Gisteren liep ik met een mixteam van het werk van mijn vrouw de Ekiden bij PAC — een jaarlijkse wedstrijd waarbij je met zes lopers een marathonafstand (42.195km) aflegt. De individuele afstanden liggen vast: 5, 10, 5, 10, 5 en 7.195km. In het wisselvak op de baan geef je de tasuki, het lint met chip voor tijdregistratie, aan elkaar over en loop je nog een kleine honderd meter door tot de start-/finishlijn.
Shirt Ekiden 2026
Van tevoren wist ik dat er door warmte en vooral de sleutelbeenoperatie, het herstel daarvan en het minder kunnen trainen, niet heel veel in zat, maar ik moest voor m’n gevoel toch nog wel aardig wat moeite doen om onder de 38 minuten te blijven. Last van mijn sleutelbeen had ik niet echt, behalve dan dat de tasuki wat over het litteken schuurde, maar ik merkte vooral dat mijn ribben ook een klap hebben gekregen. Als je dan een wat langere tijd een hogere inspanning levert, merk je dat wel. Het viel me qua inspanning, als ik eerlijk ben, best tegen. Raar is dat wel, want ik had van tevoren bedacht dat ik zo’n beetje mijn oude marathontempo zou proberen te lopen, tussen de 3:45 en 3:50 per kilometer. Ik liep de 10 kilometer in 37:53, met een gemiddelde van 3:47, dus eigenlijk heb ik precies kunnen doen wat ik had bedacht. Toch was het lastig te accepteren dat dit, op deze dag, dus mijn 10K-tempo was. Wat overigens niet geholpen zal hebben, was de eveneens warme duurloop van gisteren… lastig, die planning. Fijn was dan weer wel dat ik de tweede helft wat sneller liep en dat de tweede ronde ook beter voelde. En nog meer in de categorie mooi: mijn vrouw liep een heel mooi PR van 22:54 op de 5 kilometer!
Op naar de finish van de Ekiden 2026. (Helaas kon ik geen foto’s van ons team of de andere leden vinden.)
Belangrijker misschien nog wel was dat het een heel gezellige dag was — we hebben als team een mooie tijd beleefd en neergezet: 3:09:15, waarmee we 27e waren van de 272 mix-teams en 74e van alle 392 teams. Sowieso was het mooi om te zien hoe ontzettende groot de Ekiden is geworden en hoe goed en ongedwongen de sfeer was, zonder het wedstrijdelement uit het oog te verliezen. Ondanks de festivalachtige sfeer was een snel startvak en er werd serieus hard gelopen. Iedereen die ik sprak — veel oude bekenden, onverwachte collega’s van eigen werk — had last gehad van wind en benauwdheid, maar omdat je voor en/of na het hardlopen ook op elkaar aan het wachten bent, was het mooie weer ook heel fijn.
Precies vier weken na de sleutelbeenoperatie en vijfeneenhalve week na de val vond ik het gisteren tijd om een mooi, maar rustig en bescheiden wielertochtje te maken. Niet omdat het vier weken geleden was, maar vooral omdat mijn sleutelbeen al snel na de operatie stukken beter voelt, ik mijn arm weer bijna helemaal omhoog krijg en alleen de beweging naar achteren nog beperkt is. Het doet ook geen pijn meer, al vermijd ik nog elke krachtinspanning met links.
Wat ik vooral vreesde, was de positie op de fiets en de trillingen op de weg. De positie op de fiets kon ik op zolder op de fietstrainer wel wat nabootsen, maar op de virtuele wegen heb je natuurlijk geen last van oneffenheden in de weg, je hoeft geen bochten te maken et cetera. Het werd dus echt een testrondje.
Het voelde geweldig — het was heerlijk weer en ik koos een bekend rondje zonder risico’s, al moet ik zeggen dat het enige waar ik last van had toch een beetje angst was voor konijnen en andere dieren op stukken langs bermen en bosjes. Dat zal moeten slijten, denk ik. Verder gaf het klassieke rondje Hoek van Holland — met koffie aan het strand zo op de heflt — vooral een bevrijdend gevoel.
Koffie aan het strand
Ook leuk: ik parkeerde de fiets op een vanaf het terras zichtbare plek, waarna de serveerster direct op me afliep en vroeg ‘ze is er al, wil je koffie?’ Ik stond er wat suf bij te kijken, want ik had geen idee wie of wat ze bedoelde. Er bleek een vrouw op het terras te zitten die een nogal gelijkende fiets had, maar ik kende haar niet. (Voor de leek zijn de fietsen bijna identiek, maar zij had de Bianchi Oltre Race en dat ging mijn budget te boven.) Het leverde een leuk gesprekje op over, hoe kan het anders, fietsen (zowel het zelfstandig naamwoord als het werkwoord) en wat restte was slechts nog de weg terug, langs het water met de wind in de rug. Een geslaagde test!
Sometimes, properly aligning tab music in Word or any such program can be quite a pain. Mostly for my own use in playing harmonica songs, but free and open to anyone, I made a small webpage this morning that does just that: align tab music, or lines with notes and, if you want, words underneath.
Door de sleutelbeenbreuk kan ik niet wielrennen en kon ik niet hardlopen. Dat laatste gaat inmiddels wel weer, maar wielrennen is nog beperkt tot indoor. Ik hoef dan geen druk op mijn linkerarm uit te oefenen en er zijn geen vervelende trillingen of onverwachte bewegingen. Nee, ik heb een enorme high-tech opstelling bedacht met een strijkplank waarop mijn arm goed kan rusten; een strijkplank kan namelijk lekker gezet worden. Het ziet er niet uit, maar het werkt. Elke keer dat ik, ook al is het buiten bijna veertig graden (hittegolf, code rood), indoor fiets — eerst alleen rustige en korte duurritjes en wat later ook voorzichtige intervalletjes — baal ik enerzijds dat ik op zonnige en bovendien windstille dagen niet lekker buiten fiets, maar anderzijds voel ik me dankbaar dat ik de luxe heb toch iets te kunnen doen. Niet iedereen heeft immers de mogelijkheid, middelen en ruimte om binnen te fietsen.
Foto door Aurora Song op Unsplash (niet mijn eigen Zwift-opstelling dus, maar dat raadde je al…)
Met het sleutelbeen gaat het inmiddels een flink stuk beter. Ik moet nog wel uitkijken en waag me nog niet aan buiten wielrennen, maar voorzichtige intervalletjes met hardlopen gaan al weer zonder pijn tijdens of na. En dat tweeënhalve week na de operatie. Ook de meeste huishoudelijke dingen lukken weer en mijn zoontje verschonen, waarvoor je toch wel echt twee goed functionerende armen nodig hebt, gaat ook steeds gemakkelijker. Ik merk, aan het einde van de dag en met sporten, wel dat de val zelf, de operatie, het lichamelijk herstel en vooral de narcose lange naweeën hebben — de conditie lijdt er duidelijk onder, maar dat schijnt erbij te horen. Niet te veel willen, maar kijken wat kan dus.
Het nieuwe nummer van Hoogwater, het tijdschrift van de studievereniging Nieuw Nederlands Peil, heeft als thema ‘door het lint’ — wanneer ‘knapt er iets, bereiken we een grens?’ Het gehele nummer is zeer de moeite waard om te lezen, met onder andere een estafetteverhaal en een geschiedenis van Byzantijnse keizer Justinus II. Ik schreef voor deze editie ‘een kleine studie van de grens overgaan’, waarin ik zowel inga op de oorsprong van de uitdrukking ‘door het lint gaan’, die veel minder oud blijkt dan ik vermoedde als op mijn persoonlijke ervaring met het thema.
The tool now also list the number of sentences in a text, as well as the average word length in number of syllables, and (optionally) a list of words and their number of syllables. The measure only works for Dutch texts (for now), because the (still imperfect, but good enough) splitting up of words into their syllables is based on the Dutch language. You can check it out now at https://www.reuneker.nl/files/ld.
A last note is that I am contemplating taking readability measures like this out of the Lexical Diversity Tool, because lexical diversity and readability are related, but certainly not the same. The tool also becomes a bit chaotic and cluttered, so the more reason to give readability its own calculator page some day.
Lieke Marsman, voormalig Dichter des Vaderlands (2021-2023), overleed deze week op vijfendertigjarige leeftijd. Ze schreef meerdere dichtbundels, een roman en een filosofische essaybundel, die allemaal geprezen werden om de experimentele stijl en creatieve omgang met taal.
Gedichten en een essay in Marsmans ‘De volgende scan duurt vijf minuten’ (2018). Afbeelding van Uitgeverij Pluim.
Vaak wordt gedacht dat poëtisch taalgebruik afwijkend en ingewikkeld is (Van Alphen, Duyvendak, Meijer & Peperkamp, 1996). Marsmans diverse oeuvre nodigt uit om te bekijken in hoeverre de woordenschat in haar dichtwerk afwijkt van haar proza en essayistisch werk. Om dat te onderzoeken, stelde ik voor het eerstejaarsvak Taal & Media drie kleine steekproeven samen: willekeurige selecties van steeds tien pagina’s uit de dichtbundel In mijn mand (2021), de roman Het tegenovergestelde van een mens (2017) en de essaybundel Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025). Voor elke pagina in de steekproeven berekende ik de lexicale diversiteit in termen van MTLD of Measure of Textual Lexical Diversity, een maat die goed bestand is tegen verschillen in tekstlengte en lokale woordherhaling (zie Reuneker, Waszink & Van der Wouden, 2017). De metingen vergeleek ik door middel van een ANOVA-toets, om te kijken of ze, per genre in Marsmans werk, verschilden. In figuur 1 zie je dat er inderdaad verschillen zijn, maar die blijken (net) niet significant (F(2, 27) = 2.84, p = 0.07).
Figuur 1. MTLD-scores in Marsmans poëzie, roman en essays
Het verraste me enigszins dat Marsmans dichtwerk in In mijn mand het laagst scoort op lexicale diversiteit (81,72), gevolgd door de roman Het tegenovergestelde van een mens (102,18) en de essays in Op een andere planeet kunnen ze me redden (114,67). In figuur 1 is echter te zien dat de waarden in de steekproeven flinke variatie vertonen en dat de genres overlappen. Uit post-hocvergelijkingen blijkt dan ook dat de drie genres bij Marsman onderling niet significant verschillen in woordenschat.
De resultaten van dit kleine onderzoekje plaatsen een (eveneens kleine) kanttekening bij het idee dat poëtisch taalgebruik wezenlijk anders is dan ‘ander taalgebruik’. Het werk van Marsman laat dat, ook in de week van haar veel te vroege dood, goed zien. Zij leek zich niet te conformeren aan genreconventies: in haar dichtwerk noemt ze filosofen en hun denkwijzen, in de roman staan sommige hoofdstukken in dichtvorm en zowel de roman als de essaybundel bevat persoonlijke dagboekfragmenten, wederom met filosofische mijmeringen.
Wat de resultaten wellicht laten zien, is niet de afwezigheid van verschillen in woordenschat tussen genres, maar de aanwezigheid van Marsmans eigen, consistente stijl die door genregrenzen heen breekt. Zo schreef NRC vandaag dat haar poëzie ‘altijd helder, fris en toegankelijk’ was, ‘zonder daarbij hoge barrières of drempels op te werpen. […] Voor haar essayistiek gold hetzelfde […].’ Hoewel woordgebruik invloed heeft op de beeldvorming van literatuur, liet Lieke Marsman in haar werk zien dat je je niet hoeft te houden aan genreconventies, dat je de grenzen zelf bepaalt. Dat woorden essentieel zijn, zei ze zelf misschien wel het treffendst in De volgende scan duurt vijf minuten (2018):
Op andere momenten word ik overspoeld door wanhoop van de ergste soort, de soort die zich karakteriseert door een gebrek aan woorden: wanhoop die je alleen nog maar kunt omschrijven met het woord wanhoop.
De waarde van een tekst zit niet in het meetbare, in een toch enigszins afstandelijke benadering als lexicale diversiteit, maar in de daadwerkelijke, individuele lezing. In Zomergasten (2022) zei Marsman: ‘Ik wil een oproep tot leven zijn’. Laat dit stukje, ter nagedachtenis aan Lieke Marsman, een bescheiden oproep tot lezen zijn, een oproep haar werk — gedicht, verhaal of essay — er dit weekend nog eens bij te pakken en de woorden, haar woorden, op ons in te laten werken.
I added a measure (somewhat) known as ‘lexical coverage’ to the Lexical Diversity Tool. This measure represents the percentage of words that occur in a list words from all Dutch newspaper texts in the SoNaR-500 corpus that, together, make up for 77 percent of all tokens in that corpus (although other corpora are used, see Staphorsius, 1994; Kraf, Lentz & Pander Maat, 2011). The higher this percentage, the easier the text, because more words may be supposed to be read before and thus ‘known’. Although this definitely says something about the lexical diversity (perhaps indirectly) of a text, it is used primarily to assess the reading difficulty of a text (see also Adolphs & Schmitt, 2003; Van Zeeland & Schmitt, 2013).
Lexical coverage added to Lexical Diversity Tool
Because I have used of the (Dutch newspaper subcorpus of the) SoNaR-500 as a reference corpus, the measure only works for Dutch texts — for now at least. Although the implementation is still a bit rough, it is workable and correct, but be aware it is still in development.
The new record by Boards of Canada, as Scottish music duo, is out today! I’ve been a fan a long time, altough I’m not as obsessed as some others, who search for mathematical patterns in the music, trace all samples et cetera. I did, however, ponder over going to Berlin last week for the so-called ‘pre-release’ party, but I decided not to. Instead, yesterday the 28th of May, I went to a ‘listening party’ at Sounds in Delft.
Boards of Canada display at Sounds, Delft
It was a great experience listening to the album, Inferno, in full together with other enthusiasts. As with most Boards of Canada albums, it probably has to grow on me, but it certainly did not disappoint.
After listening to the full album, a canvas photo was handed out in a draw. (I didn’t win, it didn’t matter.)
Although sitting on the hard floor for the full length of the double LP wasn’t very comfortable with a broken colar bone and sling to support my arm and shoulder, it was still worth it — I had nice, music-nerdy conversations with others and we got some nice goodies from the friendly record store owners/label.
As I had already ordered my vinyl directly from Bleep, the record label, I took the Friday night to sit down in our study, put on a pair of really good headphones, and listen to the whole album on vinyl again, in all the peace and quietness of our home.
A nice place to listen to the record
As the music is kind (?) of esoteric, and I’m, unfortunately, still a bit hazey from the painkillers, it was easy to get in the mood and thoroughly experience in the album in full. Call me a nerd, but I really enjoyed it and I felt grateful for that.