As I was searching for software to import GPX routes to my old TomTom Rider (2010-ish), I found myself at a loss: none of the software for a Mac seemed to work, and I do not have a Windows machine at my disposal. The solution proved simpler than I thought, and it does not require any additional software. I’ll outline the steps below.
Connect you device to your computer (Mac, Windows) using a USB cable.
Open the device/drive called ‘Internal’.
Copy your GPX file(s) to the (existing) folder called ‘gpx2itn’.
Disconnect your device from your computer and let it reboot.
Now, if you plan a new route, and navigate to options and ‘load route’, you’ll see the GPX file you copied.
Done.
Copy your GPX file(s) to the ‘gpx2itn’ folder in the root of your TomTom drive (probably called ‘INTERNAL’).
This is more of a reminder for myself, but if anyone finds this useful, that’s even better!
This is a short post with some info I searched for when considering a Fenix 6S Pro during Black Friday.
I used a Forerunner 735XT for a long time, after a 645 (which was practically worthless), and a 230 and a 235, which I loved. The only thing I couldn’t really convince myself of was the weight of my Forerunners, which are very light indeed, and the added weight of a Fenix. I opted for the S version, as I have small wrists and it is the lightest version.
First, the weight of the 735XT is 40 grams.
Second, the the weight of the Fenix 6S Pro is 60 grams.
I have weighted both watches multiple times, with the same results. Both watches have the default Garmin straps on them.
Conclusion: the Forerunner 735XT weighs 2/3 or 66% of the Fenix 6S Pro. However, I don’t really feel it while running or wearing it during the day. The only time it is noticeable for me is while in bed, but it doesn’t really bother me.
Op een klein halfuurtje rijden vanaf Schiedam vind je de pont naar het eilandje Tiengemeten. Ik kende het wel van naam, maar was er nog nooit geweest.
De geplande route met ‘het lusje’ links
Je vaart in tien minuutjes het Haringvliet over en daarna volgt direct het ‘eilandgevoel’: weinig mensen, rust en een gure wind — het is tenslotte al december. Na een korte sanitaire stop bij het gebouw van Natuurmonumenten vangen we de wandeling aan. Natuurmonumenten heeft een aantal wandelingen op het eiland uitgezet (te vinden op https://www.natuurmonumenten.nl/routes?locatie=N_391), maar de langste is 10 kilometer en wij wilden graag het hele eiland zien. We hebben daarom zelf een route van 16 kilometer uitgezet. Het GPX-bestand daarvan vind je hieronder.
Al direct aan het begin van de wandeling richting het westen word je getrakteerd op schitterende uitzichten, onverharde paden en veel, heel veel grote grazers.
Je kunt veel mooie grote grazers tegen op Tiengemeten.
Het plan is helemaal naar de westkust te lopen, daar een lusje te maken en dan via hetzelfde pad — dat kan niet anders — terug naar het oosten te lopen, om vervolgens richting het zuiden af te buigen. Je volgt dan namelijk een ander pad richting het oosten. Het weer gooit echter roet in het eten; het was sowieso slecht weer, maar door de aanhoudende regen van de afgelopen dagen was het lusje op een gegeven moment niet meer begaanbaar. Het water kwam tot voorbij de enkels. Helaas moesten we dus omkeren. Dat betekende iets extra lopen, maar echt veel hebben we qua omgeving niet gemist. Twee andere wandelaars die we later tegenkwamen vertelden ons dat het ‘pad’ de dag ervoor ook al niet begaanbaar was — het lag dus niet aan ons.
Dit was een van de betere stukken…
Na 12 kilometer bereiken we Herberg Tiengemeten, waar we eerst heerlijk wat warms drinken en daarna lekker lunchen. De gastvrouw is erg vriendelijk en weet van alles over het eiland te vertellen. Je kunt in de herberg overigens ook overnachten, mocht je meer dan een dag op het eiland willen verblijven.
Een slechte foto van een heel goede lunch
Na de lunch vervolgens we een modderig en glibberig pad langs het water, om zo langs de noordkust weer bij de pont uit te komen. Let erop dat die maar één keer per uur vaart. Wij moesten 45 minuten wachten, maar je kunt dan wel terecht bij Natuurmonumenten voor koffie en eventueel souvenirs. De tijd kom je dus wel door.
Al met al was het een mooie wandeling en is het eiland echt een aanrader. We zouden echter niet meer zo snel in het najaar gaan, maar eerder in het voorjaar, wanneer alles wat droger is.
This is a quick note for anyone struggling to generate PDF’s which have their fonts included.
I had to supply plots to a publishing house, and when I opened one of the plots in my browser instead of in Adobe Reader, I saw the fonts changed. It turned out the font I used to generate text in R and GGPlot was not included in the PDF. As this happened only one day before the deadline, naturally, I freaked out a little — no need to, though, because on a Mac it is actually easy to embed fonts afterwards and you don’t even need additional software.
Below, you’ll find the steps needed.
Open the PDF in Preview (the default app) on a Mac.
Click on File, and then on Export.
Choose the Quartz-filter ‘Generate generic PDFX-3 document’.
Save the file.
That’s it! The fonts are now embedded. It is always wise to test it, so open the PDF in your browser, or on another computer, your phone et cetera.
Vandaag, 17 mei, vertrekken we na het ontbijt uit Ullapool en rijden we nog een stukje naar het noorden. We volgen de A835, A837 en A836 om nog een mooie rit door de Cromalt Hills en Easter Ross te maken. De weg is schitterend, glooit mooi en biedt mooie bochten. Het is zondagochtend 9.00 uur en het is er verlaten; je ziet er geen dorpjes en de thermometer komt niet verder dan 6 graden… We rijden langs Elphin, Ledmore, een mooie zijweg langs Achnahanat en naar Ardgay, net over de Bonar Bridge. Er is op zondagochtend niet veel open en het kopje koffie in een karakterloos wegwinkeltje drinken we dan ook graag.
De route van dag 5: Ullapool – Banchory
We rijden langs Kincardine tot aan Dalvanie en gaan even daarna de A862 op tot aan Dingwall. Hier laat het geheugen ons even in de steek, maar met enige zekerheid durf ik te zeggen dat we die weg tot aan Muir of Ord volgen om daarna een klein stuk de A9 te pakken om Inverness voorbij te komen. We pakken zo snel we kunnen de B9006 langs Battlefield Culloden en naar Cawdor. We besluiten de B9007 te volgen tot deze weer uitkomt op de A938 bij Duthil. De gekozen weg gaat dwars door niemandsland Strath Dearn en ook hier zijn besneeuwde bergtoppen alom aanwezig. De weg is prachtig, de temperatuur is wat gestegen en er is kilometers lang niemand op de weg. De bochten laten zich, ondanks de glooiingen, goed nemen en je kunt er lekker een stuk doorrijden en van het landschap genieten.
Lunch in Dulnain Bridge
We zijn, op de stille zondagmiddag, inmiddels wel in voor een lunch, maar in alle kleine plaatsjes zijn de cafés en bars, als ze al aanwezig zijn, dicht. We schieten dus maar net voor Dulnain Bridge de oprijlaan van Hotel Muckrach op. Dat blijkt geen verkeerde keuze, want we eten er een heerlijke dark chocolade brownie en een carrot cake, allebei geserveerd met witte chocolademousse en een bolletje ijs. Toegegeven, het is een vreemde lunch, maar je moet wat op zondagmiddag in de middle of nowhere en het smaakt er niet minder om. Het hotel lijkt overigens een toevluchtsoord voor jagers en oud geld en enigszins underdressed kijken we onze ogen uit – erg statig allemaal. We vervolgen de weg over de A939 langs Bridge of Browne, Tolmintoul (leuk dorpje), Lecht en Cock Bridge. Door de scherpe bochten en de hele dag klimmen en dalen – een combinatie die overigens zorgt dat je met de volle aandacht bij de weg moet blijven, want je doorziet bochten soms pas als je erin zit – raken de tanks snel leeg en zijn we blij dat we Ballater bereiken. Ballater is erg druk en ziet er leuk uit; een mooie kerk, wat cafeetjes en genoeg slaapplek. We twijfelen of we nog een stukje doorrijden, want dit ziet er uitnodigend uit. We besluiten toch ons doel van vandaag, Banchory, in het zicht te houden en rijden nog dertig kilometer door.
Banchory
Uiteindelijk zijn we blij met onze keuze, want die leidt ons door het natuurpark van Glen Tanar. De wegen zijn niet allemaal even best, zoals eigenlijk voor de hele reis geldt, maar je rijdt er prachtig. Banchory blijkt kleiner dan gedacht en de enige B&B die we zien, is dicht. Gelukkig staan er in dit mooie plaatsje nog wat bars die kamers verhuren. We kiezen voor The Stag Hotel (£70). Het is meer een pub dan een hotel, maar de kamer is prima. Daarna lopen we een rondje door het dorpje, drinken we een biertje in een café en nemen we de aflegde tocht eens door op de kaart. We eten daarna in een restaurant en gaan voldaan naar de kamer terug. Onder het genot van de muziek van Creedence Clearwater Revival en Eric Clapton kijken we wat de bestemming voor morgen moet gaan worden.
Op 16 mei vertrekken we vroeg uit de B&B om de ferry van 9.15 uur van Mallaig naar Armadale op Isle of Skye te halen. We zien bij het wegvaren nog drie motoren te laat aankomen. Da’s balen, want het betekent voor hen wachten tot de volgende ferry om 10.45 uur. Na de vaart van een halfuur rijden we op Skye over de A851 naar Skulamus en draaien dan de prachtige A87 op. Het weer lijkt ons gunstig gezind: harde wind, maar een prachtige zon. We volgen de weg tot aan de splitsing bij Sligachan en drinken daar wat in het café. Het is inmiddels gaan hagelen en de temperatuur is gezakt van 9 tot 2 graden. Let wel: het is half mei!
De route van dag 4: Mallaig – Skye – Ullapool
Veel namen op de kaart van Skye ken ik alleen als etiketten op de whiskyfles en we vervolgen de weg dan ook naar Talisker. De weg wordt steeds slechter en we ontmoeten meer en meer schapen. Op een gegeven moment keren we toch maar om en rijden we terug naar de A863, want dit schapenpad lijkt op niets uit te komen. We rijden deze weg uit, langs Dunvegan, zuidwaarts naar Bernisdale en Skaebost en dan helemaal naar boven naar Kilmaluag. Ook deze plaats blijkt te klein om te keren, terwijl we, na zeer harde wind(stoten), koude, regen en hagel toch wel wat warms hebben verdiend.
Uitzichten op Skye
Door naar Flodigarry, waar we het zeer mooi gelegen hotel/bar The Flodigarry Hotel in The Skye vinden. Het bord langs de weg valt niet op en je moet er een steil grindpad voor over hebben, maar dan krijg je een adembenemend uitzicht. De eigenaren blijken Nederlanders en een praatje is zo gemaakt. Na een heerlijke vegetarische haggis vervolgen we de weg naar beneden over de A855 langs The Old Man of Storr. Ook hier komen we over een aantal schapenpaden en moeten we soms de schapen van de weg toeteren of er heel rustig omheen rijden. Je kunt erover klagen, maar eigenlijk is het gewoon heel leuk, als je maar goed oplet en niet te hard rijdt. Sommige schapen kijken je, vanaf het midden van de weg, overigens aan met een blik die lijkt te zeggen ‘Ja, ik sta hier. Nou en?’ Gelijk hebben ze, want wij zijn hier de vreemdelingen en niet andersom. De windvlagen zijn overigens extreem te noemen en tegenhangen in bochten is nu echt een vereiste.
Midden in een oldtimer-rally
We rijden door tot aan Portree en rijden dan weer de A87 op om over de Skye Bridge bij Kyleakin weer het ‘vaste’ land op te rijden. Vervolgens pakken we de A890 langs Stromeferry, Craig, Achnasheen en Lochluichart om ter hoogte van Garve de A835 in de richting van Ullapool op te rijden. We rijden in de tussentijd over nog een aantal heel kleine wegen, maar die zijn niet altijd genummerd en dat is soms maar beter ook. We hebben vandaag alle weersomstandigheden gezien, van zon en wind tot regen en hagel en we zijn eigenlijk wel toe aan een slaapplek. We zoeken naar een mooi plaatsje, maar op de A835 kom je naast schitterende uitzichten en geweldige bochten en glooiingen nu juist geen echte plaatsjes tegen. Er is niets, behalve wat losse B&B’s, maar dan is een restaurant weer ver weg. Zo leggen we de lat ook wel hoog en eindigen we uiteindelijk toch, rond 19.15 uur, in Ullapool.
Isle of Skye
Ook Ullapool is veel kleiner dan gedacht en alle hotels en B&B’s zijn op het eerste gezicht vol. Na enig zoeken en vragen zien we toch een vacancies-bord bij Glendhu aan de A835. Voor £70,- mogen we blijven slapen. Schotland is niet goedkoop, maar we krijgen er wel een ontbijtje bij. (Dat is, ondanks wat de term B&B inhoudt, niet overal het geval.) Daarna eten we wat in het gezellige Ferry Boat Inn en drinken we nog wat. Daarna bepalen we op de kaart globaal de route voor morgen en gaan we, uitgeput, naar bed. Al met al was het een heel mooie dag met zeer wisselvallig weer en veel kilometers. Skye is geweldig en prima te doen in een dag. De landschappen zijn er schitterend, het is rustig, de wegen zijn goed en je rijdt hele stukken zonder een sterveling tegen te komen. Morgen een hopelijk even mooie dag!
De weg naar UllapoolDe brug bij Slighachan op SkyeHeerlijke (vegetarische) haggisIsle of Skye
Pa vergist zich enigszins in de Engelse tijd, dus zijn we vroeg uit de veren. Na een ontbijt boeken we online de ferry van Mallaig naar Isle of Skye, want ons plan is om vandaag, donderdag 15 mei, van Aberfoyle via Fort William naar Mallaig te rijden en op zaterdag een rondje Skye te doen. De ferry kost zo’n £17 per persoon, dus dat valt mee. Na het ontbijt rijden we een stukje terug over A81 langs het nog steeds prachtige Port of Menteith en via de A81 en de A892 over de Pass of Leny door Strathyre Forest en langs Lochearnhead. Vervolgens rijden we de A85 op, langs Luib.
De route van dag 3: Aberfoyle – Mallaig
We rijden vandaag vooral op de A82 naar het westen door de Trossachs. De uitzichten over Loch Lomond zijn schitterend en de omgeving wordt steeds ruiger; bergen met besneeuwde toppen zijn hier, zelfs in mei, geen uitzondering. De temperatuur is er ook naar: 8 graden om 10.00 ’s morgens. Het thermoshirt is geen verkeerde keuze geweest deze ochtend. Later horen we van verschillende Schotten dat het extreem koud is voor de tijd van het jaar.
We vervolgen de prachtige weg tot aan Glencoe en hebben inmiddels al wat regen gehad. De ochtend was droog, maar de middag wordt gekenmerkt door een bijna constante neerslag. Gelukkig is het geen harde regen, maar een constante miezer. Bij Glencoe verlaten we de A82 om over de B863 langs Kinlochleven en een kleiner weggetje langs Blàr a Chaorainn naar Fort William te rijden.
De omgeving van Mallaig
Onderweg drinken we nog wat in The Green Welley, waarvan de parkeerplaats, volgens andere gasten van de B&B in Aberfoyle, altijd vol met motoren staat. Dat valt nu wel mee, maar er staan toch een aantal oude AJS’en en een Matchless. Pa raadt het jaartal van een AJS goed (‘1955, spot on!’) en dat wordt beloond met een praatje. Na de koffie rijden we door tot aan Fort William.
The Green Welley
Na Fort William rijden we over de A830 prachtig langs Loch Eil dat vol ligt met kleine eilandjes. We rijden door tot aan Glenfinnan, om daar het bekende viaduct uit de Harry Potter-films te bekijken. De trein, The Jacobite, missen we, maar het uitzicht is er niet minder om. Je kunt in alle richtingen je ogen uitkijken. We stappen op, want het regent weer en we vervolgen onze weg naar Arisaig en pakken daar de kustweg die naast de A830 ligt.
Het viaduct in Glenfinnan
Daarna is het nog maar een klein stukje tot Mallaig. We vragen wat rond en vinden, na enig zoeken, een tweetal B&B’s dat nog plek heeft. Helaas geeft de man waarbij we boeken in de tijd dat we de motoren halen de kamer aan een ander, wat hem een beschaafde maar afkeurende opmerking kost. Als je geen motorrijders in je B&B wilt, dan kun je dat gewoon zeggen; op dit gedoe zit niemand te wachten. We gaan toch maar naar de tweede keus, de Steam Inn (£60 zonder ontbijt) en dat blijkt helemaal geen verkeerde keuze. We drinken wat, lopen wat rond in het plaatsje en gaan eten. Daarna nog een wandeling, want het uitzicht over het water is hier prachtig.
Op donderdagochtend 14 mei rijden we rond 9.30 uur lokale tijd de boot af om daarna achteraan te sluiten voor de paspoortcontrole. Het was ons de avond ervoor al opgevallen dat er veel motorrijders aan boord waren – vooral Harley-rijders. Er blijkt, zo horen we deze ochtend, een groot Harley-treffen te zijn in Schotland en er is besloten de paspoorten van alle motorrijders te controleren… Gelukkig hebben we geen haast en is het mooi weer.
De route van dag 2: Newcastle – Aberfoyle
Eindelijk voorbij de controle rijden we, volgens plan, over de grote weg in de richting van Hawick naar de Engels-Schotse grens. Daar drinken we een flinke kop koffie, maken we de verplichte foto bij de border stone en luisteren we met een half oor naar de doedelzakspeler in Schotse kilt. We laten Engeland en de grote weg achter ons en rijden over de A6088 naar Hawick. Vervolgens pakken we een aantal kleine wegen, waaronder de A698 en de B6405 langs Lilliesleaf en Midlem.
Grens tussen Engeland en Schotland
Delen van de route bestaan uit smalle paden met veel schapen. Dat is ontzettend mooi, maar je moet wel op overstekend ‘wild’ letten. Lammetjes staan her en der verspreid en hoewel onze motoren een beschaafd geluid maken, schrikken ze er toch van en rennen ze, zonder om zich heen te kijken, in een rechte lijn naar hun moeder. Oppassen dus! Snel rijd je op dergelijke wegen niet, maar dat geeft je wel de tijd om lekker om je heen te kijken en van het landschap te genieten.
De volgende weg is de A72 in de richting van Peebles. In Peebles drinken we wat in een verlaten café en daarna tanken we. Je weet hier nooit hoeveel kilometer het nog duurt tot de volgende pomp, dus je kunt maar beter met een zo vol mogelijke tank rijden. De A72 was goed te doen, dus die volgen we tot Blyth Bridge en we slaan daarna een kleiner weggetje (de A721) in en we vervolgen de weg naar Armadale. Net na Carstairs pakken we de A706 noordwaarts. Aangezien er wat wegafzettingen zijn, pakken we een stukje grote weg in de richting van Falkirk. Je gaat echter niet naar Schotland voor de snelweg en daarom rijden we zo snel mogelijk de B8028 op, net voorbij Slamannan in de richting van Kilsyth.
Het mooie plaatsje Aberfoyle
Vervolgens rijden we door het geweldig mooie Carron Valley om in Fintry eens te vragen naar een B&B. Dat blijkt niet mee te vallen; de Fintry Inn blijkt al jaren geen B&B meer en we rijden verder in de richting van Port of Menteith. Ook daar is het schitterend, met een groot meer, prachtige bomen en dito wegen. We rijden vervolgens naar Aberfoyle en komen daar voldoende B&B’s tegen. We kiezen voor Mayfield B&B à £65 per nacht. Er is ook een mooie Mayfield Faerie-wandeling die je leidt naar het Fairy Forest. De wandeling is de moeite waard vanwege het uitzicht, maar ook om even lekker de benen te strekken na een tocht van bijna 350 kilometer. Morgen gaan we verder naar Fort William en Mallaig. Het weer vandaag was fantastisch en we houden onze ‘fingers crossed’ voor morgen.
Op woensdag 13 mei 2015 begint de reis naar Schotland en vertrek ik naar IJmuiden. Pa en ik spreken om 15.30 uur af op de kade en eenmaal daar gaan we het schip, de King Seaways, op. We drinken een biertje, eten wat en lezen nog wat. Daarna lekker slapen, want we moeten morgen vroeg op.
On Saturday May 15th, one of my running mates at RA and I organised a trail run in Leende, Brabant, just south of Eindhoven. As the pandemic is still with us, we kept it small and easy by inviting only our group members and using gpx files for navigation. Ten people participated, and it was a day to remember!
The runners at the start of the Leenderbostrail
The courses
We offered routes of 22K, 32K, and 42K, but there was also a 52K ultra trail. All routes were almost exclusively on non-paved surfaces like single tracks and forest paths.
I doubted between doing the 32K and the 42K, because technically I’m still recovering from my 2:46 PB on the marathon last month. However, two of the other runners opted for the 52K and eventually I decided, 15 minutes prior to the start, to join them.
The 52K route
A 52K ultra (or, as someone called it, a ‘baby ultra’)
Although I did taper a bit last week, and I carb-loaded (though not as extensively as last month), this was no perfect preparation, of course. I did not regret it, however! The running went smooth, we enjoyed the forests, paths and company. Apart from one very heavy shower, the weather was quite nice. There were very, very muddy parts, and one part in which the water came up to our ankles, but in retrospect those things are part of the fun. The route wasn’t correct all the time and we had to reroute a number of times, but luckily one of us had a Garmin Forerunner 945 with maps, so I had just to follow along. Navigation has never been my strong suit…
The 52K group after the trail run
I think the hardest part for me was between 40 and 45K. After that, I was able to speed up the pace again, but I just hit that largely mental point at which I struggled to find joy in what I was doing. Although running together for 52K is great the whole time, for me, these are the times running in a small group keeps me focused. I think one of the other two runners also hit the same point, but later on, just when I got out of it. To be honest, I definitely was the weakest runner of the three, at least when looking at race times, so I couldn’t help but feeling I held them up a bit, but they denied that, and apart from that, this was no race. (However, as many runners, I do want to keep a certain pace, of course, which we managed.)
In the end, we finished the 52.1K in 4:05:04, with an average pace of 4:42 per kilometre (that’s 7:34 per mile).
51.1K
Given the unpaved, slippery and sometimes rough terrain with and really deep puddles and mudd, I’m very happy with that.
It was quite muddy out there…Still great shoes, those New Balance Minimus Trail editions
Afterwards
We bought some pre- and post-run snacks for the group, and my wife offered to bake quinoa-blueberry power bars from Donna Hay, which were delicious.
Sticky and delicious
All in all, it was not only great to complete a 52K trail run together, but also to have a day off together, and to enjoy running, company and snacks together!