Categorie archief: Other

Clusteranalyse kieskompas 2017

Naar aanleiding van Facebook-reacties op de post over de clusteranalyse van de stemwijzer 2017, heb ik dezelfde analyse uitgevoerd op gegevens uit het kieskompas 2017. Het voordeel van die site is dat de politieke partijen de stellingen niet met ja of nee hebben beantwoord, maar op basis van een vijfpuntsschaal (van ‘geheel oneens’ tot ‘geheel eens’). Dat levert gedetailleerdere data op, waarop weer andere algoritmen kunnen worden toegepast.

Het resultaat is goed vergelijkbaar met de vorige analyse, maar je ziet bijvoorbeeld wel een verschuiving van 50Plus van rechts naar links. Dat heeft, waarschijnlijk, vooral te maken met de stellingen, die per ‘wijzer’ verschillen.

clusteranalyse_kieskompas_2

Clusteranalyse stemwijzer 2017

Op de website van Ruben Woudsma staat een aantal analyses van de Stemwijzer 2017. Waar de Stemwijzer de antwoorden van partijen op 30 stellingen primair gebruikt om ze te vergelijken met de antwoorden van de kiezer (met welke partij komt de kiezer het meest overeen), vergelijkt Ruben ze met elkaar (welke partijen komen onderling het meest overeen). Dat levert een matrix op waarin je aan de scores kunt zie in hoeverre partijen met elkaar overeenkomen.

Zo’n matrix is mooi, maar naar mijn mening niet heel overzichtelijk. Het kost bijvoorbeeld best nog wat moeite om te zien dat de Partij voor de Dieren en GroenLinks dicht bij elkaar liggen (al helpen Rubens kleurtjes wel; zie vooral ook de rest van Rubens pagina). Daarom heb ik, op basis van dezelfde gegevens, een clusteranalyse uitgevoerd. Zo’n analyse heeft als voordeel dat je er een zogenaamd dendrogram mee kunt maken, zoals hieronder.

clusteranalyse_stemwijzer_2

Een dendrogram is een visualisatie van de overeenkomsten en verschillen (of afstand) tussen partijen op basis van hun antwoorden op de stellingen. De visualisatie neemt de vorm aan van een gekantelde boomstructuur, waardoor je in een oogopslag kunt zien welke partijen bij elkaar klitten (of clusteren) en welke partijen ver van elkaar afstaan. De schaal op de x-as is nu even niet relevant; waar het om gaat is welke groepen worden gevormd, waarbij afstand aangeeft hoe sterk het onderscheid is. Het grootste verschil kun je dus zien in de eerste vertakking vanaf links; de groep bestaande uit SGP, CDA, VVD, ChristenUnie, 50Plus en PVV verschilt het meest van de groep D66, PvdA, Partij voor de Dieren, GroenLinks en SP. Dat bevestigt aardig het onderscheid rechts-links.

Kijken we verder, dan zien we – nogmaals, puur op basis van de antwoorden op de stellingen – dat SGP en CDA dicht bij elkaar zitten, maar ook dat de VVD dichter bij dat groepje zit dan de ChristenUnie. Dit laat zien dat de VVD meer overeenkomst heeft met de SGP en het CDA dan dat de ChristenUnie dat heeft. Overigens is de positie van de ChristenUnie hier het zwakst. Bij een ander algoritme (‘complete linkage’ ipv ‘Ward’s method’ voor de geïnteresseerden) valt de partij namelijk in de onderste (linkse) tak, wat wel klopt met hun eigen positionering, volgens mij. De keuze voor de gepresenteerde clustering is de AC-waarde (agglomerative coefficient) die je links ziet; die geeft de sterkte van de clustering aan, waarbij 0 staat voor een willekeurige clustering en 1 voor een perfect-systematische clustering. De 0.76 is 0.2 hoger dan wanneer het algoritme wordt gebruikt waarbij de ChristenUnie opschuift naar links.

Een aparte groep op rechts is die van 50Plus en de PVV. Wat dat laat zien, is dat die groep minder gemeen heeft met de bovenste vier partijen dan dat die bovenste vier onderling gemeen hebben. Uiteraard hebben ze nog minder gemeen met de onderste vijf partijen.

Onderaan, bij de ‘linkse’ tak, zien we dat D66 en PvdA bij elkaar klitten, evenals de Partij voor de Dieren en GroenLinks, terwijl de SP meer met de laatste, dan met de eerste groep gemeen heeft.

Wat je ermee moet, weet ik niet, maar het is wel mooi te zien dat een clustering op basis van dertig ja/nee-vragen aardig overeenkomt met een intuïtief idee van het huidige politieke landschap. Wat je natuurlijk zou kunnen doen, als je nog ‘zweeft’, is het programma bekijken van de partij die het dichtst staat bij de partij waarmee je de meeste affiniteit hebt.

Eindnoten voor referenties in Word

Ik ben geen Word-fan, maar soms moet je er toch aan geloven. Laatst moest ik een publicatie in Word-formaat aanleveren, terwijl ik het in LaTeX had geschreven. De resulterende conversie-ellende zal ik je besparen. Het laatste en hardnekkigste probleem waar ik tegenaan liep, was het plaatsen van eindnoten (geen voetnoten) voor de referenties. Word plaatst eindnoten aan het einde van het document, maar er is een (nogal ingewikkelde) manier om de eindnoten aan het einde van een sectie te krijgen.

Omdat de stappenplannen die ik op internet vond allemaal even behulpzaam, maar incompleet waren, heb ik hieronder de stappen beschreven die in ieder geval in Word 2013 werken. Ik ga uit van de Engelse versie van de tekstverwerker, maar met een beetje vertalen moet je de stappen ook met de Nederlandse versie kunnen gebruiken.

  1. Zorg dat je de noten al hebt aangemaakt. Het heeft geen zin om de volgende stappen uit te voeren en daarna pas noten aan te maken.
  2. Plaats de cursor aan het einde van de lopende tekst, voor de referentielijst.
  3. Klik bovenaan op ‘View’ en dan op ‘Draft’ bij ‘Document Views’.
  4. Klik op ‘Page Layout’ en dan bij ‘Page Setup’ op ‘Breaks’. Klik dan op ‘Next Page’ als je de referenties op een nieuwe pagina wilt laten beginnen, of op ‘Continuous’ als je dat niet wilt.
  5. Klik op ‘References’ en dan op het kleine, grijze pijltje bij ‘Footnotes’. Kies in het verschenen dialoogvenster voor ‘Endnotes’ en voor ‘End of section’. Pas eventueel nog de nummering (‘1,2,3’ of ‘i,ii,iii’) aan. Kies bij ‘Apply changes to’ voor ‘Whole document’. Klik vervolgens op ‘Apply’.
  6. Klik op ‘Page Layout’ en dan op het kleine, grijze pijltje bij ‘Page Setup’. Klik dan op het tabblad ‘Layout’ en zorg dat ‘Suppress endnotes’ aangevinkt staat. ‘Apply to’ moet op ‘Whole document’ staan. Klik daarna op ‘OK’.
  7. Nu komt wat vaak ontbreekt in andere stappenplannen: ga nog een keer naar ‘Page Setup’ (zie vorige stap) en vink ‘Suppress endnotes’ vervolgens uit. ‘Apply to’ moet nu op ‘This section’ staan. Klik tot slot op ‘OK’.
  8. De eindnoten verschijnen nu aan het einde van de sectie waarin je bij stap 2 de cursor hebt geplaatst.

endnotes

Het is natuurlijk verschrikkelijk dat je zo’n ingewikkeld stappenplan nodig hebt om de positie van noten te bepalen. Voor mij zijn dit de dingen waardoor ik zo min mogelijk met Word werk, maar ja, soms moet je.

Succes!

Port forwarding bij Tele2

Als je internet afneemt van Tele2 en aan port forwarding wilt doen, dan kun je op het Tele2-forum voldoende informatie over allerlei instellingen vinden. Echter, als je een ‘nieuwe’ modem hebt – de Comtrend VI-3223u – dan moet je bij het port forwarden aangeven op welke interface de regel van toepassing is. Die optie was bij de oude modem niet zichtbaar, dus dat kan voor enige verwarring zorgen.

Kies bij het opstellen van de regels – onder het menu-item ‘Advanced/NAT/Virtual Servers‘ – steeds voor de interface-naam waarin ‘PPPoE’ voorkomt. Helaas is die optie niet standaard geselecteerd, dus vandaar deze post.

Over immersie: een intermezzo – Bert & Ernie (Dutch)

Vorige week stuurde mijn zusje – net als ik en zovele anderen opgegroeid met Bert en Ernie – me een linkje naar het onderstaande filmpje:


Bert & Ernie – De banaantelefoon (http://www.youtube.com/watch?v=FzKXj3V3z1I)

Engelse versie: http://www.youtube.com/watch?v=8266-l00Ows

Wat een mooi voorbeeld van hoe wij volgens Walton (zie eerdere posts, zoals deze) met representaties omgaan! Misschien vind je een illustratie van een complex begrip als immersie aan de hand van een Bert & Ernie-filmpje wat flauw, maar het voorbeeld raakt prima de kern van Waltons theorie: in onze omgang met representaties doen we steeds ‘alsof’. Representaties geven daar vaak voldoende handvatten voor; een schilderij van een huis lijkt zó sterk op een huis dat we ons gemakkelijk kunnen inbeelden dat we naar een huis kijken, in plaats van naar een schilderij. Deze luxe heeft Bert in het bovenstaande filmpje overduidelijk niet: de drempel om in een banaan een telefoon te zien en daarmee naar olifant Gerda te bellen is voor hem te hoog.

Als Walton Bert te hulp zou schieten, dan zou hij hem waarschijnlijk zeggen dat de banaan ook niet is bedoeld als representatie en object ter verbeelding van een telefoon. Met andere woorden: de ‘game of make-believe’ die Ernie ermee speelt is niet gemotiveerd (unauthorized). Ernie gebruikt de banaan dan ook op oneigenlijke wijze, en daarin schuilt natuurlijk de moraal van het verhaal: met een beetje fantasie kun je je van alles inbeelden. Daar heb je geen duur speelgoed of Wii voor nodig. Zo kan uiteindelijk ook Bert zich met wat verbeelding voorstellen dat hij met een banaan een olifant spreekt; aan het einde kaatst hij kaatst de bal zelfs terug.

Mocht je het Bert & Ernie-filmpje toch te flauw vinden, dan zul je – net als Bert – wellicht wat meer je best moeten doen om er – met een beetje fantasie – serieuze theorie in te zien…

Engelse versie van deze post: http://www.reuneker.nl/blog/?p=2154

Referenties:
Walton, Kendall L. Mimesis as Make-believe: On the Foundations of the Representational Arts. Cambridge, MA: Harvard UP, 1990.