Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

Het meestgebruikte woord in Nederlandstalige popmuziek

Welk woord hoor je het meest in Nederlandstalige popmuziek? Dat is ik. We zingen blijkbaar vaak en graag over onszelf, want dit persoonlijke voornaamwoord komt ruim vierhonderd keer per 10.000 woorden voor.

Willy en Willeke Alberti (ja, vader en dochter) spanden al in 1967 de kroon met Dat afgezaagde zinnetje, waarin ik 26 keer voorkomt. Daarmee is deze onderwerpsvorm, eerste persoon enkelvoud goed voor bijna 14 procent van alle woorden in deze creatieve hertaling van Frank en Nancy Sinatra’s Something stupid. Ter vergelijking: in 'normaal' gesproken Nederlands is niet ik, maar ja het meest voorkomende woord met 287 keer per 10.000 woorden, al scoort ik ook hier niet slecht.

Zingen we dan niet graag over of tegen een ander? Zeker wel, want op nummer 2 staat, met 300 keer per 10.000 woorden, je. Het nummer met de meeste je's? Dat is Wat zou je doen van Bløf uit 1998, waarin het maar liefst zestig keer voorkomt.

Verschenen in DuJAL: Tussen jij en jouw

Zojuist is het artikel 'Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je' dat ik samen met mijn voormalig student-assistent Mette Rebel schreef verschenen in Dutch Journal of Applied Linguistics (DuJAL).

Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je

'Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je' in DuJAL

Voor het artikel inventariseerden we de aandacht die het wettelijk kader Nederlands en methoden voor het voortgezet onderwijs aan deze kwestie besteden. We voerden kwantitatieve analyses uit op bijna een half miljoen werkwoordsvervoegingen van leerlingen om een mogelijke associatie te toetsen tussen spelfouten in homofone werkwoorden en de twee functies van het gereduceerde voornaamwoord je, waarbij we leerniveau en leerjaar als mogelijke factoren onderzochten.

Uit de resultaten blijkt dat homofone werkwoorden die voorafgaan aan je inderdaad significant meer spelfouten opleveren dan andere homofone werkwoorden. Op basis van dit resultaat formuleren we concrete aanbevelingen voor het wettelijke kader, voor onderwijsmethoden en het onderwijs in Nederlandse werkwoordspelling.

Op https://doi.org/10.51751/dujal19421 kun je het hele artikel gratis (open access) lezen.

Verschenen in DuJAL: Tussen jij en jouw

Zojuist is het artikel 'Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je' dat ik samen met mijn voormalig student-assistent Mette Rebel schreef verschenen in Dutch Journal of Applied Linguistics (DuJAL).

Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je

'Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je' in DuJAL

Voor het artikel inventariseerden we de aandacht die het wettelijk kader Nederlands en methoden voor het voortgezet onderwijs aan deze kwestie besteden. We voerden kwantitatieve analyses uit op bijna een half miljoen werkwoordsvervoegingen van leerlingen om een mogelijke associatie te toetsen tussen spelfouten in homofone werkwoorden en de twee functies van het gereduceerde voornaamwoord je, waarbij we leerniveau en leerjaar als mogelijke factoren onderzochten.

Uit de resultaten blijkt dat homofone werkwoorden die voorafgaan aan je inderdaad significant meer spelfouten opleveren dan andere homofone werkwoorden. Op basis van dit resultaat formuleren we concrete aanbevelingen voor het wettelijke kader, voor onderwijsmethoden en het onderwijs in Nederlandse werkwoordspelling.

Op https://doi.org/10.51751/dujal19421 kun je het hele artikel gratis (open access) lezen.

Neerlandistiekdagen 2025: homofone werkwoorden voor gereduceerd voornaamwoord 'je'

Aanstaande donderdag en vrijdag, 3 en 4 april 2025, vinden de Neerlandistiekdagen plaats aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar presenteren mijn student-assistent Mette Rebel en ik de resultaten van een door Digital Humanities gefinancierd onderzoek naar spelfouten bij homofone werkwoorden voor het gereduceerd bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord je; kort gezegd het verschil tussen 'Word je piloot?' en 'Wordt je broer piloot?' Hieronder vind je het abstract.

Hoewel de regels betrekkelijk simpel zijn, blijft werkwoordspelling voor velen een worsteling (Sandra, Frisson & Daems, 1999). Leerlingen en studenten presteren ondermaats en ook docenten in zowel het basis- als voortgezet onderwijs hebben de spellingregels niet genoeg in de vingers, hoewel deze groepen het erover eens zijn dat correcte grammatica en spelling van belang zijn (Coppen, 2009, p. 236). Volgens Borsten en Jongenelen (2012) neemt het aantal spelfouten bij werkwoorden weliswaar af naargelang het schoolniveau stijgt, maar blijft de spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde voornaamwoord je, ook bij de beste spellers uit 6 vwo, een probleemcategorie. Het voornaamwoord je kan in deze zinnen immers de zwakke vorm van zowel het persoonlijk voornaamwoord jij zijn (‘Wellicht word je/jij piloot’), als van het bezittelijke voornaamwoord jouw (‘Wellicht wordt je/jouw broer piloot’; zie ook Odijk, 2003, pp. 16-18), met een verschil in spelling tot gevolg.

In deze bijdrage onderzoeken we dit nog weinig empirisch benaderde probleem aan de hand van twee vragen. De eerste vraag is in hoeverre er een associatie bestaat tussen spelfouten in homofone werkwoorden en de twee functies van het gereduceerd voornaamwoord je. De tweede vraag luidt in hoeverre er een correlatie bestaat tussen leerjaar en aantal gemaakte spelfouten bij dit verschijnsel. Daartoe vergeleken we in een grootschalige data-analyse (zie ook Reuneker & Dunning, 2023; Reuneker, 2024) de werkwoordspelling van leerlingen. Homofone werkwoorden die voorafgaan aan je blijken inderdaad een probleemcategorie. Op basis van de beschikbare literatuur en een kwantitatieve analyse trekken we een conclusie en formuleren we concrete aanbevelingen voor taaladviesdienst en -onderwijs.

Zie het gehele abstract inclusief referenties op https://www.reuneker.nl/files/papers/rebel_reuneker_neerlandistiekdagen_2025.pdf.

Wellicht tot donderdag en vrijdag bij de Neerlandistiekdagen!