Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

De Zestig van Texel 2026 #4: nog meer wind

Hoewel ik tijdens de wedstrijd niet steeds naar tempo heb gekeken, maar vooral heb geprobeerd het tempo aan te voelen, merkte ik dat het de laatste tien kilometer steeds zwaarder ging. Nu heb ik mijn bouw en gewicht niet mee voor zware omstandigheden, denk ik – ik ben licht en je blaast me, bij wijze van spreken, zo omver. Zoals ik al eerder schreef over onder andere de Sallandtrail, maar ook over lokale wedstrijden met stukken zand, zoals de 10 kilometer in Ter Heijde, trek ik bij dit soort omstandigheden qua kracht in de bovenbenen vaker aan het kortste einde. Daar zou ik, als ik dat wil, eens aan kunnen werken, want qua algehele conditie ging het op dat punt goed.

Flinke wind tegen Flinke wind tegen

Ik had het gevoel bij elke stap achteruit geblazen te worden en dat was te zien aan het tempo, dat op een gegeven moment zelfs zakte naar 6:00 per kilometer. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Ik zag verschillende, sterk ogende lopers, langs de kant zitten. Ik kon doorlopen, maar het waren vooral mijn bovenbenen die protesteerden. Had ik het verkeerd ingeschat? Ik denk het eigenlijk niet, want hoe schat je zulke wind in? Tijdens de Kustmarathon in 2025 was het verval niet zo groot, maar ook daar had ik het met de wind erg zwaar. Ik zie het ook aan de tussentijden: op kilometer 55 was er een stuk beschutting en direct ging het tempo weer flink omhoog – de energie was er dus nog wel. Helaas was het de laatste twee kilometer echt op en de focus verschoof naar ‘blijven hardlopen.’