Website van Alex Reuneker over taal, hardlopen, wielrennen en reizen

Neerlandistiekdagen 2026: het effect van herhaling op hitnotering

Popmuziek zou niet meer zijn wat het geweest is. Zo zijn Amerikaanse popteksten de afgelopen vijftig jaar steeds repetitiever geworden (Parada-Cabaleiro et al., 2024) en daarvoor is een goede reden: hoe meer tekstuele herhaling een liedje bevat, hoe groter de kans dat het hoog eindigt in de hitlijsten. Geldt dat ook voor Nederlandse hits? Niet alleen De Jeugd van Tegenwoordig is ‘gek op repetitie’, ook Frenna scoort ermee: ‘ze is fan, ze is fan, ze is fan van wat ik doe, doe, doe’. Op de studentendag van de Neerlandistiekdagen 2026 aan de Universiteit Leiden nemen Vivien Waszink en ik je mee door een verzameling van Top 40-liedteksten (1965-2025): neemt herhaling ook in Nederlandse popteksten toen en beïnvloedt repetitie hitpositie?

Cassettebandje

Foto door Etienne Girardet op Unsplash

Neerlandistiekdagen 2026: https://www.student.universiteitleiden.nl/agenda/2026/04/neerlandistiekdagen-2026?cf=geesteswetenschappen&cd=nederlandse-taal-en-cultuur-ba

Taper blues

  in Sport
 

Een vast, hoewel niet beoogd onderdeel van de taper lijkt wel de taper blues te zijn. In de weken voor de wedstrijd waar je naartoe hebt getraind neem je gas terug en dan heb je, naast rust, of misschien wel dóór die rust, vaak het idee dat je meer pijntjes hebt – die vaak niets blijken, meer twijfels. Dat valt dit jaar, met De Zestig van Texel, eerlijk gezegd mee, al heb ik er nu juist wel reden toe.

De eerste reden is dat ik al anderhalve week aan het tobben ben met een kies. Die speelde al eerder op, maar de kiespijn werd steeds heviger inmiddels ben ik drie tandartsbezoeken, een wortelkanaalbehandeling en uiteindelijk toch een extractie (het trekken van de kies) verder. Ik had een zogenaamde cracked tooth, waardoor er etensresten in de kies kwamen, die vervolgens ontstekingen tot in het kaakbeen opleverden. Geen pretje en hoewel ik nu, twee dagen na het trekken, nog veel pijn heb, is het ding er inmiddels wel uit en zou de pijn na vandaag moeten afnemen.

Kies

Foto door Ozkan Guner op Unsplash.

De tweede reden is dat ik sinds de Sallandtrail last had van mijn linkerenkel/-onderkant van mijn scheen. Nu heb ik lang geleden wel eens shin splints gehad, maar dit voelde anders. De fysio heeft het onderzocht en was duidelijk: een ontsteking van de peesschede (tenosynovitis), een 'soort kokertje waarin de pees heen en weer glijdt en dat de pees beschermt en vochtig houdt.' De oorzaak is ook duidelijk: het ongelijke terrein en vooral de vele hoogtemeters van de Sallandtrail die ik niet gewend ben en waar ik, eerlijk is eerlijk, niet op getraind had.

Dat ik, vanwege mijn kies, de week na de Sallandtrail ontstekingsremmende pijnstillers heb geslikt, heeft averechts gewerkt, want zo kon de ontsteking niet op gang komen en dat gebeurt nu dus alsnog. Balen, maar zoiets weet je pas achteraf. Op zich zou de ontsteking met wat meer rust, maar nog wel beweging en dus geen ontstekingsremmers in een paar dagen moeten afnemen, maar die ontstekingsremmers heb ik weer nodig voor de kies. Een soort catch 22 dus.

Al met al reden genoeg dus voor een echte taper blues, maar op de een of andere vind ik het nu makkelijker om te relativeren. Ja, het is balen, maar het is wat het is en we gaan het de komende week wel zien. Het leert me ook twee dingen. Ten eerste valt het me nu pas echt op hoezeer ik mijn lichaam in het verleden als een soort machine beschouwde; bestaand uit onderdelen die enigszins onafhankelijk van elkaar functioneren. Je gebruikt je kies niet tijdens het hardlopen, dus die dingen staan los van elkaar. Inmiddels merk ik sterk dat het zo niet werkt; heb je een flinke ontsteking in je lichaam, of een ander kwetsuur, dan is je hele lichaam bezig met herstellen. Dat heeft daarmee invloed op je hele lichaam, niet 'slechts' op een kies, kaak of pees. Ten tweede merkte ik dat de gedachte 'straks heb ik al die trainingen voor niets gedaan' eigenlijk direct werd gevolgd door de gedachte dat een doel als een (ultra)marathon ook de moeite waard moet zijn om de weg ernaartoe en die heb ik inmiddels wel afgelegd, niet alleen om de eindstreep.

Komende week meer rust, hopelijk minder (kies)pijn en met wat hoop en voorpret naar zondag 29 maart uitkijken.

Het meestgebruikte woord in Nederlandstalige popmuziek

Welk woord hoor je het meest in Nederlandstalige popmuziek? Dat is ik. We zingen blijkbaar vaak en graag over onszelf, want dit persoonlijke voornaamwoord komt ruim vierhonderd keer per 10.000 woorden voor.

Willy en Willeke Alberti (ja, vader en dochter) spanden al in 1967 de kroon met Dat afgezaagde zinnetje, waarin ik 26 keer voorkomt. Daarmee is deze onderwerpsvorm, eerste persoon enkelvoud goed voor bijna 14 procent van alle woorden in deze creatieve hertaling van Frank en Nancy Sinatra’s Something stupid. Ter vergelijking: in 'normaal' gesproken Nederlands is niet ik, maar ja het meest voorkomende woord met 287 keer per 10.000 woorden, al scoort ik ook hier niet slecht.

Zingen we dan niet graag over of tegen een ander? Zeker wel, want op nummer 2 staat, met 300 keer per 10.000 woorden, je. Het nummer met de meeste je's? Dat is Wat zou je doen van Bløf uit 1998, waarin het maar liefst zestig keer voorkomt.

Back-to-back: 52 kilometer in twee dagen

  in Sport
 

Op het trainingsschema voor De Zestig van Texel stond voor dit weekend eigenlijk een lange duurloop van 52 kilometer. Toch twijfelde ik er vanaf het begin al aan of deze lange duurloop, twee weken voor De Zestig van Texel , nodig en vooral verstandig was. Ik had immers week na week al meerdere echt lange duurlopen gedaan, inclusief een zware trail van ruim 50 kilometer vorige week. Zou amper een week daarna 52 kilometer me niet meer uitputten dan voorbereiden? Na wat gesprekken met andere ultralopers tijdens deze Sallandtrail besloot ik het anders te doen: geen 52 kilometer in één keer, maar een zogenaamde back-to-back. Nu loop en vooral liep ik wel vaker meerdere dagen achter elkaar, maar dan eigenlijk nooit twee lange(re) duurlopen en ook niet zo gericht.

Een back-to-back-duurloop is een training die veel wordt gebruikt in de voorbereiding op ultramarathons. In plaats van één extreem lange training te doen, verdeel je de afstand over twee opeenvolgende dagen. Het idee daarbij is simpel: je loopt de tweede training met vermoeide benen en daar zit de trainingsprikkel. In een ultraloop kom je namelijk onvermijdelijk in een fase waarin alles zwaar wordt. Door twee dagen achter elkaar lang te lopen, boots je dat gevoel van vermoeidheid na, zonder dat je lichaam, in mijn geval nogmaals, de enorme belasting van één ultralange training hoeft te verwerken. Daarom liep ik vrijdag 26 kilometer, inclusief 5x1000 meter op tempo (doordat ik de babyfoon in de gaten hield noodgedwongen op de loopband, maar toch fijn dat dat kan!) en zaterdag nog eens 26 kilometer.

Rondje Schipluiden

Rondje Schipluiden

Ik vond beide trainingen zwaar, maar dat komt ook doordat de Sallandtrail nog geen week geleden was en er ook doordeweeks in deze piekweek aardig wat trainingen op het programma stonden. Bij de tweede dag merkte ik inderdaad, al zal dat ook deels tussen de oren hebben gezeten, dat ik al bij de start vermoeide benen had. Toch voelde het goed en vooral effectief. Je start namelijk met benen die nog duidelijk laten weten wat ze gisteren hebben gedaan. Alles voelde net wat zwaarder, al kwam ik na een kilometer of 10, eenmaal ter hoogte van Schipluiden, wat beter in het ritme. De nog steeds flinke wind tegen was toen grotendeels voorbij en het weer was verder prachtig; een wolkendek, maar ook een zonnetje dat daardoorheen probeerde te komen.

In een weekend (vrijdag even meegerekend) staat er nu dus 52 kilometer op de teller. Voor mij voelde dat als een verstandige keuze: zwaar genoeg om vertrouwen te geven, maar ook voldoende ruimte om goed aan de taper te beginnen, want die fase staat vanaf maandag op het programma. De laatste twee weken voor De Zestig van Texel draait het om kortere trainingen, rust nemen, herstellen en hopelijk fris aan de start staan. Dat klinkt simpel, maar voor veel lopers is het een lastig onderdeel van de voorbereiding – je moet erop vertrouwen dat de voorbereiding er grotendeels opzit en dat rust nu belangrijker is dan omvang.

De d's en t's van tekstprofessionals

Naar aanleiding van mijn lezing 'Van "verwoeste" tot "deletete": welke spelfouten maken zelfs ervaren schrijvers?' op VIOT 2026 aan de Universiteit van Antwerpen, deed Louise Cornelis aanvullend onderzoek onder haar schrijfcursisten en ze plaatste er een interessante blogpost over op haar weblog Tekst & Communicatie. Ze gaat daarbij vooral in op de vraag welke fouten in werkwoordspelling haar cursisten, professionele tekstschrijvers, maken als ze geen geïsoleerde oefeningen doen, zoals op Gespeld het geval is, maar als ze met gecontextualiseerde teksten bezig zijn.

Lees de post op https://lhcornelis.nl/schrijftips/de-ds-en-ts-van-mijn-schrijvers.

Pagina 1 of 65