Het is altijd leuk om, zo aan de rafelranden van het jaar, een cross te lopen; lekker glibberen en de benen vollopen in de modder en het drassige land.
Net als twee jaar geleden liep ik dit jaar de oliebollencross in Delft. Een leuke en goed bezette wedstrijd die — gelukkig, het kan nog — bewijst dat sporten niet duur hoeft te zijn: 3 euro inschrijfgeld en dat is inclusief oliebol na afloop.
Voor de lange cross stonden er zo’n 160 mannen en vrouwen aan de start en het was direct dringen geblazen.
Drukke start bij de oliebollencross
Helaas was ik niet assertief genoeg en glibberde ik in de eerste bocht al bijna onderuit, waardoor ik het eerste stuk, over smalle paadjes en een bruggetje, achter langzamere lopers zat. Gelukkig kon ik ze even later gemakkelijk inhalen. Al in het eerste van vier rondjes voelde ik de benen volstromen door het geploeg en gesop, al had ik wel het idee dat het parcours er wat beter bijlag dan twee jaar geleden.
Zompige ondergronden
Ik had geen enkele prestatie in gedachten, heb het wel wat zwaar gehad en liep uiteindelijk 38:03 (11e) op de lange cross (9,2km), maar ik heb vooral genoten van alle mensen om me heen die even gek waren om twee dagen voor oudejaarsavond in de kou vrijwillig rondjes door de bagger te lopen. Op naar 2025!
Elk jaar lees ik van 22 tot en met 31 december ‘De avonden’ van Gerard Reve, of, als ik een vroege druk pak, Simon van ’t Reve. Elk jaar voelt dat weer een beetje als thuiskomen — ik weet precies wat er wanneer komen gaat, maar toch lees ik het steeds weer in een net ander licht.
Tot nu toe hink ik een beetje op twee gedachten; het beeldverhaal is werkelijk schitterend getekend en de stijl — somber, ingetogen — past erg goed bij het verhaal, maar werkelijk alle tekst is integraal overgenomen. Op zich kan het fijn zijn dat een bewerking dicht bij het origineel blijft, maar in een beeldverhaal zou ik toch meer voor *show, don’t tell* zijn, denk ik.
De uitdrukkingen van de personages spreken boekdelen
Vandaag weer een hoofdstuk; een fijn vooruitzicht zo op Eerste Kerstdag. Bij Frits van Egters, hoe vreemd en vervelend hij ook kan zijn, vind je altijd wel wat herkenning, verwondering en een beetje troost. (Niet dat ik geen zin heb in kerst, hoor, maar het is soms ook gewoon heerlijk om naast al het familiegebeuren lekker in je eentje een foute grap of vreemde gedachte te lezen.)
Het is natuurlijk leuk om je favoriete zinnen/uitspraken op te zoeken en te kijken welk beeld daarbij gemaakt is. Hieronder zie je er eentje, waarbij ik altijd moet gniffelen om de frase ‘groot misbaar‘.
‘Groot misbaar’
Wat zal ik volgend jaar doen? Weer ouderwets de roman lezen? Het luisterboek, ingesproken door Reve zelf, beluisteren? Of misschien toch eens een keer de Engelse vertaling uit 2016? Alleen de film (1989) telt niet — vind ik dan.
Deze week ben ik in Antwerpen voor CogLing, een conferentie over cognitieve taalkunde. Na de eerste conferentiemiddag heb ik een mooi duurloopje door de stad gedaan, met daarin een paar plaatsen die iets te maken hebben met Suske en Wiske — lekker even onderdompelen in jeugdsentiment.
Muurschildering Amoras in De Korte Ridderstraat (‘Zal ik een fotootje van u trekken, meneer?’)
Het plakkaat op het geboortehuis van Willy Vandersteen, de geestelijk vader van Suske en Wiske, viel wat tegen; het zat flink verscholen achter een boompje, maar met een beetje zoeken vind je het wel op het adres Stuivenbergplein 48.
Na een kilometer of elf vond ik uiteindelijk ook nog het Willy Vandersteenplein, met mooie muurschilderingen en een prachtige plafondplaat — sorry, allitereren is verplicht bij Suske en Wiske.
Willy Vandersteenplein
Al met al was het een mooi rondje waarin ik best wat van Antwerpen-centrum heb gezien. Dank aan Koen Maas van De Perfecte Podcast voor de blog-post waarin deze (en meer) bezienswaardigheden beschreven staan!
Again, an update to the metronome tool, but this was a rather large one, especially ‘behind the scenes’. The update was done because of a couple of mails I received from swimmers. I didn’t really know swimmers used metronomes, but it does make sense. Their needs are different from runner’s, however – BPM’s as low as 30 are not something I ever thought of as a runner. One of the swimmers also mentioned that it would be really helpful to generate metronomes in steps of 1 BPM in stead of the 5 BPM the previous version of the tool offered.
The new version of the metronome tool, with 1 BPM increments
Offering metronomes by increments of 1 BPM meant either much manual work (for every frequency I had to manually generate a 1 minute click track in Audacity, resulting in almost 200 manually created and converted files), or radically changing the way I generated the 1 minute tracks. I opted for the latter, as it meant both a (small but fun) programming challenge, and it would be more lasting solution. From this version on, I am using a Python script I wrote to produce sinewaves in NumPy.
Voor een later te verschijnen krantenartikel over hardlopen en overmatig sporten kwam er vanmorgen een fotograaf langs — een heel aardige man die van tevoren vroeg of ik ‘al mijn hardloopschoenen wilde verzamelen’. Tja, onze hele garagezolder ligt ermee vol. Ik loop, als ik even terugreken, zo’n twintig jaar hard, waarvan de eerste tien jaar af en aan, maar ik gooi sinds ik fanatieker ben gaan lopen geen schoen meer weg. (Eigenlijk vind ik dat ik ze eens moet inleveren bij Runners World, want dan worden er — goed voor het milieu! — nieuwe schoenen van gemaakt.)
Toen ik ze vanmorgen pakte, schrok ik toch wel een beetje van de hoeveelheid dozen. Netjes gelabeld met datum van in gebruik nemen en pensioen, maar toch. De stapel op de foto hier is slechts ongeveer de helft.
Stapel gepensioneerde hardloopschoenen
Overigens gebruikten we voor de (erg leuke) fotoshoot maar een schoen of zes, dus die klim naar de zolder was achteraf niet nodig. Geen ramp, natuurlijk, maar eigenlijk gewoon wel weer leuk om te zien waar ik wat op gelopen heb.
Gisteren reisde ik met mijn zus af naar Ruurlo — een flink eind weg, maar er stond dan ook een heuse Zevensprong-wandeling op het programma. Eigenlijk is het een fietstocht voor kinderen, maar als volwassene met enigszins nostalgische gevoelens voor het boek (1966) van Tonke Dragt en/of de tv-serie (1982) kun je ‘m ook prima wandelen.
De wegbewijzering van de Zevensprong-route
Bij De Heikamp dronken we koffie en kochten we het routeboekje. Ik had de route ook als GPX-bestand, maar het boekje is wel echt een aanrader, ook als je de (erg leuke) opdrachten niet wilt doen; wij zouden bijvoorbeeld pardoes langs café De Rode Man zijn gelopen als we het gidsje niet in de hand hadden.
Vrij snel zagen we al de steen met daarop een deel van de voorspelling uit het boek en we vervolgden de weg over schitterende bospaden.
Een deel van de voorspelling
Ondertussen lazen we wat in het routeboekje en hadden we ook buiten het boek voldoende gespreksstof. Over vijftien kilometer wandelen doe je lekker lang als je vaak stilstaat om wat te bekijken in de mooie najaarszon. Heerlijk. We misten, zoals gezegd, bijna café De Rode Man, waarvoor je het terrein van camping De Tamaring op moet. Het terras(je) is in het najaar/de winter niet open, maar je kunt er zonder problemen rondkijken. Geen koffie dus — sowieso zijn er weinig tot geen etablissementen op de route, behalve richting het einde in het centrum van Ruurlo — maar dat is voor een kinderfietstocht natuurlijk niet zo gek.
Rond lunchtijd kwamen we in het bos de beroemde wegwijzer tegen. We spraken daar een echtpaar waarvan de man zich nog wist te herinneren dat er opnames voor de tv-serie werden gemaakt. Hij werd gevraagd zijn brommer koest te houden, omdat het knetterende geluid anders de opnames zou verstoren. Leuk om gewoon even een praatje te maken met iemand bij wie dat zichtbaar allerlei herinneringen opriep.
De beroemde wegwijzer uit de tv-serie
Aan het einde van de route kwamen we bij het spektakelstuk — het kasteel waar, in de serie, Geert Jan met zijn boze oom en dito personeel woont en waar leraar Frans van der Steg hem lesgeeft. Het kasteel van Ruurlo is nu een museum, maar je kunt er ook gewoon mooi omheen lopen door de kasteeltuin en de pracht van het pand bewonderen. Natuurlijk bedenk je dan waar zich de taferelen uit het boek of de serie afspeelden. Waar zette Frans de Rode bijvoorbeeld zijn ladder neer om de schat te zoeken en Geert Jan te redden?
Kasteel Ruurlo
We boften, zoals te zien is op de foto’s, overigens enorm met het prachtige eindnovemberweer en dat maakte deze dag een heel mooie trip down memory lane. Voor iedereen die warme herinneringen heeft aan het boek en/of de serie: een aanrader!
De Tunnel Run over de A24, de nieuwe Blankenburgverbinding tussen Vlaardingen en Rozenburg, georganiseerd door de Rotterdam Running Crew, was leuk en bijzonder. Het was mooi weer en het parcours voerde over splinternieuw asfalt — volgens mij is alleen de Tour de Femmes er nog overheen geweest. Er stond ook een flinke wind en omdat je door tunnels liep, moest je aardig wat klimmen en dalen. Desalniettemin erg leuk om te doen met een startnummer dat ik twee dagen geleden zomaar in mijn schoot geworpen kreeg.
De start van de Tunnel Run door de A24 (foto door Ed Leatemia)
Afgezien van de speldjes die op waren, was het allemaal prima georganiseerd. Ik zag veel bekenden en de sfeer was goed. Ik had me voorgenomen lekker niet tot het uiterste te gaan, ook omdat ik al dagen wat verkouden en met hoofdpijn wakker word. Niet heel erg, maar wel vervelend, natuurlijk. Op een 10 kilometer kan ik ook echt flink stuk gaan en dat leek me niet verstandig (en ik had er ook gewoon geen zin in) — liever hard maar ontspannen lopen. Dat lukte aardig. In het begin liep ik met een van de voorste groepjes mee, maar ik voelde dat ik diep zou moeten gaan om dat vol te houden en dat was niet te bedoeling, zeker niet slechts twee weken na de Berenloop-marathon op Terschelling.
Het was dus vooral gewoon lekker doorlopen en goed kijken naar de lege, nieuwe tunnels en wegdekken. Geen toptijd gelopen (37:31, 12e van de 2024 deelnemers), maar goed genoeg en ik heb lol gehad. Daar ging het om, dus ik kijk terug op een mooie zondagochtend!
Bijzonder om door een nieuwe tunnel te lopen
Oh… ook niet onbelangrijk, een lekkere koffie achteraf! Dank je, Jeffrey!
In het november-decembernummer van Onze Taal schreef ik een stuk over de spelling van leenwerkwoorden uit het Engels, zoals shoppen, stressen en instaën. Wil je weten hoe je zulke woorden correct spelt en voor welke valkuilen je moet oppassen? Bestel het nummer dan op https://onzetaal.nl/tijdschrift/06-2024!
Dank aan de redactie van Onze Taal voor de samenwerking en aan Flos Vingerhoets (of het is nou Vingerhoedts?) voor de prachtige illustratie bij het stuk.
In goed overleg, na mentale en lichamelijke problemen, schreef ik me dit voorjaar in voor de Berenloop, met daaraan gekoppeld een aantal uitgangspunten, onder andere dat ik een bepaald gewicht zou hebben, niet meer dan drie keer per week zou trainen, niet zo’n strak schema zou aanhouden en dat ik niet op tijd zou focussen. Vandaar dat de Berenloop zo’n mooie kans was; op zo’n parcours, met o.a. veel open stukken in de wind, duinen en een stuk strand, loop je toch geen toptijd en misschien gaat het vanzelf wat meer ontspannen, met oog voor de omgeving, als je zo’n schitterend eiland rondloopt.
De route van de Berenloop-marathon 2024
Een week of wat van tevoren slopen de tijdsdoelen toch weer in m’n gedachten, maar het is vrij goed gelukt ze te erkennen en er niet naar te handelen. Ik kreeg van tevoren ook wat meer zin in de marathon zelf; ik keek vooral uit naar Eva en Casper langs de kant en bij de finish.
Ter hoogte van Midsland
De omstandigheden waren best goed; droog en naar eilandbegrippen vrij weinig wind, maar wel uitsluitend mul zand op het strand. De marathon ging goed, maar na het strand was de koek wel een klein beetje op. Vooral de laatste drie kilometer naar de Brandaris, wat natuurlijk een geweldige start- en finishlocatie is, met nog wat klimmetjes, voelden erg zwaar en ik schrok dat ik me weer ietwat licht in het hoofd begon te voelen. Dat had ik lang niet gehad. Ik denk dat ik veel energie verbruikt heb op het strand en dat ik mijn eten beter had kunnen spreiden — concreet had ik mijn laatste gel/banaan wat eerder had kunnen nemen.
Afgezien daarvan ben ik heel erg tevreden. Een tijd van 2:50:32, met steeds de snelste vrouw in het vizier, had ik niet verwacht — ik had gehoopt ontspannen te lopen en als het meezat onder de drie uur te blijven en dat is allebei ruimschoots gelukt. Dat is natuurlijk heel mooi, maar de echte winst is de relaxtere voorbereiding met ‘maar’ drie keer per week lopen (twee keer wat korter met versnellingen, een duurloop in het weekend) en vooral de ontspannen houding tijdens de marathon zelf: genieten was geen doel, want dan ‘moet’ ook dat weer, maar wellicht juist daardoor lukte het toch. Ik visualiseerde Eva en Casper aan de finish. Dat werkte motiverend en eigenlijk ook wel ontroerend. Ik voelde me zo gelukkig ze te zien!
Eva en Casper — in heus ijsberenpak, al hadden we dat niet echt zo bedacht — highfiven
Uiteraard hielp de geweldige sfeer ook. Alleen op het stuk door de duinen en bossen naar en rond Oosterend waren weinig supporters, maar de rest van het eiland liet goed van zich zien en horen. Elk plaatsje was versierd met de Terschellinger vlaggen en de enthousiaste bewoners en vakantiegangers bezorgden me vaak een flinke glimlach.
Het was, kortom, een mooie marathon, maar ook een heel mooi en lang weekend op het waddeneiland. Eva liep zaterdag de 5 kilometer en haar samen met Casper aanmoedigen was erg leuk. Het hele weekend zagen en spraken we andere lopers en dat schept toch een band.
Nu lekker rust nemen en nagenieten. Ik voel overigens ook niet gelijk de drang om van alles te gaan analyseren of een nieuw doel te bedenken en dat vat ik maar op als een goed teken; het was een schitterende marathon. Punt.