As per request, I have added an option to the n-gram generator to treat text not solely as word-based, but also as character-based/logographic text. This enables analyzing texts in, for instance, Mandarin Chinese.
Logographic n-grams in the n-gram generator
As my knowledge of character-based languages is virtually non-existent, the feature is rudimentary at this moment, although two researchers of Mandarin Chinese did test the tool and evaluate the output. With respect to Chinese, a limitation pointed out to me by Maarten Bogaards, is that the character-based script does not have spaces, and the calculator basically treats each individual character as one word, even though words can consist of multiple characters. A Chinese sample text to test with can now also be loaded, and is a sample of Mei Yuan’s隨園詩話, taken from Project Gutenberg.
One of the things I added after testing was the removal of following punctuation marks, which are different in Chinese, namely 。,、“‘’”《》…·:?!;()and ,. You might not see the difference in all marks, but they are non-utf-8 counterparts, which, for computers at least, are a different beast. You can also enter additional characters to exclude if you so wish.
Afgelopen zondag liepen Eva en ik De Ronde Venen Duo-marathon, met als start- en eindpunt het Raadhuisplein van Abcoude. Het was erg leuk om samen een marathon te volbrengen en daarbij grotendeels (nou ja, ‘grotendeels’… lees vooral verder) samen te zijn. Natuurlijk kun je een marathon soms ook als twee halve marathons lopen, waarbij je het figuurlijke stokje op de helft doorgeeft, maar bij deze duo-marathon mocht je zelf bepalen hoe vaak en waar je wilde wisselen. Degene die niet liep, fietste en vice versa.
Op de website stond helder uigelegd op welke punten je, bijvoorbeeld vanwege smalle paden, niet mocht wisselen. Wij hadden bedacht op zes, twaalf en daarna elke vijf kilometer te wisselen, behalve aan het einde; de een-na-laatste zou dik zes kilometer lopen en de laatste vier, alvorens, 300 meter voor de finish, de fiets te parkeren en samen hardlopend de eindstreep over te gaan. We zouden dan allebei ongeveer een halve marathon in de benen hebben.
Al bij aankomst was de sfeer goed; het cafeetje vlak bij de start was afgeladen met deelnemers en dat was niet alleen gezellig, maar ook lekker warm, want het was flink guur buiten; koud en aardig wat wind. Ik begon met lopen en we wisselenden op de afgesproken punten. Het viel me wat tegen hoe lang de verschillen tussen de loop- en fietsroutes waren — meestal wel een paar kilometer — waarbij je dan dus niet bij elkaar was. De route was, voor fietsers, maar vooral voor lopers, wel erg mooi. Zo liepen we lang langs de Vinkeveense Plassen en waren er flinke stukken onverhard parcours, waarbij het laatste onverharde stuk van zo’n tweeënhalve kilometer overigens wel erg blubberig en glibberig was op wegschoenen.
Start en finish op Raadhuisplein
Tot voorbij het halvemarathonpunt ging het heel voorspoedig; tegen de verwachting in liepen we de eerste helft onder de anderhalf uur. De route had daarna een paar verrassingen in petto; zo liepen/fietsten we door een bloemenkas en door een koeienstal. Erg leuk en sowieso was het fijn dat op veel punten, zeker in de dorpjes, toeschouwers stonden aan te moedigen. Ook het feit dat je, door het afwisselen, steeds dezelfde mensen inhaalde of door hen juist werd ingehaald, maakte dat het allemaal heel persoonlijk en gemoedelijk aandeed; een praatje hier, ‘zet ‘m op!’ daar.
Het ging echter goed mis bij de laatste wissel; de fietser moest daar twee kilometer extra fietsen en dat met volle bak tegenwind. Ik liep aardig door, zo’n 3:45-3:50 per kilometer en dat is omgerekend ongeveer zestien kilometer per uur — hard doortrappen dus. Te hard, bleek, want ik miste het wisselpunt, dat ik daadwerkelijk niet herkend heb, waarschijnlijk omdat er geen andere ‘wisselaars’ stonden — de grote groep moest nog komen, denk ik — en er kwamen me op een gegeven moment, toen ik al voorbij dat punt was, zelfs duo-fietsers tegemoet. Ik wist niet wat te doen, dus ik liep maar door, omdat ik aannam dat ik achter de fietser liep. Dat bleek niet zo te zijn. Bij het punt waarop we samen al hardlopend de laatste 300 meter zouden afleggen, heb ik dus maar gewacht en met de telefoon van een vriendelijke dame van de organisatie gebeld. Gelukkig troffen we elkaar na een minuut of vijf en de finish ging daarna oké, maar we hadden ons dit toch wel anders voorgesteld.
Onderweg waarschuwden een Belgisch duo ons al dat de fietser rond de 34 kilometer écht door zou moeten fietsen, maar dat het zo erg was, dat vermoedden we niet. Meerdere deelnemers en vrijwillgers zeiden ons later dat het zonder elektrische fiets eigenlijk niet te doen was en dat vind ik zelf eigenlijk niet zo leuk. Je zag sowieso veel deelnemers met een accu op de fiets en voor mij haalt dat toch wel enigszins de lol van een sportief evenement af. Nu was de zware stadsfiets die wij hadden wel het andere uiterste, maar met een enigszins sportieve fiets zou zoiets mijns inziens gewoon moeten kunne. Zo niet, dan zou ik de route aanpassen.
Al met al hadden we ons het einde toch wel heel anders voorgesteld, maar de dag zelf, de route, de organisatie, vrijwilligers en andere deelnemers maakten veel goed; het was echt een goed bezocht, maar niet te groot en daardoor heel gemoedelijk evenement. Uiteindelijk finishten we overigens, inclusief wachttijd aan het einde, in 3:01:56. Van tevoren had ik geen tijdsdoel bedacht en ook bij het zien van de tijd deed die me niet heel veel. Het was vooral mooi om samen een sportieve prestatie neer te zetten, leuke mensen te spreken en lekker bezig te zijn in een mooie, ons onbekende omgeving.
Het is elke keer weer verbazingwekkend met wat voor goede toespraken de leerlingenduo’s na een ochtend vol workshops komen en hoe bevlogen ze hun zelfgeschreven toespraken voordragen.
Winnaars van de publieksprijs Dijn en Evi van het Rotterdamse Erasmiaans Gymnasium
Zelf coachte ik een groepje en ik gaf de nieuwe workshop ‘Redeneren als een detective, argumenteren als een redenaar’, die als volgt werd aangekondigd.
Niet elke ‘als… dan’ is hetzelfde. We gebruiken als-zinnen om consequenties te schetsen van keuzes, zoals een politicus doet in ‘als we de CO2-uitstoot niet reduceren, dan is het over tien jaar nóg warmer dan nu’, of juist om terug te redeneren van gevolg naar oorzaak, zoals een detective een aanwijzing gebruikt: ‘als de voetafdruk van een schoen in maat 44 is, heeft de butler het gedaan.’ Ook Max Havelaar bedient zich in zijn beroemde ‘Toespraak tot de Hoofden van Lebak’ van het argumentatieve potentieel van als: Maar als er soms onder ons mochten zyn, die hun plicht verwaarloozen voor gewin, die het recht verkoopen voor geld, of die den buffel van den arme nemen, en de vruchten die behooren aan wie honger hebben … wie zal ze straffen?
Een tijdje geleden heb ik een aantal werkwoordspellingsopgaven geschreven en kortgeleden kreeg ik de eerste resultaten doorgestuurd. Bij die resultaten zaten er aantal tussen die wel heel erg in het oog sprongen.
Werkwoorden geleend uit het Engels bleken, hoewel ze bekendstaan als lastig, nóg moeilijker dan verwacht: managet werd maar in een helft van de gemaakte opdrachten goed gespeld en geskypet zelfs maar in dertig procent van de gevallen. Vooral de varianten met een -d aan het einde, zoals managed en geskyped, bleken populair, waarschijnlijk door het ‘Engelsere’ woordbeeld. Dat de gebiedende wijs een uitdaging is, was evenmin een verrassing: “Word toch eens volwassen” werd in nog geen zestig procent van de gevallen goed geschreven.
Dat bepaalde sterke werkwoorden lastig te vervoegen waren, was echter onverwacht voor mij; gelopen werd in maar zestig procent van de gegeven antwoorden goed gespeld en dat deed mij wel een beetje schrikken. Zelf zie ik ze namelijk als de makkelijkste werkwoordsvormen om te vervoegen voor moedertaalsprekers. Een duik in de antwoorden verraadde echter wat er aan de hand was. Hoewel vormen als geloopt en (zelfs) geloopd voorkwamen, had een aanzienlijk deel van de invullers in de zin ‘Ik kan er ook weinig aan doen dat het zo gelopen is’ het hulpwerkwoord is blijkbaar over het hoofd gezien en loopt ingevuld.
Het laatste wat ik nog wil benoemen, is het onvoltooid werkwoord, dat ook lastig bleek. In “Beleggers zullen de komende tijd dus nog niet fluitend naar de beurzen gaan.” werd in de helft van de gevallen een verkeerd antwoord gegeven. Een deel van de fouten betrof de vorm fluitent. Misschien gaat dit mis omdat er op school veel minder aandacht besteed wordt aan dit soort vervoegingen? Ik ben er niet zeker van, maar interessant is het zeker!
Afgelopen zaterdag liepen we de Kempenlandtrail, die startte in Eersel, vlak bij de Belgische Grens. Het was beestenweer: harde wind, al had je daar in de mooie bossen weinig last van, maar vooral regen, heel veel regen. Daardoor was er ook heel veel modder; niet handig om dan alleen wegschoenen mee te hebben. Die schoenen zijn op een natte weg ook al aan de gladde kant, dus dit was voor mij echt glibberen geblazen. Mijn trailschoenen waren nu echt versleten, dus het was niet anders. Niet erg — je loopt deze trails niet voor een tijd, maar gewoon lekker als onverharde duurloop. Er is dan ook geen wedstrijdelement of tijdsregistratie en dat is voor mij soms ook weleens goed.
Kempenlandtrail 2025
We liepen samen de trail van 18 kilometer (die wel bijna een kilometer te lang was, maar je kunt dat natuurlijk ook zien als gratis meters) en, zoals eigenlijk altijd bij Trail Events, alles was leuk en goed georganiseerd. Ik vind de organisatie wel vrij duur, maar je weet van tevoren dat je een mooie, bijzondere route voorgeschoteld krijgt. Ik maak eigenlijk nooit gebruik van de verzorgingsposten, maar als je onderweg graag drinkt, groente, snoep of iets hartigs eet, dan zit je bij de organisatie ook goed.
Engelse werkwoorden blijven lastig, blijkt uit de resultaten van Gespeld (zie Reuneker & Dunning, 2023; Reuneker, 2024). Het ís soms natuurlijk ook gewoon lastig en dat geldt niet minder voor homofone paren waarin je de persoonsvorm en het bijvoeglijk naamwoord hetzelfde uitspreekt, maar anders schrijft, zoals bij relaxt en relaxed. Je schrijft dus ‘Jetten relaxt na de goede verkiezingsuitslag’, maar ‘Hij is relaxed het weekend ingegaan’. In de eerste zin is relaxen iets wat het onderwerp, hier Jetten, doet; in de tweede zin zegt relaxed iets over de manier waarop Jetten het weekend inging.
Bijvoeglijk gebruikt, dus hier had ‘relaxed’ in plaats van ‘relaxt’ moeten staan (bron: Bicycling, Editie 4, 2025)
Bij een persoonsvorm volg je ‘gewoon’ de regels van de Nederlandse (werkwoord)spelling. De stam vind je door -en van het hele werkwoord relaxen af te trekken, waardoor je relax overhoudt. Omdat het onderwerp in de derde persoon enkelvoud staat, schrijf je er een t achter. Bij bijvoeglijke naamwoorden wordt in principe de Engelse vorm behouden en daarom schrijf je relaxed.
Iets soortgelijks geldt overigens ook voor andere leenwoorden, zoals stressen: het is ‘Eerdmans strest weinig over de uitslagen’, maar ‘Nanninga had stress over de campagne’; de stam van stressen heeft maar een s, dus schrijf je stres+t bij het onderwerp Eerdmans, terwijl stress in de tweede zin een zelfstandig naamwoord is (geen bijvoeglijk naamwoord, zoals relaxed) waarbij je de originele vorm aanhoudt: stress met dubbel s dus.
Twee keer de gebiedende wijs op een dag? Het mag, want het is verkiezingsdag en dat deed me denken aan een wel heel bijzondere imperatief van Van Kooten en De Bie: ‘Geen gezeik, iedereen rijk. Stemp De Tegenpartij!’
Abstracts for conferences mostly are limit to a certain number of words, but sometimes the organising committee instead decides on a number of characters. I always find that somewhat inconvenient, because you have to resort to tools other than your standard Word processor to check the number of characters while writing. Atop, I roughly have an idea of how much information I can provide in, say, 400 words, but 3000 characters? No clue. I feel setting a number of characters also limits the ‘creativeness’ authors sometimes employ to stay within the word limit, but I guess that’s the point.
As with words, you can also set a target number of characters and the tool will automatically show you during typing how much characters you have left or still need to remove. I find it useful and I hope you will too!
PS In the screenshot, you see an abstract for VIOT 2026, which set a limit of 3000 characters. I only have three characters left (see bottom-right corner)…
Onlangs liep ik door mijn geboortedorp Benthuizen. Omdat ik met mijn zoontje van 1 aan de hand liep, keek ik veel naar beneden en daar zag ik onderstaande stoeptegel.
‘Houdt de straat schoon’
Nu weten we uit onderzoek (Reuneker & Hogewoning, te verschijnen) dat de gebiedende wijs door velen moeilijk wordt gevonden en dat er nogal wat stemmen opgaan die beweren dat houdt hier (ook) goed is. Dat klopt echter niet. Meestal wordt hierbij een appèl gedaan op het verleden, want niet eens zo heel lang geleden hadden we een meervoudsvorm van de gebiedende wijs (of imperatief) die je, inderdaad, met een t na de stam schreef, zoals in het onderstaande voorbeeld uit de jaren ’50.
Wordt lid. Verenigt alle luchtvaartgezinde Nederlanders. (Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, circa 1950)
Pas in de officiële spelling van 1995 werd expliciet vermeld dat de goede vorm van de gebiedende wijs de vorm zonder t na de stam is, zonder dat daarbij onderscheid tussen enkelvoud en meervoud wordt gemaakt, zoals mijn student-assistente Franka Hogewoning en ik laten zien in een inventarisatie van alle edities van de Woordenlijst der Nederlandse Taal. De Nederlandse Taalunie, die erover gaat, zegt er het volgende over.
In de Leidraad, onderdeel van de Woordenlijst Nederlandse Taal en daarmee van de officiële spelling van het Nederlands, staat pas sinds 1995 vermeld dat de ‘gebiedende wijs wordt uitgedrukt door de stam van het werkwoord’ (Nederlandse Taalunie, 2005, p. 75).
Inmiddels is de vorm met slot-t echt verouderd (‘archaïsch’) en schrijf je bij de gebiedende wijs alleen de stam.
Antimicrobial resistance (AMR) is a growing global health crisis, requiring not only biomedical innovation but also effective communication. Linguistic elements of AMR communication shape public understanding, trust, and behaviour, yet there remains much to be explored. With this seed fund, Leiden University and Stellenbosch University aim to address this gap.