doeken welke boeken hem of haar hebben gevormd. Zo schrijft Eric de Rooij, die ik persoonlijk ken, in het mooie en openhartige Uit tallozen, jij. Een leven lezen (2025) over de liefde voor lezen die werd aangewakkerd door de Alex-strips van Jacques Martin en de avonturen van Old Shatterhand in de boeken van Karl May. In een leesautobiografie hoeft dus zeker niet alleen over ‘hoogstaande literatuur’ te gaan, wat dat ook moge zijn, maar het mag natuurlijk wel. Ogenschijnlijk moeiteloos en in een persoonlijke stijl rijgt De Rooij de uiteenlopende boeken aaneen die hem vormden; van Suske en Wiske tot Couperus en van Snuf de hond tot Louis-Ferdinand Céline. Hoezeer ‘een leven lezen’ hem als persoon hebben gevormd, blijkt gaandeweg het boek, waarbij De Rooij verhaalt over homoseksualiteit, klassenongelijkheid en andere thema’s die bij het (op)groeien, van kind tot volwassene, van jongen tot man, van lezer tot schrijver, een grote rol kunnen spelen. De Rooijs openhartigheid deed me ook denken aan een fragment uit Man o man (2017) van Nathan Vos, waarin hij een klein hoofdstukje wijdt aan boeken die je, volgens hem, ‘kunnen helpen te beseffen wat het is om een man te worden en wat ervoor nodig is’, die je helpen je gevoelsleven te ontwikkelen in plaats van weg te drukken.

enter image description here

Eric de Rooij - Uit tallozen, jij (2025). Afbeelding van Uitgeverij Kleine Uil.

Dat literatuur een troostend effect kan hebben en dat de relatie met een boek kan aanvoelen vriendschap, wist de veertiende-eeuwse Italiaanse geleerde Petrarca al, vertelde hoogleraar Jürgen Pieters, auteur van Een boekje troost (2021), eens tijdens een conferentie. Daarbij speelt mee dat een boek een herkenbare werkelijkheid kan presenteren die het mogelijk maakt je eigen leven aan dat van een ander te spiegelen. Een dergelijke herkenning vond ik bijvoorbeeld in Hersenorkaan (2021) van de Vlaamse auteur Ann De Craemer, waarin ze op poëtische en vooral openlijke wijze vertelt over haar depressie. Haar depressie is duidelijk niet de mijne, maar toch bood het boek mij, op het juiste moment, herkenning en erkenning. Ook Eric de Rooijs leven en boekenkast verschillen van die van mij, maar het mooie van zijn boek is nu juist dat je mag deelnemen aan zijn gedachten- en gevoelenswereld, zonder dat er sprake is van een vergelijking of oordeel is. De Rooij zegt het mooi in het afsluitende hoofdstuk van Uit tallozen, jij (2025): ‘Je hoeft niet begrepen te worden, je mag jezelf zijn, wetend dat dat heel ingewikkeld is. Maar je weet ook, er is telkens weer een boek dat je inzicht en uitzicht verruimt.’ Mijn inzicht en uitzicht zijn inderdaad verruimd door De Rooijs beschouwingen. Evenals mijn almaar uitdijende boekenstapel, overigens, want dat is het risico van Uit tallozen, jij.

Meer informatie/bestellen: https://kleineuil.nl/boeken/uit-tallozen-jij.

Pagina 1 of 70