Alex Reuneker

§371. Bormio – Passo di Gavia #2 (11 augustus 2026)

In Reizen, Sport by Alex –

De echte test op de Passo di Gavia kwam pas rond het negentienkilometerpunt en duurde een paar kilometer. Ik had dat al gelezen, maar ik werd er toch enigszins door verrast. Voor het eerst moest ik echt uit het zadel. Even schoot zelfs door mijn hoofd: zal ik een voetje aan de grond zetten? Nu bestaat er onder wielrenners een regel dat een col pas echt telt als je geen voet aan de grond hebt gezet. Zo staat op de officiële website van de toeristische regio Lombardije, bij de beklimming van de Passo del Ghisallo, zelfs ‘il piede a terra è una sconfitta’: ‘een voet aan de grond is een nederlaag’. Ik heb het dan ook niet gedaan en de gedachte duurde maar heel even, maar op de Stelvio had ik dat geen moment gehad. Ik had overigens best prima benen, zelfs na gisteren een dagvullende hike om de Laghi di Cancano met Casper op de rug te hebben gedaan, maar of het nou verstandig was om diezelfde dag eerst nog tien kilometer met 500 hoogtemeters hard te lopen, daar verschillen de meningen over. Nou ja, eigenlijk niet; ik was veel te vroeg wakker, wilde iets doen, maar wist ook wel dat ik beter een boek en rust had kunnen pakken. Mijn sleutelbeen liet overigens wel van zich horen door de belasting van de draagrugzak, maar tijdens het fietsen zelf had ik daar gelukkig geen last meer van.

Op de Passo di Gavia veranderden rap de omstandigheden. Het werd kouder, de wolken hingen dreigend boven de bergen en de wind trok aan. Het deed me Schots aan; een donker meer, ruige rotsen en altijd die dreiging van nattigheid. En natuurlijk geen jasje of mouwen mee…

Het werd snel mistig en dreigend.


Juist door de omgeving en omstandigheden voelde het alsof ik, op dat moment, een avontuur aan het beleven was. Dat was heel anders dan de Stelvio. Die voelde meer als een grote, berekende uitdaging: hoogtemeters optellen, haarspelden aftellen, steeds dichter naar een duidelijk eindpunt zwoegen. De Gavia was minder voorspelbaar: meer ontdekken, minder aftellen.

Toch maar omhoog, ondanks de naderende regenwolken.

De laatste kilometers waren echt een heel stuk makkelijker: een meertje verscheen, de bergen openden zich en de weg vlakte af tot een procent of vijf. Dat maakte ook dat ik op de top, na minder dan 1:50 uur, opeens dacht: nu ben ik er. De Stelvio had daarentegen echt een heel duidelijk eindpunt in de beleving. Die voelde wellicht minder avontuurlijk, maar wel euforischer aan het einde. De Gavia stelde echter zeker niet teleur en de beroemde Rifugio Bonetta bovenop was open, dus ik klaag zeker niet. Er waren wat motorrijders, lui met snelle sportauto’s en een handjevol andere wielrenners.

Bovenop de Gavia.

Ik raakte al snel in gesprek met Pawel, een Poolse fietser met wie ik even foto’s maakte van het bord en de bever en die net als ik een vakantie vol familie-hikes met een mooie beklimmingen combineerde.

Toen ik de rifugio binnenliep, hoorde ik eerst Take it easy van The Eagles spelen. Ja, een ouwenlullennummer, maar wel een heel fijn nummer om je eraan te herinneren gewoon even lekker de tijd te nemen voor een mooie ochtend. Toen ik eenmaal een dubbele espresso had besteld, klonk Bongo Bong van Manu Chao — een nummer waaraan ik, door een familieweekend ergens eind jaren ‘90, mooie en warme herinneringen bewaar.

Koffie bij Rifugio Bonetta.

Na de koffie met geweldig uitzicht en helaas zonder pretzel — je zit hier duidelijk verder van Oostenrijk af — zette ik de afdaling in. Ook nu was het nog heerlijk rustig, maar het wegdek was nat, ik had geen jasje meegenomen, kreeg koude, gevoelloze vingers en vond het lastig op de toch al flink gedateerde velgremmetjes te vertrouwen. Bovendien bleek ‘s morgens bij vertrek mijn rechterschoenveter – zo’n draaisysteempje van Boa – kapot, waardoor ik minder kracht durfde te zetten. Je wilt niet met een losse schoen naar beneden knallen. En eerlijk is eerlijk: afdalen is zeker niet mijn sterkste kant. Twee wielrenners die dat beduidend beter in de vingers hadden, vlogen met aardig wat risico door de bochten en haalden me in, maar dat gaf niet. Het schoot ook nu door mijn hoofd: rustig aan, je hebt Casper en wat risico mag, maar zeker niet te veel. Sowieso was het wegdek en bochtenwerk heel anders dan maandag, waardoor de zeventig aantikken er, althans voor mij, echt niet bij was.

De Passo di Gavia vanuit Bormio (en eerst een stukje Sant’ Antontio-Bormio).

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *