Binnenkort, zo na de zomer, verschijnt in het aankomende nummer van Tekstblad een nieuw artikel dat ik schreef op basis van (uiteraard anonieme) Gespeld-data: ‘Welke spelfouten maken zelfs ervaren schrijvers?’ Hieronder vind je alvast de inleiding.
Word lid of wordt lid? Verhuist of verhuisd? Ik stres of ik stress? En hoe schrijf je de verleden tijd van leasen? Onderzoek laat zien dat fouten in de werkwoordspelling onder andere veroorzaakt worden door homofone (gelijkklinkende) werkwoordsvormen en door tijdsdruk. Niet alleen mensen die spelling überhaupt moeilijk vinden maken ze; ook voor ervaren taalgebruikers liggen ze op de loer, zeker wanneer de deadlines naderen. Waar moet je als ervaren speller op letten?
Het blijft lastig, Engelse werkwoorden in het Nederlands vervoegen en spellen. Binnenkort verschijnt er een artikel over in Tekstblad, waarin ik laat zien hoe dit soort werkwoorden zelfs bij zeer ervaren schrijvers problemen opleveren — vervoegingen van leenwerkwoorden in de verleden, voltooide en tegenwoordige tijd bezetten zelfs de gehele top 3.
De betekenis wordt me door de korte uitleg in de zin erna ook niet helemaal duidelijk, maar gelukkig biedt de onderstaande uitleg op deze Wikipedia-pagina uitkomst.
De Engelse termen shadowban, shadowbanning, ghostbanning, comment ghosting of range throttling verwijzen naar de volledige of gedeeltelijke blokkering van een gebruiker, of diens inhoud, van een online gemeenschap op een manier, dat de gebruiker niet onmiddellijk weet dat deze is geblokkeerd.
Nu dan de spelling. De stam van shadowbannen is shadowban en als je de stam, die eindigt op een stemhebbende klank (de n zit niet in ‘t kofschip’), gebruikt bij het spellen, krijg je geshadowband — niet geshadowbanned. Hoewel *shadowbannen* niet in de officiële woordenlijst staat, staat *bannen* daar wel in en daarvoor geldt uiteraard hetzelfde. Het onnodig toevoegen van een e beschreef ik al eerder in het artikel Engelse leenwerkwoorden en de invloed van stameinde en werkwoordstijd op spelfouten in Tijdschrift voor Taalbeheersing46(1). Het komt best vaak voor, waarschijnlijk omdat het er ‘beter’ (lees ‘Engelser’) uitziet.
Overigens blijkt dit niet de eerste keer te zijn dat dit werkwoord in deze spelling voorkomt in de NRC. Toen ik zojuist even de online versie opzocht, zag ik het onderstaande.
Het incorrecte ‘geshadowbanned’ komt driemaal voor.
Voor wie denkt ‘ja, maar hoe vaak komt het voor in de correcte spelling?’: niet, zoals je hieronder kunt zien. Ook andere tijden waarbij deze kwestie speelt (shadowbande, bijvoorbeeld) vond ik niet.
Laatst bracht een van mijn twee student-assistenten het werkwoord control-f’en op. Hoe spel je dat eigenlijk?
Eerst maar even de betekenis: het werkwoord *control-f’en* duidt het indrukken van twee toetsen op je toetsenbord aan, control en f (…), waarmee je kunt zoeken in een document of op een webpagina.
Dan de vervoeging; het werkwoord staat niet in de officiële woordenlijst op https://www.woordenlijst.org, maar het lijkt me dat het werkwoord als volgt wordt vervoegd: ik control-f, jij/hij/zij control-f’t, zij control-f’en, wij hebben gecontrol-f’t. Na afkortingen in werkwoorden, zoals in sms’en en cc’en, komt een apostrof en dus ook na de f van control-f’en, waarin de f immers voor find staat. Een koppelteken tussen ge- en control lijkt me niet nodig, zoals dat wel geschreven wordt bij ge-sms’t en ge-cc’t, maar daarin is het grondwoord een afkorting. Control-f’en lijkt daarmee meer op een werkwoord als copy-pasten, waarbij je gecopy-pastet en niet ge-copy-pastet schrijft.
Aanstaande donderdag en vrijdag, 3 en 4 april 2025, vinden de Neerlandistiekdagen plaats aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daar presenteren mijn student-assistent Mette Rebel en ik de resultaten van een door Digital Humanities gefinancierd onderzoek naar spelfouten bij homofone werkwoorden voor het gereduceerd bezittelijk en persoonlijk voornaamwoord je; kort gezegd het verschil tussen ‘Word je piloot?’ en ‘Wordt je broer piloot?’ Hieronder vind je het abstract.
Hoewel de regels betrekkelijk simpel zijn, blijft werkwoordspelling voor velen een worsteling (Sandra, Frisson & Daems, 1999). Leerlingen en studenten presteren ondermaats en ook docenten in zowel het basis- als voortgezet onderwijs hebben de spellingregels niet genoeg in de vingers, hoewel deze groepen het erover eens zijn dat correcte grammatica en spelling van belang zijn (Coppen, 2009, p. 236). Volgens Borsten en Jongenelen (2012) neemt het aantal spelfouten bij werkwoorden weliswaar af naargelang het schoolniveau stijgt, maar blijft de spelling van homofone werkwoorden voor het gereduceerde voornaamwoord je, ook bij de beste spellers uit 6 vwo, een probleemcategorie. Het voornaamwoord je kan in deze zinnen immers de zwakke vorm van zowel het persoonlijk voornaamwoord jij zijn (‘Wellicht word je/jij piloot’), als van het bezittelijke voornaamwoord jouw (‘Wellicht wordt je/jouw broer piloot’; zie ook Odijk, 2003, pp. 16-18), met een verschil in spelling tot gevolg.
In deze bijdrage onderzoeken we dit nog weinig empirisch benaderde probleem aan de hand van twee vragen. De eerste vraag is in hoeverre er een associatie bestaat tussen spelfouten in homofone werkwoorden en de twee functies van het gereduceerd voornaamwoord je. De tweede vraag luidt in hoeverre er een correlatie bestaat tussen leerjaar en aantal gemaakte spelfouten bij dit verschijnsel. Daartoe vergeleken we in een grootschalige data-analyse (zie ook Reuneker & Dunning, 2023; Reuneker, 2024) de werkwoordspelling van leerlingen. Homofone werkwoorden die voorafgaan aan je blijken inderdaad een probleemcategorie. Op basis van de beschikbare literatuur en een kwantitatieve analyse trekken we een conclusie en formuleren we concrete aanbevelingen voor taaladviesdienst en -onderwijs.
Een merkwaardig soort pv [persoonsvorm]’ noemt Van den Toorn (1984, p.12) de gebiedende wijs, die geschreven wordt als de stam van het werkwoord (cf. Broekhuis, Corver & Vos, 2015, p. 87), zoals in (1).
(1) Bied hun een drankje aan.
Een werkwoord als bieden kent in de tegenwoordige tijd verschillende spellingen bij eenzelfde uitspraak (ik bied, jij/hij biedt) en eerder onderzoek laat zien dat dergelijke homofone werkwoorden zelfs bij geoefende spellers fouten veroorzaken (Sandra et al., 2001).
Aangezien bij de gebiedende wijs geen onderwerp zichtbaar is, verwachten wij in deze categorie meer spelfouten bij homofone werkwoorden (stam+t i.p.v. stam) dan bij andere homofone persoonsvormen, een effect dat mogelijk beïnvloed wordt door concurrentie van zinsinitiële persoonsvormen voorafgaand aan je, zoals in (2), en, wellicht in afnemende mate, de archaïsche meervoudsimperatief, zoals in (3).
(2) Bied je/biedt je broer hun een drankje aan?
(3) Komt allen tezamen.
In deze lezing vergelijken we op basis van een grootschalige data-analyse (zie Reuneker & Dunning, 2023) spelfouten bij de gebiedende wijs met die bij overige homofone persoonsvormen. We laten zien dat middelbareschoolleerlingen op elk niveau meer moeite hebben met de gebiedende wijs dan met andere persoonsvormen, hoewel havo- en vwo-leerlingen de vorm steeds beter onder de knie krijgen.
In het november-decembernummer van Onze Taal schreef ik een stuk over de spelling van leenwerkwoorden uit het Engels, zoals shoppen, stressen en instaën. Wil je weten hoe je zulke woorden correct spelt en voor welke valkuilen je moet oppassen? Bestel het nummer dan op https://onzetaal.nl/tijdschrift/06-2024!
Dank aan de redactie van Onze Taal voor de samenwerking en aan Flos Vingerhoets (of het is nou Vingerhoedts?) voor de prachtige illustratie bij het stuk.
De tweede lezing in de nieuwe najaarsreeks van Letter en Geest: Neerlandistiek in Leiden wordt gegeven door dr. Alex Reuneker. De titel van zijn lezing luidt: ‘Die vermaledijde dt: werkwoordspelling geüpdatet’.
Letter en Geest: Neerlandistiek in Leiden
We instaën en gamen er flink op los. Je updatet een tekst nadat je een passage deletete en na al dat werk wordt er in het weekend gepartyd. Engelse woorden hebben ons dagelijks taalgebruik flink verandert. Of is het toch veranderd? Waarom blijven, ook bij Nederlandse werkwoorden, die beruchte d’s en t’s toch zo’n bron van ellende? Er doen veel mythes de ronde: een normale spelfout wordt vaak hoogstens als slordigheid aangemerkt, maar een dt-fout zou al snel een gebrek aan inzicht of zelfs intelligentie verraden.
In deze Letter en Geest-lezing laat neerlandicus en taalkundige Alex Reuneker samen met zijn student-assistent Mette Rebel verschillende mogelijke oorzaken van dt-fouten de revue passeren. Is er bijvoorbeeld een relatie met opleidingsniveau? Lokt ‘Wordt je broer piloot?’ meer of juist minder fouten uit dan ‘Word je piloot?’ Maken middelbareschoolleerlingen nu echt zo veel fouten bij de gebiedende wijs (‘Word lid!’)? En hoe zit het nu eigenlijk met al die werkwoorden die we uit het Engels lenen? Voor wie zelf ook weleens twijfelt, frissen we de regels op een speelse manier nog even op.
Alex Reuneker is als universitair docent verbonden aan het Leiden University Centre for Linguistics en hij geeft daar colleges over argumentatie, taalkunde en statistiek. Met behulp van digitale methoden onderzoekt hij argumentatie met voorwaardelijke constructies (‘als-dan-zinnen’). Hij publiceert over het Nederlands in pop- en hiphopteksten en daarnaast onderzoekt hij met behulp van de website Gespeld.nl welke factoren een rol spelen in het maken van fouten in de werkwoordspelling. Mette Rebel is masterstudent Nederlandse Taal en Cultuur aan de Universiteit Leiden en onderzocht als student-assistent werkwoordspelling bij middelbareschoolleerlingen.
Het is misschien wel de beruchtste lettercombinatie van het Nederlands: dt. Alleen al die twee letters roepen bij iedereen direct het idee van werkwoordspelling en daarmee bij velen stress en onzekerheid op. Schrijf je in deze zin nou word of wordt? Is werdt echt altijd fout en waarom schrijven sommige Vlaamse auteurs, en niet de minsten, het dan toch? Zo schrijft Griet Op De Beeck in haar romans gij vondt, gij riept en gij werdt en dat is niet fout, zegt ze zelf. Ook hier op Neerlandistiek is er een en ander over gezegd. Over werkwoordspelling weten we al een en ander en door een aantal neerlandici wordt volhardend onderzoek gedaan naar wat door Van der Veldes proefschrift uit 1956 ook wel de ‘De tragedie der werkwoordsvormen’ is gaan heten, maar het is komkommertijd en dat betekent dat ook onderzoekers eens een zijpaadje mogen inslaan. Dit is een van die zijpaadjes en ik kwam het tegen tijdens een rondje op de racefiets in de buurt.
Onlangs is mijn aanvraag voor het Onderwijsfonds van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2024 gehonoreerd! Met het toegekende bedrag zullen door studenten korte animaties worden gemaakt waarin specifieke categorieën in de werkwoordspelling in heldere en toegankelijke taal worden uitgelegd, zoals beschreven in het onderstaande stuk uit de aanvraag.
De oefeningen op [Gespeld\] worden dagelijks door honderden leerlingen en studenten gemaakt, maar de eerdergenoemde feedback wordt slechts in beperkte mate gelezen. Deze aanvraag richt zich daarom op het vergroten van het leereffect bij de genoemde doelgroep door de ontwikkeling van vijftien korte kennisclips (één per oefencategorie, zoals ‘gebiedende wijs’ of ‘leenwerkwoord verleden tijd’) die de feedback op een aantrekkelijke en laagdrempelige manier aanbieden.
Veel dank aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde voor deze mooie subsidie. Ben je student in de richting animatie, vormgeving of een aanverwante richting en heb je interesse, neem dan zeker even contact op!