§391. Martini Baanmarathon 2026 #1 — De aanloop
Afgelopen vrijdagavond, 25 september om 18.30 uur, liep ik de Martini Marathon in Groningen — een van de weinige baanmarathons met officiële tijdsmeting in Nederland. Baanmarathon, ja; 105,5 rondjes van 400 meter.
De training voor deze marathon ging op zich oké, maar werd, zoals eigenlijk altijd bij een najaarsmarathon, enigszins in de weg gezeten door de zomervakantie. Dit jaar zaten we, in de laatste van twee weken, boven op een Italiaanse berg. Wielrennen was er heerlijk, met de Stelvio en Gavia bijna om de hoek, maar hardlopen was er, door de enorme hoogteverschillen, praktisch niet te doen. Op zich was even wat meer looprust best goed voor me, denk ik, maar als de langere duurlopen eraan gaan, vind ik dat mentaal toch altijd wel lastig. Die vormen toch wel de ruggengraat van je training. Na de vakantie kon ik ze wel weer rustig oppakken.
Afijn, ik merkte in de voorbereidingen al dat de lange duurlopen heel soepel gingen. Aan uithoudingsvermogen geen gebrek, leek het, maar de tempo’s gingen moeizamer. Ik redde de beoogde tempo’s tijdens intervallen wel, maar het voelde gewoon zwaarder dan anders. Hoewel ik weet dat je daarvoor vaak niet een factor kunt aanwijzen, ga je in gedachten uiteraard toch op zoek. Waren het de perioden van slechte slaap, naweeën van de sleutelbeenbreuk, vermoeiing door het vele wielrennen, een wat moeizaam verlopende verbouwing, de leeftijd (toch veertig plus inmiddels) of wellicht gewoon de invloed van een veranderd leven met kind? Ik twijfelde ook wel over mijn schema; dat was zoals altijd gedegen, met elke week een tempotraining, een snelheidstraining en een lange duurtraining met blok aan het einde op marathontempo, maar nu ook nog een wekelijkse heuveltraining op de loopband, met langzamere intervallen op 12 procent stijging. Tja, dat telt natuurlijk ook op. Daarnaast doe ik, afgezien van die heuveltraining, eigenlijk al jaren hetzelfde en ik geloof niet dat dat bevorderlijk is, sowieso mentaal niet. Uiteraard ken ik het adagiam ‘concistency is king’, maar dat staat niet per se op gespannen voet met variatie.
Goed, fast forward naar afgelopen vrijdag. Na een drukke werkweek en een evenmin rustige papadag toog ik in een drie uur lange autorit naar Groningen. Ook dat laat zijn sporen achter, hoewel de rit voorspoedig verliep en ik, anders dan anders bij een marathon in de avond, voldoende tijd had om ook op de dag zelf nog genoeg en goed te eten. Eenmaal ingecheckt bij mijn bed and breakfast in Zuidlaren en aangekomen bij Groningen Atletiek kon ik mijn startnummer, nummer 40, opspelden, de tijdregistratiechips op mijn schoenen bevestigen en een paar rustige rondjes inlopen. Voordeel bij zo’n kleine marathon — er gold een limiet van vijftig individuele lopers en tien à twaalf estafetteteams) is dat je — zonder overdrijven – twee minuten voor de start nog vooraan in het startvak kon gaan staan. WC-problemen a la de R’dam Half afgelopen week waren er ook niet. En waar loop je nog een marathon waar je twee minuten van tevoren vooraan in het startvak kunt gaan staan en waar je, schrik niet, maar 4,20 euro — een symbolisch bedrag uiteraard — inschrijfgeld hoeft te betalen?
Voordat we startklaar stonden, voerde ik nog wat leuke gesprekjes met de andere deelnemers. De sfeer, een combinatie van zin en zenuwen, zat er bij iedereen al goed in.

Om precies 18.30 uur werd, precies 195 meter voor de baanstart, het startschot gegeven en begonnen we. In de volgende post het wedstrijdverloop.
Leave a Reply