We kwamen zaterdagochtend al aan en namen pas maandagmiddag de boot terug naar het vasteland. Mijn vrouw liep zaterdagmiddag haar laatste lange duurloop van 35 kilometer voor de Marathon van Rotterdam, ik liep zondag De Zestig van Texel en de rest van de tijd hebben we lekker gefietst, gerust, pizza gegeten en op maandagochtend lekker buiten de deur ontbeten. Dat laatste overigens na een onstuimig strandwandelingetje met onze zoon, die gebiologeerd keek naar het overvloedige zeeschuim in de branding en er vermoedelijk in was gedoken als we hem niet hadden tegengehouden. Hoewel ik rustig ga herstellen van deze ultra, was het weekend zelf, in ieder geval in mentaal opzicht, misschien wel het beste herstelmiddel.
Startnummer, medaille en een aandenken uit mijn schoenzool
De dag na De Zestig van Texel en ook twee dagen erna had ik, op een kleine gevoeligheid aan mijn rechterknie na die inmiddels verdwenen is, geen pijntjes en ook geen spierpijn. Ook tijdens de massage, een cadeautje dat ik mezelf al van tevoren had beloofd, voelde de masseur niets geks, op flink gebruikte spieren en pezen na. Het verbaast me een beetje, maar eigenlijk ook weer niet zo veel. Het was natuurlijk een flinke afstand en een onstuimige tweede helft, maar juist daarom liep ik, ook omdat ik niet zo goed kon inschatten hoe het zou zijn, langzamer dan duurlooptempo, dat vaak rond de 4:20 p/km ligt. Bij een harde wedstrijd — een hele marathon op maximaal tempo — heb ik veel meer last van spierpijn en wellicht heeft de ondergrond er ook mee te maken.
Het gebrek aan spierpijn maakt het, ironisch genoeg, ook wel lastiger om de dag erna te voelen hoe extreem de inspanning was, maar zoals gezegd, de laatste twee kilometer zat ik er goed doorheen en dat was natuurlijk niet voor niets.
Nog op dag van De Zestig van Texel zelf kopte het Noord Hollands Dagblad ‘Straffe wind is spelbreker bij De Zestig van Texel’ en dag later, in dezelfde krant: ‘Straffe tegenwind maakt het deelnemers aan De Zestig van Texel lastig.’ Ook de Texelse Courant geeft een wedstrijdverslag waarin de wind een grote rol speelt: ‘Het begon als een milde lentedag, lekker weer voor nog frisse ultralopers eindigde met bittere kou en straffe wind als een uitputtingsslag. […] Op het strand kregen de lopers te maken met een stevige teenwind uit het noordwesten, die later op de dag draaide naar het zuidwesten, oplopend tot kracht 6.’
De Texelse Courant
De krant verhaalt verder dat er goede tijden werden gelopen en dat was ‘opmerkelijk, aangezien het parcours dit jaar iets was aangepast en zelfs meer strand bevatte, traditioneel een zwaarder onderdeel.’ Ook op Ultraned vind je overigens een wedstrijdverslag — de moeite waard om te lezen als je interesse hebt.
Al met al was het een zware ultra. Voor mij was het bovendien de eerste keer dat ik zestig kilometer liep. Mijn vorige langste afstand was, jaren geleden, een trail van zo’n 55 kilometer. Wat me opviel, was dat ik, net als vele anderen, grotendeels alleen kwam te lopen, maar dat er, bij de start en finish en ook bij het inhalen, onderling contact was. Een woord, een knikje, elkaar even oppeppen. Dat helpt meer dan je denkt.
Na zestig kilometer (en een beetje) over de finish (foto door Bjorn Paree)
Fysiek ging het verrassend goed. Geen maagproblemen, verstandig gebruikgemaakt van de verzorgingsposten, gels afgewisseld met banaan. De peesontsteking die, in nasleep van de Sallandtrail, de week ervoor opspeelde, hield zich rustig, maar ik had nog steeds een pijnlijke plek waar de kies zat die na een wortelkanaalbehandeling toch is getrokken. Dat hielp niet, want ik voelde het resterende gat geregeld kloppen. Pas de vrijdag voor de De Zestig van Texel kwam ik de dag redelijk door zonder pijnstillers. Mentaal ging het ook niet slecht; ik werk daar ook aan, samen met een psycholoog, want ik had er een handje van bij tegenzittende omstandigheden enorm te gaan foeteren – op die omstandigheden, maar vooral ook op mezelf. Dat deed ik deze keer niet. Net als bij de Kustmarathon in 2025 was er, toen de wind echt tegen begon te zitten, het besef dat ik hier zelf voor had gekozen, dat je een kust- of waddenwedstrijd niet loopt om de milde omstandigheden en dat dit nu juist de ervaring maakt tot wat ‘ie is.
Zoals ook de aangehaalde krantenartikelen vertellen, ontnam de wind de lopers en dus ook mij de laatste energie. De energie was op een gegeven moment echt op — de tank leeg. Gelukkig stonden mijn vrouw en zoontje bij de finish en daar keek ik al kilometers naar uit. Ook de warmte in de StayOkay waar de eindstreep lag, was welkom, evenals de soep die daar werd geschonken en de pannenkoek die mijn vrouw voor me had meegenomen. Dat was genieten. Het fietsritje terug naar De Koog, een kilometer of zes, was heerlijk — eindelijk de wind weer in de rug.
De Zestig van Texel 2026 #5: vier uur en 58 minuten
Uiteindelijk finishte ik in 4:58, al had ik na 58 kilometer eigenlijk helemaal geen oog meer voor de eindtijd. Als ik eerlijk ben, was ik met de genoemde tijd, zeker toen ik eenmaal gefinisht was, best blij. Het was niet de beoogde tijd van 4:45, maar ik vond het sowieso lastig inschatten — een nog onbekende afstand, parcours met flinke stukken strand en duin, en altijd onzekere tijden weersomstandigheden.
Eindtijd en -positie (4:58:39; 10/98 M40; 42/642 overall)
Waar ik wel van baal, is dat de tank de laatste paar kilometer zó leeg was, dat ik daar echt flink wat minuten heb verloren. Ik heb twee keer honderd meter gewandeld. Ik vind dat, zelfs als het om twee zulke korte stukjes gaat, moeilijk om toe te geven, want ik heb daar wat tegen — hardlopen is geen wandelen in mijn boekje — maar ik meende, heuvel op en inmiddels windkracht 7 vol tegen, niet anders te kunnen. Gelukkig werd ik opgezweept door een andere Rotterdamse loper en daarna kwam de cadans er weer in, maar zoals gezegd, de tank was, ondanks goed koolhydraatstapelen van tevoren en eten en drinken tijdens, op. Te hard gewerkt tegen de wind, denk ik. Ook dat is dus De Zestig van Texel.
Een flinke kei, waarschijnlijk ‘opgepikt’ op het strand, in mijn linkerschoenzool
Wat overigens vast niet geholpen heeft, is dat ik, the day after, een flinke kei in de zool van mijn schoen vond. Al vanaf kilometer 22, toen we van het strand kwamen, hoorde ik een gek geluid van mijn linkerzool komen. Nu weet ik dat er carbonschoenen zijn die je doen klinken als een galopperend paard, maar dat had ik bij mijn schoenen nog nooit gehoord. Eenmaal thuis na een mooi weekend op Texel ruimde ik mijn schoenen op en een levensgrote steen zat strak in het foam van mijn linkerschoen geklemd. Tot zover het voordeel van lekker lichte wedstrijdschoenen.
Hoewel ik tijdens de wedstrijd niet steeds naar tempo heb gekeken, maar vooral heb geprobeerd het tempo aan te voelen, merkte ik dat het de laatste tien kilometer steeds zwaarder ging. Nu heb ik mijn bouw en gewicht niet mee voor zware omstandigheden, denk ik — ik ben licht en je blaast me, bij wijze van spreken, zo omver. Zoals ik al eerder schreef over onder andere de Sallandtrail, maar ook over lokale wedstrijden met stukken zand, zoals de 10 kilometer in Ter Heijde, trek ik bij dit soort omstandigheden qua kracht in de bovenbenen vaker aan het kortste einde. Daar zou ik, als ik dat wil, eens aan kunnen werken, want qua algehele conditie ging het op dat punt goed.
Flinke wind tegen
Ik had het gevoel bij elke stap achteruit geblazen te worden en dat was te zien aan het tempo, dat op een gegeven moment zelfs zakte naar 6:00 per kilometer. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik zag verschillende, sterk ogende lopers, langs de kant zitten. Ik kon doorlopen, maar het waren vooral mijn bovenbenen die protesteerden. Had ik het verkeerd ingeschat? Ik denk het eigenlijk niet, want hoe schat je zulke wind in? Tijdens de Kustmarathon in 2025 was het verval niet zo groot, maar ook daar had ik het met de wind erg zwaar. Ik zie het ook aan de tussentijden: op kilometer 55 was er een stuk beschutting en direct ging het tempo weer flink omhoog – de energie was er dus nog wel. Helaas was het de laatste twee kilometer echt op en de focus verschoof naar ‘blijven hardlopen.’
Hoewel ik De Zestig van Texel niet met een bepaald tijdsdoel inging, leek het me wel verstandig enig idee te hebben van tempo en eindtijd. Gezien de training en hoe het het afgelopen jaar gaat, vermoed ik ongeveer een 2:50-marathon in me te hebben. Ik bedacht dat ik, na wat berekeningen (zie Tijdsvoorspellingen Zestig van Texel) en wat inschatten, zou mikken op 4:45 uur. Het tempo is dan makkelijk te berekenen, want met zestig kilometer is dat 4:45 minuut per kilometer; er gaan immers zestig minuten in een uur en zestig seconden in een minuut, maar uiteraard ook zestig kilometer in De Zestig van Texel.
Tot rond de veertig kilometer de echte tegenwind begon, waarover in de volgende post meer, liep ik gemiddeld zo’n 4:30 per kilometer. Te hard, dat wist ik, maar het voelde goed en met het eerste stuk wind mee had ik moeten afremmen om langzamer te lopen. Dat leek me niet verstandig. Het voelde als een rustige duurloop en het was zeker geen kwestie van te hard starten; eerder van inspelen op de omstandigheden. Na een tijdje de wind schuin tegen te hebben gehad, begon de volle tegenwind zo rond het veertigkilometerpunt. Daardoor zakte het tempo van 4:30 naar zo’n 5:00 per kilometer en dat vond ik prima — zo was het, dacht ik, te doen en zou ik niet te veel energie verbruiken. Ook dat was inspelen op wat een eiland zo mooi, maar ook grillig maakt.
Rond het veertienkilometerpunt, tussen twee stukken strand in
Op de foto’s zie je vooral zonnige omstandigheden, maar de wind is grotendeels onzichtbaar — wat zeker niet betekent dat ‘ie er niet was. Ik kwam het punt van de marathon, net voorbij de 42 kilometer, zonder enige moeite in 3:10 uur over (gemiddeld precies 4:30 p/km) en dat was ruim binnen de planning.
De eerste twintig kilometer van De Zestig van Texel 2026 voerden over het strand en waren nog vriendelijk. De omstandigheden waren goed genoeg om een ritme te vinden, het zand lag er grotendeels goed bij. De eerste helft was schitterend; strand, duinen het laatste stuk tot aan de vuurtoren over een verhard fietspad, maar toch dicht bij zee. Ik moest steeds aan Nijntje aan zee, dat we voor ons zoontje mee naar Texel hadden genomen. In Nijntje-verhaaltjes zit een duidelijk metrum en dat klonk door mijn hoofd, precies op de cadans — heerlijk.
De eerste helft met veel (goed) strand
Het echte werk begon pas nadat we bij de vuurtoren langs de oostkant van het eiland zuidwaarts liepen. De laatste (dik) twintig kilometer was het pal tegenwind. Niet zomaar een briesje; nee, een flinke tegenwind die ook nog snel aantrok. Het werd windkracht 6-7; een wind die het tempo langzaam maar zeker uit je benen zuigt.
Hoewel de organisatie heel duidelijk was over begeleidende fietsers — die moeten achter de loper(s) blijven: ‘De fietser dient zich achter de loper te positioneren. Het is een fietser niet toegestaan om de deelnemer te pacen.’ — zag ik tussen De Cocksdorp en Oost en tussen Oosterend en Oudeschild verschillende lopers die door ‘hun fietser’ uit de wind werden gehouden. Tijdens de wedstrijd heb ik me daarover gelukkig niet druk gemaakt, maar fair vind ik het niet. Uit het wielrennen weet ik hoeveel het kan schelen — iemand die je, zeker met deze windkracht, uit de wind houdt, biedt je een heel flink voordeel.
Nu appte een collega die ik toevallig zaterdag tegenkwam in De Koog me dat ze, toen ze haar vriend supportte, het niet op een echte wedstrijd vond lijken, maar dat was, gok ik, achterin; voorin was het toch echt wel anders. Nu loopt iedereen natuurlijk zijn eigen tempo en zeker bij ultra’s kan dat nogal uiteenlopen, maar voorin werden groepjes gevormd en werd naast samengewerkt tegen de elementen ook aardig gestreden. In de volgende post meer daarover.
De Zestig van Texel eergisteren, zondag 29 maart 2026, was een wedstrijd waar je eigenlijk alles in één dag krijgt: prachtige natuur, eindeloze vergezichten, strand, duinen, bos en een heel stevige portie wind. De route is simpel: zestig kilometer rondom het eiland, vanaf ’t Molwerk bij haven ’t Horntje tegen de klok in langs de randen van het eiland naar de finish in Den Burg.
Het gelopen parcours van de Zestig van Texel
De dag begon stressvol met onduidelijkheid over de bus van sporthal TXL naar de start — we stonden met een groepje te wachten, terwijl de bussen, die niet met bordjes of andere markeringen waren aangegeven, al weg waren en niet (meer?) pendelden. Gelukkig ging liften vlot en kregen we er een leuk gesprekje bij met, uiteraard, andere Zestig-lopers. We waren allemaal gelukkig nog ruim op tijd bij het startvak, waar ik wat bekenden tegenkwam — een collega van wie de partner meedeed, maar ook lopers die ik van lokale wedstrijden ken en iemand die ik uitgebreid sprak tijdens de Sallandtrail. De sfeer op Texel was sowieso goed en daar werd ik erg blij van.
Toch nog goed op tijd in het startvak bij ’t Horntje. Ik sta rechts, in zo’n beetje de derde ‘rij’.
Omdat ik niet al te lange posts wil schrijven, en omdat het toch wel een heel bijzondere ervaring was, volgt in een aantal volgende posts uiteraard meer over het verloop van de wedstrijd, de wind, maar ook de training, het resultaat en… een kei in mijn schoenzool.
NB Ik schrijf een aantal posts en dus redelijk uitgebreid over De Zestig van Texel. Ik vond in mijn eigen voorbereiding online niet heel veel ervaringen van anderen, dus wie weet heeft iemand hier, over twee, vier of nog meer jaren, iets aan.
De laatste looptraining voor de Zestig van Texel zit erop — vanmorgen deed ik een nog korte intervaltraining (6 keer 400 meter op 3:40) en ik voelde me aan het einde best gretig. Dat is wel een goed teken, denk ik.
Zoals eerder geschreven zijn de twee taperweken niet ideaal. Zo had ik veel last van een wortelkanaalbehandeling en uiteindelijk het trekken van kies. Vooral de naweeën van die laatste ingreep, die uiteindelijk beter door een kaakchirurg dan door een tandarts uitgevoerd had kunnen worden, duren nog steeds voort, maar de pijn neemt inmiddels wel wat af en ik neem alleen nog in de avond pijnstillers. Daarbij komt dat ik een ontsteking van de peesschede in mijn linkeronderbeen heb en al is die nog niet verdwenen — het gaat wel de goede kant op. We gaan het zien op Texel.
Lastig is te bedenken op welk tempo ik aanstaande zondag wegga. Uiteindelijk zullen het parcours en de omstandigheden een grote rol spelen, maar het is toch wel fijn iets van een richttempo/-tijd hebben, denk ik. Op de website van de Zestig van Texel geeft Gerrit van Rotterdam in zijn trainingsgids de onderstaande tabel met verwachte eindtijden op basis van (weg)marathontijden.
Verwachte eindtijden Zestig van Texel (bron: Van Rotterdam, Gerrit. Trainen voor de Zestig van Texel.
Omdat er een beperkt aantal marathontijden in staat, heb ik een klein calculatortje gemaakt dat op basis van een zelf in te voeren marathontijd een voorspelling geeft die overeenkomt met de genoemde tabel.
Zestig van Texel-calculator
Het gaat expliciet om schattingen. Ik houd me dus niet verantwoordelijk voor de voorspellingen of de gevolgen daarvan. Kijk uit en staar je niet blind op de voorspelde tijd! Dat prent ik mezelf ook in.
Een vast, hoewel niet beoogd onderdeel van de taper lijkt wel de taper blues te zijn. In de weken voor de wedstrijd waar je naartoe hebt getraind neem je gas terug en dan heb je, naast rust, of misschien wel dóór die rust, vaak het idee dat je meer pijntjes hebt — die vaak niets blijken, meer twijfels. Dat valt dit jaar, met De Zestig van Texel, eerlijk gezegd mee, al heb ik er nu juist wel reden toe.
De eerste reden is dat ik al anderhalve week aan het tobben ben met een kies. Die speelde al eerder op, maar de kiespijn werd steeds heviger inmiddels ben ik drie tandartsbezoeken, een wortelkanaalbehandeling en uiteindelijk toch een extractie (het trekken van de kies) verder. Ik had een zogenaamde cracked tooth, waardoor er etensresten in de kies kwamen, die vervolgens ontstekingen tot in het kaakbeen opleverden. Geen pretje en hoewel ik nu, twee dagen na het trekken, nog veel pijn heb, is het ding er inmiddels wel uit en zou de pijn na vandaag moeten afnemen.
De tweede reden is dat ik sinds de Sallandtrail last had van mijn linkerenkel/-onderkant van mijn scheen. Nu heb ik lang geleden wel eens shin splints gehad, maar dit voelde anders. De fysio heeft het onderzocht en was duidelijk: een ontsteking van de peesschede (tenosynovitis), een ‘soort kokertje waarin de pees heen en weer glijdt en dat de pees beschermt en vochtig houdt.’ De oorzaak is ook duidelijk: het ongelijke terrein en vooral de vele hoogtemeters van de Sallandtrail die ik niet gewend ben en waar ik, eerlijk is eerlijk, niet op getraind had.
Dat ik, vanwege mijn kies, de week na de Sallandtrail ontstekingsremmende pijnstillers heb geslikt, heeft averechts gewerkt, want zo kon de ontsteking niet op gang komen en dat gebeurt nu dus alsnog. Balen, maar zoiets weet je pas achteraf. Op zich zou de ontsteking met wat meer rust, maar nog wel beweging en dus geen ontstekingsremmers in een paar dagen moeten afnemen, maar die ontstekingsremmers heb ik weer nodig voor de kies. Een soort catch 22 dus.
Al met al reden genoeg dus voor een echte taper blues, maar op de een of andere vind ik het nu makkelijker om te relativeren. Ja, het is balen, maar het is wat het is en we gaan het de komende week wel zien. Het leert me ook twee dingen. Ten eerste valt het me nu pas echt op hoezeer ik mijn lichaam in het verleden als een soort machine beschouwde; bestaand uit onderdelen die enigszins onafhankelijk van elkaar functioneren. Je gebruikt je kies niet tijdens het hardlopen, dus die dingen staan los van elkaar. Inmiddels merk ik sterk dat het zo niet werkt; heb je een flinke ontsteking in je lichaam, of een ander kwetsuur, dan is je hele lichaam bezig met herstellen. Dat heeft daarmee invloed op je hele lichaam, niet ‘slechts’ op een kies, kaak of pees. Ten tweede merkte ik dat de gedachte ‘straks heb ik al die trainingen voor niets gedaan’ eigenlijk direct werd gevolgd door de gedachte dat een doel als een (ultra)marathon ook de moeite waard moet zijn om de weg ernaartoe en die heb ik inmiddels wel afgelegd, niet alleen om de eindstreep.
Komende week meer rust, hopelijk minder (kies)pijn en met wat hoop en voorpret naar zondag 29 maart uitkijken.