De Zestig van Texel 2026 #6: terugkijken, deel 1
Nog op dag van De Zestig van Texel zelf kopte het Noord Hollands Dagblad ‘Straffe wind is spelbreker bij De Zestig van Texel’ en dag later, in dezelfde krant: ‘Straffe tegenwind maakt het deelnemers aan De Zestig van Texel lastig.’ Ook de Texelse Courant geeft een wedstrijdverslag waarin de wind een grote rol speelt: ‘Het begon als een milde lentedag, lekker weer voor nog frisse ultralopers eindigde met bittere kou en straffe wind als een uitputtingsslag. […] Op het strand kregen de lopers te maken met een stevige teenwind uit het noordwesten, die later op de dag draaide naar het zuidwesten, oplopend tot kracht 6.’

De Texelse Courant
De krant verhaalt verder dat er goede tijden werden gelopen en dat was ‘opmerkelijk, aangezien het parcours dit jaar iets was aangepast en zelfs meer strand bevatte, traditioneel een zwaarder onderdeel.’ Ook op Ultraned vind je overigens een wedstrijdverslag – de moeite waard om te lezen als je interesse hebt.
Al met al was het een zware ultra. Voor mij was het bovendien de eerste keer dat ik zestig kilometer liep. Mijn vorige langste afstand was, jaren geleden, een trail van zo’n 55 kilometer. Wat me opviel, was dat ik, net als vele anderen, grotendeels alleen kwam te lopen, maar dat er, bij de start en finish en ook bij het inhalen, onderling contact was. Een woord, een knikje, elkaar even oppeppen. Dat helpt meer dan je denkt.

Na zestig kilometer (en een beetje) over de finish (foto door Bjorn Paree)
Fysiek ging het verrassend goed. Geen maagproblemen, verstandig gebruikgemaakt van de verzorgingsposten, gels afgewisseld met banaan. De peesontsteking die, in nasleep van de Sallandtrail, de week ervoor opspeelde, hield zich rustig, maar ik had nog steeds een pijnlijke plek waar de kies zat die na een wortelkanaalbehandeling toch is getrokken. Dat hielp niet, want ik voelde het resterende gat geregeld kloppen. Pas de vrijdag voor de De Zestig van Texel kwam ik de dag redelijk door zonder pijnstillers. Mentaal ging het ook niet slecht; ik werk daar ook aan, samen met een psycholoog, want ik had er een handje van bij tegenzittende omstandigheden enorm te gaan foeteren – op die omstandigheden, maar vooral ook op mezelf. Dat deed ik deze keer niet. Net als bij de Kustmarathon in 2025 was er, toen de wind echt tegen begon te zitten, het besef dat ik hier zelf voor had gekozen, dat je een kust- of waddenwedstrijd niet loopt om de milde omstandigheden en dat dit nu juist de ervaring maakt tot wat ‘ie is.
Zoals ook de aangehaalde krantenartikelen vertellen, ontnam de wind de lopers en dus ook mij de laatste energie. De energie was op een gegeven moment echt op – de tank leeg. Gelukkig stonden mijn vrouw en zoontje bij de finish en daar keek ik al kilometers naar uit. Ook de warmte in de StayOkay waar de eindstreep lag, was welkom, evenals de soep die daar werd geschonken en de pannenkoek die mijn vrouw voor me had meegenomen. Dat was genieten. Het fietsritje terug naar De Koog, een kilometer of zes, was heerlijk – eindelijk de wind weer in de rug.