§392. Martini Baanmarathon 2026 #2 — ‘Mooie kuiten’
Goed, het startschot klonk stipt om 18.30 uur en dat betekende dat, met de teller op nul, er nog 105,5 rondjes op de baan in het verschiet lagen. Ik had van tevoren, al toen ik mijn schema maakte, netjes drie plannen gemaakt. Plan A was een sub 2:45 en dat betekende een tempo van 3:55 of rondjes van 94 seconden; plan B was sub 2:50 op 4:02 en rondjes 96 seconden. Plan C was sub 3:00 op tempo 4:15 en rondjes van 102 seconden.
Al snel, in ieder geval binnen de eerste tien rondjes, voelde ik weinig kracht in de benen. Ze waren niet slap, maar ik voelde dat, na de drukke dag, plan A er niet inzat. Plan B misschien? Ik besloot, gezien ik echt geen pr dacht en hoefde te lopen (dat was dan ook flink sneller dan plan A geweest), rondjes van net onder de 100 seconden te lopen. Ik liep heel consistent steeds 98/99 seconden (je hebt tijd zat om te rekenen zonder veranderende omgeving) en dat leek me goed vol te houden. (Als je zelf rondetijden en tempo’s wilt berekenen, zie https://www.reuneker.nl/runcalc.) Dat was ook zo en tijdens, maar ook achteraf, had ik het gevoel dat het harder zou kunnen, maar ik had er gewoon geen zin in. Waar dat aan lag, weet ik niet precies, maar misschien was en ben ik gewoon loopmoe? Ook nu zat het met uithoudingsvermogen wel goed en kon ik technisch heel netjes blijven lopen — hoge cadans, goede afwikkeling, geen gekke dingen. Na afloop zeiden verscheidende mensen me dat het er ‘zonder moeite’ of ‘gemakkelijk’ uitzag. Zo voelde het natuurlijk niet echt, want een marathon blijft toch gewoon 42,195 meter, baan of niet en dat is een heel eind. Kortom: het lijkt toch wel een slim plan te zijn geweest om rond de 100 seconden te gaan lopen: lichamelijk ging het zonder enige slag of stoot, maar mentaal vond ik het flink worstelen.

Ik had best uitgekeken naar het lopen van een marathon op de baan, hoewel ik in training voor de Zestig van Texel al eens een keer op een koude, gure en natte baan 46 kilometer had gelopen en dat beviel totaal niet. Maar ja, toen was er niemand anders en nu was er flink wat publiek langs de baan en op de tribune en er waren natuurlijk de andere lopers. Dat maakte dat je ook tijdens de wedstrijd, omdat je elkaar meer dan eens tegenkomt — als snellere loper lap je veel mensen vrij vaak — regelmatig een kort woordje kunt wisselen. Zo kwam het dat ik een opmerking kreeg die ik werkelijk nog nooit heb gehoord van een hardloper. Ja, de kuitenesthetiek van wielrenners ken ik, maar dat een medehardloper ‘mooie kuiten’ naar je roept als je hem passeert, dat was toch wel nieuw. Zulk soort momenten breken de race overigens wel op en dat is altijd welkom.
De marathon deelde ik op in blokken van twintig en later vijftien rondjes. Zo ‘mocht’ ik na twintig rondjes (acht kilometer) een banaan, na veertig rondjes een gelletje, na zestig seconden weer een banaan en toen kon ik uitkijken naar een vroege versnapering, namelijk weer een gelletje op 75 rondjes, gevolgd door een laatste halve banaan op 90. Ik heb van lange duurlopen, met onder andere een marathon in rondjes van 400 meter om mijn huis wel geleerd dat je niet moet proberen het geheel te overzien. Dat doe ik met wielrennen ook nooit en ook nu werkte dat mentaal goed.
De sfeer was gemoedelijk en leuk. De nummer 2/3 (we wisselden lang stuivertje), Maurice Kram, liep de marathon, zo zei hij onderweg als duurloop. Ja, zoiets kunnen we allemaal wel zeggen om ons in te dekken, maar toen hij zo halverwege eventjes een paar rondjes met de nummer 1 mee versnelde, zag ik wel dat hij niet loog en een maatje te groot was. De speaker riep later om dat hij de winnaar was van de laatste editie van de 100 kilometer van Winschoten (RUN Winschoten) en dat bevestigde het wel. Uiteindelijk finishte hij 200 meter voor mij en dat was prima. Ook daar merkte ik wel dat de wedstrijddrive er niet echt inzat, want dan was ik er aan het einde wel harder achteraan gegaan. Maurice finishte, achter winnaar Marc Steenhorst in 2:46:33, op de tweede plek in 2:55:17 en ik als derde in 2:55:38.

Meer over het wedstrijdverloop vind je in Dagblad van het Noorden, waarin ik ook genoemd wordt. Sta je toch maar mooi in de Groningse krant!

Het was een leuke, kleine huldiging en we keken gezamenlijk nog even naar de lopers die nog wel even bezig waren aan hun 105,5 rondjes. Hoewel ik een mooie avond heb gehad, is, denk ik, wel duidelijk dat ik er ook gemengde gevoelens op terugkijk, al kon en kan ik het verloop meer dan accepteren — een groot verschil met ‘vroeger’, denk ik. Daarover binnenkort meer in de laatste post over de Martini Marathon 2026.
Leave a Reply