Gisteren reed ik, enigszins ongepland, het klassieke rondje Markermeer, dat je in 150 kilometer om, je raadt het, het Markeermeer leidt. Het was enigszins ongepland, omdat ik ‘m eigenlijk volgende week met een collega zou fietsen, maar hij bleek geblesseerd en omdat ik gisteren gemakkelijk een dagje vrij kon nemen en het weer er goed uitzag,
Het gereden rondje Markermeer, met start en einde in Muiden
De wind schatte ik, ondanks de duidelijke pijlen in de weer-app, verkeerd in. Ik zag alle andere wielrenners de andere kant op rijden — nooit een goed teken, maar ik zat er niet echt mee. Het betekende wel dat ik op het meest open stuk, tussen Lelystad en Enkhuizen, waar je aan je linkerhand het Markermeer en aan je rechterhand het IJsselmeer ziet, schuin tegenwind had en er stond toch nog een flinke bries.
Een eerste bananen-break op zo’n 25 kilometer
Lange rechte paden met prachtige, wat dreigende wolkenpartijen
Op 75 kilometer, net voor Enkhuizen en dus gelukkig na het meest open stuk, brak m’n versnellingskabel en daardoor moest ik de laatste 75km in het zwaarste verzet fietsen. Met nog zo’n 40 kilometer flinke tegenwind niet echt fijn en de bovenbenen stroomden flink vol, maar mentaal had ik er weinig last van. Het viel me op dat ik er niet boos van werd, maar er gewoon een beetje om moest lachen. Het had ook eerder, tussen de twee meren, kunnen gebeuren en ik kon er wel mee doorrijden. Het had dus veel erger gekund en ach, dit werd nu gewoon een pittige training tegenwind en de laatste 35 kilometer zou ik vooral wind mee hebben en dat doe je sowieso in een zwaar verzet.
Oeps, gebroken versnellingskabel — alles dan maar in het zwaarste verzet
Op 100 kilometer had ik een goede pannenkoekenstop bij Ootje Konkel (volgens de serveerster iets als ‘gezellige kletsoma’ in het West-Fries) in Scharwoude gepland en daar word ik sowieso blij van. De pannenkoek bleek heerlijk en gaf me nieuwe energie voor het laatste stuk. Schijterig als ik ben, durfde ik niet voor de nogal exotische pannenkoeken op de kaart te kiezen, zoals de ‘roze rakker’, een pannenkoek met bakkersroom, framboos fondant,
bananenijs en slagroom, al moet ik zeggen dat het feit dat er tussen haakjes ’tompouce’ achter stond me ook niet echt enthousiast maakte.
Een heerlijke pannenkoek met appel en rozijn bij Ootje Konkel
Het laatste stuk, nog een kleine vijftig kilometer, voerde me minder door open vlakten — jammer natuurlijk met een deel meewind — en meer door leuke dorpjes, zoals Monnickendam en Durgerdam.
Mooie uitzichten in Durgerdam op zo’n 140 kilometer
Na 150 kilometer en vijf uur en vijf minuten trappen stond ik weer bij de parkeerplaats van de Albert Heijn in Muiden, een prima start- en eindlocatie. Al met al was het een prachtig klassiek wielerrondje om eens te rijden, met grotendeels goede paden en wegen en prachtige uitzichten — een aanrader!
Prachtig uitzicht over het Markermeer
Bij gebrek aan de gedroomde Bianchi-fiets dan maar een Bianchi-shirt
Mocht je het rondje zelf willen rijden, dan deel je de GPX hier: https://dynamic.watch/nl/shared/Q4qLlaq. Gezien de wegopbrekingen zul je in het begin/aan het einde wellicht wat anders moeten rijden, dus garanties tot aan de voordeur.
Zojuist is het artikel ‘Tussen jij en jouw: De spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde bezittelijke en persoonlijke voornaamwoord je‘ dat ik samen met mijn voormalig student-assistent Mette Rebel schreef verschenen in Dutch Journal of Applied Linguistics (DuJAL).
Voor het artikel inventariseerden we de aandacht die het wettelijk kader Nederlands en methoden voor het voortgezet onderwijs aan deze kwestie besteden. We voerden kwantitatieve analyses uit op bijna een half miljoen werkwoordsvervoegingen van leerlingen om een mogelijke associatie te toetsen tussen spelfouten in homofone werkwoorden en de twee functies van het gereduceerde voornaamwoord je, waarbij we leerniveau en leerjaar als mogelijke factoren onderzochten.
Uit de resultaten blijkt dat homofone werkwoorden die voorafgaan aan je inderdaad significant meer spelfouten opleveren dan andere homofone werkwoorden. Op basis van dit resultaat formuleren we concrete aanbevelingen voor het wettelijke kader, voor onderwijsmethoden en het onderwijs in Nederlandse werkwoordspelling.
Op de website Hardloopnetwerk verscheen onlangs een mooi stukje over de (on)nauwkeurigheid van GPS, zeker bij bochtige parcoursen. Het gaat onder andere over de invloed van het Kalman-filter.
De hele week kwakkel ik al; dat zette eigenlijk afgelopen zaterdag al in en leidde doordeweeks zelfs tot echt ziek op bed liggen. Ik heb dan ook tot vijf minuten voor vertrek getwijfeld of ik zou gaan. Ik had een papadag en had de hele dag aanhoudende hoofdpijn, overal spier- en gewrichtspijn, een algeheel zwak gevoel en iets wat ik de sporadische lezer zal besparen. Uiteindelijk ben ik, omdat ik geen koorts had en negatief testte op corona — dat schijnt toch weer rond te gaan — toch gegaan, maar ik beloofde mezelf er een duurloopje van te maken en, als ik me daar goed genoeg voor voelde, vooral lekker met andere lopers praatjes te maken, de kinderen langs de kant te highfiven en naar de mensen langs de kant te zwaaien.
De drie kilometer inlopen voelde al zwaar, dus duurloop, niet harder, bleek een goed idee. Ergens ben ik ben er wel trots op dat het ook gelukt is, want meestal als ik me voorneem niet te hard te gaan, doe ik het toch, maar daar was nu echt geen sprake van. De loop zelf was leuk, warm met een stevige wind, en met een bijzonder parcours: veel trappetjes, draaitjes en dergelijke, dus niet snel, maar wel ‘fun’, zeg maar. Bijna overal was veel publiek, dus met dat highfiven en zwaaien is het ook wel goed
De start-/finishlocatie was, zoals je hierboven ziet, eerder een festival dan een sportterrein en dat zie je tegenwoordig wel vaker. Van mij hoeft dat niet en ik vind het vaak zelfs vervelend, maar ja, hier werd een jubileum gevierd, dus ergens was het natuurlijk wel toepasselijk. De focus lag duidelijk ook niet echt op enig wedstrijdelement, want er was van alles geregeld — van muziek tot foodtrucks en een klein leger fotografen — maar dan bijvoorbeeld weer geen tijdsregistratie. Dat laatste werd door een aantal lopers die ik tegenkwam en al jaren niet had gezien overigens gelijk benadrukt toen ze vroegen hoe het ging en ik zei dat ik ziek(jes) was: ‘ach, er zijn toch geen uitslagen en uitreiking.’ Waar, maar ergens vind ik het suf van mezelf dat ik daardoor enigszins opgelucht was. Alsof iemand daarnaar zou kijken en als, wat dan nog? (Een oude bekende zei overigens ook ‘ja, je ziet er inderdaad een beetje ziekjes uit.’ en dat gaf me ergens een zetje om rustig aan te ‘mogen’ doen — dat prestatieverlangen zit diep, maar we werken eraan…)
Nou ja, naar omstandigheden toch een aardige avond gehad, maar als dit geen jubileumloop voor Schiedam was, was ik in deze staat niet gegaan. Overigens vond ik het mooiste moment van de avond een uitzicht bij het uitlopen naar huis — een schitterend zonnetje boven de haven. (Nogmaals, de fun run was leuk, hoor, dus daar lag het zeker niet aan.)
Gisteren, op zondag 22 juni 2025, liepen we samen de Halve Marathon van Nootdorp. Op zich leuk, want het was in 2014 de eerste halve marathon die ik wedstrijdverband liep, maar de originele planning was dat Eva zou proberen haar PR te verbreken naar sub 1:50 met mij als haas op de Kasteelloop de Haar. Die werd echter eerst vervroegd (op zich prima), toen ingekort tot 10,55 kilometer. Uiteraard heb ik begrip voor de aanpassingen, zeker bij zo’n groot evenement, maar ik vind 10,55 echt een rare afstand — het begrip ‘kwart marathon’ komt er bij niet in, dan liever gewoon een 10 kilometer — en het niet waarvoor Eva zo getraind had.
Temperaturen zondag 22 juni 2025 (bron: Weerplaza)
Gelukkig bleek op dezelfde ochtend de Halve Marathon van Nootdorp wel door te gaan en die ging dan misschien niet langs een schitterend kasteel in een Utrecht en ja, er staat ook minder (maar nog steeds flink wat heel leuke support) langs de kant, maar het was een goed en leuk alternatief. Extra leuk: de Halve Marathon van Nootdorp was de eerste officiële halve marathon die ik liep, in 2014. Ik liep wel vaker dat soort afstanden, maar niet als een georganiseerde wedstrijd. Ik zocht de foto’s hier thuis even op — zo zag ik er dus uit op mijn negenentwintigste! Omdat verouderen zo geleidelijk gaat, zie je op dit soort momenten pas echt de verschillen. Best leuk eigenlijk, zo’n trip down memory lane.
We stonden allebei niet fit op die ochtend en hoewel het niet superwarm was, was het wel heel benauwd. Daarom ben ik extra trots dat Eva een pr in liep in 1:49:09. (Zie uitslagen.) Niet gemakkelijk, maar wel ruimschoots het doel behaald.
Ik dacht overigens nog mijn benen van de Leiden Science Run van gisteren te voelen en dat kan natuurlijk best, maar het tempo was daar niet naar en ik denk nu dat het vooral die niet fitheid was; vandaag, maandag, ben ik namelijk echt ziek — een combinatie van het weer, een druk weekend (met na de halve marathon ook nog een jubileumfeestje — leuk, maar geen rust), toch iets onder de leden hebben en daar eigenlijk niet goed naar luisteren. Nu maar goed rusten dus.
Op zaterdag 21 juni 2025 vond de Leiden Science Run weer plaats! Ter ere van 450 jaar Universiteit Leiden was de afstand ingekort van vier keer 5 kilometer naar vier keer 4,5 kilometer, dwars door het Leiden Bio Science Park.
LUCL Runners, v.l.n.r. Hannah, Alex, Jurgen en Katja, bij de Leiden Science Run 2025
Het was erg leuk om dit weer met een team van collega’s, de ‘LUCL Runners’, te doen, al was het wel erg warm. Daarom was de estafette niet alleen vervroegd, maar ook aangepast; in plaats van het stokje door te geven, startte nu elke tien minuten een teamlid. Minder leuk qua teamcompetitie, maar gezien de rap stijgende temperaturen wel een goed idee. Maar… waar gecommuniceerd was dat er tussen elke start tien minuten zou zitten, schoten ze, toen ik als vierde loper van ons team, veel te vroeg af — ik stond nog niet eens in het startvak en de Garmin was er al helemaal nog niet klaar voor. Nou ja, de eerste kilometer dan maar bewust flink te hard gaan om en dan kijken wat de benen nog willen…
Uitslagen Leiden Science Run 2025
Van de zestig teams werden we zevende in 01:25:26. In de individuele competitie (232 finishers) werd ik tweede overall in 00:15:47. Dat had ik eigenlijk, door de aangepaste opzet en ‘rommelige’ start, niet in de gaten en we gingen al voor de prijsuitreiking terug naar huis — ik wilde niet te laat weer bij Casper thuis zijn. Stom en al baal ik daar wel wat van, daar ging het natuurlijk helemaal niet om. De timing was van MyLaps en dat is zeker geen onbekende, maar ik twijfel wel enigszins aan deze tijd — of in ieder geval de afstand. Ik liep eerder 3:35-40 dan 3:30 per kilometer, maar dit staat toch wel leuk en het is relatief — het zal immers voor alle lopers gelden.
Zo’n gezicht mag best na een hete wedstrijd
Al met al een mooie hardloopochtend met collega’s en dat ook nog eens voor het goede doel!
Binnenkort, zo na de zomer, verschijnt in het aankomende nummer van Tekstblad een nieuw artikel dat ik schreef op basis van (uiteraard anonieme) Gespeld-data: ‘Welke spelfouten maken zelfs ervaren schrijvers?’ Hieronder vind je alvast de inleiding.
Word lid of wordt lid? Verhuist of verhuisd? Ik stres of ik stress? En hoe schrijf je de verleden tijd van leasen? Onderzoek laat zien dat fouten in de werkwoordspelling onder andere veroorzaakt worden door homofone (gelijkklinkende) werkwoordsvormen en door tijdsdruk. Niet alleen mensen die spelling überhaupt moeilijk vinden maken ze; ook voor ervaren taalgebruikers liggen ze op de loer, zeker wanneer de deadlines naderen. Waar moet je als ervaren speller op letten?
Inmiddels al weer tweeënhalf jaar geleden kreeg ik voor mijn achtendertigste verjaardag van mijn ouders het boek Man in het wild. Zoals dat wel vaker gaat, belandde het boek op mijn ‘te lezen’-stapel, maar inmiddels heb ik het met veel plezier gelezen.
In het boek vertelt Benckhuijsen op prettige wijze over zijn vouwkajakreizen langs drie wilde kustgebieden in de Grote Oceaan: de Aleoeten, Papoea-Nieuw-Guinea en Vuurland. Ik vond het tijdens het lezen vooral heel mooi hoe hij contact met anderen weet te maken en hoe hij dat heel menselijk en invoelend beschrijft. Verder was ik onder de indruk van de reizen zelf en vooral van de zelfredzaamheid die hij nastreeft en beschrijft; niks geen back-up-voertuigen of volgboten. Sterker nog, in het laatste deel kajakt hij zonder vergunning (en eigenlijk met verbod) langs de randen van Vuurland en weet hij in het boek het extreme karakter van zijn tocht te beschrijven, zonder dat je overigens ook maar ergens het idee van borstklopperij krijgt. Natuurlijk is het heel wat, zo’n reis vol gevaren, maar hij kiest er zelf voor en prijst zich gelukkig dát hij zo’n keuze kan maken.