Alex Reuneker

#ik

§379. Ik+jij=wij (analyse) (21 August 2026)

In Taal by Alex –

Op 24 juli publiceerden we een stuk op Neerlandistiek over voornaamwoorden in Nederlandstalige popmuziek, waarvan je hieronder de intro kunt lezen.

In de Volkskrant van 24 juni 2026 werd in het artikel Me, myself and I aandacht geschonken aan nieuw onderzoek in Plos One (Golubickis, 2026), waaruit blijkt dat de teksten van Amerikaanse en Duitse (‘Westerse’) popmuziek egocentrischer worden, terwijl dat niet geldt voor Japanse en Chinese (‘oosterse’) popmuziek. De westerse, traditioneel als individualistische bestempelde samenlevingen bleken de afgelopen vijftig jaar popmuziek te produceren en consumeren waarin steeds meer voornaamwoorden in de eerste persoon enkelvoud (ik, mij, mijn) worden gebruikt. Dat gold voor de onderzochte vijftig jaar aan teksten uit de oosterse popmuziek niet; daarin werd geen significante toe- of afname gevonden van de eerste persoon enkelvoud. Het onderzoek maakte ons direct warm voor een Nederlandse variant. Hoe zit dat in zestig jaar Nederlandstalige popmuziek? Wij zochten het uit.

Omdat we het stuk op het genoemde platform niet te complex en vooral ook niet te lang wilden maken, schrapten we een en ander, vooral met betrekking tot de statistische analyse. Die kan uiteraard nog uitgebreider worden beschreven en wie weet doen we dat voor een publicatie nog een keertje, maar voor nu volgt hieronder een kort verslag van de regressieanalyse die we uitvoerden, vooral in reactie op een vraag van Henk Wolf op Neerlandistiek. Zie het onderstaande dus vooral ook als aanvulling op het Neerlandistiek-stuk en niet losstaand, want daarvoor heb je de context van het Neerlandistiek-artikel nodig.

We voerden een lineaire regressieanalyse uit op de data, waarmee we keken in hoeverre jaar een factor was die veranderingen in de mate van gebruik van voornaamwoorden kon voorspellen. Daaruit bleek dat jaar voor eerste persoon enkelvoud en meervoud en voor tweede persoon enkelvoud inderdaad voorspellende waarde had. Dat effect was bij de eerste persoon enkelvoud het sterkst (F = 24.59, p < .001; β = .072, 95% CI [.034, .070], t = 4.96, p < .001), waarbij jaar 29 procent van de verandering in ik-gebruik verklaarde, op de voet gevolgd door tweede persoon enkelvoud (F = 22.01, p < .001; β = .04, 95% CI [.031, .068], t = 4.69, p < .001), waarbij jaar 27 procent van de verandering in jij-gebruik verklaarde. Ook de verandering in eerste persoon meervoud (wij) bleek significant met jaar samen te hangen, maar dat effect is vele malen kleiner (F = 4.00, p = .05; β = .008, 95% CI [.000, .474], t = 2.00, p = .05) en jaar verklaart slechts zes procent van de lichte toename. Voor de tweede persoon meervoud werd geen significant effect gevonden (F = 0.46, p > .05; β = .000, 95% CI [-0.332, .168], t = .68, p > .05).

Leave a comment

§364. Ik+jij=wij? (Neerlandistiek) (23 July 2026)

In Taal by Alex –

‘Ik Heb die bon gepakt. Terrasje zon gepakt. Voor ik ging heb ik een jonko op ‘t balkon geklapt. Als ik morgen ga, heb ik geen spijt van dat,’ aldus Donnie in het nogal ‘ikkige’ nummer Bon gepakt (2023). In de Volkskrant van 24 juni 2026 werd in het artikel Me, myself and I aandacht geschonken aan nieuw onderzoek in Plos One waaruit blijkt dat teksten in ‘westerse’ popmuziek egocentrischer worden, terwijl dat niet geldt voor ‘oosterse’ popmuziek.

Het onderzoek maakte Milou Andree, Vivien Waszink en mij direct warm voor een Nederlandse variant. Hoe zit dat in zestig jaar Nederlandstalige popmuziek? Staat ‘ik+jij‘ gelijk aan ‘wij‘? En is hiphop egocentrischer dan het levenslied? Wij zochten het uit. Lees het hele verhaal vanaf morgen (vrijdag 23 juli 2026) op Neerlandistiek.

Eerste persoon (ik, wij, et cetera) in Nederlandstalige hits.
Eerste persoon (ik, wij, et cetera) in Nederlandstalige hits.

Leave a comment

§321. Het meestgebruikte woord in Nederlandstalige popmuziek (20 March 2026)

In Taal by Alex –

Welk woord hoor je het meest in Nederlandstalige popmuziek? Dat is ik. We zingen blijkbaar vaak en graag over onszelf, want dit persoonlijke voornaamwoord komt ruim vierhonderd keer per 10.000 woorden voor.

Willy en Willeke Alberti (ja, vader en dochter) spanden al in 1967 de kroon met Dat afgezaagde zinnetje, waarin ik 26 keer voorkomt. Daarmee is deze onderwerpsvorm, eerste persoon enkelvoud goed voor bijna 14 procent van alle woorden in deze creatieve hertaling van Frank en Nancy Sinatra’s Something stupid. Ter vergelijking: in ‘normaal’ gesproken Nederlands is niet ik, maar ja het meest voorkomende woord met 287 keer per 10.000 woorden, al scoort ik ook hier niet slecht.

Zingen we dan niet graag over of tegen een ander? Zeker wel, want op nummer 2 staat, met 300 keer per 10.000 woorden, je. Het nummer met de meeste je’s? Dat is Wat zou je doen van Bløf uit 1998, waarin het maar liefst zestig keer voorkomt.

Leave a comment