Het is, op het uur dat ik dit schrijf, precies een week geleden dat de Kustmarathon plaatsvond. Vanmorgen, tijdens een vroeg herstelloopje met Casper, realiseerde ik me dat het vandaag perfect weer zou zijn geweest voor de Kustmarathon: windkracht 1 — te verwaarlozen dus — droog en 14 graden. Alhoewel, is dat perfect kustmarathonweer? De editie van 2025 staat, zo begrijp ik uit berichten op bijvoorbeeld ZeelandNet en van Omroep Zeeland, nu te boek als de zwaarste ooit en dat is te danken aan het slechte strand en vooral storm Amy (NOS), die met windkracht 9 in ongunstige richting de deelnemers teisterde. Eigenlijk hoort dat misschien ook wel bij de marathon die bekend staat als de zwaarste marathon van Nederland, aldus de organisatie van de Kustmarathon zelf.
Ik merk, nu we een week met wat herstelloopjes en veel rekken en strekken verder zijn, dat ik ná de marathon eigenlijk meer ‘last’ heb van de tijd die ik liep (met 3:27 mijn langzaamste marathon ooit) dan tijdens de marathon. Toen had ik juist het gevoel lekker en met plezier aan het knokken te zijn tegen het parcours met het slechte strand, de hoogtemeters en natuurlijk het eerder genoemde weer. Waarom komt nu dan toch die focus op de eindtijd op en de gedacht dat ik die moet vergoelijken met de weersomstandigheden? Ik hoef niemand iets te bewijzen, maar dat stemmetje is er zolang geweest, dat het zich niet zomaar laat wegredeneren. Nee, het is waarschijnlijk beter te erkennen dat dat gevoel er is en het niet weg te drukken. Dat lukt overigens aardig, want in plaats van wegdrukken probeer ik het genoemde gevoel naast het gevoel te plaatsen dat ik een ontzettend mooie dag heb gehad, de organisatie en vrijwilligers dankbaar ben en ook trots ben op een flinke prestatie, want dat gevoel is er wel degelijk ook. Het zou, denk ik, fijner zijn om dat soort conflicterende gedachten niet te hebben, maar inmiddels heb ik geleerd dat ze er nu eenmaal zijn en dat ik daar wel een beetje, maar niet veel invloed op heb. Het lijkt toch steeds vooral een kwestie van scherp zijn op zulke gedachten, ze erkennen, maar niet klakkeloos voor waarheid aannemen.
Blij de finish in Zoutelande over
Hieronder zet ik nog even een paar gedachten op een rij die me de afgelopen week duidelijk werden.
Op het veertigkilometerpunt vond ik het wel fijn dat het nog maar twee kilometer was, maar ik had toch ook het gevoel dat ik er nog wel tien aan vast had kunnen plakken. Ik weet niet of dat betekent dat ik sneller had kunnen lopen — ik denk het eigenlijk niet met die wind en het strand — maar het laat vooral zien dat het met de conditie en tussen de oren wel goed zat.
Een marathon met veel strand, onverharde paden en zelfs veel trappen is echt wat anders dan een wegmarathon. Het parcours was, al hebben zulke vergelijkingen misschien niet heel veel zin, ook een stuk zwaarder dan bijvoorbeeld de Berenloop op Terschelling. Het parcours was dus zwaar, maar eigenlijk vind ik een wegmarathon die je echt snel wilt lopen veel zwaarder. Ik kom dan echt kapot over de finish, omdat ik dan constant in het rood loop en dat had ik hier zeker niet.
Het was echt heel bijzonder om over onder andere de Neeltje Jans te lopen en door alle leuke dorpjes tussen Burgh Haamstede en Zoutelande. Ik vind dat eigenlijk fijner dan een drukke stadsmarathon. Daar is de support constant en hoewel het geweldig is dat iedereen komt kijken en aanmoedigen, vind ik het eigenlijk ook best heel fijn om me soms niet bekeken te voelen.
De mooie route van de Kustmarathon
Op het strand leg ik het duidelijk af tegen veel andere lopers. Ja, er waren lopers in de voorhoede die zelfs moesten wandelen en dat hoefde ik zeker niet, maar het groepje waar ik voor het strand gemakkelijk mee kon lopen en het kopwerk kon verdelen, kon ik niet bijhouden op het strand. Dat is me eerder ook al opgevallen, overigens. Tijdens de laatste editie van de Omloop Ter Heijde had ik ook te weinig kracht in de bovenbenen om goed mee te kunnen in het mulle zand. Ik heb een vrij hoge pasfrequentie en loop licht, dus daar ligt het mijns inziens niet aan. Misschien kan ik een en ander verbeteren met gerichte krachttraining, maar ik weet niet of ik daar zin in heb. Het zou wel weer eens wat anders zijn, zo’n sportschool, dus wie weet is het een idee.
Zoals gezegd ben ik best trots op de prestatie, maar ik ben eigenlijk blijer met het gevoel dat ik tijdens de wedstrijd had. Ik had geen moment de gedachte ‘waarom doe ik dit eigenlijk?’ Sterker nog, ik had de gedachte ‘Hé, ik denk niet eens “waarom doe ik dit eigenlijk?”‘ en dat vind ik een heel positieve ontwikkeling. Tijdens de trainingen en vooral na de lange duurlopen heb ik me wel meermaals afgevraagd of ik dit nog wel leuk vind. Dat heeft, denk ik nu, vooral te maken met afwisseling en (daarmee) routes. Ik heb alle paden in de wijde omtrek van mijn huis al zo vaak gezien, dat ik, bij wijze van spreken, bij elk grassprietje weet hoeveel kilometer het nog is tot de volgende bocht, tot een keerpunt, tot huis, et cetera. De keren dat ik echt een andere route liep, bijvoorbeeld op vakantie of door eerst met de metro of trein ergens heen te gaan en dan terug te lopen, had ik dat gevoel veel minder en voelde een duurloop meer als een klein avontuur dan als een routineklus. Wat me vaak weerhoudt om zoiets te doen, is dat het natuurlijk meer tijd kost dan gewoon gaan lopen nadat je de huisdeur achter je dichttrekt. Met een klein kind thuis is die tijd extra kostbaar, maar ik geloof dat ik dat ook een beetje uit gemak als argument gebruik.
Het bovenstaande heb ik overigens ook met de marathon zelf. De marathon van Rotterdam is echt schitterend, maar ik ken het parcours nu zo goed, dat je eigenlijk van tevoren al precies weet wat je tegenkomt en dat staat me, blijkbaar, tegen. Juist daarom had ik me voor de Kustmarathon maar heel beperkt verdiept in de route, want hoe meer ik weet hoe dat loopt, hoe minder verrassing, althans, dat was het idee. Dat klopte ook wel, maar daardoor wist ik eigenlijk niet hoeveel hoogtemeters er in het parcours zaten, namelijk een kleine 900 en veel trappen. Dat had ik wel wat beter kunnen bekijken van tevoren, denk ik, maar vervelend vond ik het niet tijdens de marathon. Die trappen gingen eigenlijk verbazingwekkend gemakkelijk, ook trap af. Daar zag ik verscheidene lopers veel tijd verliezen.
Verklaar me maar voor gek, maar in een weekend waarin mijn vrouw veel tenniste en ik niet lang van huis kon, heb ik de lange duurloop op de loopband gelopen: 36 kilometer wel te verstaan. Dat vond ik dan eigenlijk wel weer verbazingwekkend leuk, omdat het aanvoelde als experiment en ook dat laat volgens mij wel zien dat ik behoefte heb aan afwisseling en nieuwe routes, omgevingen of — iets breder — nieuwe of andere ervaringen. Het plan om ooit een marathon op de loopband te doen is overigens nog steeds niet van de baan. En ja, ik had aan deze duurloop natuurlijk 6,195 kilometer kunnen plakken om dat gelijk af te vinken, maar dat leek me niet verstandig en echt een hele lopen op dat bakbeest in de garage wil ik liever niet doen met een babyfoon ernaast.
Tot slot: de zaterdag van de Kustmarathon was echt een mooie dag, maar ik vond de zondag ook heel mooi, want ik was lekker veel met Casper thuis en aan het einde van de middag hebben we voor het eerst samen een rondje om het huizenblok gelopen; hand in hand stappen en door de herfstbladeren banjeren. Het is zo’n 400 meter en Casper vond het geweldig. Ik ook — echt iets om met elkaar trots op te zijn!
Grappig, wel, dat in de nieuwe Suske en Wiske, De correcte Krimson, sprake is van nogal wat leenwerkwoorden. Zelfs in dit ene plaatje wordt geshoot, gepitcht, geshared en gecrosspost.
Er wordt in de strip de spot mee gedreven, maar het laat eigenlijk best mooi zien hoe sterk de invloed van technologie en media is op de werkwoorden die we gebruiken.
Onlangs gaf ik er nog een gastcollege over en ik vroeg studenten een lijstje van vijf leenwerkwoorden op te schrijven die ze zelf vaak gebruiken, lezen of horen. Woorden als matchen, daten, swipen en gaslighten bleken populair en leverden leuke gesprekken over betekenis en mogelijke alternatieven op.
Het was mooi en heel zwaar. Louise, een sportvriendin vertelde me, bij het zien van de laatste weerberichten, dat de editie van 2009 nog steeds te boek staat als de zwaarste editie ooit, maar blijkens de verhalen gisteren en onderstaand nieuwsbericht van Omroep Zeeland is daar nu verandering in gekomen.
Niet alleen voor de winnaar was het een ‘langzame editie’ — de langzaamste editie ooit, staat nu te lezen — maar ook voor eigenlijk alle anderen die ik sprak en zeker ook voor mij. Van tevoren had dacht ik onder de drie uur te kunnen lopen als het weer gunstig zou zijn, maar toen ik de weerberichten zag en op vrijdagavond richting Zeeland reed, wist ik al dat dat ‘m niet ging worden. 3:15 dan misschien, met een ongunstige windrichting en windkracht 9 (‘Storm Amy zorgde voor overlast‘, hoorde ik later op ’t journaal), slecht strand en bijna 900 hoogtemeters — niet zelden met trappen? Ook niet. Ik moest moeite doen voor de uiteindelijke 3:27 en ik had, zoals gezegd, heel wat anders in mijn hoofd. Toch geeft niet, probeer ik mezelf te overtuigen, want de omstandigheden waren echt heftig. Niemand liep een snelle tijd, ook niet voor Kustmarathon-begrippen, begreep ik. Op de dijk tussen Domburg en West-Kapelle, over een smal paadje, vond ik het met keiharde wind en windstoten soms zelfs best een klein beetje eng worden, want je werd daar letterlijk de dijk afgeblazen; ik heb fietsers zien vallen, mensen gezien die hun autodeur niet open kregen en wat dies meer zij.
Tactisch had ik wat beter kunnen lopen, denk ik, want ik heb op de Neeltje Jans en een flink stuk strand veel kopwerk gedaan — wel bijzonder, overigens, om de wind angstaanjagende fluittonen langs te brug te horen maken, het leken wel de sirenes uit de Odyssee — maar ik heb ook wel veel van twee groep kunnen profiteren, onder andere die van de uiteindelijk eerste vrouw, bij wie ik lang bij heb gelopen.
Kopwerk op de Neeltje Jans
In de groepen konden de lopers elkaar enigszins uit de wind kunnen houden, al was het met de rukwinden wel lastig niet in elkaars vaarwater te komen. Normaliter, tijdens wegwedstrijden, vind ik het echt heel vervelend als mensen van achteren op je kuiten trappen, maar nu wist iedereen: echt een constant afstandje houden en enigszins sturen gaat niet.
Onderweg kon ik me wel goed neerleggen bij het lagere tempo. Ik heb geprobeerd het van tevoren, toen ik las hoe slecht de omstandigheden zouden zijn, te zien als een avontuur en niet als een marathon om voor een tijd te lopen. Normaal lukt dat eigenlijk niet, maar nu wel. Ik had geen moment de gedachte ‘wat doe ik hier?’; het afzien had wel wat moois, zeg maar. Toch slaat nu de twijfel wel een beetje toe: had ik niet harder gekund? In het mulle zand zeker niet, want ik heb daar heel goed aangevoeld dat ik niet harder moest om mezelf niet op te blazen. Ik zag andere, toch sterke lopers in de voorhoede, daar op een gegeven moment wandelen op het strand en dat heb ik kunnen voorkomen.
Gezandstraald worden op het Zeeuwse strand
Misschien had het stuk erna sneller gekund, maar dat waren veel trappen en hoogtemeters en toen dacht ik vooral en heel bewust: ‘netjes blijven lopen, tempo niet te hoog en zonder problemen naar de finish.’ Niet onbelangrijk: bij de finish werden vlaggetjes van de Kustmarathon uitgedeeld aan de hardlopers en dat is natuurlijk wel een heel leuk cadeautje voor Casper! (Ik wilde overigens wel weten waarom de finish de ‘finishlein’, dus met een korte ei, werd genoemd. Dat blijkt een eerbetoon te zijn aan Lein Lievense, de organisator van de Kustmarathon. Zie wederom Omroep Zeeland.)
Finish in Zoutelande en niet onbelangrijk: een mooie vlag voor Casper gescoord.
Normaliter zou ik echt niet blij worden van een tijd boven de drie uur en nu vind ik het ook best lastig, want het is mijn langzaamste marathon ooit, zelfs mijn eerste ooit, toen ik niet eens wist wat duurlopen en intervallen waren liep ik in 3:25 uur, maar het was, met het zand en de wind, niet te vergelijken. Het was een kwestie van knokken, netjes en licht blijven lopen en ik vind dat ik dat met flink wat plezier heb gedaan. Ik ben deels ook eigenlijk best blij dat ik geen frustratie of boosheid heb gevoeld, maar meer het gevoel van ‘met elkaar tegen de elementen.’ Dat is, althans voor mij, winst.
Van Burgh Haamstede naar Zoutelande
Wat ik ook heel mooi vond, was dat ik, van tevoren en achteraf, veel aardige mensen heb gesproken. Sowieso waren onderweg het publiek en de vrijwilligers van de organisatie aardig en heel enthousiast, maar toen ik eenmaal in Zoutelande toch terug naar de in Burgh Haamstede geparkeerde auto wilde, bleek ik een en ander verkeerd te hebben begrepen: de pendelbus ging niet meer; ik had ’s ochtends naar Zoutelande moeten rijden en dan de bus terug naar de start moeten nemen. Connexxion reed ook niet, vanwege, tja, de Kustmarathon. Dan maar liften en dat ging lekker vlot. De eerste auto die ik wenkte bleek van Jan uit Oud-Beijerland, die helaas na vijf kilometer was uitgestapt omdat het gewoon te zwaar voelde. We hebben wel een mooi gesprek over deze en andere marathons gevoerd, maar ook over andere, best heel persoonlijke dingen, zoals dat soms gaat met mensen die je helemaal niet kent. Dat soort ervaringen kleuren de dag nóg wat positiever en ik kijk eigenlijk gewoon terug op een mooie dag. Nu begrijp ik waarom de Kustmarathon zichzelf neerzet als ‘De mooiste en zwaarste van Nederland’.
PS Nu, de dag erna, voel ik nog steeds wat ik gister na de finish ook voelde: ik kwam helder, soepe en niet extreem vermoeid de finish over, zoals bij een snelle wegmarathon wel het geval is. Geen pijntjes ook en dat is dan wel weer lekker. Nu een lekker rustige zondag met een kraambezoek, wat rekken en strekken en verder lekker niets.
Gelukkig was er ook tijd om lekker te wandelen, Warschau te bekijken en hard te lopen. Tijdens een duurloop vanmorgen volgde ik grotendeels de route van de halve marathon van Warschau die, evenals de hele marathon, aanstaand weekend plaatsvindt. Ik vond het wel grappig om te zien dat er Nationale Nederlanden op de borden staat die hier aangeven dat de straten hier afgesloten zullen zijn de komende dagen.
Nationale Nederlanden in Warschau
Ook langs de route zie je inmiddels allerlei hardloopgerelateerde reclames en boodschappen.
Op zondag 21 september reden mijn zwager en ik de Dam tot Dam Classic, een tocht van, in ons geval, 160 kilometer, die start en eindigt op de Dam in Amsterdam. Door de IJtunnel – gaaf! — reden we via Zaandam, Alkmaar en vlak langs Schoorl noordwaarts, om via Oudkarspel en Opmeer naar het oosten te rijden en vervolgens via Edam, Volendam en Monnickendam weer terug naar Amsterdam te rijden. Ik herkende overigens een flink stuk van het tweede deel van de tocht van het rondje Markermeer eerder dit jaar.
Route Dam tot Dam Classic 2025, 160K
Het was een goed georganiseerde tocht en we hebben aardige mensen ontmoet. Die hadden echter allemaal iets gemeen — ze reden op een enorm slechte dag met veel regen en veel, heel veel wind een toch niet geringe tocht. We hebben, tot een aardig eind in de middag, veel regen gehad en volgens mij stond er windkracht 5-6 en dat was niet echt leuk. Het was zo’n dag waarop je denkt: als dit geen georganiseerde tocht was geweest, was ik lekker thuis gebleven met koffie en een boek. Of, zoals ik mijn zwager ’s avonds appte, ‘Het was een slechte dag om te fietsen, maar een mooie dag om met jou door te brengen.’
Bij de tweede tussenstop was het inmiddels wat beter weer
Qua benen ging het overigens minder dan op andere langere tochten. De oorzaak was duidelijk: de dag ervoor deed ik de laatste lange duurloop voor de Kustmarathon en dat was natuurlijk niet handig; zeker tijdens de flinke tegenwind ontbrak het me vooral in de bovenbenen aan kracht. Ik vond het overigens ook niet handig, hoor, deze planning, maar met een drukke werk- en privéweek ervoor en een buitenlands conferentiebezoek de week erna was het niet anders.
Was het slechte weer te danken aan het startnummer?
Ik heb overigens een tijdje getwijfeld of ik op mijn nieuwe of oude racefiets zou gaan, maar de voorspellingen waren veel beter dan de uiteindelijke werkelijkheid en ik bedacht me dat ik geen nieuwe fiets had gekocht om ‘m binnen te laten staan. Ik heb er geen spijt van gehad, maar wat zag ‘ie eruit toen we eenmaal terug bij de Dam waren! Nou ja, we noemen het maar de vuurdoop.
Wat een schitterend prentenboek kreeg Casper een kleine maand geleden toegestuurd — en nog wel van de auteur zelf! Casper was enorm in zijn nopjes met het prachtig geschreven, geïllustreerd en uitgegeven ‘De ridders kopen een ronde tafel’ (Bol-linkje) van Delano van der Geest, een oud-student uit Haagse tijden en nu kinderboekenschrijver en -illustrator.
Wat sowieso erg mooi was, dat we het in het contact dat voorafging aan het cadeau dat Casper kreeg, hadden over dromen van vroeger. Delano was eerst mijn student, maar is nu illustrator en ik wilde dat vroeger heel graag worden (naast timmerman, overigens). Mooi hoe sommige dingen bij elkaar komen. En zoals Delano mailde: het is nooit te laat om alsnog met die droom aan de slag te gaan.
Het verhaal is erg leuk en er zit, tussen alle grappige scenes, een mooie moraal in, al zal ik die natuurlijk niet verklappen. We hebben het al vele keren samen gelezen en Casper — met 14 maanden aan de jonge kant voor het boek, maar toch — vindt het heerlijk om tijdens het verhaal alle details in de illustraties aan te wijzen.
Dit wordt zo’n boek dat je snel verslijt, ben ik bang, want de tekeningen zijn té mooi om af te blijven. Maar ja, is dat niet precies wat een prentenboek zou moeten zijn?
Schitterende illustraties
In het pakketje voor Casper zat overigens ook nog een mooi, handgeschreven kaartje, met op de voorkant een ander boek van Delano, ‘Waar is Teckel Moos?’ (Bol-linkje) Dat gaan we binnenkort hopelijk aanschaffen.
Een kaartje van Delano’s boek ‘Waar is Teckel Moos?’
Afgelopen donderdag behandelde Arjen Lubach in zijn show de stijging van verkeersboetes. Daarin kwam de zogenaamde ‘Mulderboete’ voorbij. De ‘Wet Mulder’ wordt inmiddels zo vaak ingezet bij verkeersovertredingen, dat er, volgens het Instituut voor Veiligheid, dat trainingen organiseert, inmiddels sprake is van een van de genoemde wet afgeleid werkwoord ‘mulderen’.
Vernoemd naar de man die verantwoordelijk was voor de totstandkoming van de wet, wordt deze vaak simpelweg aangeduid als de “Wet Mulder”. In de praktijk wordt de term “Mulderen” zelfs als werkwoord gebruikt, zoals: “Ik ben gemulderd” of “Ik Mulder”. (Bron: https://www.instituutvoorveiligheid.nl/blogs/wet-mulder-in-praktijk.)
Op zich een interessante kwestie natuurlijk, die wet, maar het is, voor de taalkundige in mij althans, vooral leuk om te zien dat er gesproken wordt over de het ontstaan van een werkwoord (zie flexie) als een soort graadaanduiding van populariteit.
Lubach sluit het item af met de ‘Wet van Lubach’ (‘zonder oortjes tiktokken in de trein… 35 euro boete!’), maar hij maakt er, helaas, geen werkwoord van. Toegegeven, echt lekker klinkt dat ook niet: ‘ik lubach’, ‘ik ben/heb gelubacht’…
Laatst schreef ik al over de bikefit die ik heb laten uitvoeren bij 12GO Biking in Moordrecht. Ik had me daarvoor al goed ingelezen en wat dingen, in de winkel en op fietsen van anderen, getest, voornamelijk elektronisch schakelen en schijfremmen. Na de bikefit was het dus een kwestie van een bestelling plaatsen en aangeven welke aanpassingen ik wilde.
Afgelopen vrijdag heb ik de nieuwe racefiets samen met mijn zoontje opgehaald. We hadden geen haast en hebben er, met een halfuur wachten bij de koffie- en speelhoek, gewoon een leuk uitje van gemaakt.
Fiets opgehaald bij 12GO Biking
Na jaren van sparen heb ik nu dus de gedroomde fiets in huis: een Bianchi Sprint in de klassieke kleur celeste (voor de nerds onder ons: #B2FFFF).
De fiets staat, zoals je hieronder ziet, letterlijk ‘in huis’. Daar blijft ‘ie niet (jammer wel!), maar voor nu staat hij schitterend in de studeerkamer op een displaystandaardje.
Fiets in huis
Zoals ik hierboven schreef, had ik twee grote(re) knopen door te hakken. Ten eerste de keuze voor velg- of schijfremmen. Die was, voor mij althans, makkelijk: schijfremmen. Ze remmen naar mijn idee beter en al is het onderhoud wat bewerkelijker, het leek me de juiste keuze.
De tweede keuze betrof al dan niet elektronisch schakelen. Hoewel het verschil tussen wel en niet elektronisch schakelen maar liefst zo’n 1000 euro bedraagt, ging het me daar eigenlijk niet om — ik had lang genoeg gespaard om dat bedrag niet de beslissing te laten bepalen. (Ik wilde, na altijd tweedehands te hebben gereden, in het jaar dat ik 40 werd de fiets kopen die ik echt graag wilde. Gelukt!) Van tevoren had ik eigenlijk één groot bezwaar: nog meer elektronica om te onderhouden, gedoe met opladen en nog een bluetooth-verbinding met een Garmin-fietscomputer die soms al moeite heeft om een vermogensmeter consistent uit te lezen. Sowieso stond het idee van mechanisch schakelen, met gemakkelijker onderhoud en een lange levensduur, me meer aan, maar ik wilde me wel goed en open oriënteren. De gedachte daarbij was vooral dat, als het tijdens het rijden echt een groot verschil zou maken, ik wel over die bedenkingen heen kon stappen, want uiteindelijk gaat het daar, voor mij, om: met plezier fietsen. Ik probeerde dus een paar keer een fiets uit met elektronisch schakelen en ja, je merkt het wel, maar voor mij was het best een minimaal verschil. Het zal bij profs zeker een groter verschil maken, maar dat ben ik niet. Daarnaast vind ik het argument dat je ‘niet meer verkeerd of op het verkeerde moment’ kunt schakelen (lees met volle kracht op de pedalen) een beetje onzin — dat kun je gewoon leren. Het werd dus elektronisch schakelen en helaas dat had wel een nadeel: Shimano levert alleen de 105-groepset nog mechanisch en ik wilde liever Ultegra. Dat ging dus niet, maar dat vond ik niet onoverkomelijk. Overigens is er, zoals te verwachten valt, een flinke discussie over de voor- en nadelen van elektronisch schakelen. Zie deze pagina van Fiets Magazine voor een overzichtje.
Gisteren reed ik mijn eerste rit op de fiets — gelijk 100 kilometer — een mooi rondje Oostvoorne met koffie bij ’t Wapen van Marion.
Rondje Oostvoorne
Gelijk een paar uur fietsen was misschien niet zo heel verstandig, want de nieuwe fiets (carbon, stijver) en positie na de bikefit bezorgden me al vrij snel last van mijn onderrug en schouders, veel sneller dan op mijn oude racefiets.
Dat wordt dus nog een paar ritjes maken, aanvoelen wat er gebeurt en anders even terug om opnieuw af te stellen. (Terug moet ik sowieso om de stuurpen in te laten korten.) Gelukkig was het wel heel erg leuk om op zo’n splinternieuwe fiets te rijden en lekker van alles te proberen, zoals lekker even flink kracht zetten op een heuveltje, scherp insturen, een paar keer flink in de remmen, et cetera. Op naar veel fietsplezier!
Vandaag verscheen het artikel ‘Welke spelfouten maken zelfs ervaren schrijvers?’ dat ik schreef voor Tekstblad.
‘Welke spelfouten maken zelfs ervaren schrijvers?’ in Tekstblad (dank aan Ronny Boogaart voor de foto)
Word lid of wordt lid? Verhuist of verhuisd? Ik stres of ik stress? En hoe schrijf je de verleden tijd van leasen? Onderzoek laat zien dat fouten in de werkwoordspelling onder andere veroorzaakt worden door homofone (gelijkklinkende) werkwoordsvormen en door tijdsdruk. Niet alleen mensen die spelling überhaupt moeilijk vinden maken ze; ook voor ervaren taalgebruikers liggen ze op de loer, zeker wanneer de deadlines naderen.
Voor dit artikel zocht ik uit welke fouten in de werkwoordspelling ervaren schrijvers het meest maken. Met andere woorden: waar moet je als ervaren speller op letten? Zie Tekstblad voor het antwoord in de vorm van een top drie met toelichting, een aantal concrete schrijftips en een quizje om te kijken hoe je zelf scoort!
Erratum: op pagina 21 staat onder aan de middelste kolom ‘passte’ als voorbeeld van een voltooid deelwoord, maar dat had ‘gepasst’ moeten zijn.