Alex Reuneker

#faken

§387. Faked, faket of fakt? (14 September 2026)

In Taal by Alex –

Onlangs appte vriend en collega Ronny Boogaart me onderstaande foto, met als onderschrift ‘faket’?

Faked of faket?

Het gaat me hier niet om de onnodige accenten op ‘één’ in de zin ‘Één op de twee vrouwen faked weleens.*’, maar om het werkwoord faken, dat hier vervoegd is als persoonsvorm in de derde persoon enkelvoud — het onderwerp is immers ‘één op de twee vrouwen’. Is het zo juist gespeld? De juiste spelling van het vervoegde werkwoord bepaal je door eerst de stam van faken te nemen: dat is fake en daar schrijf je dan, net als bij ‘normale’ Nederlandse werkwoorden in de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd, een t achter. Het zou dus moeten zijn ‘Één op de twee vrouwen faket weleens.*’

Tot zover de d en t. Dit voorbeeld is echter extra leuk, omdat een veelgemaakte fout hier, in tegenstelling tot bij veel andere fouten in de (werkwoord)spelling, daadwerkelijk een andere en hier enigszins pijnlijke lezing kan opleveren. Een van de meest gemaakte fouten bij de vervoeging van Engelse werkwoorden in het Nederlands is dat een onjuiste stam wordt gebruikt (zie eerder onderzoek met Franka Hogewoning). Als je -en van de infinitief (de ‘wij-vorm’) afhaalt, zoals gebruikelijk is, dan houd je fak over. Nu is het zo dat de juiste klank (de ee-klank in fake) daarmee verloren gaat en daarom laat je, net als bij Engelse werkwoorden als gamen en blamen, de e staan. De stam is dus fake. Mocht je bovengenoemde fout maken, dan krijg je echter fak als stam en daarmee de boodschap ‘Één op de twee vrouwen fakt weleens.*’ Zeker in uitspraak levert dat toch wel een heel andere en hier zeker niet bedoelde lezing op.

Leave a comment